Op zoek naar een mooi, leuk en uniek kado? Ga in nieuw scherm naar mijn schrijfboekjes en pasfotoboekjes-site.
Of bekijk de kleurrijke schilderijen-expositie van m'n broer.








Friesland




uit het veen
 Reisverslag van de route

(Versie 2.2, 5 mei 2017)

Veenhuizen Norg Veenhuizen Fochtelooërveen Ravenswoud Appelscha Oosterwolde Veenhuizen Haule Jardinga Donkerbroek Oosterwolde Langedijke Aekingerzand Elsloo Tronde Tjongervallei Katlijk Wolvega Schansdijk Duurswouderheide Duurswoude Wijnjeterp Hemrik Lippenhuizen Gorredijk Tijnje Beetsterzwaag Drachten Haulerwijk & Waskemeer Petersburg & Moskou Hoornsterzwaag Jubbega Bontebok en De Knipe Heerenveen Ravenswoud Appelscha (2) Frederiksoord Noordwolde Oldeberkoop Makkinga Hijken Hooghalen Hijken (2) Hooghalen (2) Hiemstraroute Twijzel Drachten

Rolpaal Donkerbroek Nieuwehorne en Oudehorne Oudeschoot Oranjewoud Haskerdijken Akkrum Grou Sneek Gau Sibrandabuorren Grou (2) Grou (3) Wommels Stapert Eiland van Easterein Hidaard Easterein Itens Britswerd Wiuwert Skillaerd Mantgum Tsjerkebuorren Boazum Dearsum Poppenwier Leeuwarden Jirnsum Aldeboarn Drachtstercompagnie Houtigehage Rottevalle It Wytfean Boelenslaan Surhuisterveen Grou (4) Grou (5)

'Kruistocht in Spijkerbroek'
'Rondje om Zwitserland'
'weekendje Noord-Groningen'
'Ontdekking van de Vrije Friezen'
'Hanzesteden aan de Oostzee'
'Friesland - provincie in Nederland'
'Friesland uit het veen'
'Aan de oevers van de Schelde'
'Rondom de Gelderse IJssel'
Dit is alweer ons zevende reisverslag en is een logisch vervolg op het weekendje Noord-Groningen, de Ontdekking van de Vrije Friezen en de handelende Friezen in de Oostzee.
Het verhaal van de Vrije Friezen en het literatuuronderzoek hebben bijgedragen, om de Nederlandse provincie Friesland te gaan bezoeken, want een verhaal over de Vrije Friezen schrijven zonder de Nederlandse provincie met nog het woord Fries in de naam en waar men nog vormen van Fries spreekt, dat kan natuurlijk niet. Vorig jaar hebben we de zuidwest- en noordoosthoek bezocht.

Hieronder volgt de reis die we gemaakt hebben in 2014 in voornamelijk de veengebieden, de zuidoosthoek en het midden van de provincie Friesland. Ook nu gaan we weer op zoek naar sporen van de Friezen uit het verleden en hoe het hun is vergaan valt te lezen in het genoemde literatuuronderzoek bij 'Ontdekking van de Vrije Friezen'. Ook dit jaar heeft menig boekhandelaar een bezoekje van ons gehad, zodat de collectie boeken weer met een metertje is gegroeid.


Voor het gemak is de route hierbij geplaatst. Klik op de route-afbeelding voor een vergroting in een nieuw scherm. (Afhankelijk van de scherminstelling, vergroot de afbeelding op originele grootte en klik dan met de scrol op de afbeelding, zodat er niet gescrold hoeft te worden, maar de richting met muisbeweging gedaan kan worden.)
Of u klikt op de Google-maps link, om de route hierin te volgen.
Ook voor de foto's en andere afbeeldingen geldt: klik op de afbeelding voor een vergroting in nieuw scherm.
Reist u weer mee?







Dag 1: van huis naar Veenhuizen

kaart 1

Even wennen aan een andere auto was het wel, tijdens het inpakken van alle mee te nemen spullen in de iets kleinere wagen. Maar uiteindelijk zat alles erin en konden we overal nog bij, wat we aan spullen onderweg nog nodig hadden.
Na een familiebezoekje, reden we naar onze bestemming in Veenhuizen. Hier waren we twee jaar geleden ook al eens geweest, tijdens Noordfolk Festival op het terrein van Coco Maria in Veenhuizen, dat georganiseerd werd door Bert Ridderbos (waar hij dan uiteraard ook samen met Linde Nijland optrad). Wij stonden er met de boekjes. De route was dus enigszins bekend, al was het vakantiehuisje ons toen niet opgevallen.
De vakantie begint zodra je de autosnelweg bij Assen verlaat en de N371 en vooral de N373 opdraait. Hier maak je kennis met de belangrijkste voorwaarden in het veengebied. De vaart en wijken. We passeren de Norgervaart en Huis ter Heide. We vervolgen de Kolonievaart over de N919 en rijden langs de Veenhuizerkanaal als onderdeel van de Kolonievaart, waarbij de straat de Hoofdweg heet. We passeerden de toegangsmonumenten van het gesticht Veenhuizen en weten dat we ons in een speciaal gebied begeven. De panden die we vanaf nu tegen komen dragen namen met daaromheen -net als het gebied- het herkenbare kader.


      Veenhuizen
Na het zwembad rijden we nog zo'n 200 meter door en draaien de oprit op naar het Verenigingsgebouw. Hier konden we de sleutel na drieën ophalen voor ons vakantiehuisje “De Consistorie", dat een week tot ons beschikking staat. Dit huisje is perfect geschikt voor twee personen en staat even verderop voor de koepelkerk en heeft daarmee een eigen oprit.
Nadat we de auto hadden uitgeladen en onze spullen hadden geïnstalleerd, besloten we nog een kort en klein rondje in de omgeving te maken, waarna we zouden gaan eten bij het Verenigingsgebouw.
Vanaf ons "Woudboerderijtje" (1) liepen we langs de Koepelkerk (2) dat als waterstaatskerk in de jaren 1825-1826 is gebouwd en was bedoeld voor de Hervormde bewoners van de kolonie van de Maatschappij van Weldadigheid. Deze achtkantige Koepelkerk (waarin je een kijkje kunt nemen) staat op het monumentenlijst nr. 30801. Wanneer we rechts afslaan krijgen we de katholieke kerk in het zicht. Deze St. Hieronymus Aemilianuskerk (4) is tussen 1891-1893 gebouwd door W.C. Metzelaar en heeft nr. 422057 op de monumentenlijst. (Ook hierin kun je een kijkje nemen.) Het biedt tegenwoordig plaats aan 260 mensen. Dit waren er in z'n begintijd veel meer. Toen werden er 800 mensen in verwelkomt. De ambtenaren zaten met hun gezinnen voorin en daarachter zaten de 'verpleegden'. Aangezien het voor de bewoners van de kolonie van de Maatschappij van Weldadigheid verplicht was om op zondag naar de kerk te komen, werd het ook nodig geacht om voor de diensten eerst de bezoekers verplicht te laten plassen. Vandaar dat we tussen beide kerken een tweetal - mooi vormgegeven - betonnen urinoirs (3) kunnen vinden. Beide kerken doen tegenwoordig nog steeds als zodanig dienst. Opmerkelijk in de Katholieke Kerk is een circa 1950, door een toenmalige politieke delinquent, in de apsis gemaakte schildering. Het stelt de hemelvaart van Christus voor.
We lopen de Kerklaan verder en treffen bij de parkeerplaatsen de visboer (5). We krijgen bijna de neiging om een visje te pakken. We lopen door en slaan de Pastoor Smitslaan (6) in. Deze prachtige laan is niet bestraat en geeft een mooi beeld hoe de wegen er in vroegere tijden hebben uitgezien.
Ter hoogte van de sportvelden zien we witte gebouwen staan, met daarop o.a. een man met oranje sjerp (7), met daaronder iets geschreven wat we vanaf deze plek niet kunnen lezen. We zullen er binnenkort vanzelf achter komen. Even verderop zien we een stamrestant van een boom (8). Om te kijken hoe oud deze bomenrij is tellen we de jaarringen. Na één derde geteld te hebben, komen we op een gecalculeerd aantal van ongeveer 120 jaren.
We komen uit op de Generaal Van de Boschweg en zien in de verte het Gevangenismuseum (9) liggen. Wij slaan echter linksom voor ons 'Blokje om' en zien de diverse woonhuizen als "Kennis is Macht." en op de hoek "Ruimzicht." (10 en monument 478443). De laatste (type VII) is in 1904 gebouwd voor de adjunct-directeur van de Landbouw en wederom gebouwd door W.C. Metzelaar. Dit type woning werd voor de hoogste functionarissen gebouwd en ter onderscheidt hiervan werd de gebruikelijke rode/bruine beuk voor het huis in de tuin geplaatst, zoals de nieuwe rijken ook vaak deden. Let daar maar eens op als de omgeving bekeken wordt, de woning zal dan ook uit de negentiende of begin twintigste eeuw stammen. Veelal is het een trend dat na de Franse tijd veel navolging kreeg. "De eerste rode beuken ontstonden uit een groene beuk. Uit 1 van de 10.000 zaadjes van een groene beuk ontstaat een rode beuk. De rode beuk was dus speciaal en duur", aldus Wiermans. Ook Gerrit Vlaskamp paste het veel toe in zijn tuinen, al noemde hij ze zwarte beuken. Hem zullen we verder ook nog tegenkomen.
Aan het einde van de Vijfde Wijk is een schutsluis (11 en monument 478432) dat niet meer als zodanig functioneert omdat de sluisdeuren zijn verwijderd. Het N.A.P. wordt nu op 8.83m gehouden volgens een ingemetselde steen.
In brouwerij Maallust. kun je alle hier gebrouwen bier proeven, drinken en kopen.
Bij Kaaslust. hebben ze diverse soorten kaas en andere lekkernijen.
Oude graandroogschuur.
We slaan opnieuw het hoekje om en komen op de Hoofdweg eerst 2 mooie witte panden tegen: Nauwgezetheid, de apothekerswoning (monument 469414) en Geestkracht, de domineeswoning (12 en monument 469413). Even verderop komen we een soort zijstraatje tegen of is het oprit? Deze weg volgen we en komen uit bij een aantal gebouwen dat letterlijk leven in de brouwerij brengt. Het is een gezellige cluster van een bierbrouwer, kaasmaker, tuininrichting en een authentieke droogschuur voor granen. Daarnaast geeft de weg toegang tot de sportvelden. Wanneer we het rondje linksom met de klok mee draaien zien we eerst de bierbrouwer Maallust. (13). Aangezien het prachtig weer is zit het terras voor de brouwerij vol. Er wordt net een proeverij uitgeserveerd, wat inhoudt dat er van alle bieren een kleine hoeveelheid in een speciale houder wordt gebracht, met daarbij wat hapjes. Wij kijken even binnen in het gebouw van de brouwerij en komen aan de andere kant er weer uit, waar Kaaslust. (14) gevestigd zit. Kaaslust is gevestigd in een in 2010 gerestaureerde zuivelfabriek uit 1903. Jan Craens, meester kaasmaker is al sinds 1975 bezig met het zoeken, bedenken en bereiden van nieuwe kazen en rijpingstechnieken. Hij heeft dan ook vele jaren de kaasgeschiedenis van Europa bestudeerd. Van al deze kennis willen wij natuurlijk wel even proeven. We nemen vervolgens een aantal kazen en andere lekkernijen mee, waaronder de koekazen Fenegriek (erg lekker) en Maallust. Tripel Bierkaas (zie foto) en een geitenkaas en een zeer smakelijke schapenkaas.
Vervolgens komt Tooi en Opsmuk. (15) en de Graandrogerij (16 en monument 469409). Jammer dat we hier pas laat kwamen. Je kunt hier immers wel de hele dag zitten en genieten van al dat lekkers. Gezien het mooie weer beperken we ons tot de Maallust. Weizen. En dat blijkt een goede keus te zijn, want het blijkt een heerlijk fris biertje te zijn.
Wij maken gauw ons rondje af. We komen nog langs de woning (monument 469405) van de hoofddirecteur van het ministerie van Binnenlandse Zaken. In 1859 waren zij eigenaar geworden van Veenhuizen. Het huis draagt ook de naam 'Klein Soestdijk' (17). Het aanzien verklaart waarom.
We brengen de gekochte biertjes, kazen en andere lekkernijen naar ons vakantiehuisje en lopen terug naar Café-Restaurant Theater "het Verenigingsgebouw" (18 en monument 469404) waar we gaan eten.
We komen erachter dat we in dit korte ommetje al heel veel bijzondere en monumentale zaken hebben gezien en dat we er tevens een aantal over het hoofd hebben gezien. Dit is ook niet vreemd, wanneer we weten dat één derde van de monumenten van Veenhuizen in dit ommetje liggen.
(bron: Wikipedia Koepelkerk (Veenhuizen), Lijst van rijksmonumenten in Veenhuizen (Noordenveld); Verslag Nationale Monumentenstudiedag 2008; Monumentnummer: 422057; Vier scenario's voor Veenhuizen; Werken aan de Toekomst van Veenhuizen; De bruine beuk die aanzien en respect verschaft / Jan Tuttel; Een rode beuk / Aly van der Mark; Kapplannen voor een eeuwenoude rode beuk / Joep Pohlen m.d.a. René Wiermans)

We gaan zitten op een van de terrassen en bestellen ons eten en drinken (waaronder natuurlijk de Maallust. Weizen) en bekijken het Verenigingsgebouw. Hier valt het balkon met gemetselde borstwering wel erg op. Alleen voor het maken van de borstwering zijn al 6 verschillende baksteenvormen gebruikt.
We laten ons het eten (zalm / biefstuk - chocoladetaartje / wentelteefje van suikerbrood / cappuccino) prima smaken en lopen de "33 meter" voldaan over de eerste dag naar ons huisje terug.



“De Consistorie"


De achtkantige Koepelkerk


Betonnen urinoirs


De Pastoor Smitslaan


Kaaslust


jaarringen


De Vijfde Wijk en Generaal Van de Boschweg


"Ruimzicht."


Voormalig schutsluis in de Vijfde Wijk


Een van de twee witte huizen


'Klein Soestdijk'


Verenigingsgebouw


Verenigingsgebouw






Dag 2: van Veenhuizen naar Norg

kaart 2

Na een lange nachtrust en een heerlijk trage start met ontbijt en koffie verzonnen we wat we voor boodschappen we nodig hadden. We hadden intussen begrepen, dat we dit het beste in Norg of Appelscha konden halen. We kozen voor Norg, omdat dit het dichtste bij leek en bleek.


      Norg
We reden via een omweg naar Norg, omdat we een simpele aanwijzing als een straatnaam van een zijstraat op de Hoofdweg: "Norgerweg" over het hoofd hadden gezien. Nu kregen we echter ook de weg door Zuidvelde te zien. In Norg aangekomen konden de auto op de Brink parkeren. Hier zagen we meteen het prachtig oude kerkje de Sint-Margaretakerk van Norg. Het kerkje stamt deels uit halverwege de dertiende eeuw.

kaart 2a

We zouden in Norg zo'n 1,6 km lopen, goed voor een wandeling van zo'n 20 minuten. Wij kunnen dit rustig oprekken tot 2¼ uur. Van de parkeerplaats liepen we naar de kerk, waar we al snel achter kwamen dat deze -zoals gebruikelijk- dicht was. We liepen door naar de naastgelegen boerderij (C), waarin nu een antiekzaak annex modezaak "Hoven's Hoes" in gevestigd was. Iets trok onze aandacht in de etalage en we stonden al binnen voordat we erg in hadden. Het was even wennen voor de ogen, want buiten was het strakblauwe hemel-weer en binnen dus niet.

We zagen als eerste allerlei houtsnijwerk (Fries handwerk) en vervolgens kwam de vrouw des huizes onze eventuele vragen beantwoorden. Ook zij maakte zelf de kleding wat ze verkocht en ook de kleding dat elders met de hand werd gemaakt. Ons oog viel al snel op een Chompas trui 'Chispita' met ronde hals van Alpacawol.
Verder lagen er een hoop interessante en opmerkelijke antiquiteiten. Het gesprek breidde zich steeds verder uit. Na elkaars doopceel gelicht te hebben en interesses uitgewisseld te hebben, werden we uitgenodigd om de woonkamer uit 1717 in authentieke staat te komen bekijken. Daarna volgde het nieuwe voorhuis, wat een eeuw later in 1816, werd aangebouwd te gaan bezichtigen. In de tijd van Napoleon heeft hier de Maire (de burgemeester) gewoond. Johannes Tonckens was van 1811-1831 de burgemeester van Norg. Zijn zoon Johannes (van 1871-1882), kleinzonen Eltje Jacob (van 1908-1929) en Egbertus Roelinus (van 1929-1935) en achterkleinzoon Johannes (van 1935-1937) zouden in zijn voetspoor als burgemeester van Norg treden. Het pand staat onder 30786 op de monumentenlijst.
(bron: Monumentenregister Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed Jachtweide, 30786; Wikipedia Johannes Tonckens (1784-1857), Johannes Tonckens (1834-1908), Eltje Jacob Tonckens, Egbertus Roelinus Tonckens, Johannes Tonckens (1905-1937))

Buitengekomen zagen we de eigenaar nog bezig met de nodige onderhoudswerkzaamheden en wij liepen naar de overkant van de Brink om te gaan lunchen bij het Wapen van Norg (D). Na het toiletbezoek met een bijzonder spiegel in het herentoilet, gingen we dan eindelijk doen waarvoor we gekomen waren: geld tanken (E) en boodschappen doen (F) in het winkelcentrum.
Na de boodschappen naar de auto hebben gebracht liepen we nog langs een leuk curiosawinkel (H), dat gesloten was. Even verderop staat de korenmolen "Noordenveld" uit 1878 (I en 30785 en molendatabase DR017). Weer iets verderop aan de Westeind viel ons oog een balkenskelet.
Dit was ooit een boerderij, zo te zien. Met deze balkenbasis is te zien hoe eeuwenlang de boerderij in deze omgeving is opgebouwd. Hier zit echter wel een bijzonder middenstuk, dat half verspringt en dragend wordt door nabijgelegen balk. Aan de andere zijde is hetzelfde te zien, maar dan gespiegeld. Wat de reden van deze ingewikkelde aanpassing is, blijft de vraag. Ook een still-opname van september 2010 uit GoogleMaps van de boerderij geeft geen verheldering, of het moet iets met de schuurdeur te maken hebben.
We liepen terug naar de kerk om te kijken of deze intussen open was. Daar aangekomen bleek dat dit nog wel een poosje zou duren. We vertrokken daarom toch maar naar ons huisje, ditmaal over de binnendoor-weg, de Norgerweg. Vanuit Norg over de Schoolstraat, door Westervelde over de Hoofdweg, door het Hulsebosch waar het stroompje 'de Slokkert' ontstaat. We waren daardoor vlot thuis.


      Veenhuizen
Nadat de boodschappen waren uitgepakt, pakten we de fiets om naar het Gevangenismuseum te rijden.
Het
Nationaal Gevangenismuseum laat een mix zien van het gevangeniswezen door de eeuwen heen, de gebruikte martelwerktuigen om de bekentenissen te stimuleren, de verblijven van de gevangenen. Ook is er aandacht voor de huidige rechtspraak en hoe dit tot stand komt kan men zelf proefondervindelijk te weten komen. Daarnaast wordt het verhaal verteld over oude dwanggestichten die in 1823 door de Maatschappij van Weldadigheid in Veenhuizen is gesticht. Men kan een rondrit maken door dit gesticht in een oude boevenbus. Op het terrein zelf kunnen een aantal gevangenentransportbussen betreden worden. En tenslotte is daar natuurlijk nog de Museumwinkel 'de bajesklant'. Het geheel is voor jong en oud opgezet en vormt een zeer 'boeiend' geheel.

Na het museumbezoek gingen we verder het terrein verkennen. Op de eerste hoek vonden we Zeepmakerij Proper en Rein, Deco-loge en Schildersatelier "eFka schildert opsmuk" waar we een kijkje namen. Hiernaast en achter zat het Glasmuseum (maar deze was dicht). Tussen de gebouwen verstopt is een overdekt historisch overzicht van het gebied te vinden, dat vrij toegankelijk is.
Na de eerste bocht vervolgen we de Oude Gracht en zien we aan het eind van de weg opeens iets aan de oeverrand staan. Na het maken van een aantal foto's - het beestje blijft roerloos staan - fietsen we verbaasd verder en het beestje plonst gauw in het water en zwemt weg. We vervolgen de Oude Gracht de bocht om en rijden de Hospitaallaan in. Aan de linkerkant zien we twee woonblokken, waarvan in de laatste een keramiste Judith Reedijk huist en haar tuin als expositieruimte voor diverse keramiekkunstenaars gebruikt. Veel keus in vorm in kleur van bijvoorbeeld theekopjes zijn aanwezig.
Wanneer we weer op de fiets zijn gestapt, kunnen we amper na tweemaal de pedalen te hebben rond getrapt alweer afstappen. In het pand met de naam 'Controle' van voorheen huismeester van het naastgelegen Hospitaalcomplex, zien we dat er nu "Galerie de Rododendron" van Harry de Geeter en Aafke van der Leest gevestigd is. Dat dit gevaarlijk terrein, zal blijken bij vertrek. Harry heeft namelijk ook een 'klein' boekwinkeltje. Al snuffelend vliegt de tijd en gedwongen door de steeds leeg wordende maag wordt de keuze in boektitels beperkt:

Hierna werd het de hoogste tijd om weer naar het huisje te fietsen, terwijl er nog van alles te zien valt. De gescoorde boeken werden naar huis gebracht en wij begeven ons weer lopend naar het restaurant van de "Vereniging".



“Sint-Margaretakerk"

“Hoven's Hoes" kamer uit 1717


“Hoven's Hoes" kamer uit 1816


“Hoven's Hoes"


korenmolen "Noordenveld" uit 1878, Norg


Balkenbasis boerderij


Balkenbasis boerderij


Waterwoeler.






Dag 3: Fietstocht Fochtelooërveen - Appelscha - Oosterwolde


kaart 3

Vanochtend werden we wakker en onze nabije omgeving lag onder de bomen onder een mistlaagje. De zon was er echter al vlot bij en loste de mist snel op.
Na het ontbijt nog even snel enkele foto's gemaakt die hierboven al te zien waren. Het plan voor deze dag was een fietstocht over het laatste stukje originele hoogveen dat ons land nog heeft, omdat de verveners er niet aan toe zijn gekomen. Vanwege de afspraken die gemaakt zijn tijdens de Ramsar-conventie wordt getracht van dit gebied weer een werkend hoogveengebied te maken, een wetland waar watervogels, met name kraanvogels zich thuis voelen. Nadat we de broodjes voor onderweg hadden gesmeerd en dit samen met het fruit en drinken in het koeltasje hadden gestopt, waren we klaar voor vertrek.
(bron: Wikipedia Fochteloërveen, Ramsar-conventie; Vensters op het Fochtelooërveen)


      Fochtelooërveen
We reden eerst het stuk langs het Veenhuizerkanaal of Kolonievaart tot aan de afslag van de Norgerweg. Hier is een bruggetje over het kanaal met een mooi dieptegezicht over het water. We rijden het bruggetje over, het Bankenbosch in. Aan de richting van de verkaveling kunnen we nog merken, dat we nog in de provincie Drenthe fietsen.
Na het bos komen we in open gebied en we zien meteen dat de heide in de verte in bloei staat. Maar eerst rijden we door een stuk waar nog geen heide groeit. Het open gebied is rondom afgedamd om het regenwater langer vast te houden, zodat het waterpeil hier hoger wordt. Hierdoor krijgen de veenplanten als waterveenmos, eenarig wollegras en veenpluis weer meer kansen. Daarentegen krijgen de bomen het zwaar en zullen ze uiteindelijk afsterven. Meestal gaat alleen nog om de berk.

Ongemerkt zijn we door het bos heen een meter gestegen. Wanneer we door een nat gebiedje rijden, aan weerskanten van het pad is het water duidelijk te zien, stijgen we nog een meter tot we bij de provinciegrens zijn aangekomen. Hier vinden we ook een hoogste punt van 12,5 m boven N.A.P. terwijl het gebied zelf zo rond de 11 meter komt.
Het Fochtelooërveen is slechts 2500 ha groot. 1 hectare (ha) is 100m × 100m = 10.000 m².
2500 ha is een lap van 2½km × 10km. Expres schrijf ik hier slechts 2500 ha. Want wanneer we ons voorstellen hoeveel laagveen en hoogveen er in de eeuwen is vergraven, dan is dit dus slechts een restje. Zoals gezegd kunnen we de contouren en richting van de ontwateringswijken nog terugvinden in het landschap. De provinciegrens geeft tevens een richting wijziging van de ontwateringswijken aan. We zien aan het pad wanneer we van Drenthe naar Friesland overgaan. Ook zien we aan een boerderij in de verte dat we Fries gebied naderen. De Friese uilenborden hebben namelijk een knobbelzwaan met een gekromde hals. Maar de exacte aanduiding staat gewoon naast het pad: de provinciegrenspaal.
Wanneer we de hoogteverschillen bekijken van bijvoorbeeld Fochteloo (circa +6,5 m N.A.P.) en Veenhuizen (circa +8 m N.A.P.) en dit vergelijken met de globale hoogten van het ongeschonden Fochtelooërveen van ongeveer +10 tot +11 m N.A.P., dan kunnen we over deze omgeving voorzichtig concluderen, dat er globaal een veenpakket van tussen 2 en 4,5 meter dikte is afgegraven. Zie voor de beeldvorming de hoogtekaart Fochteloërveen in de notitie Natuurvisie 2009 - 2029 Fochteloërveen
p. 40

De Brunstingerplassen in het Fochtelooërveen
We rijden verder en komen in Friesland. Het bochtige pad leidt ons langs een prachtig waterlandschap, waaruit blijkt wat er met de aanwezige bomen gaat gebeuren in dit hoogveengebied. Door Van Aalst wordt dit de Brunstinger Plas genoemd en door Google Maps Bruustinger Plas. Beide benamingen zijn niet correct. Volgens de Encyclopedie van Drenthe gaat hier om de Brunstingerplassen. Dit in tegenstelling met de Brunstinger Plas, dat iets ten noordwesten van Beilen ligt en vernoemd is naar Brunsting, een esgehucht en het stroompje Brunstingerleek. Deze zijn allen weer vernoemd naar Brunt, als 'bij de lieden van de persoon Brunt (Bruntêt)' en komt al geschreven voor sinds 1475. Dat het om een veelgemaakte vergissing gaat, staat er dan ook expliciet bij.
Wanneer we het fiets- en wandelpad verlaten en de straat bereiken, waar ook weer de auto's mogen rijden, komen we langs een rustplaats met de benodigde bankjes, waar we gaan lunchen.
Door de bomen hebben we nog uitzicht over de Brunstingerplassen.
Na de lunch rijden we verder over een pad welk nog niet wordt getoond door GoogleMaps maar wel op de kaart van Van Aalst is getekend.
De berkenbomen langs de Vierde Opwiek (vierde opwijk) zijn -zoals we op de foto kunnen zien- al aan het afsterven omdat ze in het zurige water staan. In het nieuwe gedeelte - waaraan ruim zeven jaar is gewerkt - is een monument geplaatst met daarop een tekst van Willem Tjebbe Oostenbrink. Dit werd 4 oktober 2013 onthuld. Het in het Nederlands geschreven gedicht van Oostenbrink, die vaak in zijn eigen streektaal het Westerkertiers schrijft en dicht, werd in het hier gesproken streektaal het Stellingwarfs door Sietske Bloemhoff vertaald.
Een prachtig en intussen historisch overzicht van de werkzaamheden en snelle aanpassing van de natuur, geeft Judith Bouma-Litjens in haar fotorapportage Compagnonsveld.
Nu is een gedeelte van het terrein, het 'Kleine Veen', beschikbaar voor een kudde Schotse Hooglanders. De Hooglanders maakten met z'n allen gebruik van het aanwezige water met dit warme weer. Onderweg komen we de sporen van ze -in de zin van hun uitwerpselen- nog tegen van vanochtend. Deze liggen op het met betonplaten gecreëerde fietspad door het gebied.
Hierna rijden we een bosrijker gedeelte in en moeten even op trappers omdat we licht stijgen. Al gauw bereiken we het begin van de Eerste Wiek (Eerste Wijk). Dit zou enigszins het einde van de turfgraverij kunnen symboliseren, omdat de wijk hier stopt. Dit is wel een volledige andere wereld. Hier zien we de kaarsrecht creatie van de veenarbeiders. Nu te aanschouwen door fietsers, wandelaars en ... je kunt hier kanoën. Er zijn op enkele plaatsen voor de kano kluun-plaatsen aangelegd om de door het veen afgegraven ontstane hoogteverschil te kunnen overbruggen. Welke manier je ook kiest, sommige momenten zijn uiterst indrukwekkend. De lichtval, de grote bomen, het water met hoge wallen van het korte stukje van de Eerste Wiek (in paarse cirkel op de fietsroute) is wel magnifiek en nauwelijks met een fotocamera te vangen. Aan het einde van hiervan zit ook een kluunplaats voor de kano, vanwege het hoogteverschil in de verschillende wijken.
Het gebied en kanalen van de Opsterlandse Compagnie, verkend in 1923-1925.
bron: Grote Historische topografische Atlas Friesland
fietsroute ingetekend, klik op kaart.
Detail van het gebied en kanalen van de Opsterlandse Compagnie, verkend in 1923-1925.
Situatie rond Lycklamavaart en het einde van de Eerste Wiek.
bron: Grote Historische topografische Atlas Friesland
Deze hoogteverschillen suggereren eigenlijk dat er 'vroeger' dus waarschijnlijk sluizen gezeten hebben in deze wijken. Wanneer deze verdwenen zijn en waar ze gezeten hebben, blijft nu nog onduidelijk.


      Ravenswoud
Na een kort genietmomentje van dit alles, fietsen we weer langs de Eerste Wiek en over de Bokslootweg in Ravenswoud en verlaten het nieuwe natuurgebied. We rijden langs de B&B (oftewel Bed en Brochje) De Boksloot en komen bij de brug naar het dorp toe. Wij rijden echter gewoon rechtdoor en komen bij de volgende B&B
Tala Lodge, waar we een drankje nemen 'met wat lekkers'.


      Appelscha
Wij stappen na enige tijd weer op de fiets en rijden verder langs de Boksloot naar Willemstad en stuiten vervolgens op de brug over de Opsterlandse Compagnonsvaart in Appelscha (en door GoogleMaps foutief Oosterlandse Compagnonsvaart genoemd). Wij fietsen langs de vaart stroomopwaarts en doen moeite om iets te zien wat de moeite waard is om op de foto te zetten. We vinden er op één punt twee. De Augustinus State en het aansluitpunt van de Eerste Wiek op de Opsterlandse Compagnonsvaart. Dit is echter nauwelijks meer als zodanig te herkennen. Laat staan dat het nog te bevaren is. De Augustinus State is vernoemd naar Augustinus
Lyclama à Nijeholt. Samen met zijn neef Lubbert Lycklama à Nijeholt kochten ze venen in Appelscha en Fochteloo. Daarom lieten ze hun Lycklamavaart / Lycklamavaort graven. Dit is de vaart dat het natuurpark nu doorkruist en tussen de 'Kleine Veen' en Brunstingerplassen loopt.

Wanneer we de fietsroute bekijken op kaarten van zo'n 90 jaar geleden, vallen een aantal zaken op.

  • De fietsroute vanuit Drenthe door het veengebied bestond al. Ook het vanaf de Friese grens lopende kronkelweggetje lag daar al.
  • De afwatering van de Lycklamavaart verloopt niet via Eerste Wiek, wat eigenlijk in de verwachting zou liggen. Het loopt via de laatste wijk, de Elfde Wijk (zie gedraaide kaart wijkenkaart). Waarschijnlijk speelt de hoogteverschillen in het gebied en de watertoevoer hierin een rol.
  • Halverwege de Lycklamavaart zien we een plantsoen. De Eerste Wijk loopt duidelijk niet door. Dit zagen we ook tijdens de fietstocht. Wel loopt er een wandelpaadje naar toe.
  • De Derde Wijk loopt bijna door tot in het parkje. De Derde Wijk heeft verbinding met de Eerste Wijk middels de Eerste Verbindingswijk of Eerste Kruiswijk.
  • Waar is de Tweede Wijk? Deze loopt wel vanuit de Opsterlandse Compagnonsvaart het veen in, maar wordt al gauw doorsneden door een andere opstrek, vanuit een andere richting.
  • Vreemd hieraan is dat de Derde Wijk zich hierdoor laat wijken, maar de Eerste Wijk snijdt er dwars doorheen.
  • En juist op deze Eerste Wijk kijkt de Augustinus State uit met in de verte het plantsoen.
  • Vanwaar dit plantsoen op deze plek?
  • Is er nog een gebouw geplaatst?
  • Waarom zit er een vreemde bocht (dat zulke mooie beelden geeft) in de Eerste Wijk op de lijn van de Tweede Wijk, dat vervolgens wél uitkomt bij het plantsoen?
  • Zijn er planningsfouten gemaakt of moesten er plannen gewijzigd worden?

    Wij rijden nog iets verder de Opsterlandse Compagnonsvaart op en komen nog een sluisje tegen. In deze vaart, in het Fries Opsterlânske Kompanjonsfeart, liggen meerdere sluizen. Negen op precies te zijn. Vanaf de Drentse Hoofdvaart bij Smilde tot aan de Nieuwe Vaart bij Gorredijk zijn dit de Damsluis, Bovenstverlaat, Stokersverlaat, Fochteloërverlaat, Nanningaverlaat, Wijnjeterpverlaat, Hemrikerverlaat, Vosseburenverlaat en Sluis Gorredijk. Deze negen sluizen moeten het verval van 12 meter over 34 kilometer opvangen. Een aantal hiervan komen we deze reis nog tegen.
    Na dit sluisje verlaten we het kanaal en rijden de Boslaan in en vervolgens de Oosterse Es. Een heel andere wereld is dit. We zien over de landerijen een bos opdoemen. Bij de Boerenstreek aangekomen moeten van de fiets afstappen, want er is hier een massa mensen op de been: braderie en kermis, kortom een drukte van belang.
    Overmand door de plotselinge drukte lopen we even de VVV in en fietsen vervolgens via de parkeerplaatsen om de braderie heen.
    Hierdoor missen we de toegangswegen naar het bos, waar we onder andere de Boschberg van 26,6 meter missen. Ook lopen we de Sanatoriumweg mis, die ook naar het Friesch Volkssanatorium zou leiden. Dit zou later het Beatrixoord gaan heten. Dit was het sanatorium voor tuberculosepatiënten in Noord-Nederland. Alleen de röntgenafdeling is er nu nog en is sinds 2002 ingericht als enige tbc-museum ter wereld.
    Het logo van de stichting draagt ook iets herkenbaars (vanuit onze eerdere vakantie) in zich. Het ontwerp is van Gerlof Bontekoe (1900-1988) die in de jaren 1927-1938 burgemeester was van Sleen en van 1938-1965 van Ooststellingwerf. Tevens was hij heraldicus. Het echtpaar ligt begraven in Langedijke. Het huidige ontwerp en huisstijl van de Stichting is doorontwikkeld door BW H ontwerpers (BWH). Rechtsboven herkennen we een stukje logo van de familie Vegelin van Claerbergen. Verder zien we links de tuberculosebestrijding en daaronder worden de drie provincies (Friesland, Groningen en Drenthe) verbeeld, waar de stichting werkzaam is.
    Waarom staat de familie Vegelin van Claerbergen in dit logo? In 1910 schonk de familie de State Heremastate in Joure aan de vijf jaar eerder opgerichte 'Vereniging tot oprichting en exploitatie van een Friesch Volksanatorium’ om 'Het Friesch Volkssanatorium' in te huisvesten. Dit bleek echter een ongezonde omgeving voor tbc-patiënten, zodat ze in 1922 verhuisden naar de bossen bij Appelscha. In 1946 ging dit verder onder de naam Beatrixoord. De familie kreeg de State na 1922 weer in haar bezit.
    De kinderen van OBS De Riemsloot hebben over tbc en het sanatorium een infopagina gemaakt op Yurls.net dat zeer informatief is.

    Wij fietsen weer verder over de Wester Es. Bij de rotonde raken we enigszins verward, want we zien in de verte een tweemaster, waar we wel even willen kijken, maar ontdekken geen logische weg naar het water op de kaart. (Dit blijkt achteraf te kloppen, want het gaat om een piratenschip van attractiepark Duinen Zathe in Appelscha.)
    Aangezien de tijd ook steeds verder vordert en we eigenlijk alleen maar verder van huis raken, besluiten we nu maar even door te fietsen en niet bij alles stil te gaan staan. We fietsen verder over het fietspad langs de Wester Es. Hierdoor zitten we aan de verkeerde kant van de weg en rijden we vlak voordat we de N381 oversteken bij het buurtschap Aekinga het kerkje met klokkenstoel voorbij (monument nr. 31716 en klokkenstoel (Oud) Appelscha).
    We vervolgen de weg Terwisscha en rijden naar het buurtschap Langedijke. Ook hier rijden we langs de klokkenstoel. Dit maken we later weer goed en het is maar goed dat we dit niet op de fiets zijn gaan zoeken!


          Oosterwolde
    Na het buurtschap Boekhorst volgt wederom een oversteek over de N381, bij het kruispunt waar de N351 en N919 samenkomen. Wij rijden Oosterwolde binnen langs de N919 over het industrieterrein. De naam Venekoten en Veengang van het eerste gedeelte dat we tegenkomen suggereert het een en ander, wat we vanaf de weg niet kunnen waarnemen. Van
    bovenaf heeft de architect inderdaad z'n best gedaan.
    We rijden het hele stuk alleen maar door industrieterrein en komen weer uit bij de Opsterlandse Compagnonsvaart.
    Die steken we over en rijden al zigzaggend -op gevoel- door een jaren 60-70 wijk tot we 't Oost bereiken, waar we over een fietspad verder kunnen gaan, het dal van het Grootdiep in. Dit dal is op sommige plekken waar te nemen. Dit Grootdiep ontvangt via slootjes, de wieken van weleer, water tot uit het gebied van het natuurgebied (het daar afgedamde water uiteraard niet). Samen met de Kuunder (Stellingwerfs en officiële naam) of Boven Tjonger gaat het bij Oosterwolde met een duiker onder Opsterlandse Compagnonsvaart door en vormt daarna het gekanaliseerde Kuunder of Tjonger.
    Rijdend langs de N919 komen we door de buurtschappen Weper, de Knolle, Weperpolder en Zuilen waarna we de Fries-Drentse grens met grenspalen weer overschrijden.

    (bron: Wikipedia Uilenbord, Hectare, Veen (grondsoort), Opsterlandse Compagnonsvaart, Stokersverlaat, Bovenstverlaat, Gerlof Bontekoe, Herema State, Tjonger; Uileborden; Encyclopedie van Drenthe / M.A.W. Gerding (hoofdredactie); kaart Fochteloërveen / Jan-Willem van Aalst; Monement onthuld in et Fochtelervene; Bizundere mirreg ien Stellingwarf / Willem Tjebbe Oostenbrink; Natuurvisie 2009 - 2029 Fochteloërveen; Appelscha - Appelsche / Klaas Dijkstra; Fotogalerij [van Historische Vereniging Appelscha e.o.]; Grote Historische topografische Atlas Friesland; Stichting Beatrixoord Noord-Nederland)


          Veenhuizen
    We slaan hier rechtsaf en rijden verder over het grenspad dat stellig Drentseweg heet, om duidelijk te maken dat de weg in Drenthe ligt (al liggen een aantal woningen aan deze straat in Friesland).

    Afwatering in de bossen langs het Veenhuizerkanaal.
    Wij rijden deze doodlopende weg voor auto's in tot we de eerste afslag naar links tegenkomen. Hier slaan we af en rijden zo weer het bos in. Hier worden we nog een keer door klaterend water geattendeerd op de eerste verzamelpunten van wat vele tientallen kilometers verderop machtige stromen worden. Al het groots begint klein.

    Nadat we de bossen zijn uitgereden komen we precies uit bij het bruggetje over het kanaal en rijden meteen de Generaal van de Boschweg op richting het Gevangenismuseum. Hier volgen we de Oude Gracht, waarbij we de waterwoeler nu niet tegenkomen. We rijden de Hospitaallaan op en stappen af bij het voormalige Hospitaal. De gebouwen "Bitter en Zoet" (478450) en "Toewijding" (478449) maken nu deel uit van Hotel - restaurant - zalen "Bitter en Zoet". Hier gaan we vandaag dineren. Uiteraard weer buiten, want het is nog steeds prachtig weer. Het bijzondere aan dit restaurant is dat -net als in vroegere tijden- men probeert zelfvoorzienend te zijn. De eigen biologische en te bezichtigen moestuin en boomgaard zijn hiervoor bij het hotel aanwezig. In de boomgaard staan 14 fruitbomen, waaronder oude rassen appels, peren, pruimen, kweepeer, mispel en een walnotenboom.
    Terwijl we op het terras zitten, krijgen we bezoek van een volwassen Fringilla coelebs mannetje oftewel een vink, die duidelijk wel wat gewend is.



  • Ochtendgloren

    Veenhuizerkanaal (richting westen)

    Veenhuizerkanaal (richting oosten)

    het pad door het Fochtelooërveen

    Boerderij met knobbelzwaan-uilenbord

    Fochtelooërveen is zo fotogeniek, dat het uitnodigde tot drie omslagen voor notitieboekjes.

    het algemene terras van B&B Tala Lodge

    Stokersverlaat heeft een verval van 1,98 meter, Opsterlandse Compagnonsvaart (opwaarts) Appelscha

    Opsterlandse Compagnonsvaart (afwaarts) Appelscha

    Augustinus State Appelscha

    aansluitpunt van de Eerste Wiek op Opsterlandse Compagnonsvaart Appelscha

    Sluis Bovenstverlaat met een verval van 1,26 meter, met fietsbrug over de Opsterlandse Compagnonsvaart in Appelscha

    Braderie Boerenstreek in Appelscha

    Opsterlandse Compagnonsvaart (opwaarts) Oosterwolde
    richting Appelscha

    Opsterlandse Compagnonsvaart (afwaarts) Oosterwolde

    Opsterlandse Compagnonsvaart (afwaarts) Oosterwolde
    ingezoomd

    Grootdiep (opwaarts) bij Oosterwolde (N919)

    Grootdiep (afwaarts) bij Oosterwolde (N919)

    bij het restaurant "Bitter en Zoet" in Veenhuizen.

    bij het restaurant "Bitter en Zoet" in Veenhuizen.





    Dag 4: Riviertjes - klokkenstoelen - Oosterwolde - Wolvega

    kaart 4

    Nadat de ochtend rustig was verlopen met koffie en lezen, maakten we ons op voor een autotripje. Ons lichaam was het fietstochtje van gisteren namelijk nog niet vergeten. Daarnaast willen we ook wat meer terrein verkennen, want we zitten al op dag 4 en zoveel hebben we nog niet gezien.


          Haule
    Vanuit ons huisje reden we naar Friesland. Nu niet de N919/N380, maar een takje hoger op de kaart via Rolpaal. In Haule aangekomen moest natuurlijk het kerkje (B) op de foto, ook is het nog maar 150 jaar oud. Het heeft wel een mooi 3D paard en haan met poten op de toren en dak staan.
    (bron: Wikipedia
    Lijst van gemeentelijke monumenten in Ooststellingwerf: Haule)


          Jardinga
    Daarna reden we richting Jardinga. Bij de Kuunder (C) of Boven Tjonger werd ook even gestopt op foto's te maken van weerszijden.

    De Kuunder (stroomafwaarts), nabij het punt waar het met het Grootdiep samengaat. Rondom Jardinga vanaf het kruispunt Prandinga en Jardinga.
    Nadat we door Jardinga waren gereden kwamen we nogmaals de Kuunder (D) tegen. En ook hier ging het nog een keer op de foto.


          Donkerbroek
    Bij bestudering van kaart 149 in het Grote Historische topografische Atlas Friesland [GHtAF] zagen we aan de andere kant van (de hier genoemde) Boven Tjonger 't Klooster staan. Dus was het logisch dat we eerst even naar Donkerbroek reden, voordat we verder gingen met riviertjes fotograferen. Bij Donkerbroek gekomen reden we de verkeerde kant op en kwamen zodoende uit bij de Gereformeerde Kerk (E) welke gesticht is in 1912 (volgens de ingemetselde steen). Bij deze kerk valt op dat er wel werk is gemaakt van de vormgeving. Ook de glas-en-lood-ramen zien er fraai uit.
    We maken rechtsomkeert en rijden naar een parkeerplaatsje (F) naast een boskaveltje aan de Kloosterweg. Er stonden nergens bordjes of andere aanwijzingen van een klooster. Gelukkig was er net iemand rondom het huis bezig en vroegen hem of hij iets van een klooster wist. Nou, nee hij was niet van hier, maar de bewoners wel. En dus werden de bewoners erbij betrokken. Maar ook zij wisten van niets. Maar mogelijk was er ooit een klooster op de plaats waar nu een woning staat, in de hoek van deze weg en Herenweg. Dit roept dus meer vragen op.
    Dus even een korte duik in de geschiedenis van Donkerbroek. Dongbroec, Dumbraech, Dunckbrueck of Dumbraech, zoals het in 1408 voor het eerst geschreven werd. Later nog als Dumbroeck (1500), Dombroeck (1561). Vermoedelijk betekent het zoiets als "hoogte in moerassig land". Het kan ook nog duiden op een familienaam Donker of Dunker, dan dus als "moerasland van Dunker". Mogelijk behoorde het ook tot een van de 12 Drentse kerspelen, die zich in 1328 aansloten bij de Friezen van Stellingwerf. De Kloosterweg heeft zijn naam te danken aan de "Kloosterplaats". Of dit een religieuze instelling was of een verzamelplaats is niet duidelijk. Op de kaart van 1718 van de Schotanusatlas staat de naam niet geschreven. Op de kaart van 1864 komt het echter wel voor. Maar de plek bestond wel degelijk al voor 1718. In 1640 kwam het Kloosterplaetse net als Ruskeplaets al voor. Waarschijnlijk gaat het om kloostergrond en niet over een specifiek kloostergebouw. Bekend is immers dat het klooster Mariëngaarde ook in deze omgeving graslanden had. En dan zou het dus gaan om een verzamelplek, waar ze mogelijk bijvoorbeeld gezamenlijk eten of schuilen. Misschien was er toen zelfs een vuurhaard (om te koken).
    We blijven dus hangen in mogelijkheden. Zekerheden zijn er in geschiedenisverhalen zelden. Maar nu hebben wel een beetje een beeld in welke richting we kunnen denken.
    Wij gaan weer terug naar het heden en rijden dezelfde weg terug naar Prandinga waar we het Grootdiep (G) tegenkomen, die natuurlijk wederom op de foto gaat. We zitten hier kennelijk al een stuk lager dan het hoogveengebied van gisteren. Het peil in het Grootdiep is hier 280 N.A.P.
    (bron: Grote Historische topografische Atlas Friesland [GHtAF];
    Heemkunde: Donkerbroek; Topographische en Militaire Kaart, 1864)


    De brug over de Opsterlandse Compagnonsvaart in Oosterwolde is open en zakt nu langzaam naar beneden.
          Oosterwolde
    Wanneer deze weg verder uitrijden komen we uiteindelijk uit op 't Oost in Oosterwolde. We volgen de route naar het centrum. We moeten even geduld hebben, want er zijn enkele boten die de turfroute varen en wij staan dus stil voor een open brug over de Opsterlandse Compagnonsvaart. Grappig genoeg weet GoogleMaps hier wel hoe je dat schrijft.
    Nadat de brug weer naar beneden is, rijden we verder en parkeren we de auto op het Stipeplein (H). Tijd voor een hapje en een drankje. We komen echter op een verkeerd moment, want de meeste winkel houden zelf ook een pauze. Gelukkig is de cafetaria (ook hier intussen onder Chinees beheer) op de Molenweg wel open en gaan we op het smal terrasje in de zon zitten, waar we uitzicht hebben over de hele Opsterlandse Compagnonsvaart.

    Oosterwolde.
    Opsterlandse Compagnonsvaart. Het wapen van Ooststellingwerf. De "meanderende" winkelstraat Stationsstraat.
    Na de lunch lopen we naar het voetgangersbruggetje in de Brinkstraat en gaan naar de Quadoelenweg waaraan de Openbare Bibliotheek te vinden is. Hier hebben we even gesnuffeld. Op de eerste verdieping is een speciale afdeling met lokale geschiedenis- en taal onderwerpen. In de vitrinekast ligt het volgende boek geëtaleerd: De vrije natie der Stellingwerven / T.H. Oosterwijk. - Utjeften fan de Fryske Akademy, nr. 12. - Assen : van Gorcum, 1952. Dat lijkt me wel een boeiende titel!
    Aan de overkant van de Bibliotheek is weer een voetgangersbrug en zo komen we op de Nanningaweg. We lopen de winkelstraat in en zien dat het wegdek is bestraat met een meanderend wegdek. Aan bijna het einde van de straat komen we een
    Bruna tegen en daar mogen we natuurlijk even naar binnen. Het blijkt een goed gesorteerde boekhandel te zijn, met kennelijk een gepassioneerde boekhandelaar, die graag ook bijzondere titels in zijn zaak op voorraad wil hebben. En dat zien wij natuurlijk graag. Wij gaan grasduinen en komen met een hoop leuke titels de winkel uit:

    Aangezien we aan het einde van de winkelstraat zijn, lopen we via Stipeplein weer terug naar de auto.
    Gekapte gedenkstenen in Dorpskerk (I) in Oosterwolde
    We rijden dezelfde weg terug tot we bij de Brink de Dorpskerk (I en 31738) zien. Hier gaan we natuurlijk ook even kijken. Er staat een dubbele klokkenstoel bij. Ander zichtbare geschiedenis zien we boven de deur van de kerk. In de ingemetselde gedenkstenen zijn de adellijke titels en familielogo's weggekapt. Dit zal tijdens de Bataafsche Republiek en Franse periode gebeurd zijn. Deze kerk is een vervanging van een middeleeuwse en werd in opdracht van Daniël de Blocq-Lycklama à Nijeholt in 1735 gebouwd.
    Dit is niet de eerste maal dat we nog een herinnering aan de Bataafsche Republiek zo tastbaar zien. Wel fijn dat het niet gerepareerd of in z'n geheel vervangen of verwijderd is, zodat ook deze sporen uit het verleden zichtbaar blijven.
    In een poging het dorp uit te rijden komen, rijden we het weggetje naar de kerk terug en slaan we linksaf, zodat we 't Oost oprijden. Bij Huize 'De Balhof' (J en 514119), dat we ons nog herinneren van de fietstocht van gisteren, krijgen we in de gaten, dat we richting huis rijden.
    Huize 'De Balhof' is trouwens gebouwd in 1938 naar ontwerp van A. Baart sr. in opdracht van G.A. Bontekoe die in dat jaar burgermeester was geworden in Ooststellingwerf. En Bontekoe waren we op Dag 3 ook al tegengekomen. Dus hier woonde hij als burgermeester.
    Wij keren de auto en rijden terug naar de brug om aan de andere kant van het kanaal het dorp uit te rijden. We rijden langs het kanaal over de Houtwal en slaan vervolgens de Moskampweg in. Bij het naderen van de 13 Aprilstraat worden we getriggerd door een bok en een stukje rails (K) dat op het grasveld op het Tramspleinje ligt. We parkeren de auto even op een parkeerplaats en zien dat we ons intussen weer bijna aan het einde van de winkelstraat begeven. Dit monument is in 2011 opgericht ter herinnering aan het tramspoor dat hier vroeger liep. Ook de parallel aan de 13 Aprilstraat gelegen Trambaan herinnert hier nog aan.
    Wij gaan verder en rijden de straat in dat in het verlengde ligt van de winkelstraat, de Snellingerdijk en hebben het gevoel dat we nu de goede kant uitrijden. Plotseling krijgen we het idee dat we een ziekenhuisterrein op gaan rijden en slaan rechtsaf om dit te vermijden. Zodoende blijven we ook op de Snellingerdijk rijden. Maar al snel krijgen we het bij ons bekende woonwijk-verdwaalgevoel. En dus een zijweg ingeslagen om te kunnen keren.
    Maar wat zien we nu?
    Een raar vormgegeven wegdek met allemaal gekleurde bolvormige verhogingen. Voor een drempel-zone is dit wel erg lang en breed, want de weg is ook opeens erg breed geworden. We zetten de auto aan de kant, want we ontdekken een informatiebord. Het blijkt dat we ons begeven op het kringgreppelurnenveld. Het rapport "Bestemmingsplan ‘Grote kernen’ gemeente Ooststellingwerf - Een Archeologisch Bureauonderzoek" schrijft hierover het volgende op pagina 4: "In de omgeving van de Snellingerdijk hebben in 1924/1925 en 1971 archeologische onderzoeken plaatsgevonden, waarbij sporen en vondstmateriaal uit het late paleolithicum tot en met de ijzertijd is aangetroffen. Het betreft de opgraving van een kringgreppelurnenveld uit de late bronstijd – vroege ijzertijd (1100-500 v. Chr.) door Van Giffen in 1924/1925, waar in 1971 nog een tweede opgraving heeft plaatsgevonden. Tijdens dit laatste onderzoek is ook ouder vondstmateriaal aangetroffen, namelijk vuurstenen werktuigen van de Hamburgcultuur uit het late paleolithicum, houtskoolfragmenten uit de steentijd, menselijke crematieresten, kringgreppels en andere sporen behorend bij het urnenveld uit de late bronstijd en karrensporen uit de prehistorie of mogelijk later."
    Wat Van Giffen er zelf over schreef in 1929 kunnen we lezen in Grafheuvels in Oosterwolde : Opgravingen in 1928. Er is nu uiteraard niets meer van te zien, maar met deze wetenschap is het soms niet zo erg om niet juiste weg te kunnen vinden.
    We keren de wagen en rijden terug naar het 'ziekenhuispunt' om dan toch maar deze weg op te rijden. En nog geen paar honderd meter later, zaten we op de N919, waar we gisteren langs waren gefietst.


          Langedijke
    Wij rijden nu de tegengestelde weg en rijden naar het bordje klokkenstoel bij Langedijke. In het bosje waar we dachten dat het zou zitten zat het niet en dus rijden we door en komen we uit op de Klokhuisdijk. Op de hoek zien we het beeld "De Melker" van Suze Boschma-Berkhout (Indramayu, 31 mei 1922 – Alphen aan den Rijn, 2 juli 1997) staan. Haar bekendste beeld is waarschijnlijk dat van Bartje (1954) of Mata Hari (1976).
    Of we hier linksaf moeten of rechtsaf, is niet duidelijk. We gokken linksaf, maar nadat de weg opeens 'De Bult' gaat heten, weten we dat dit niet de goede keuze is. We keren weer en rijden terug de andere kant op, richting de N351. Na de Steenmaatsdijk hebben we nog geen klokkenstoel gezien. Maar dan zien we door de bosjes en een beetje verscholen tussen een aantal bomen de klokkenstoel (M, monument nr.
    31723 en klokkenstoel Langedijke). Volgens het bordje bij de ingang zou dit de oudste klok van Noord-Europa zijn. Het is namelijk in 1300 gegoten.
    Dit is tevens de begraafplaats van G.A. Bontekoe, de burgermeester van Ooststellingwerf.
    (bron: Wikipedia Dorpskerk (Oosterwolde), Suze Boschma-Berkhout; Bestemmingsplan ‘Grote kernen’ gemeente Ooststellingwerf)


          Aekingerzand
    Nogmaals rijden we deze weg in tegengestelde richting, dus weer richting 'De Bult' en komen uit bij de Kloosterweg waar we linksaf gaan. Hierna slaan we de weg rechtsaf naar Canada, waar we de auto parkeren op een parkeerplaats tussen de bossen (N). We lopen het bos in en komen uit bij het Nationaal Park 'Drents-Friese Wold' -
    Levend stuifzand, ook wel Het Aekingerzand of de Kale Duinen genoemd.
    Wanneer je vanaf hier het juiste bospad neemt, loop je binnen 't uur naar die andere zandvlakte in dit natuurgebied: de Bosberg bij Appelscha.
    Notitieboekje

    Deze 'Kale Duinen' zijn een prachtig vergezicht, ideaal om te gebruiken als omslag voor een notitieboekje.
    (zie verder: notitieboekjes)
    Terug kan natuurlijk middels de vele andere paden. Zo kom je misschien langs 't Grote Veen, Meeuwenpoel, Adderveen of Ganzenpoel. Ook het aan de Vledder Aa teruggegeven gebied is mogelijk een optie. Al ligt dit wel ver uit de route. Wij beperken ons tot het adembenemende aanzicht van deze duinen met schapen en keren na twintig minuten weer terug naar de wagen om even later iets te gaan drinken (O).


          Elsloo
    Na het drankje gedronken te hebben, rijden uit nostalgische overwegingen even langs Zorgvlied en belanden daarmee weer even in Drenthe. Dit duurt echter maar kort, want een minuut later rijden we alweer over de Hoofdweg naar Elsloo. Hier nemen we het kerkje (
    514113) uit 1913 en dubbele klokkenstoel (P, 31720 en klokkenstoel Elsloo), met onder andere een veertiende-eeuwse klok, natuurlijk wel even mee. Opvallend is ook de windvaan op de toren. Deze heeft een haan mét poten. Nu hadden we vorig jaar ook een haan gezien met poten. Het bijzondere hierbij was dat die haan óp z'n poten staat en daardoor uniek is. Dat klopt dan nog steeds, want deze haan met poten heeft de pin de buik en zodoende staat deze niet op z'n poten.


          Tronde
    Even verderop, wanneer we door het buurtschap Tronde rijden, om precies te zijn bij
    B&B De Pauw Elsloo (Q), staan we alweer aan de kant van de weg. In een flits zagen we een bord met daarop "Linde" geschreven. De suggestie van dit bord is om aan te geven dat het riviertje De Linde (of De Lende) hier zijn oorsprong heeft. De Linde loopt tot aan Kuinre en behoort bij de Friese Waterlinie (zie boektitel van het vandaag gekochte boek). De Lindelinie speelt in het rampjaar 1672 dan ook een rol.
    (bron: Wikipedia Linde (rivier))

    kaart 4-2


          Tjongervallei
    Na de ontdekking van het begin van de Linde rijden we door naar het dal van die andere rivier, dat deel uitmaakte van dezelfde verdedingslinie, de Tjongervallei, waar het vervolg van De Kuunder door stroomt.
    Dit stuk hoort ook bij de Turfroute. De Kuunder is hier strak gekanaliseerd en sluit onder de N381 middels een sluis aan op Opsterlandse Compagnonsvaart, terwijl het meanderende riviertje De Kuunder middels een duiker onder Opsterlandse Compagnonsvaart doorloopt.
    We rijden een stukje door, om vervolgens stroomafwaarts door het Tjongerdal langs De Kuunder te rijden. Het Tjongerdal begeeft zich mooi in het midden van de N380 en N351. Wij volgen de weg met de toepasselijke naam Tjongervallei en rijden door tot waar we de Sluis I tegenkomen, waar we een kijkje nemen. Het ziet er prachtig uit. Wanneer we naar de auto teruglopen zien we een informatiebord. Hierop staan de nodige hoogtepunten in de wandelomgeving. Het blijkt dat we, voordat we de N353 overstaken, ter rechterzijde een voormalige schans over het hoofd hebben gezien. En verder zijn er nog enkele kerken, klokkenstoelen en andere monumenten te zien. We hebben slechts één probleem en dat is de tijd.
    We rijden in ieder geval even naar de schans terug en daarna zien we wel weer. Dat deze schans zeer waarschijnlijk een bijzondere rol heeft gespeeld in de loop van Spaans-Staatse strijd en daarop volgende geschiedenis, wisten we toen nog niet .
    Bij de schans aangekomen zien we een pad het bos in lopen en dat volgen we dan maar even. Na een paar minuten komen we in open ruimte tussen de bomen. Hier groeit en bloeit ook de heide. Mogelijk dient deze open plaats ervoor om de voormalige schans uit te beelden en het paadje, waarover we lopen, de wal. Aan de overkant van deze open plaats verdwijnen we weer het bos in en het pad leidt ons rechtsom langs een verhoogde aarden wal, althans zo ervaren we dat. Uiteindelijk komen we het bosje weer uit aan het einde van dit perceel en kunnen we nog een stukje over de weg teruglopen naar de auto.


          Katlijk
    We vervolgen opnieuw de ingezette route over de Tjongervallei en zetten koers richting Katlijk (D), waar een oude kerk staat. Katlijk of Katlyk en in het Fries Ketlik, zou volgens het Friese deel van de Tegenwoordige Staat der Vereenigde Nederlanden, niet afkomstig zijn van de Hesfen of oude Katten (sic!), wij schrijven het tegenwoordig als Hessen en Chatten (in het Latijn Chatti of Catti), maar -zoals wij ons lieten ontvallen "'t lijkt wel Katholiek, als je het snel uitspreekt." - Catholica.
    Waarschijnlijk stamt het echter af van twee woorden: 'kat' vanwege de arme grond en 'leek' omdat er vanuit de Tjonger door het gebied een leek stroomde.
    Bij het lezen dit zinnetje zijn we nog niet veel wijzer geworden. Wanneer we de twee woorden 'kat' en 'leek' in het woordenboek opzoeken - dit op het internet zoeken lijkt mij niet succesvol - levert bij 'kat' betekenis 14: verheven deel van de bodem in hoogveen, bult, belt, kop en 'leek' III: (als eigennaam van wateren) beekje, laak. En nu we toch bezig zijn: 'laak' I: 1e betekenis beek, wetering, 2e betekenis: pol, drasland; 3e betekenis: grensscheiding.
    We komen dan uit op de gebruikelijke betekenissen van dit soort veendorpjes, een verhoging in het veengebied of drasland. Of kop of kopjes waar stroompjes of beekjes vandaan komen.

    Een uitgebreid en zorgvuldig geschreven verhaal van het Plaatselijk Belang Katlijk, verteld over de Thomastsjerke, dat het rond 1550 is gebouwd als Katholieke kerk en na 1580 overgedragen moest worden aan de Reformatie, aldus verordonneerd door de Staten van Friesland. Over de klokkenstoel -nog net rechts op de foto te zien- wordt verteld dat het eerst op het kerkhof had gestaan, zoals ze normaal gesproken allemaal staan. Deze is echter verplaatst vanwege het ongepaste vrolijkheid tijdens het traditionele Sint Thomasluiden. Jaarlijks vindt deze traditie plaats in periode tussen 21 en 31 december. 21 december is de geboortedag van Thomas Becket (Londen, 21 december 1118 (ongeveer) – Canterbury, 29 december 1170), een aartsbisschop van Canterbury, was een Engelse katholieke geestelijke van Normandische afkomst. De traditie bestaat uit het tussen 7.00 - 22.00 mogen luiden van de klokken. Iedereen mag een ruk aan de luidklokken geven om de geesten, die de dagen korter maken, te verjagen.
    Tegenwoordig worden er zelf wedstrijden gehouden. Welk tweetal kan het best de vierkante slag luiden. De kleine klok komt daarbij in harmonie tussen de slagen van de grote klok. De kleine klok moet een kwartslag na de grote klok komen.
    Ook in het naburige Oudehorne wordt dit volksgebruik nog in ere gehouden. (bron: Wikipedia Katlijk, Sint-Thomasluiden, Thomas Becket, Chatten (volk); St Thomasluiden, Thomastsjerke Ketlik; Tegenwoordige Staat der Vereenigde Nederlanden, Volume 15, 1788, p. 527; Van Dale Groot Woordenboek der Nederlandse Taal, Tweede deel J-R, elfde herziene druk p. 1299, 1508, 1540)


          Wolvega
    Na deze unieke folklore vertrekken we richting eten. De keus was gevallen op Wolvega en daar rijden we - tegen onze gewoonte - naar toe over een stukje snelweg. Na de A32 en een ministukje N351 - omdat deze verder om Wolvega gaat en wij er juist in willen - komen we op de Lycklamaweg. Nadat we over het spoor zijn gereden, komen we op de Hoofdstraat Oost. Eerst rijden we door nieuwbouw winkelgebied (éénrichtingsverkeer), maar al gauw komt er oudbouw. Op het kruispunt met de Heerenveenseweg en Steenwijkerweg worden we gedwongen de Steenwijkerweg in te slaan.
    Aan de kant van de Heerenveenseweg zagen we restaurants en terrassen. We parkeren de wagen 30 meter de Steenwijkweg in en lopen terug. Ons eerste aanblik ziet er goed uit. We lopen recht op het restaurant ‘t Lagerhuis af en bekijken kort het menu. Keuze genoeg en dus gaan we lekker in het zonnetje op het terras zitten. We concluderen dat we heel veel hebben gezien vandaag en genieten van ons drankje. We bestellen en zijn benieuwd hoe het eten zal smaken uit deze mediterraanse keuken. We kunnen het ook niet helemaal thuisbrengen en bedenken dat we eindelijk ergens zijn dat niet in hokje geplaatst kan worden. Daar moeten we naar toe.
    Het eten smaakte prima. Tijdens het afrekenen, nieuwsgierig gevraagd hoe de vork in de steel zit. Tijdens dit gesprekje bleek ook dat het plein nog maar kortgeleden zo gecreëerd was. Ook de wegafsluiting is nieuw, zodat er een groter plein ontstaat. En tevens is de routing van de winkelstraten veranderd. Van beide zijden rijdt men nu op het kruispunt af om dezelfde weg te volgen die wij gereden hebben. In beide winkelstraten is er nog voldoende parkeergelegenheid.
    We verlaten voldaan Wolvega, waar we zeker nog een keer naar terug moeten om het te bekijken en de rijke geschiedenis te ervaren.
    Bij het verlaten van Wolvega nog even vanaf het spoor de katholieke Sint-Franciscuskerk uit 1939 dat deel uitmaakt van de HH. Petrus en Paulusparochie op de foto gezet.
    35 kilometer en evenzoveel minuten later waren we via de N351 (langs de Linde) en N919 weer in Veenhuizen.



    HK 1854, Haule (B)

    Kuunder (opwaarts) rondom Jardinga (C)

    Kuunder (afwaarts) rondom Jardinga (C)

    Kuunder (opwaarts) rondom Jardinga (D)

    Kuunder (afwaarts) rondom Jardinga (D)

    GK 1912, Donkerbroek (E)

    Grootdiep (opwaarts) rondom Jardinga (G)

    Grootdiep (afwaarts) rondom Jardinga (G)

    Opsterlandse Compagnonsvaart (opwaarts) in Oosterwolde

    Opsterlandse Compagnonsvaart (afwaarts) in Oosterwolde

    Dorpskerk (I) in Oosterwolde

    Stationsgebouw (K) in Oosterwolde

    Bok en een stukje rails (K) in Oosterwolde

    "De Melker" van Suze Boschma-Berkhout, Langedijke

    Klokkenstoel, Langedijke (M)

    Hervormde Gemeente, Elsloo (P)

    Klokkenstoel, Elsloo (P)

    Kuunder (opwaarts) bij Twijtel (R - kaart 4; A - kaart 4-2)

    Kuunder (afwaarts) bij Twijtel (R - kaart 4; A - kaart 4-2)

    Kuunder (opwaarts) bij Twijtel (B)

    Kuunder (afwaarts) bij Twijtel (B)

    Verdwenen Schans (C)
    Tolbrugschans

    Verdwenen Schans (C)
    Tolbrugschans

    Eten bij restaurant ‘t Lagerhuis, Wolvega

    HH. Petrus en Paulusparochie, Wolvega





    Dag 5: Dijken, Pingo's en Heide / Hemrik, Gorredijk, Beetsterzwaag en Drachten

    kaart 5

    Vanochtend waren we er iets sneller klaar voor en we waren dan ook al om tien uur op pad. Op de kaart uit het Grote Historische topografische Atlas Friesland [GHtAF] p. 149 Donkerbroek (1923) vonden we een weg dat wel de moeite waard leek om langs te rijden en vandaar zouden we wel weer verder zien. Onze ANWB-wegenatlas doet goed dienst als leidraad, want alle reeds gereden wegen staan er kleurig ingetekend. Waar we dus niet hebben gereden valt in een oogopslag te zien.


          Schansdijk
    Ons eerste doel is het bereiken van de Schansdijk. We bereiken dit door weer over Rolpaal en Haule te rijden, vervolgens rechtsaf richting Waskemeer. In 1923 heette Waskemeer volgens [GHtAF] nog Beneden Haulerwijk. Al gauw hebben we het idee, dat we net een zijweg voorbij gereden zijn, wat op het eerste gezicht op een soort uitrit lijkt. Maar na bestudering van de kaart zit na de genomen flauwe S-bocht inderdaad de Schansdijk. Dus rijden we deze Schansdijk langzaam op. Op zoek naar de Galgenberg van 8,4m hoogte. Maar we zien geen berg van dik 8 meter, laat staan galgen.

    Zijriviertje van de Tjonger en plek waar de Schans ooit lag.
    Vanaf de Schansdijk.
    Wel zien we opeens een verhoging in het straatdek, dat bestraat is met 2 kleuren klinkers. Wanneer we op de juiste wijze hier tegenaan kijken zien we toch nog een galg. Het weiland hiertegenover is plat, maar hier zou het volgens een bijbehorend informatiebord gestaan hebben: "De Schansdijk is een historische route door de veenmoerassen, die onder meer door de bisschop van Munster (Bommen Berend) werd gebruikt in 1672 om de noordelijke Nederlanden aan te vallen.
    In een archeologische opgraving zijn bij de Schansdijk restanten gevonden van een prehistorische nederzetting.
    Vroeger stond hier een galg waar mensen werden opgehangen."


    Het landschap (C) is moerasgebied waar het op de heetste dag van de zomer nog 1 voet water staat.
    Op de Schansdijk staan de letters A, B en D ingetekend:
    B is de weg maar Duerswolde
    D is de Batterye en Cordeguarde
    A is de weg naar Donckerbroeck
    Even verderop komen we een zijriviertje van de Tjonger tegen. Ook hiervoor is een verhoging met tweekleuring baksteen in het wegdek gemaakt, met bijbehorend informatiebordje. Dit geldt eveneens voor de plek waar ooit de Schans stond. Op de Fietskaart Friese Waterlinie - Ontdek de Friese Waterline staat deze gemarkeerd onder 8. Ook wordt de naam van deze schans bekend gemaakt, Breebergschans. In het klein staat deze schans afgedrukt op de achterzijde van de fietskaart. Ernaast de plaats in het landschap. In het gisteren gekochte boek De Friese Waterlinie van Meindert Schroor staat op p. 40 dezelfde afbeelding met bron: Tooneel des oorlogs. Dit is een boek geschreven door Lambert van den Bosch en hierin staat tussen de pagina's
    242 en 243 in 'Het Darde deel' inderdaad deze schans afgebeeld, samen met nog andere schansen.
    (bron: Wikipedia Lijst van gemeentelijke monumenten in Ooststellingwerf: Haule; De Friese Waterlinie : Toneel des oorlogs rond Lende en Kuunder / Meindert Schroor; Tooneel des oorlogs, opgerecht in de Vereenigde Nederlanden door de wapenen van de koningen van Vrankryk en Engeland, Keulsche en Munstersche bisschoppen : tegen de Staten der Vereenigde Nederlanden, en hare geallieerden : nevens de aanmerkwaardigste saken door de geheele werelt, en voornamelijk in Europa voorgevallen, zedert het jaar 1669 alwaar de Historie van L. van Aitzma eyndigt, tot den tegenwoordigen tijt / Lambert van den Bosch. - t' Amsterdam : by Jacob van Meurs en Johannes van Someren, 1675)


          Duurswouderheide
    We rijden verder richting de Leidijk, die we oversteken en rijden verder over De Biskop. Ter linkerzijde bevindt zich de Duurswouderheide met ongeveer 150 hectare heidegebied. Hierin liggen een aantal 'Pingo-ruïnes'. Een Pingo-ruïne is een van oorsprong rond meertje of dobbe, ontstaan in de IJstijd, toen de bodem hier permanent bevroren was. Dit zorgde her en der voor een ijslens dat van beneden af aangroeide door grondwater dat onder deze bevroren aardlaag 'stroomde'. Hierdoor ontstaat er een heuveltje van een aardlaag met daaronder de bevroren ijsmassa (hydrostatische druk). Door het steeds groter worden van deze ijslens glijdt de aarde uiteindelijk ervan af en er ontstaat een cirkelvormig dijkje. Tijdens het terugtreden van de IJstijd smelt de ijslens en stort het heuveltje in. Wat overblijft is een rond meertje.
    Wanneer we de kaart bestuderen, zullen we in deze omgeving er tientallen kunnen aanwijzen.
    Intussen rijden wij al om het Venbos over het Duerswâld en zien daar een oud kerkje opdoemen. Hier rijden we naar toe.
    (bron: Wikipedia
    Duurswouderheide, Pingo; Sporen uit de IJstijd; Sporen uit de IJstijd)


          Duurswoude
    Er is hier -waarschijnlijk vanwege de toegang tot het natuurgebied- een parkeerplaats, waar we de wagen parkeren. We lopen het stukje over een soort binnenweggetje. Wat opvalt is dat het kerkje zo 'achteraf' staat. De verklaring die we hiervoor later horen is dat het 'binnenweggetje' waar we nu over lopen, vroeger de weg was tussen de verschillende kerken, buurten en dorpen. De weg die nu de naam 'Duerswâld' draagt, bestond toen nog niet. Vermoedelijk zal de weg dat nu 'Ald Duerswâld' heet, toen de dus 'Duerswâld' geheten hebben.
    Elke zondag reed de dominee hierover te paard naar de diverse kerkjes in zijn werkgebied. Ook werd er soms gebruikt gemaakt van de bedstee dat volgens overlevering in de Z-W-hoek van de Consistoriekamer zat. Hier kon hij dan eventueel overnachten. Dit losstaand gebouwtje -stukken kleiner dan die waar wij nu een week in mogen overnachten- wordt dan ook aangeduid als domineeshuske of 't hokje. De kerkenraad gebruikte dit natuurlijk ook voor hun bijeenkomsten, evenals de kerkvoogdij met de notabelen. Ook werd het gebruikt als zondagsschool.
    Dit gebouw is sinds 1971 een beschermd monument
    31838, evenals de kerk 31839. De adressering, Breeberchspaed 1, is hierbij ook opvallend. Dit 'pad' sluit namelijk -volgens ons [GHtAF]- aan op de door ons net gereden Schansdijk. Het 'pad' loopt dwars door het natuurgebied, langs Modderpoel en sluit aan op de knik in De Biskop.

    Soksloffen met boord.


    Prachtige knijperzakken van m'n moeder.


    Bij het kerkje aangekomen treffen we twee dames aan, die in het zonnetje voor 't hokje zitten te breien en lezen. Op een tafel ligt diverse koopwaar. Onder andere breiwerk van hun hand. De opbrengst is voor het onderhoud van de kerk. Teven liggen er diverse ansichtkaarten en informatieboekjes, waarvan we vanzelfsprekend iets meenemen. Ook kopen we een paar van die prachtige soksloffen met boord. En we spreken met dame in kwestie af, dat we een patroon opsturen van de prachtig knijperzakken, die m'n moeder voor een soortgelijk doel maakte.
    (bron: De Nederlands Hervormde gemeente van Wijnjewoude, 2003; De Krant van toen, Leeuwarder Courant 02-06-1956, p. 9 Hoe komt het in Duurswoude met 't oude "domineeshúske"?)


          Wijnjeterp

    Opsterland in de atlas van Eekhoff.
    Hierop zien we duidelijk de kerk van Wijnjeterp liggen. In dezelfde kavel omhoog vinden we het Oud-Kerkhof.
    Deze kaart is 37 graden gedraaid om de kavellijnen recht in de afbeelding te krijgen.
    bron: Friesland op de kaart Opsterland / Eekhof. - 1849
    We vervolgen de (nieuwe) Duerswâld naar de nieuwe ontstane kern van de fusiegemeente Wijnjewoude / Wynjewâld (een neologisme van de dorpen Wijnjeterp en Duurswoude). We rijden over de N381 en komen op de Weinterp pas de andere kerk tegen. Ook deze staat weer een stukje naar achteren en is geadresseerd aan de Tsjerkereed. Deze zusterkerk (
    31869) is van een veel jonger jaar. Deze werd op 29 november 1778 ingewijd en in gebruik genomen door dominee Joh. Jac. Groenewold.
    Mogelijk is het materiaal waarmee de kerk is gebouwd wel ouder. Er is namelijk een legende dat verteld dat er een kerk stond op de plaats bij het Oud-kerkhof. Deze is afgebroken en de materialen zijn naar het huidige terrein overgebracht door het door te geven. De mannen van Wijntjeterp hebben daarbij in een lange rij gestaan. (Waarom dit alleen mannen zijn is onduidelijk). Hoe geloofwaardig deze legende is, kunnen we concluderen door de gegevens na te lopen.
    Wanneer we dit gedaan hebben is het aannemelijk, dat zo'n lange mensenketting niet voor hand ligt, puur en alleen omdat het bevolkingsaantal onvoldoende was.
    Van de andere kant lijkt het dat in heel Opsterland voldoende mensen wonen om een kleine 1000 fitte mensen te kunnen leveren. Maar zo'n operatie begint dan al op aardige militaire operatie te lijken. De omvang is dusdanig groot dat hierover dan toch zeker wel ergens iets beschreven moet zijn.
    (bron: Wikipedia Friesland - Demografie, Opsterland; De Nederlands Hervormde gemeente van Wijnjewoude, 2003, p.23; Wijnjeterp. Een ontginningsdorp in het veengebied / G.J. de Langen, P.N. Noomen; Friesland op de kaart; Opsterland in cijfers; Gemeenten 2014)

    Wat verder opvalt bij de kerk is dat we hier te maken hebben met een klokkenstoel met drie klokken (Wijnjewoude). Dit is dan ook de enige in zijn soort.
    We vervolgen de route en komen een alleraardigst woudboerderijtje tegen, soortgelijk waar we zelf in logeren, lijkt het wel.
    We komen door Sparjebird (helaas zit nu onze ANWB-wegenatlas uit 2006 ernaast met Spanjebird) en Hemrik.


          Hemrik
    Bij het voorbij rijden van het kerkje van Hemrik (F)
    31856, rijden we toch maar even terug. En dat is maar goed ook, want er is hier van alles te zien.
    De kerk zelf is van 1739 en is ook bekend onder de naam De Witte Kerk van Hemrik. Het koor bestaat mogelijk uit stukken muur van een middeleeuwse kerk die gewijd was aan Sint-Andreas. Ook is er gebruik gemaakt van de fundamenten van dit gebouw. Hieruit blijkt dat de plek al beduidend ouder is. Er zou in 1315 al een kapelletje hebben gestaan.
    Naast de kerk staat tegenwoordig behoorlijk verscholen door een bomenpartij een klokkenstoel (Hemrik) met één klok. Deze klok is in 1495 gemaakt door Geert van Wou uit Kampen en weegt 560 kilo.
    De tekst op klok verteld dit:
    SANCTUS ANDREAS YS MYN NAEM
    MYN GHELUDT SY GODE BEQUAEM
    GERHARDUS DE WOU ME FECIT
    ANNO DOMINI M CCCC XCV".

    Volgens de De Witte Kerk staat er echter:
    Sanctus Andreas is myn naem
    Myn gheludt sy gode bequaem
    Gerhardus de Wou me fecit
    Anno domini MCCCCXCIV
    Dit zou betekenen dat het van een jaar eerder is, namelijk 1494.

    Geert van Wou, rond 1450 geboren in Nijmegen en overleden Kampen in 1527, was een zoon van Willem van Wou die in Nijmegen bekend stond als klokkengieter en geschutgieter. Van zijn vader heeft Geert het vak echter niet geleerd, want zijn vader is waarschijnlijk al voor 1461 overleden. Waarschijnlijk heeft hij het vak geleerd in Den Bosch van Willem Hoernken. Geert van Wou zou later verhuizen naar Kampen , een van de belangrijkste steden en handelscentra van dat moment. Hij zou daar ook uitgroeien tot de belangrijkste luidklokkengieter die West-Europa gekend heeft. Tegenwoordig zijn er nog zo'n 140 klokken bewaard gebleven, waarvan dit er dus eentje is. Zijn beroemdste is de beroemde E-klok Gloriosa met een gewicht van ongeveer 11.400 kg uit 1497 in Erfurt. Andere hangen bijvoorbeeld in Braunschweig, Recklinghausen, Lüneburg, Hamburg, Osnabrück, Lübeck, Keulen, Mechelen, Utrecht, Arnhem, Kampen, Zwolle en Haarlem.
    Geert was getrouwd met Hasse. Zij overleed echter 1503 en zodoende hertrouwde hij met Clara. Zij overleed in 1521. Uit dit laatste huwelijk werden waarschijnlijk wel kinderen geboren, waarvan Geert in de voetsporen van zijn vader trad. Menig jeugdige kent zijn eerste vrouw, Hasse, van het boek van Thea Beckman, die het technisch-historisch uitstekend beschrijft in Hasse Simonsdochter uit 1983.

    Een ander bijzonder gebouw vinden we op de begraafplaats. Tussen de kerk en de begraafplaats ligt de familiebegraafplaats van de Van der Sluis-familie. Hier heeft Jan Alles van der Sluis een grafkelder in 1860 laten bouwen. Hierin liggen 36 familieleden, waaronder hijzelf. Bij de grafkelder ligt een gedenkplaat met daarop de stamboom van de familie. Om de grafkelder staan intussen enorme bomen, zodat het geheel er imposant uitziet. De latere familieleden liggen om de grafkelder.

    Op het algemene gedeelte zijn nog een aantal bijzondere grafmonumenten te vinden, waaronder een graftrommel. Aangezien deze nog maar zelden gezien worden, laat ik deze hier maar zien. Het betreft een zwarte ronde met witte binnenkant, met bol glas als deksels, dat zo te zien met stopverf is vastgezet. Aangezien er in Friesland nog geen tweehonderd geregistreerd staan, lijkt deze wel bijzonder, vanwege het bolle glas. In andere provincies zijn het er nog minder.

    Daarnaast vraagt de herdenkingsteen bij de ingang nog aandacht. Ook deze is niet aan de aandacht van in dit geval de Hemrikker patriotten ontkomen. In 1797, de periode van de Bataafse Republiek werden de ongelijkheidstekens er afgehakt. Deze is provisorisch beschilderd, om het nog ergens op te laten lijken.

    (bron: Wikipedia Witte Kerk (Hemrik), Geert van Wou; Witte Kerk; Stichting Restauratie Hulpfonds Klokkenstoelen Hemrik; Geert van Wou : een uitzonderlijk luidklokkengieter / André Lehr; Graftrommels in Nederland / Leon Bok)


          Lippenhuizen
    Wanneer we verder rijden, komen we door Lippenhuizen waar we eerst een de watertoren (
    513162) tegenkomen. Later zien we nog leuk gemetselde voorgevels, wat maar aantoont, dat je met hetzelfde materiaal toch iets moois kunt vormgeven.
    Daarna komen we nog een kerk tegen, maar besluiten om nu maar eens een terrasje te gaan opzoeken, waar we kunnen gaan lunchen. We rijden snel door naar Gorredijk.


          Gorredijk
    In Gorredijk vinden we gauw een parkeerplaats (G) waar we de auto neerzetten. We lopen vervolgens het dorp in en belanden bij
    Karin's Brood & Broodjes naast het Museum Opsterland, waar we straks een bezoekje aan gaan brengen.
    Na een cappuccino en een broodje kunnen we er weer tegenaan.
    We nemen het pleintje, waarop we zitten, in ogenschouw. De hoge nieuwbouw van de bakker staat tegenover diverse eind negentiende-eeuwse - begin twintigste-eeuwse panden, die verschillende maten hebben. Brede laagbouw met alleen een zolder of smallere hoogbouw met 2 verdiepingen en zolder. De ene iets beter verzorgd dan de ander.
    Het museum is gebouwd in 1887 en ontworpen door de gemeentearchitect van Opsterland, Jacobus Anthonie Meessen. Het staat parmantig naast de nieuwbouw. Bij binnenkomst wordt ons duidelijk dat er nieuwe expositie wordt gemaakt. Koeien op het doek gaat het heten en zal van 15 augustus t/m 2 november 2014 te zien zijn. Wij moeten meteen denken aan Anita Ammerlaan die ook vele realistische koeien heeft geschilderd, maar nu meer kleurrijke koeien schildert.
    Ondanks de verbouwing gaan we toch naar binnen om de vaste collectie te bekijken. Deze bestaat uit "Weldoeners & Aristocratie", "De Vlecke Gorredijk", "Vervening & Socialisme", "Joodse Historie" en "Geologie & Archeologie". Deze collectie vertelt het verhaal van de mensen die hier geleefd, gewerkt en gewoond hebben en de boel hebben opgebouwd.
    Uiteraard is de collectie te uitgebreid om hier te vertellen en te laten zien. Daarvoor moet je toch echt zelf gaan kijken. Maar een paar persoonlijk aansprekende items wil ik toch wel laten zien.
    Bij binnenkomst valt het schilderij met stier meteen al op. Dit schilderij van H. Sterringa uit 1859 dicht over de stier van J.A. v.d. Sluis uit Hemrik. Hadden we van hem niet net een familiegrafkelder gezien? Het gedicht verteld over zijn slacht en dat het 734 pond vlees heeft gegeven en ook nog eens 127 pond vet.

    Hein van der Vliet
    Museum Opsterland

    Ex-libris van Hein van der Vliet
    Museum Opsterland
    Bij de archeologie wordt Hein van der Vliet (8-2-1890 - 28-3-1956) geïntroduceerd. Hij was een amateurarcheoloog uit Lippenhuizen. Zijn Ex libris "jimmer sykjend", altijd zoekende, spreekt hierbij natuurlijk tot de verbeelding. De schep staat symbool voor het zoeken in het veld en naar de geschiedenis van de voorvaderen van onze cultuur. Tevens gaat het over het zoeken naar de waarheid, de vrede en de gerechtigheid. Het grootste gedeelte van dit stukje van de museumcollectie is een nalatenschap van Van der Vliet.
    Over zijn belangrijkste vondst, de De strijdbijl van Wijnjeterp ontstaat discussie, die jarenlang zal gaan duren, dat uiteindelijk in de rechtszaal geslecht wordt ten voordele van de vinder.

    Ansichtkaart met de drie belangrijkste propagandisten van hier: Geert Lourens van der Zwaag, Tjeerd Stienstra en Rindert van Zinderen Bakker
    Museum Opsterland
    Bij de afdeling 'vervening' vinden we onder andere een overzichtsminiatuur van hoe dit in z'n werk gaat. Ook het tegenkomen van boomresten onder het veen, wordt hier visueel weergegeven. Dat is iets, waarover je zelden iets leest.
    De vervening zorgde voor het ontstaan van Gorredijk. Het lag centraal tussen het hoogveen en laagveen en de Compagnonsvaart was de levensader van dit gebied. Op de top van de vervening kwamen er jaarlijks 15.000 schepen langs de brug in Gorredijk. Nu maakt het onderdeel uit van de toeristische "Turfroute".
    Over het ontstaan van de vlekke Gorredijk is ook ruimte ingeruimd.
    Natuurlijk is er ook aandacht voor Ferdinand Domela Nieuwenhuis (1846-1919) die, naast de anderen die uit deze buurt komen, zoals Rindert van Zinderen Bakker (1845-1927) en Geert Lourens van der Zwaag (1858-1923), ook in de politiek, voor de beweging en bevolking een grote rol hebben gespeeld.


    Petrus Wilhelm Janssen (1821-1903)
    Museum Opsterland
    Naast deze geestelijke en financiële gelijktrekkers is er ook ruimte gemaakt voor filantropen.
    Zo is daar bijvoorbeeld Petrus Wilhelm Janssen (1821-1903) geboren op het Oostfriese waddeneiland Wangerooge, werkte na zijn schoolopleiding bij een in tabak gespecialiseerde handelskantoor in Bremen. Daarna volgde Amsterdam bij de firma Lavino. Vanaf 1848 ging hij zelf de handel in. Vanaf 1863 werkte hij 4 jaar samen met een graanhandelaar Barnstroff waarmee hij een mooi vermogen opbouwde met de Oostzeese graanhandel. In 1867 ging hij samen met Jacob Nienhuys op avontuur op Deli, waar ze tabaksplantage starten. Janssen investeerde ƒ 30.000. Het eerste jaar werd er een nettowinst geboekt van ƒ 37.000. Het jaar erop werd de Deli Maatschappij opgericht.
    Het ging Janssen goed en hij was van mening dat hij zijn verdiensten moest delen. En zo ontstonden er diverse ontwikkelingen. Zo steunde hij bijvoorbeeld de lagere klassen van Amsterdam, waarvoor hij voor de ouderen gratis huisvesting verzorgde in wat nu het ‘t P.W. Janssenhofje heet. Zoon Christian Wilhelm zette zich ook in. Samen met Hélène Mercier begon hij met Vereniging Ons Huis aan de Rozenstraat in Amsterdam.
    Ook de Maatschappij van Weldadigheid in Frederiksoord kreeg steun en met de hulp van de socialistische wethouder Rindert van Zinderen Bakker als uitvoerder, geeft hij ƒ 30.000 voor de bouw van 15 woningen op 30 ha grond. Later zal Van Zinderen Bakker op de tachtigste verjaring er een stichting van maken, de P.W. Janssen Stichting.
    Er zijn nu drie Janssenwoonstichtingen bekend: bij Waskemeer, Nijbeets en Oudehorne. Naast deze, zijn er nog vele sporen naar het heden te vinden, waar nog steeds mensen gebruik van maken.
    (bron: Wikipedia Vereniging Ons Huis; De Mirandabuurt Amsterdam Peter Wilhelm Janssen, de ‘menschenvriend’ / Pauline Wesselink)

    Een volgende kamer gaf ruimte aan de prangende vraag "Hoe maak je een oorijzer?" Dit alleen is al een bezoek aan deze museum waard!

    En tenslotte wordt het verhaal van het joods meisje Esther Colthof verteld.
    Kerst Huisman, die al vanaf peuter het verhaal heeft gehoord, heeft het een en ander uitgediept en zal op 14 april 2015 in dit streekmuseum een lezing gaan houden over haar lot. Zijn lezing is daarna gepubliceerd op het nieuwe platform Fryslan1.frl, onder de titel Esje als icoon van de Holocaust.

    We vonden het een leerzame collectie wat hier te bezichtigen valt.
    En zoals gebruikelijk na een museumbezoek, mag een bezoekje aan het museumwinkeltje niet ontbreken. Er staan ook hier weer een hoop interessante titels, waarvan er echter gisteren al een aantal waren gekocht. Ondanks dat vinden we er toch nog een aantal, waaronder:

    Door het doorbladeren van die boeken, kreeg het bezoek aan dit museum een extra dimensie. Het boek Rode boegbeelden in Schoterland van Fokko Bosker, dat we gisteren hadden gekocht, liet namelijk op pagina 134 een zwerfkei zien, dat door Gerrit Roorda van het land van boer Jelsma was uitgegraven.
    Aangezien in de fotoverantwoording van het boek staat, dat de foto komt uit de collectie van het StreekMuseum Opsterlân, wilden dit natuurlijk graag even bekijken. Aangezien we tijdens het museumbezoek hierover niets zijn tegengekomen, zat er niets anders op dan het even te vragen. Al gauw grepen we de mogelijkheid om het één en ander inzichtelijk te maken door het boek -dat ook hier te koop is- te pakken en het te laten zien. En vervolgens kwam de vrijwilliger te voorschijn die ons wel het een en ander kon vertellen en laten zien, uit een ander boekje De Tynje : in doarp riist út 'e puollen van A. Idzerda en U. Oosterbaan.
    Ze was namelijk het vroegere buurmeisje geweest van Gerrit Roorda en wist van de hoed en de rand, omdat ze het deels als kind had meegekregen. En ja, die kei dat had ze wel meegekregen toen die wegging.
    Maar wat is er met die kei. Zoals gezegd, Roorda had het in 1937 opgegraven.
    Het verhaal gaat dat het nog een week geduurd heeft om het te lichten. Tja, het weegt dan ook 14.000 kg. Vervolgens werd er vervoer geregeld. Er kwam een praam, waarop de kei werd gekanteld. Dit had echter tot resultaat dat de praam ook ging kantelen en vervolgens zonk. Vervolgens ging men op zoek naar de zwaarste kraan die de kei weer op kant bracht. Uiteindelijk kwam het op een sokkel voor zijn (Roorda) huis 'Blier Herne' (blij huisje).
    Gerrit Roorda (1890-1977) heeft een bewogen leven gehad. Via de VS, waar hij kort getrouwd was met Angelina Reyne, dochter van boer Piet Reyne, omdat zij na twee maanden huwelijk overleed door een noodlottig ongeluk, keerde hij uiteindelijk als halve communist terug. De contacten in Amsterdam brachten hem verder in deze wereld met wederom namen als Domela Nieuwenhuis, Rindert van Zinderen Bakker en Geert Lourens van de Zwaag. Later, toen hij weer terug was in de Zuidoosthoek van Friesland, waar wij ons nu begeven, zal hij zich ontwikkelen als stakingsleider. We zullen hem nog vaker gaan tegenkomen, gezien de boektitels die we over dit onderwerp hebben aangeschaft voor het literatuuronderzoek. Of deze Roorda ook nog een nazaat is van een van de Roorda-takken, zoals we vorig jaar op Dag 11 in Genum zijn tegengekomen, is zeker een interessante onderzoeksvraag, gezien het feit, dat Gerrit Roorda in zijn dagen nog regelmatig in conflict zal komen met andere legendarische Friese familietakken, bekend uit het verre verleden.
    Op de foto zien we de kei. Hierachter staat het huis van Roorda. Het huis stond ongeveer op de plek waar nu de rotonde is. Toen liepen daar het Tynjerak en de Wispel. Een draaibrug verbond destijds de Breewei, waaraan het huis van Roorda stond, met de Heawei, waaraan het buurmeisje Overwijk woonde. Het café staat er nog met dezelfde naam, alleen is er wel een andere eigenaar. Dit gebouw is ook duidelijk herkenbaar op de foto's van 'Tynje online' te zien, dat een achttal historische foto's laat zien. Vooral het middenrisaliet met mooi hout- en metselwerk is goed herkenbaar.
    In september 1951 is deze kei per vrachtauto verplaatst naar Warns. Het heeft toen tevens het opschrift gekregen: Leaver dea as slaef, zoals we vorig jaar met eigen ogen hebben kunnen zien.
    Voortaan realiseer je je dus, wanneer je over de N392 van Gorredijk naar Akkrum gaat, dat je over historische grond rijdt, waar ooit Gerrit Roorda heeft gewoond.
    (bron: Tynje online: Yn petear mei.... Hiske Roorda.(van der Woude), Café Overwijk; Rode boegbeelden in Schoterland / Fokko Bosker, p. 125-130; Historisch Verslag Roorda's)
    Binnen in het museum komen we nog een oud herinneringssteen tegen, die hier in het nieuwbouw is ingemetseld. Ze zijn opnieuw ingeschilderd, zodat het er 'als nieuw' uitziet.


    Opsterlânske Kompanjonsfeart / Opsterlandse Compagnonsvaart
    Gorredijk

    Gerk Numanbrug over de Opsterlânske Kompanjonsfeart / Opsterlandse Compagnonsvaart is open
    Gorredijk

    Hoofdstraat
    Gorredijk

    Hoofdstraat
    Gorredijk
    Weer buiten gekomen, krijgen we op een informatiebord uitleg over wat ons bij binnenkomst van Gorredijk was opgevallen. Gorredijk was ooit ook een vesting. Kleurgebruik van de gebruikte bakstenen in de weg geeft de vorm van de versterking weer.
    Naast of bij het schoolgebouw / museum lag vroeger de ophaalbrug. Deze sterkte met aarden wal was in 1672/1673 gebouwd om de bisschop van Münster Christoph Bernhard Freiherr von Galen (Bernard van Galen) a.k.a. Bommen Berend tegen te houden . Het maakte dan ook deel uit van de Friese waterlinie. Het aantal gelegerde militairen schat men op zo'n 50 man.
    Wij lopen weer richting auto. Achter het museum vinden we nog twee geredde klokken, die in 1520 en in 1482 gegoten zijn.
    Ook aan de weerskanten van de vaart zijn nog winkels te vinden en we lopen een stukje langs beide kanten om vervolgens op het terras van 'De vergulde Turf' te belanden, waar we even wat gaan drinken.
    Nadat we genoten hebben van het prachtige terrasweer gaan we weer verder. Eerst even een winkel bekijken aan de overkant van de straat en tegelijkertijd even genieten van de toeristen die de "Turfroute" varen. Hiervoor gaat de Gerk Numanbrug even open.
    Gorredijk heeft aan de vaart en in de Hoofdstraat nog veel authentieke gevelpandjes, waarvan een aantal een lust voor het oog zijn.
    Wij verlaten Gorredijk door nogmaals door de Hoofdstraat te rijden, over de brug en langs het museum, waar we de Hegedyk oprijden.


          Tijnje
    We rijden over de Hegedyk door tot bij Luxwoude, waar we afslaan naar Tijnje en de auto parkeren bij Café Overwijk (H). We beelden ons hier de situatie in van verleden tijden en maken wat foto's van de huidige situatie.
    We rijden verder door Tijnje over de Breewei en komen langs de weg die vernoemd is naar de vader van Gerrit Roorda Master Roordawei en vervolgens de Gerrit Roordawei. Hierna rijden we rechtdoor, over de Rolbrêgedyk naar de Nije Feart / Nieuwe Vaart (I).
    Hierna volgt meteen het stroomgebied van de Alddjip / Ouddiep, ook wel de Koningsdiep, dat verder stroomafwaarts de Boarn / Boorne gaat heten. Helaas is dit vanaf deze weg niet te zien.
    Wel zien we de zijstraat Janssenstichting, waarmee we die uit Nijbeets, waar deze onder valt, hierbij hebben getraceerd.


          Beetsterzwaag





    Hoofdweg - Beetsterzwaag
    Leuke panden van begin twintigste eeuw (boven en onder). De middelste twee lijken van eerdere tijden. Zeker (de rechter) met de scheefgezakte muren en kozijnen. Bouwjaar is onbekend, maar het is wel beschermd (31826).

    We vervolgen de weg naar Beetsterzwaag, waar we de auto parkeren in de zijstraat van de Hoofdweg, de Folkertlân (J) naast
    Heidi's Clothes. In de etalage van Heidi's Clothes zien we een aantal mooie kledingstukken liggen, die gepast moeten worden, maar eerst gaan we deze plaats verkennen.
    We lopen eerst maar even een stukje terug om de Lyndensteyn (514013), met overtuin, in ogenschouw te nemen.
    We draaien ons om en lopen weer het dorp in. De slijterij laten we nu ook nog even links liggen. Er staan hier leuke woningen, waarbij voor de beginjaren van de 20ste eeuw in het oog springt. Na de Hoofdstraat vervolgen we, hoe toepasselijk, de Vlaslaan. Daarop slaan we meteen het Kerkepad Oost in. Hier komen we op de hoek van de Kuiperslaan een voormalige kerkpand van de Gereformeerde Kerk tegen, dat nu -flink verbouwd- huisvesting geeft aan een fietsenmaker.
    (bron: Reliwiki)
    Even verderop, aan de Van Lyndenlaan, vinden we de Dorpskerk (31816), dat gebouwd is in 1803.
    Vervolgens komen we weer uit op de Hoofdweg. Nu lopen we wel even bij de slijterij binnen en vinden wat we zoeken, een Frysk hynder. Voor de liefhebber bestaat de mogelijkheid om een rondleiding te krijgen in Us Heit Distillery te Bolsward. Aangezien we nu niet echt in de buurt zijn, moeten dit even laten voor wat het is. Dat hadden vorig jaar moeten weten, toen we er waren .
    Twee panden verderop vinden we de etalage met kleding terug van Heidi's Clothes en gaan nu wel de winkel binnen. Er blijken binnen nog meer kledingstukken in dezelfde stijl van de etalage aanwezig te zijn, zodat er volop gepast gaat worden. Nadat de keuze is gemaakt ontstaat er tijdens het afrekenen een interessant en langdurig gesprek over het wel en wee van de modehuizen en boetieks, die door een zelfstandige wordt gerund. Ons vakantieleus, dat we alleen maar winkels mogen bezoeken, die we bij ons zelf niet hebben, komt hierbij dan ook ter sprake. Ook de alternatieven voor de Amsterdamse A10West komen aanbod. En zo komen we al gauw op de vrije handel en Friezen, waarmee het verhaal weer rond is. Het is fijn om te merken dat bij menigeen dezelfde gedachten ronddwarrelen, maar dat we niet echt in staat zijn om er iets mee te doen. Misschien is dat dus juist de oplossing... er niets mee hoeven doen, het loslaten van het geijkte."
    Enigszins bevrijd door deze gedachte lopen we terug naar de auto.
    Door het interessante gesprek zijn we enigszins de tijd vergeten. Op advies van onze gesprekspartner rijden we naar Drachten om daar iets te gaan eten.
    Wanneer we via de Hoofdweg het dorp uitrijden komen we op de weg, de Van Harinxmaweg, waaraan Beetsterzwaag zijn status als aanzienlijk dorp te danken heeft. Naast Lyndensteyn zijn er nog meer van dit soort panden aan de Hoofdweg: de Bordena, het Lycklamahûs, het Eysingahuis en de Fockensstate. Net buiten het dorp ligt de Harinxmastate en Lauswolt. Het laatste landgoed kwam in de negentiende eeuw in bezit van Augustinus Lycklama à Nijeholt, de zoon van de burgemeester van Beetsterzwaag Jan Anne Lycklama à Nijeholt, die burgermeester was van 1853-1865.
    (bron: Wikipedia Beetsterzwaag, Lauswolt, Harinxmastate, Jan Anne Lycklama à Nijeholt)


          Drachten
    Door een wegopbreking zijn we niet in staat om rechtstreeks Drachten binnen te rijden en zodoende rijden op gevoel naar het midden van Drachten, waar we denken te moeten zijn om te kunnen gaan eten.
    Onderweg komen we nog de beroemde fietsbrugweg De Slinger tegen, die in 2006 over een rotonde heen is geplaatst.
    We parkeren de auto in de Gauke Boelensstraat (K) (zie: Wikipedia
    Gauke Boelens en Kwartierstaat Gauke Boelens / Klaas J. Bekkema) en lopen via het Museumplein de winkelstraat de Zuiderbuurt op. Hier zien we weer een ander modern object opdoemen, het Carillon.
    Maar eerst krijgen we nog het in 1790 gebouwde doopgezinde kerk te zien. En aangezien het volgelingen van Menno Simons (1496-1561) zijn, noemen ze zich ook wel Mennonites of Mennonieten. Met Menno Simons hebben we vorig jaar kennis gemaakt in Witmarsum.
    Op het dak vinden we twee windvanen die herinneren aan de bevolking van weleer: boeren en schippers, vandaar het paard en schuit als windvaan.
    In het gebouw zijn her en der diverse herdenkingsstenen ingemetseld.
    Hierna bereiken we de winkelstraat waar ooit de Drachtster Compagnonsvaart heeft gelegen. Men is vanaf 1641 begonnen met het graven van deze vaart. Dit ging vanaf de Wide Ie steeds verder het hoogveen in. Om de Drachtster Compagnonsvaart te graven werd er met 800 man gewerkt. Latere nieuwkomers gingen zich vestigen aan deze vaart. Tegenwoordig denkt men weer anders over het dempen van kanalen. De Drachtster Compagnonsvaart wordt dan ook aan de Moleneindkant tot aan het Carillon opnieuw uitgegraven. In de planning vinden we zelfs een jachthaventje.






    Dit getuigt van lef en toekomstvisie. Iets wat we ook bij de volgende fotoreeks zien. Nieuw en oud gaan hand in hand.
    Op zoek naar een restaurant hoef je eigenlijk alleen maar de Noordkade of Zuidkade rond te lopen, waaraan talloze restaurants staan. Tegelijkertijd kun je je verwonderen over de diverse bouwstijlen.
    Onderweg komen we de grote kerk van de Protestantse Gemeente Drachten tegen. Hierin staat onder andere een herenbank dat volgens het opschrift, in 1744 is gesneden door C. Kooystra. De bank bevat de namen en wapens van L. Ians, M. Kooystra, F. Wytses, Y. Meinerts, F. Frankes en S. Pybes. Volgens de wapens met halve adelaren, de klavers en de eikels zijn deze afkomstig van eigenerfde boeren. Interessant is de sierlijke ouderwetse hoge hooiwagen in het wapen van Ians en de stootvogel met prooi in andere wapens.
    Hoe kan het dat deze wapens nog aanwezig zijn? Heeft de Bataafsche revolutie hier niet plaats gevonden?
    De voorstellingen op deze wapenborden zijn in 1796 niet verwijderd omdat het geen adellijke familiewapens zijn, zoals we kunnen lezen op de Kerkgebouw-pagina van deze kerk.
    Na een rondje gelopen te hebben kiezen we voor de Mexicaan el Pacho, waar het kennelijk binnen ook goed toeven is, getuige de wanden vol exotische foto's. Wij beginnen echter nog buiten op het terras en gaan later naar binnen.
    Terugkomen naar Drachten moeten we sowieso nog een keer, want we hebben nog lang niet alles gezien. En ook zijn er raadselen te ontdekken en te ontrafelen.
    Wat bijvoorbeeld te denken van deze zijpui: 2 rijen uitpuilende ingemetselde bakstenen, waarvan er een met gele kleur. Dit zit onder een kozijn dat slechts de halve lengte heeft van zo'n rij. Tevens lijkt het wel of de ene helft van muur boven het kozijn een andere rode kleur heeft, dan de andere helft. Is dit opnieuw aangebouwd? Het verklaart echter niet de 2 rijen.
    Na het eten lopen we rustig terug naar de auto. Echt veel hebben we nog niet gezien van Drachten. Ook waar Drachten ooit is begonnen, aan het riviertje de Drait of Drach, zijn we niet geweest. En dus zullen we ook naar Drachten nog eens terug moeten. Misschien na 2016, wanneer de werkzaamheden aan het kanaal afgerond zijn.
    Een half uurtje later waren we weer in ons huisje te Veenhuizen, waar even konden bijkomen van deze enerverende dag - in de positieve zin van 'spannend' en 'opwindend' welteverstaan!
    (bron: Wikipedia Drachten, Carillon (Drachten), Drachtster Compagnonsvaart, Wijde Ee (Smallingerland); Ontstaan van Smallingerland; De vaart erin!; Protestantse Gemeente Drachten Grote Kerk)



    Op de historische Schansdijk. (B)

    Op de historische Schansdijk.

    Op de historische Schansdijk.

    Zicht op een Pingo-ruïne. (C)

    NH-kerk (1250-1259), Duurswoude (D)

    Consistoriekamer (1759), Duurswoude

    NH-kerk (1778), Wijnjeterp (E)

    woudboerderij

    HK (1739), Hemrik (F)

    klokkenstoel, Hemrik

    herdenkingsplaat met stamboom
    familie Van der Sluis, Hemrik

    grafkelder familie Van der Sluis, Hemrik

    graftrommel, Hemrik

    herdenkingsteen met afgehakt wapen en functies, Hemrik

    watertoren, Lippenhuizen

    Lippenhuizen

    Museum Opsterland, Gorredijk

    H. Sterringa uit 1859
    Museum Opsterland

    verveningsmaquette
    Museum Opsterland

    boek
    Van Christen tot anarchist / F. Domela Nieuwenhuis
    Museum Opsterland

    Het maken van een oorijzer.
    Museum Opsterland

    Café Overwijk
    Tijnje (H)

    Café Overwijk
    Tijnje (H)

    Gedenksteen Roorda
    Museum Opsterland

    Gedenksteen Roorda
    Museum Opsterland

    Kerkewal langs de Opsterlânske Kompanjonsfeart / Opsterlandse Compagnonsvaart
    Gorredijk

    Hoofdstraat
    Gorredijk

    (I) Nije Feart / Nieuwe Vaart (opwaarts)

    (I) Nije Feart / Nieuwe Vaart (afwaarts)

    Lyndensteyn
    Hoofdweg
    Beetsterzwaag

    Hoofdweg
    Beetsterzwaag

    hoek Kuiperslaan/Kerkepad Oost
    Beetsterzwaag

    Van Lyndenlaan
    Beetsterzwaag

    het Carillon, Drachten

    DK (1790), Drachten

    PG 'Grote Kerk' (1743), Drachten

    Restaurant el Pacho, Drachten

    Drukkerij Folkersma 'De vrije Fries', Drachten

    citybeach en toekomstig kanaal, Drachten





    Dag 6: Opsterlânske en Skoatterlânske Kompanjonsfeart - Heerenveen

    kaart 6

    Ook deze dag staan we weer 'vroeg' in de startblokken. Het enige wat ons voor ogen staat is het bekijken van het Museum Willem van Haren in Heerenveen.
    De enige route die we nog niet gereden hebben, is die langs de Schoterlandse Compagnonsvaart en deze komt precies uit in Heerenveen. Dus dat wordt de route die we gaan rijden.


          Haulerwijk & Waskemeer
    Echter voordat we bij deze Schoterlandse Compagnonsvaart zijn, deze vaart eindigt ongeveer tegen de N381 (Oosterwolde - Drachten), rijden we eerst het stukje via Elleboog door Haulerwijk langs de Kromme Elleboogsvaart (B) en Haulerwiekster Vaort (C).

    circa 1924 Haulerwijk (D)

    "De Trilker" Waskemeer (E)
    In Haulerwijk komen we opeens een stukje gedempte vaart tegen, waar omheen een dorpskern is ontstaan. Ter herinnering hieraan is een gedenkplaat (D) gemaakt die de situatie van circa 1924 weergeeft. Ook wanneer we een eindje verderop in Waskemeer komen, vinden we een gedempt stukje gracht. Hier vinden we een beeldje van Annet Haring genaamd "De Trilker" uit 1980 (E). De Trilker was iemand, zo vermeldt het informatiebordje, die een praam voortduwt vanaf de kant.
    We rijden verder over de Oude Wijk en komen op de Leidijk. Hier komen we onze tweede Janssenstichting tegen, nu die van Waskemeer.


          Petersburg & Moskou
    We passeren de Duurswouderheide en Schansdijk van gisteren en komen uit in Petersburg, waar we de N381 naderen. Hier rijden we over de parallelbaan van de N381, de Opperhaudmare richting Klein Groningen, om vervolgens de N381 over te steken naar de straat Petersburg. De naam van de buurtschap is vermoedelijk vernoemd naar een van de eerste bewoners, die hier een kroegje begon, Pieter Blaauw. Dat zou dan ook de reden zijn, waarom het buurtje aan de andere kant van Opsterlânske Kompanjonsfeart Moskou heet.
    Deze Opsterlânske Kompanjonsfeart behoort ook tot de Turfroute en loopt hier door een mooi stukje, zoals wij zelf ook kunnen waarnemen. Fotogeniek en romantisch.
    (bron: Wikipedia Drachtster Compagnonsvaart, Haulerwijkstervaart, Petersburg (Friesland); Waternamen/wetternammen-kaart; Donkerbroek)


          Hoornsterzwaag
    Op de rand bij Hoornsterzwaag zien we werkzaamheden, die we niet thuis kunnen brengen . Even later komen we uit oude tijden een verlaten tramburg tegen, dat volgens het informatiebordje, op 28 mei 1948 de laatste keer dienst deed op de route Drachten - Oosterwolde. De tramlijn Oosterwolde - Driehoek Lippenhuizen werd aangelegd in 1910/1911 door de N.T.M. In september hadden er al een paar trams over gereden, maar officiëel werd de lijn op 26 oktober 1911 in gebruik genomen.
    De tram uit Gorredijk werd op die dag feestelijk onthaald in Oosterwolde, bij het Stationsgebouw wat er nu nog steeds staat, zoals we zagen toen we in Oosterwolde waren. Met de muziek voorop liepen de "autoriteiten" over het Stationsplein en Trambaan naar het hotel om het heugelijke feit te vieren.
    Dit was in die periode de enige vaste brug over de Skoatterlânske Kompanjonsfeart / Schoterlandse Compagnonsvaart met zo'n hoge doorvaarthoogte, want de hoogopgeladen turfschepen moesten er natuurlijk wel onderdoor passen.
    Deze brug verbond Wijnjeterp met Donkerbroek. Deze lijn werd aangelegd in de zogenaamde derde aanlegperiode van 1908-1920.
    Vermoedelijk stonden de bomen niet langs de spoorbaan, die we nu op de foto kunnen zien, maar het geeft wel een fraai beeld uit het verleden.
    (bron: Friesland rond per tram / J.J. Tiedema, J.J. Buikstra. - p. 41, 47, 51)


          Jubbega
    We zagen dat de Schoterlandse Compagnonsvaart al bij de trambrug ten einde liep. In Jubbega liggen er ook een aantal dammen in, zodat Jubbega niet bereikbaar is. Ook zien we dat om deze dammen een dorpskern is ontstaan, dat een ronder omvang aanneemt. Centrale weg in deze is de Jelle van Damweg.
    We ontmoeten hier (H) het beeld van de Muziekman Paulus, in de volksmond 'Paulus Jakje' uit 1992 van Gosse Dam. Op deze plek was eens een sluis. Ook zien we de Schoterlandse Compagnonsvaart omgebouwd tot een vijverachtig aandoend tafereel.
    De sluis is verworden tot een stuw om het waterpeil tot op orde te houden.
    Ook is te zien hoe de vakantiegangers tijdens het fotograferen elkaar zijdelings vastleggen, waaruit tevens blijkt dat de cameraklokjes 7 minuten van elkaar afwijken. (bron: Jubbega)
    Wanneer we weer verder rijden beseffen we te laat dat we over de brug hadden moeten gaan. Nu komen we uit op de Singel en dat leidt ons naar de dam in de Opsterlânske Kompanjonsfeart / Opsterlandse Compagnonsvaart, dat naar Gorredijk gaat en verbinding maakte met de Skoatterlânske Kompanjonsfeart / Schoterlandse Compagnonsvaart.


          Bontebok en De Knipe
    Na een stukje N392 rijden we verder over de Oude Singel. We komen nu in Bontebok uit. Op het kruispunt vinden we een prachtig pandje uit 1725 (J), dat vanzelfsprekend langs de Skoatterlânske Kompanjonsfeart / Schoterlandse Compagnonsvaart staat, want dit is het Voormalige sluiswachterswoning (21185).

    Wanneer we de vaart verder vervolgen, komen we uit bij een versmalling in de vaart en daarom heet het dorpje dat hier ligt De Knipe. Hier vinden we op de wal een Knijpster pream dat hier -volgens het informatiebord- al 400 jaar werd gebruikt voor het vervoer van turf, hooi, mest, vee en melk (K). Dat het geen kleine bootjes zijn, zien we wanneer er iemand naast staat.
    De Skoatterlânske Kompanjonsfeart houdt hier tevens op. Het beginstuk vanuit Heerenveen tot aan De Knipe werd in de jaren zestig gedempt.
    (bron: Wikipedia Schoterlandse Compagnonsvaart)
    Een eindje verderop in het dorp zien we een windvaan boven de huizen uitsteken. Echter, we zien geen kerk. Pas wanneer we het windvaantje niet meer zien realiseren we ons dat we er voorbij zijn gereden. Wanneer we terugrijden zien we een paadje met hekwerk, dat suggereert dat dit naar de kerk gaat. En inderdaad hier vinden we het witgepleisterde kerkje Nij Brongergea Tsjerke (L) uit 1661 (21174).
    (bron: Wikipedia Nij Brongergea Tsjerke)
    Wanneer we verder rijden zien al vlot het plaatnaambord van Heerenveen / It Hearrenfean en de A32 verschijnen.


          Heerenveen
    Bij binnenkomst kunnen we niet meer rechtdoor rijden, want dit is alleen voor (brom)fietsers geschikt gemaakt. Wij mogen enkele rotondes nemen om op dezelfde plek uit te komen, maar missen zo wel het beginstukje van Skoatterlânske Kompanjonsfeart wat hier nog wel ligt en daarmee een fraai entree van het oudste veenkanaaldorp van Nederland. In 1551 is Heerenveen immers ontstaan op het kruispunt van de Hearresleat / Heerensloot en Skoatterlânske Kompanjonsfeart / Schoterlandse Compagnonsvaart dat men toen begon te graven in de oostelijke richting waar we nu net vandaan kwamen.
    We parkeren de wagen bij het Museum Willem van Haren, waar we naar binnen gaan, aangezien de nood intussen hoog was. Bij de balie werden we gewezen op waar we kunnen lunchen en we kregen alvast wat leeswerk mee, omdat we na de lunch terug zouden komen, voor een museumbezoek. Vooral het oude Museumgids Ferdinand Domela Nieuwenhuis museum uit 2000 viel in goede aarde.
    Buiten gekomen volgen we de raad op en gaan we om de hoek lunchen bij de Oenemastate. Deze stins heeft grietman Amelius van Oenema (1627-1647) in 1640 laten bouwen. Later is het in bezit gekomen van de familie Van Haren. Willem van Haren -waarna het naastgelegen museum is vernoemd- is hier dan ook opgegroeid. Sinds mei 2012 is het Grand Café ´t Gerecht erin gevestigd.
    In 't Gerecht vinden we in de gang oude foto's die zeker de moeite waard zijn om te bekijken. Ook bij het plafond van de kamer naast de gang, mag even stilgestaan worden, zoals we op de beide foto's kunnen zien:

    Al met al geeft Heerenveen tot nu toe al een ander aanzien en gevoel dan Drachten. Heerenveen komt grootser over terwijl het toch kleiner is, ook wat inwoners betreft. Drachten had er 1 dec. 2012 44.940 tegen Heerenveen 28.497 in op 1 jan 2007.
    Drachten is daarentegen een jongere plaats (vanaf de zeventiende eeuw samengevoegd uit Noorder- en Zuider-Dragten), dat pas in jaren 50 is gaan groeien, na de komst van een Philips-fabriek.
    Na deze lunch op het terras lopen we weer terug naar het museum.
    Onderweg komen we het standbeeld van Fedde Schurer (1898-1968) tegen. Hij was dichter, politicus, vredesactivist en Fries cultuurvoorman.

    De verfilming van het roman Swarte ingels heeft de tweetalige (Fries en Engels) titel Understream. Bekijk de teaser van It ferhaal fan in leafde tusken broer en sus.
    Het standbeeld is in 1974 gemaakt door Guus Hellegers. Na hem is de Fedde Schurerpriis vernoemd, dat op voordracht van een vakjury door de Gedeputeerde Staten van Friesland driejaarlijks wordt uitgereikt. In 2005 was dat Willem Schoorstra met zijn roman Swarte ingels (vertaald in het Nederlands in 2007 als Zwarte engelen). Deze Schoorstra zullen we over drie dagen ook met een ander boek treffen.

    (bron: Wikipedia Heerenveen (plaats), Oenemastate, Drachten, Fedde Schurer, Fedde Schurerpriis)

    In het museum lopen we eerst naar de verlengde tentoonstelling van Dichtbij Herman Brood (van 11 mei 2014 | 11 juli 2014). Het laat o.a. het atelier zien, zoals het er uitzag op zijn laatste dag.
    Ook zijn er nog enkele andere ruimten ingericht met schilderijen en muziekoptredens. Achtergrondinformatie ontbreekt echter.
    Zo had ons bijvoorbeeld verteld kunnen worden in welk jaar de optredens waren, die we hier op foto's zien? Was dit zijn eerste voornamelijk Groningse 'His Wild Romance'-bandje (Jan Akkerman, Freddie Karmelk, Ellen Piebes, Ria Ruiter en Gerrit Veen) waarmee hij zijn debuutalbum Street heeft opgenomen? Of is dit een optreden n.a.v. de tweede album Shpritsz waarmee hij doorbrak met Saturday Night of album nr. 3 met Still Believe.
    (bron: Wikipedia Street (Herman Brood & His Wild Romance album), Shpritsz, Cha Cha (album); (Herman Brood & His) Wild Romance

    We verlaten dit deel van het museum en gaan verder terug in de tijd door even in de geschiedenis van Heerenveen te duiken. Hierbij wordt, onder andere in de dia projectie, opvallend veel gebruikt gemaakt schilderijen van Dirk Piebes Sjollema (1760-1840). Hij is hier dan ook geboren en gestorven en in de tussentijd heeft hij hier geleefd, gewoond en gewerkt.
    (bron: Wikipedia Dirk Piebes Sjollema)

    Ferdinand Domela Nieuwenhuis

    Tekening van de vier leidende personen binnen de Sociaal Democratische Bond (SDB), dat in 1881 ontstaan is uit een aantal lokale sociaaldemocratische verenigingen: J.A. Fortuyn, Domela Nieuwenhuis, Cornelis Croll en P. van der Stad.
    Vervolgens betreden we het gedeelte, waarvoor we eigenlijk kwamen. Het Ferdinand Domela Nieuwenhuis Museum. En laat dit gedeelte nou net in de verbouwing zitten, al zijn alle onderdelen wel te zien, volgens een informatiebord. Met de eerste ruimte waren ze overduidelijk bezig. De andere ruimtes waren gelukkig in orde. De 'studeerkamer' en 'bibliotheek' zien er fraai uit. Op en rond zijn secretaire staan persoonlijke spulletjes en familiefoto's. Ook foto's van degenen die hem inspireerden hingen hier.
    In de hoek zien we het beeld Constatin Meunier 'De Zaaier', dat Domela Nieuwenhuis op 3 april 1904 kreeg aangeboden in het Paleis voor Volksvlijt in Amsterdam, vanwege het feit dat hij in 1879 was begonnen met de krant Recht voor Allen.
    In een fractie van de bibliotheek, de meeste van de 20.000 banden staan elders, zien we 2 banden opengeklapt. Links zien we een pagina uit het boek New Testament Stories Comically illustrated, The Truth Seeker Company, New York. Rechts hebben we een verzamelband met diverse brochures. Deze is in dit geval opengeslagen op links een pagina uit een antimilitaristische brochure en rechts de omslag van Uit het leven van koning Gorilla, een bekende satire op koning Willem III, geschreven door Sicco Roorda van Eysinga.

    sterfbed Ferdinand Domela Nieuwenhuis
    31 december 1846 -
    18 november 1919
    Uit herdenkingsalbum van de Hilversumse fotograaf J.J. Kok
    Een verdieping hoger vinden we nog een kamer, dat het verhaal over z'n dood en daarna verteld.
    Eén van de mooiste portretten is gemaakt door zijn eigen (jongste) zoon César Domela Nieuwenhuis (Amsterdam, 15 januari 1900 – Parijs, 30/31 december 1992) in 1971. César was een kunstschilder, graficus, fotograaf, typograaf en edelsmid en lid van kunstbeweging De Stijl. Dat laatste zien we dan ook duidelijk terug.
    (bron: Wikipedia Sicco Ernst Willem Roorda van Eysinga, César Domela; Museumgids Ferdinand Domela Nieuwenhuis museum / Bert Altena, Ad Geerdink, Maria Hunink; Gerben Zaagsma (redactie). - 2000, p. 32, 36-39, 44; Archief Ferdinand Domela Nieuwenhuis)

    Hierna doken we nog even de zolder op, waar een allegaartje van gebruiksvoorwerpen lagen van om en nabij een eeuw geleden. Ook konden we kijkje nemen in de huisjes van degenen waar Domela Nieuwenhuis voor gestreden had. Zijn portret hing dan ook de muur als 'Us Ferlosser'.

    Weer helemaal beneden aangekomen vinden we de Acte van oprichting van de compagnie van de Heeren Compagnons, 24 juli 1551. Het begindocument, waar de georganiseerde ontginningen van het hoogveen en laagveen begon. Terecht een historisch document.

    Het is intussen al halverwege de middag en we hebben nog niets van Heerenveen gezien! Tijd om buiten te gaan wandelen.
    Wanneer we weer over het Gemeenteplein naar het water lopen, dit is het begin van de Skoatterlânske Kompanjonsfeart, dan zien we dat dit inderdaad ook niet meer bevaarbaar is. Het is verworden tot een vijver.
    We lopen over de Lindegracht naar het beginpunt toe en vinden daar een borstbeeld van Wim Duisenberg (Willem Frederik Duisenberg, Heerenveen 9-7-1935 - Faucon, 31 juli 2005). Vanaf hier lopen we de winkelstraat Dracht in.
    Het enige fraaie pand in deze straat staat te huur.
    Tijdens het winkelen in de straat komen we ook weer een boekwinkel tegen, Boekhandel Binnert Overdiep en natuurlijk gingen we ook hier naar binnen en kwamen weer met een aantal mooie titels naar buiten:



    Aan het einde van de winkelstraat gaan we even een cappuccino met wat lekkers drinken en eten bij De Bakkers van Verloop, want daar zijn we wel aan toe, na zo'n museumbezoek en shoppen.
    De boodschappen die we daarna kochten hebben we meteen maar in de auto gelegd, want daar waren we toch al weer in de buurt.

    We vervolgen daarna de route Breedpad en Flevoroute, dus langs de Hearresleat of Heeresloot. De brug bij de Kolk ging open, zodat de foto's ook ruim baan krijgen.
    Bij de eerste brug gingen we rechtsaf het oude centrum in. Langs het Fok de K.R. Poststraat op om daarna de Crackstraat in te gaan. Hier komen we het volgende hoogtepunt tegen.
    Het bouwen van dit gebouw, de Crackstate, is waarschijnlijk in 1606 begonnen door Hippolytus Crack, vervolgens in 1648/1649 verbouwd en aangebouwd en staat vanzelfsprekend om de monumentenlijst (21169).
    Helaas verpest de regen de hier opdoemende gezelligheid van de Oude Koemarkt en Vleesmarkt.

    Wij hadden die bui al zien aankomen en hadden een paraplu meegenomen uit de auto, toen we de boodschappen wegbrachten.
    Zo in de regen is het als toerist echter niet fijn wandelen, dus lopen we maar weer naar de auto. We besluiten maar weer naar huis te rijden en vervolgens in Norg bij Monte Giove te gaan eten. Zo konden we onze belofte van het kaartje afgeven bij "Hoven's Hoes" ook meteen inlossen.



    Kromme Elleboogsvaart (opwaarts) Elleboog (B)

    Kromme Elleboogsvaart (afwaarts) Elleboog (B)

    Haulerwiekster Vaort (opwaarts) Haulerwijk (C)

    Haulerwiekster Vaort (afwaarts) Haulerwijk (C)

    Haulerwiekster Vaort (afwaarts) Haulerwijk (D)

    Opsterlânske Kompanjonsfeart (opwaarts) Haulerwijk (F)

    Opsterlânske Kompanjonsfeart (afwaarts) Haulerwijk (F)

    Skoatterlânske Kompanjonsfeart (opwaarts) trambrug Hoornsterzwaag (G)

    Skoatterlânske Kompanjonsfeart (afwaarts) trambrug Hoornsterzwaag (G)

    Skoatterlânske Kompanjonsfeart (afwaarts) Jubbega (H)

    Opsterlânske Kompanjonsfeart / Opsterlandse Compagnonsvaart (opwaarts) (I)

    Opsterlânske Kompanjonsfeart / Opsterlandse Compagnonsvaart (afwaarts) (I)

    concert met His Wild Romance ?
    Dichtbij Herman Brood, Heerenveen

    De secretaire
    Ferdinand Domela Nieuwenhuis Museum, Heerenveen

    De bibliotheek
    Ferdinand Domela Nieuwenhuis Museum, Heerenveen

    Portret FDN van César Domela
    Ferdinand Domela Nieuwenhuis Museum, Heerenveen

    woonkamer turfstekers
    Ferdinand Domela Nieuwenhuis Museum, Heerenveen

    Skoatterlânske Kompanjonsfeart (opwaarts)
    Heerenveen

    Skoatterlânske Kompanjonsfeart (afwaarts)
    Heerenveen





    Dag 7: Appelscha, Frederiksoord, Noordwolde en Oldeberkoop

    kaart 7

    De dagen vliegen voorbij en we hebben nog lang niet alles gezien wat ongeveer vanuit Veenhuizen bekeken en bezocht zou kunnen worden. Maar dit is alweer de laatste dag, dus dienen er keuzes gemaakt te worden. De logica van Veenhuizen gebiedt in ieder geval de zusterkolonies Wilhelmina- en Frederiksoord bezocht te hebben. Het wordt dus een dagje Drenthe, vandaag. Nou ...., niet helemaal.


          Ravenswoud
    We beginnen met een rondje om het heidegebied waar we op Dag 3 door heen zijn gefietst, Fochtelooërveen om vervolgens uit te komen bij Ravenswoud, waar we langs de Eerste Kruiswijk rijden.

    kano-route, Eerste Kruiswijk, Ravenswoud

    kano-route, Eerste Kruiswijk, Ravenswoud
    Dit maakt onderdeel uit van de kano-route zoals we op de foto kunnen zien. Het dochtertje vroeg nadrukkelijk om nog een foto van dichtbij te maken, waarop ook haar zusje zou staan, dus bij deze. Mogelijk krijgen ze het ooit te zien. Het ziet er in ieder geval erg ontspannend uit en zoals we gezien hebben op Dag 3, zitten er een aantal prachtige stukken tussen, waar ze van genoten zullen hebben.
    Langs deze Kruiswijk zitten ook wel geteld 11 wijken. Op de hoek van de Tiende wiek (B) gaan we even stil staan om enkele foto's te maken.


          Appelscha
    Wanneer we deze weg vervolgen komen we uit bij de Opsterlandse Compagnonsvaart (bij Appelscha). Uiteraard maken we in de flauwe bocht enkele foto's (C).
    Even verderop komen we uit bij de grens Friesland - Drenthe (D), bij de Damsluis. Deze sluis is de scheiding tussen de Opsterlandse Compagnonsvaart en de Wittewijk. De Wittewijk is een kort kanaaltje dat de Drentse kanalensysteem aansluit op die van de Friese. Dit was lange tijd een heet hangijzer tussen de twee, vanwege de waterstanden in droge en natte perioden.
    In 1894 kwam echter deze doorbraak. Een herdenkingssteen van het honderdjarig bestaan vertelt het verhaal in 1994 in dichtvorm:




    De oudheid zocht in scheiding kracht
    Deez' tijd eischt vrij verkeer
    Dies werd de sluis tot stand gebracht
    Die Friesland strekt tot eer


    Waar eeuwen na de Drentsche scheid
    En doorvaart werd gemist,
    Was Frieslands wil en haar beleid
    Die 't lot des dams beslist.


    De Staat en Drenthe werkten mee
    Door ruiming van den Wijk,
    Zoo is de oude scheiding ree
    Verdwenen uit het Rijk.



    De sluis en brug wordt nog volledig met de hand bediend. Toevallig werden er net drie boten geschut, zodat we dit tafereel op de gevoelige plaat kunnen vastleggen. Helaas was de sluis al gesloten toen we aankwamen, maar de volgorde zal ongetwijfeld omgekeerd zijn.

    Damsluis (D)

    Damsluis (D)

    Damsluis (D)

    Sluiswachtershuis uit 1894 Damsluis (D)
    Dat de sluis nog volledig met de hand bediend wordt is eigenlijk een iets te beperkte omschrijving. De sluiswachter gebruikt namelijk z'n hele lichaam om de sluis te bedienen. Nadat het waterpeil met 1.40 meter is gestegen en het waterpeil gelijk is geworden met die van Wittewijk - deze schippers gaan namelijk naar Drenthe - opent de sluiswachter de sluizen door de deuren met been- en armkracht uit elkaar te duwen. Vervolgens komt hij op de kant en trekt hij de dichtstbijzijnde deur naar zich toe. Daarna duwt hij met de lange van Russisch essenhout gemaakte pikhaak de andere deur helemaal open. Door deze krachten zien we het hout dusdanig buigen, dat we denken dat het elk moment kan knappen. Maar juist vanwege de elasticiteit van deze houtsoort, wordt deze gebruikt. Het was hem dan ook nog maar eenmaal overkomen dat hij een nat pak haalde.
    Hierna doet hij aan beide kanten de brugbomen dicht en draait hij de brug open. En dan kunnen de boten verder.
    Nadat dit spektakel achter de rug is en de brug weer dicht is, heeft de brugwachter even tijd voor een gesprekje, waarbij hij het een en ander uitlegt.
    (bron: Wikipedia
    Witte Wijk, Essen (hout), Damsluis)
    Het verband tussen deze buigzame pikhaak en de polsstok, was dan ook gauw gelegd. Echter de brugwachter wist hierover niets.
    Maar is er een verband? Het Fierljeppen of polsstokverspringen gebeurde inderdaad met een massief houten paal, gemaakt van sparrenhout, essenhout of kastanjehout. Omdat het nogal zwaar was om met deze paal in de hand een aanloop te nemen, voordat er over het water gesprongen werd, zette men de paal op de gewenste plaats in het water. Tegenwoordig gebruikt men tijdens wedstrijden insteekbakken, maar die lagen er vroeger natuurlijk niet. En dus was het uiteinde van de stok voorzien van drie scherpe metalen punten (een drietand).
    En laten we die nu ook al op middeleeuwse muntjes etc. zijn tegengekomen .
    (bron: Geschiedenis van het Polsstokspringen)

    Wij rijden over de brug ook Drenthe in en rijden langs de Wittewijk naar de Drentsche Hoofdvaart, langs Hijkersmilde en komen bij Hoogersmilde langs het kerkje van de Protestantse Gemeente Hoogersmilde, het Kerkelijk Centrum De Schakel.
    We vervolgen deze Rijksweg N371 langs de Drentsche Hoofdvaart en komen langs Geeuwenbrug en Dieverbrug.


          Frederiksoord
    Bij Wittelte nemen de weg naar Het Meer, Wapserveen en ten slotte Frederiksoord, waar we de wagen parkeren op het terrein van
    museum de Koloniehof. We nemen voordat we het museum ingaan eerst een bakje koffie met iets lekkers uit de streek erbij.

    museum de Koloniehof (F), Frederiksoord

    museum de Koloniehof (F), Frederiksoord

    museum de Koloniehof (F), Frederiksoord

    museum de Koloniehof (F), Frederiksoord
    Wanneer we het museum binnen zijn, treffen we een weefmachine aan, waarvan we er intussen vele hebben gezien. Echter, bij deze was een vrouw ook daadwerkelijk bezig, zodat we uitleg kregen over de werking. Het meeste werk zit in het opbouwen van alle draden, het voorwerk dus. Daarna is het simpel met de klos horizontaal door de dradenopening gaan en met wat voetenwerk de andere helft van de draden omhoog dan wel naar beneden duwen. En vervolgens de klos weer terug. Daarna even alles weer aandrukken.
    Een andere grote klus, ook voorwerk, is het maken van de draden op de klos. In dit geval waren het stroken van oude lakens en ander beddengoed.

    Na het bekijken van de rest van de ruimte, die was ingericht als klaslokaal, gaan we de oorsprong van deze oorden en stichtingen bekijken. Hierbij komen we de namen tegen van bijvoorbeeld Marianne, de dochter van Willem I. Zij stortte geld voor een grote boerderij, dat voorheen de Dankbaarheid heette en nu is omgedoopt tot Hoeve Prinses Marianne. Verder komen we F.H.L. van Swieten tegen, die geld gaf voor de tuinbouwschool en later een bosbouwschool in Frederiksoord. De scholen kregen de naam van zijn enige en jong overleden zoon Gerard Adriaan. En dan hebben nog P.W. Janssen, die we al eerder op onze reis tegen kwamen. Ook in deze oorden drukte hij zijn stempel om ervoor te zorgen dat er rustoorden kwamen voor de bejaarde kolonisten.
    Natuurlijk ontbreekt de oprichter ook niet: Johannes van den Bosch.
    Hij schreef in 1818 een verhandeling, die velen kon enthousiasmeren: Verhandeling over de mogelijkheid, de beste wijze van invoering en de belangrijke voordeelen eener algemeene armen-inrigting in het Rijk der Nederlanden, door het vestigen eener landbouwende kolonie in deszelfs noordelijk gedeelte / door Js. van den Bosch.
    Rond 1850 had de Maatschappij van Weldadigheid al de volgende gebied in eigendom: Veenhuizen, Frederiksoord (inclusief de stukken langs de Friese grens tot aan de huidige Wittewijk), Willemsoord, stukken veen boven Steenwijk en iets ten westen van het huidige Dedemsvaart Ommerschans.
    Ze gingen dus voortvarend te werk. Wie er allemaal gewoond hebben, kan in de database opgezocht worden. Ook ziet men dan waar ze gewoond hebben.
    In de kolonies was men zelfvoorzienend en dat leidde ertoe, dat men daar zelfs hun eigen geld had. Men kon er alles kopen wat men nodig had, behalve sterkedrank. Zodoende probeerde men ook daarin sturend te zijn.
    Sommigen ontvluchten de kolonie naar het richting de Friese grens. Er was dan ook een ongeschreven regel - zoals we ook in de heide omgeving van Harkema zagen - dat wie in één nacht een hutje kon bouwen, daar mocht blijven wonen. Men had dan een hard leven. Veelal verdienden ze hun geld met het vlechten van manden en korven.
    We zullen later vandaag zien waar dat tot leidde.
    Steun van de kolonie kregen ze niet meer. Wel trachtte P.W. Janssen ondersteuning te bieden door het laten graven van een afwateringskanaal in dat gebied en het aanleggen van een belangrijke verbindingsweg, zodat het gebied beter toegankelijk werd.

    Of het allemaal nut heeft gehad, vraagt het museum zich ook af. Voor de 2300 vrije plaatsen en 5500 uit de gestichten zal het vast nut hebben gehad. Voor de armoedebestrijding in het land, zal het slechts een druppel op een gloeiende plaat geweest zijn. Al heeft het wel een begin gemaakt aan het creëren van de verzorgingsstaat.

    Buiten op het museumterrein vinden we nog enkele - toch wel verwaarloosde - percelen, met daarop uitleg over welke planten er verbouwd werden om zelfvoorzienend te kunnen zijn. Naast de bijenkolonie voor de bevruchting en honing zien we percelen met Spelt, Tarwe, Gerst en Haver. Maar ook de Tabaksplant ontbrak niet.
    Bij de percelen staat ook een boerderij waarin we kunnen kijken, zodat we een indruk van de goede leefomstandigheden, die de mensen hier hadden.

    Nadat we nog een rondje in het museumwinkel hebben gelopen, waar als vanzelfsprekend ook het Maallust bier stond, gaan we weer verder. Na een van de mooiste ANWB-borden te hebben vastgelegd gaan we naar Wilhelminaoord. We herkennen zowaar enkele boerderijen, die we in het museum gezien hebben. Even later rijden we Friesland binnen en komen we uit in Noordwolde.


          Noordwolde
    We parkeren de wagen op het Mandehof bij het
    Nationaal Vlechtmuseum. In dit museum kunnen we zien waar sommige van de gevluchte uit de kolonie uiteindelijk mogelijk in terecht zouden komen. Het museum is gevestigd in de oude Rijksrietvlechtschool, al zou je dat niet zeggen wanneer je, zoals ons, binnenkomt door een nieuwbouw-aanbouw. De school is echter de eerste vakschool dat in Nederland door het Rijk wordt opgericht in 1908. In 1910 wordt door de Rijksbouwmeester Jan Vrijman het gebouw ontworpen. De eerste directeur, de Groningse Harm Ellens, vind het maar "een fantasieloos lokalenblok". Tegenwoordig zouden we daar iets anders onder verstaan.
    In 1912 wordt het gebouw als zodanig in gebruik genomen.
    Maar voordat de school er komt zitten we in een veengebied, zoals we er al een aantal hebben gezien. De mensen verdienen 's winters wat bij met het maken van bezembinden en heideboenders. Een Duitse trekarbeider laat enkele bewoners zien hoe hij van wilgenteen manden vlecht. Wilgenteen was hier voldoende aanwezig, zodat het uitgroeide tot een belangrijke huisindustrie. Tot er onvoldoende wilgenteen is. De toen aanwezige dominee Hindrik Edema van der Tuuk en eveneens uit het Hogeland van Groningen, droeg een nieuwe oplossing aan: rotan. Maar ook riet en andere materialen komen in aanmerking.

    Buffteen en Bamboe

    Bunt of Pijpestrootje en Biezen

    Bruine teen en Witte teen

    Rotan, Manau en Rotan
    Op deze foto's zien we diverse soorten materiaal wat gebruikt kan worden om te vlechten.
    De Bunt wordt gebruikt voor bijenkorven.
    Nationaal Vlechtmuseum, Noordwolde
    Ook wordt een Oostfriese rietvlechterleraar Hirsch uit Weener, dat bij de Eems ligt, met veel overredingskracht door Van der Tuuk naar Noordwolde gehaald om het vak over te brengen aan de bevolking. Aan het einde van de 19de eeuw is de productie zo groot geworden (100.000 per jaar) dat het geëxporteerd kan worden naar het buitenland. Echter andere buitenlanden als Duitsland en Oostenrijk leverden een betere kwaliteit. Vandaar de oprichting van de Rijksrietvlechtschool, om dit te verhelpen.
    (bron: Wikipedia Nationaal Vlechtmuseum, Hindrik Edema van der Tuuk, Noordwolde (Friesland); Noordwolde.net; Nationaal Vlechtmuseum)
    In het museum zelf worden we eerst uitgenodigd om met een gemeenschappelijk groep van laatste bezoekers iets in het lokaal te gaan bekijken, een film. Uiteraard doen we dit. Daarna lopen we vrij het museum rond. We zien historie voorbijkomen over de vlechtontwikkeling in Noordwolde zelf.
    Maar ook ingelijste tekeningen van toonaangevende nieuwe ontwerpen, want alles wat gemaakt moet worden, moet eerst nauwkeurig getekend worden, zoals we uit de film geleerd hebben. Aan de muren hangen dan ook prachtige kleurenrijke tekeningen met daarop diverse ontwerpen. We hebben het intussen over Fries Design.
    Het succes van de rotanstoelen levert prachtige geschiedenisbeelden, waaruit het huisvlijt duidelijk wordt.
    Ook is er een ruimte met diverse ontwerpen, die mogelijk -afhankelijk van je eigen leeftijd- herkenbaar zijn. Hier staat ook een bekende stoel waarin je -als enige- mag plaatsnemen.
    Maar het betreft dan wel het exemplaar dat veel reisde, vaak op het dak van de auto en de hele wereld over ging. Het is een ontwerp van Jan des Bouvrie en is gemaakt door de fabrikant Rohé in Noordwolde: De stoel van Rik Felderhof.
    Erg bijzonder en leerzaam was dit bezoek aan het Nationaal Vlechtmuseum. Bij binnenkomst kom je ook door het museumwinkel en het oog was al op twee boekwerken gevallen, dat de leermomenten zeker zal gaan vasthouden.

    Na dit museumbezoek bekijken we nog even Noordwolde, tevens op zoek naar een drankje. Vanaf de Hoofdstraat Oost zien we, wanneer we ons omdraaien, de fantasieloze lokalenblokken waarin het museum gevestigd is. Aan de andere kant valt ons meteen de laatste molen van Noordwolde op, de korenmolen 'Windlust', waarvan Sietse Timmerman de laatste molenaar was.
    We liepen verder door de Hoofdstraat, het zal immers niet voor niets Hoofdstraat heten, in de hoop iets tegen te komen, waar we even konden gaan zitten.
    Vervolgens komen we een asymmetrische dubbelwoning tegen met typisch metselwerk, waarvan de eerste steen is gelegd op 2 augustus 1926. Hierbij valt vooral het uitstekend effect op bij de stenen in de façade en van de hoeken bij de deuren. Het uitsteken van de hoeken heeft vermoedelijk te maken met het feit, dat deze geen 90 graden zijn maar bijvoorbeeld 86 graden.
    Even verder valt een andere woning juist op, door het formaat. Aan de zijwand herkent men de geschiedenis en dat is in dit geval veel, zo te zien. Bizar genoeg hebben we nu het idee, omdat we nu door de Hoofdstraat lopen, dat dit ook de ingang zal zijn van het pand. Dat de werkelijkheid echt anders is, zullen we pas achteraf ontdekken, nu we de wereld van bovenaf hebben gezien.
          
    Hellingstraat - Weemstraat, Noordwolde
           
    Hoofdstraat West en Hoofdstraat Oost, Noordwolde
    Bovenstreek - Dokter Mulderstraat, Noordwolde
    Wanneer we bij het kruispunt komen, waar de Hoofdstraat Oost in West verandert, zien we dat het kruist met veel straatnamen. Aan de linkerhand, met terras, zien we Bovenstreek en Dokter Mulderstraat staan op de straatnaambordjes. Aan de rechterkant heten de straten Hellingstraat en Weemstraat. Tevens zien we aan het wegdek, dat deels van asfalt, deels van baksteen is, dat hier dus een kanaal heeft gelopen, dat nu gedempt is. Bevestiging hiervan vinden we in de naam van het café waar we op het terras gaan zitten, Café Restaurant 'de Olde Vaort'. Op kaart 202 uit 1926 van [GHtAF] zien we de vaart nog lopen en heet Noordwolder Vaart. Deze staat aan het eind in verbinding met het riviertje de Linde.
    Wat tevens opvalt zijn de twee bijzondere kleurrijke beelden. Dit hebben we nog niet eerder gezien... en eigenlijk zijn we lichtelijk verwonderd.
    We bekomen hiervan, zoals al ontdekt, op het terras van 'de Olde Vaort'.
    Na een drankje en hapje lopen we het Westelijke gedeelte van de Hoofdstraat op en neer en lopen via de Hellingstraat - Weemstraat naar wat lijkt op een overdekt winkelcentrum op het Manouplein. Wij laten ons verleiden door tamelijk nieuw uitziend pand, waarin tweedehands verkocht worden. Bij binnenkomst valt het oog meteen op een klassiek bureau dat er goed uitziet. De eigenaar verteld dat het nog maar net binnen is en het inderdaad opvalt, waarmee hij wil zeggen dat er al meerdere geïnteresseerden naar hebben gekeken. En de prijs is goed te doen. Maar ja, hoe neem je zoiets mee?
    We gaan maar even rustig verder kijken. We lopen helemaal door naar achteren en komen bij een boekenkast uit, waar weer een aantal interessante tussen staan. Maar nu even niet.
    Na het rondje te hebben afgemaakt, komen we toch in de verleiding om iets te kopen. Een lijst van 60x50 met daarin de kaart van West-Friesland, nou ja, vooruit, de Hollanden.
    Na viel wikken en wegen toch maar gekocht.
    We liepen verder langs een open perceel naar de Meule Passage. ... en hier had ons een lampje moeten gaan branden, dat de tweedehandswinkel dus eigenlijk in dat hele lange pand zit met een wand vol geschiedenis ... maar we zagen het niet van deze kant.
    Aan de andere kant van de Passage kwamen we weer uit bij de Molen en waren we zo weer bij de auto.
    Wanneer we net het dorp uit zijn passeren we het verlengde van het Noordwolder Vaart. (bron: Wikipedia Linde (rivier), De Hoeve)


          Oldeberkoop
    Even voorbij Zandhuizen, een oud dorp uit circa 1000-1100, dat vermoedelijk ontstaan is als kloosteruithof van Rinsumageest, komen we langs de Linde (H), dat hier toch al een stuk breder is geworden. Wanneer we iets langer in het water turen, zien we veel visjes zwemmen.
    Wanneer we verder rijden, komen we aan in Oldeberkoop, waar het bij binnenkomst druk lijkt. We stallen de auto even in het Molenlaantje en lopen een stukje straat. Was het een luchtspiegeling geweest, wat we zagen of was het slechts een grote groep fietsers die de indruk wekten dat er iets te doen was. We zien niets meer en lopen maar weer terug naar de auto, waarbij we wel langs twee kunstachtige woningen liepen, waar we eventueel naar binnen konden.

    Grafkelder familie Prins, Bonifatiuskerk, Oldeberkoop
    We rijden weer verder en komen langs een oude kerk en hier is wel druk. Dus toch nog maar een keer de auto geparkeerd en eerst de kerk bekeken.
    Deze aan Bonifatius gewijde kerk (
    524295) is gebouwd in de twaalfde eeuw. Bijzonder hierbij is dat het vier toegangspoorten had, waarvan er nog een aanwezig is. Wel is het geheel nog steeds ommuurd.
    De kerk zelf is talloze malen verbouwd, zo te zien. Ook aan de binnenkant is er merkwaardig metselwerk te vinden in de muur of vreemde uitsparingen, waarvan hierbij een kleine collage.
    Buitengekomen zagen we dat er toch iets met kunst te doen is, namelijk de jaarlijkse Kunstroute 'Open Stal'.

    Lost childhood - 205 cm hoog - keramiek - 2006
    Kunstruimte Hiemstra - Oldeberkoop


    Kunstruimte Hiemstra - Oldeberkoop
    We gaan een stukje lopen om te zien wat we tegenkomen. Al gauw staan voor een grijs modern gebouwtje, dat "Kunstruimte Hiemstra" gaat heten. We zien hier twee figuren buiten staan, die we herkennen als van de maker van de beelden op het kruispunt in Noordwolde. Op de site van de maker Peter Hiemstra vinden hiervan ook een bevestiging. Ook kunnen we zien hoe het project "Kruuspunt 2004/2005", tot stand is gekomen in samenwerking met dichter/schrijver Johan Veenstra. En nu kunnen we ook namen geven aan de beelden in Noordwolde. De linker, met de reiskoffer op de rug, heet Reiziger en de rechter Waeterman.
    Wat een toeval dat we juist deze kunstenaar 2 maal op een dag treffen.
    Helemaal begrepen hebben we het kunstwerk niet, dat in Noordwolde staat, want de brugdelen hebben we gemist, al staat er nog net een stukje van op de foto. Ook het gedicht op de rustbankjes bij de sokkel van de keramieken beelden hebben we over het hoofd gezien.
    We kijken nog even in de stal van een gebouwtje dat de "Doorreed & Stalling" boven de deuren heeft staan en zien ook hier mooie spullen staan.
    Bij terugkomst bij de auto merken nog de gebouwen op rondom de kerk, waarbij een oude woning 1778 (31730) in het oog springt, maar ook een statig pand als Vredewoud en diens boerderij.
    Kortom, eigenlijk is doet dit flitsbezoekje te kort aan Oldeberkoop. Maar onze vriend, de tijd helpt niet mee. Ook al kunnen binnen 20 minuten weer thuis zijn, met de reis zoals wij die maken zien we meer. Dus willen we het laatste derde gedeelte net zo rijden, dan moeten we echt verder.
    (bron: Wikipedia Zandhuizen (Friesland), Oldeberkoop, Bonifatiuskerk (Oldeberkoop); Kunstroute Open Stal; Peter Hiemstra)


          Makkinga
    En dus verlaten we Oldeberkoop en rijden via Deddingabuurt en langs het Diaconieveen bij Egypte parallel langs de Tsjonger / Kuunder. Hierna kwamen we via Twijtel uit in het verkeersbordenvrije Makkinga, waar we even stilstaan bij het kerkje uit 1775 (J).
    Ook zien we het daarbij geplaatste beeldje van Carlo Mistiaen uit 1999 De honingdenker van Makkinga, ook wel De Hunningdaenker van Makkinga of De Huningtinker van Makkinga, dat ons wil laten beseffen dat we onze jeugdige bloei reeds lange tijd achter ons hebben gelaten en dat het verval ook bij hem spoedig zal intreden. Hierna zitten wij er een punt achter en rijden op ons gemak naar ons huisje. Wel via het Opsterlânske Kompanjonsfeart natuurlijk, zodat we nogmaals over de Nanningaweg door Oosterwolde rijden. Thuis gekomen gaan we voor de laatste maal eten bij onze buren van Restaurant Theater Café "Het verenigingsgebouw".
    De beelden van Peter Hiemstra hebben een grote indruk gemaakt, wanneer we het er tijdens de maaltijd over hebben. Dat dit een kleine twee jaar later in iets bijzonders zou uitmonden - waar we twee dagen en nachten voor uittrekken, konden we nu nog niet bevroeden, al laat het zich alwel hier vertellen, wanneer we van het eten gaan genieten:


          Hijken
    In de tweede week van mei 2016 is het opeens zover en gaan we op reis naar onze slaapplaats voor de komende twee nachten: Bed en Breakfast
    Erfgoedlogies Diependal.
    We komen rond het afgesproken tijdstip aan en na een hartelijk ontvangst worden we rondgeleid in de B&B. Na de benodigde uitleg en beantwoording van onze vragen, pakken we uit en richten we ons in. We zijn er helemaal klaar voor. De B&B is prima in orde en het uitzicht grandioos. Op advies van de bewoners gaan we eerst naar het restaurant om even een plek te reserveren en dat blijkt inderdaad nodig te zijn.


          Hooghalen
    Het Wapen van Schotland in het nabij gelegen Hooghalen blijkt populair en zit nu al aardig vol. Maar voor ons is het nu nog te vroeg om te gaan eten. We rijden nog even een stukje naar de bossen van Boswachterij Hooghalen. Deze bossen verhullen diverse bijzonderheden, die wij in het uurtje dat we hebben niet alle kunnen zien. We zien wel tot waar we komen en wat we ervan mee krijgen. We parkeren de wagen op het bijna lege parkeerterrein in het bos bij het Herinneringcentrum.
    De bomen tollen om ons heen en laten her en der fel zonlicht door tussen de frisgroene bladeren. We ruiken de aardse geuren vanwege de pasgevallen regen.
    We lopen het bospad op, waarvan het richtingsbord zegt dat het naar Kamp Westerbork gaat.
    Even later staan we aan een kale zandvlakte.
    Een paar minuten later staan voor het Bos van de Toekomst. In zo'n bos - waarvan er intussen vele in Nederland zijn - kunnen mensen een boom planten ter herinnering aan een markering in hun leven. De bijgeplaatste bordjes verklaren in zoverre waarom het gaat. Het ziet er indrukwekkend uit.
    Een kleine tien minuten verderop - onderweg komen we allerlei planeten tegen, dit pad heet dan ook niet voor niets Melkwegpad - zien we twee schotels op een heuveltje staan. Het zijn fluiterschotels. Proefondervindelijk ondergaan we elkaars gefluister en inderdaad, we kunnen - elk staande voor een schotel - elkaar prima verstaan.
    Jammer genoeg zijn we halverwege de uitgetrokken tijd gekomen en moeten we de gelopen 2000 meter weer teruglopen. Daardoor missen we de over 500 meter zichtbaar wordende radiosterrenwacht met zijn grote schotels en de 2000 meter verderop liggende Nationaal Monument Westerbork en het voormalig Kamp Westerbork. Een uur is dus duidelijk te kort voor deze wandeling. Twee uur is beter, zeker als je ook nog het een en ander gaat bekijken of uitproberen.

    We rijden weer terug naar de Hoofdstraat in Hooghalen om aan tafel te gaan bij Het Wapen van Schotland, waar we een prima maaltijd krijgen en avond hebben.

    Aangezien het nog niet laat is en het buiten licht, besluiten we nog even een rondje door de omgeving te rijden: van Hooghalen via De Streek en Suermondsweg naar Smilde. Vanaf Smilde rijden we langs de Drentsche Hoofdvaart en door Hijkersmilde om vervolgens langs het Oranjekanaal en door Oranje weer bij onze B&B uit te komen. Het is dus eigenlijk een rondje om Diependal.
    Wanneer door het gebied rijden is het overduidelijk dat dit ook voormalige veengebieden zijn. De straatnaam Laaghalerveen spreekt voor zich. De Suermondsweg en de Suermondswijk of Dikke Wijk vertellen het afwateringsverhaal. Het komt uiteindelijk uit in de Drentsche Hoofdvaart, waar alle wijken op uitkomen om het kanaal aan voldoende water voor de scheepvaart te doen bekomen.

    Het veengebied is langzaamaan Smilde gaan heten, maar er is op twee verschillende momenten begonnen met het aan snee brengen van het veen. Het zuidelijke gedeelte - waar ook het veenstroompje de Lake stroomt - werd door Hollandse particulieren aangepakt in de zeventiende eeuw. Het noordelijke deel - waar wij nu rijden - werd op initiatie van het Drentse Gewest vanaf 1767 aangepakt.
    Zo'n jaar na de eerste koopovereenkomst in 1612 tussen de Amsterdammer Berend Everts Ketelas en de schulte van Diever, Berend Ketel, waren er veel de percelen overgegaan in andere handen, waarbij zo'n 50 procent nog in handen was van 'Hollandse particulieren'. 20 Procent was 'Fries' geworden en 30 procent 'Drents'. Aan het einde van de eeuw was echter alles weer in 'Hollandse' handen.
    Het noordelijke deel is een ander verhaal, dat begon in 1767 toen de Landschap Drenthe de Oude Smildervaart plus 'bijbehoren' kocht voor ƒ 30.000. Ze hadden in 1750 ook al een aanbod van Sara Varlet gehad - zij is de dochter van de Amsterdammer Cornelis Varlet, die hier vanaf 1678 grote delen in handen had gekregen - om voor een klein bedrag (ƒ 4.800) eigenaar te worden, maar dat hadden ze laten schieten zodat het in Friese handen i.c. Daniel de Blocq Lijcklama à Nijeholt kwam, die immers vlakbij - in de Opsterlandse Veencompagnie - ook belangen had.
    De oude vaart had voordat het gebruikt kon gaan worden een flinke opknapbeurt nodig. Ook waren de schepen in de loop van de tijd veranderd, zodat werd besloten om een nieuwe vaart te maken met meer diepgang: 3,5 voet. In 1771 was deze gereed en daarna konden de veenplaatsen verkocht worden. Door het resultaat rijden we nu.
    (bron: Gerding/Turfwinning, p. 201-208)

    Wanneer we nu over de aan snee gebrachte veengronden vanaf de Suermondsweg kijken, zien we een fraaie regenboog.
    Aan de Drentsche Hoofdvaart ter hoogte van het gebouw dat de naam Nieuw-Salverdt draagt - een voormalige Marechausseekazerne bij de Leembrug - zien we aan de overkant van het kanaal de Ontmoeting, dat hier in 1999 is geplaatst en gemaakt is door Tine Mersmann (Trijntje Hinke Mersmann, Gorredijk (Opsterland), 8-9-1946 - 12-6-2012). Het moet de ontmoeting verbeelden dat aan het begin staat van een fase vol gedeelde levensverwachtingen.
    Tine heeft een opleiding genoten aan de Academie Minerva (1970-1976) in Groningen en de Nieuwe Academie in Utrecht.
    Wanneer we via het Oranjekanaal weer terugrijden zien we boven de bossen de zendmast Hoogersmilde uitsteken. Met z'n betonnen voetgebouw van 82 meter is dat ging enkel probleem. Daar bovenop staat nog eens een stalen mast met in de loop van de tijd verschillende sprieten, zodat de totale hoogte varieerde. Tot september 2007 had het de hoogste lengte van 312 meter.
    (bron: MarechausseeSporen Brigade Hijkersmilde; Drenthe Kunstbreed in beeld Ontmoeting; Mensenlinq Overlijdensbericht Tine Mersmann; Galeries.nl Tine Mersmann; RKD Tine Mersmann; De Website van Hoogersmilde De Zendmast Hoogersmilde)


          Hijken (2)
    Wanneer we weer terug zijn in de B&B, doen we net alsof we thuis zijn.
    We lezen en puzzelen wat, kijken wat tv en drinken en praten wat. Dan werpen we nog eens een blik op het boekenkastje en vinden daar een eindwerkstuk van de
    IVN-NG-cursus van de Assen-Tynaarlo cursisten Evers, Kapper en Schat, die hieraan de titel Dromen op Diependal : een wandeling op het Hijkerveld hadden gegeven.
    Aangezien we morgenochtend nog de tijd hebben voor een mooie wandeling voordat we ons op de Hiemstra-kunst werpen, is dit een ideale voorbereiding. Het maakt ons snel wegwijs in het gebied, de algemene en specifieke geschiedenis van de omgeving, waarbij wij natuurlijk geïnteresseerd zijn in een aantal zaken.
    Zo lezen we dat Hijken een esdorp is. Een esdorp bestaat uit meerdere boerderijen dat met een halve cirkel rond de brink ligt. Want een brink - vergelijkbaar met het Engelse brim, dat rand betekend - ligt aan de rand van de bewoning. Dit gedeelte van de es lag dan weer tegen een beekdal, dat gebruikt werd als hooi- en weiland voor het vee. Op de hoge es waren verder de akkers. De totale es werd omringd door een drie meter brede wal van een meter hoog, ook wel vrede of estuin genoemd, beplant met akkermaalshout, wat weer kon worden als geriefhout, brandhout en om run voor het leerlooien verkrijgen.

    De akkers / es werden vruchtbaar gehouden door een mengsel van plaggen en dierenuitwerpselen. Door vele eeuwen bemesting op deze manier ontstond er het esdek, dat telkens hoger werd.
    De naam van het dorp Hijken, kwam rond 1370 voor het eerst geschreven voor als Hyken en later als Hiken of Hicken en Hijcken, zodat we het uitspreken als Hieken. De naam zou kunnen duiden op een geslachtsnaam van bijvoorbeeld Hiekma of Hikena.
    Voor deze bewoning was er al veel eerder bewoning, getuige de grafheuvels en de Celtic field, die we hier kunnen vinden. Rond de zeventiende eeuw maakte het deel uit van het tweede Dingspel. Op de kaart zien we nog het stroompje waaraan de es gelegen is. Het vloeit samen met een aantal andere riviertjes dat naar Meppel stroomt, waar het even later bij Genemuiden in de Zuiderzee stroomt. Het nieuwe kanaal - de Drentsche Hoofdvaart - waaraan vanaf 1767 werd gewerkt staat ook op de kaart vermeldt. We zien het eindigen in Assen.
    (bron: Dromen op Diependal, p. 24, 27-28; Wikipedia Esdorp, Akkermaalshout; Winkler Prins : 8, 6e dr.: Es (1), p 290; Hijken Geschiedenis; Dominii Groningæ nec non maximæ partis Drentiæ novissima delineatio / Nicolaus Visscher, 1663 krt-1663-grp; Nieuwe kaart van het vrye landschap Drenthe / J. Jagen, 1794 krt-1794-drp)

    Wij houden het na het uitlezen van het document ook voor gezien en gaan maar eens kijken of we er ook van kunnen dromen.


    's Ochtends worden we na een ontspannend nachtrust uit ons zelf wakker en maken ons klaar voor de dag. We horen dat in de andere kamer het ontbijt wordt klaargezet, dat er - wanneer we de kamer ingaan - sfeervol uitziet.
    Aangezien er voldoende is voor tevens de lunch leggen we hiervoor iets opzij, zodat we wanneer we terugkomen van onze wandeling over het Hijkerveld, ook nog iets te eten hebben.
    Maar eerst maar eens van het ontbijt genieten en wakker worden met een bakje koffie, dat volledig naar wens met geklopte melk wordt geleverd. Wat een verwennerij.

    Aangezien het weer wisselvallig blijkt te zijn, kiezen we het juiste moment om een stukje te gaan wandelen. Echt lang zal het niet gaan, want de droge periode die we nemen, zal slechts een uurtje duren.

    We laten de foto's hier het verhaal vertellen. Twee dingen zijn we wel herkenbaar tegengekomen, waarover we in het boek hebben gelezen. Het - zonder overdrijving - meest belangrijke Sphagnum palustre, het invloedrijke plantje in het literatuuronderzoek en reisverslagen van ons land.
    Aangezien de Schotse Hooglanders ook op onze route hebben gelopen, we vinden namelijk verse uitwerpselen van ze, hebben we het geluk, dat we ook een mestkever tegenkomen, die drukdoende is. Z'n olieglanzende pantser valt kleurrijk op in de zon. Bij het laatste waterplasje - net voorbij de grafheuvel, die wij gemist hebben - horen we de natuur. Er zitten hier duidelijk brulkikkers, want ze gaan behoorlijk tekeer. Ook horen we nu duidelijk een aantal soorten vogels. Even verderop komen we de grote grazers - de Schotse Hooglanders - tegen.
    We moeten nu een beetje doorstappen, want we zien de bui al hangen. Met het beginnen van het buitje lopen we de toegangspad op en zijn we net op tijd binnen voordat het begint te plenzen.

    We nemen nog een bakje koffie en beginnen aan de lunch om vervolgens naar de reden van onze aanwezigheid hier te gaan: de uitreiking van het eerste exemplaar van het boek "Al werkend bedenk ik de wereld" en het bekijken van bijbehorende tentoonstellingen. Natuurlijk zullen we ook onze eigen versie van een speciaal exemplaar ophalen.


          Hooghalen (2)
    We zijn hiervoor uitgenodigd op een feestelijk middagprogramma op twee locaties. We beginnen in Hooghalen met de boekpresentatie en een tentoonstelling van nieuw werk. De feestelijkheden worden voorgezet in Twijzel met een tentoonstelling van veelal reeds in particulier bezit zijnde oud werk en optredens van dichter Veenstra, de formatie Ruisdaal en een zeer bijzondere voorstelling met dichter Leenstra. De tentoonstellingen zijn te bezichtigen tot 26 juni 2016.

    Wij verplaatsen ons daarom na de lunch snel naar Hooghalen naar het landgoed Hiemstrastate waarin de galerie Wildevuur gevestigd is. Het ligt natuurlijk voor de hand dat Peter Hiemstra hier zijn boekpresentatie houdt (al is er volgens de organisatie geen familiair verband tussen beiden).
    We rijden de lange oprijlaan van het landgoed Hiemstrastate op tot we voor het pand de wagen kunnen parkeren. Achteraf blijkt dat we kennelijk op tijd waren, want de hele oprijlaan zal vol komen te staan met auto's van bezoekers.
    Ons vroege aankomst geeft ons de gelegenheid om werken in dit pand te bekijken. Het pand zelf is in 1922 gebouwd en is ontworpen door de Rotterdamse architect Michiel Brinkman (1873-1925) in opdracht de eveneens Rotterdamse graanhandelaar A.M. van Dusseldorf Pz. De drie gebouwen van het complex Huize Dennenrode - dus inclusief de garage en schuur - zijn alle rijksmonument (468617-9). De heidegronden werden hier ontgonnen en op de armste gronden werden bossen aangeplant. Het oudste gedeelte stamt uit 1875. In de bossen naast de oprijlaan liggen vijf grafheuvels.
    De bewoners rondom het Smelts bosch - zoals dit boomrijk gebied voor de komst van Van Dusseldorf heette - waren eerst bevreesd dat het bos ten prooi zou vallen aan de bijl van de houthakker. Ze toonden zich dan ook meer dan tevreden over het sieraad voor het dorp, dat Van Dusseldorf met de aangebrachte veranderingen voor elkaar had gebracht. Dat er mogelijk toch enkele bomen gerooid zou moeten worden, komt door de onveilige situatie die de bomen creëren voor de spoorwegovergang. Wonder boven wonder kwam de chauffeur van een vrachtauto van Van Dusseldorp er goed vanaf, nadat de vrachtauto was geschept door een goederentrein, de 28e november 1925.
    Al vijf jaar na de bouw werd het pand bedreigd door een heidebrand. Met het geluk van een draaiende windrichting en de al opgeroepen militaire hulp werd de reeds naar de bossen overgeslagen vuurzee bedwongen.
    Dat Van Dusseldorp een fervent jager was, is ook bekend. Het zal ook een van de redenen zijn geweest voor zijn aanwezigheid hier. Op 28 en 29 oktober 1928 werd er een gemeenschappelijke drijfjacht georganiseerd. Tijdens klopjacht werden 158 konijnen, 53 hazen, 5 korhoenders, 2 patrijzen, 2 houtsnippen en 1 fazant geschoten.
    Naast de bosbouw en de veengraverij was Van Dusseldorp ook actief in de rundveehouderij. Een rund van hem werd namelijk op 21 juni 1929 opgenomen door de inspecteur van het Nederlansch rundveestamboek J. Schuurmans in datzelfde stamboek, samen met zeven andere. Het kreeg zelfs 81 punten, echter net een punt te weinig om opgenomen te worden in het keurstamboek.
    Wegens vertrek uit Drenthe verschijnt er op 26 oktober 1932 een advertentie in het Nieuwsblad van het Noorden waarin "Dennenrode" te koop is. Diverse advertentie in verschillende tonen zullen de komende jaren volgen.
    Het jagen zou Van Dusseldorp bijna nog fataal worden, wanneer hij zichzelf - tijdens het aangeven van zijn jachtgeweer aan iemand anders - in zijn been schiet. Dit gebeurde trouwens op een jachtpartij in de Ardennen. De noodzakelijk medische ingreep vond daarom plaats in het ziekenhuis van Dinant.
    Op oudejaarsdag 1938 wordt bekendgemaakt dat het landgoed van A.M. van Dusseldorp uit Scheveningen is verkocht aan A.L. Pool, de V.A.M.-directeur.
    Boekpresentatie van het overzichtsboek van Peter Hiemstra Al werkend bedenk ik de wereld
    15 mei 2016 13:00 uur
    Galerie Wildevuur
    Hiemstrastate, Hooghalen.
    Henk Slomp en Peter Hiemstra worden als samenwerkend team toegesproken. Ook de fotograaf van alle beelden en vormgever van het boek Sijtze Veldema wordt in het zonnetje gezet.

    De tekstschrijver Gertjan van der Stelt wordt bedankt voor zijn enthousiaste inspanning. En ook vrouwlief Geertje de Boer ontvangt een bloemetje en de ontroerende dankwoorden voor haar onvolwaardelijke steun en het maken van de vilten omslagen van de speciale editie van het boek.


    Peter's kinderen Joep, Nikki en Kick nemen het eerste exemplaar in ontvangst.
    Van Dusseldorp overlijdt plotseling op 62-jarige leeftijd in Den Haag op 17 maart 1949.
    In mei 1949 wordt bekend dat het landgoed, dat sinds 1947 in eigendom is van de familie Hiemstra toegankelijk wordt voor publiek op vertoon van een wandelkaart (art. 1 van de natuurschoonwet 1928). In 1968 heeft de eigenaar waarnaar de Hiemstrastate later is vernoemd, Bienze Hiemstra het landgoed nagelaten aan de Vereniging Natuurmonumenten. Bienze Hiemstra (1878-1968) overleed op 90-jarige leeftijd op het landgoed Dennenrode op 8 oktober 1968.
    (bron: Delpher - Provinciale Drentsche en Asser courant, 13-12-1922. - p. 2 Beilen, 28-11-1925. - p. 2 Auto-ongeval, 06-05-1927. - p. 5 Gevaarlijk heide branden, 30-10-1928. - p. 5 Drijfjacht, 22-06-1929. - p. 2 In het stamboek, 26-10-1932. - p. 15 Te Koop, 24-12-1936. - p. 6 Jachtongeluk in de Ardennen, 31-12-1938. - p. 4 "Dennenrode" verkocht, 21-03-1949. - p. 2 A.M. van Dusseldorp overleden, 09-05-1949. - p. 4 "Dennenrode" toegankelijk voor het publiek; Leeuwarder courant : hoofdblad van Friesland, 09-10-1968. - p. 4 Familiebericht; Museumclub Galerie Wildevuur; DBNG Michiel Brinkman)

    We verzamelen ons tegen enen op het terras tussen het theehuis en de galerie, waar de boekpresentatie plaats vindt. Alle mensen die een bijdrage hebben geleverd aan het ontstaan van het boek worden in het zonnetje gezet en dat leidt soms tot enige hilariteit. De mensen kennen elkaar immers al jaren en werken dan ook al vele jaren met elkaar samen. Het hebben van (blind) vertrouwen in elkaar, levert dan ook fantastisch werk op. In 2009 neemt Peter het initiatief om Henk Slomp te vragen om een beeld van hem te completeren. Na het eerste beeld dat hieruit ontstaat en de titel M. Boyd is coming to town zal krijgen, zullen er nog vele volgen, waarbij de rollen van aanbrengen regelmatig wordt omgedraaid.
    Tentoonstelling bij de boekpresentatie van het overzichtsboek van Peter Hiemstra Al werkend bedenk ik de wereld
    15 mei 2016 13:30 uur
    Galerie Wildevuur
    Hiemstrastate, Hooghalen.

    Delen van de indrukwekkende Karavaan, waarin de mooie samenwerking tussen Peter Hiemstra en Henk Slomp tot uiting komt, m.o.a.
    De tegentijdwerkers (2014)
    De zwaartekrachtontkenner (2016)
    Verspreiding van het woord (2014)
    (bron: Peter Hiemstra : Al werkend bedenk ik de wereld. - p. 148, 150, 132-133)
    Het rustpunt in het midden van de drukte van de vele bezoekers ... en de ontvangst van het gepersonaliseerde exemplaar van het overzichtsboek.
    Manon Borst, de directeur van Museum Martena in Franeker , komt met de vraag of de heren een opstelling van verschillende beelden kunnen maken. Dit zal binnen enkele jaren leiden tot een geweldig project dat De Karavaan zal gaan heten. In de grote zaal van Museum Martena zal het op een tafel van veertien meter lang te zien zijn: een zeer indrukwekkende stoet van zestien wagens!
    (bron: Peter Hiemstra : Al werkend bedenk ik de wereld / Gertjan van der Stelt. - p. 31-32)
    De kinderen van Peter en Geertje worden uiteindelijk naar voren gevraagd om het eerste exemplaar in ontvangst te nemen.

    Hierna worden we allemaal uitgenodigd om de tentoonstelling in het andere gebouw te bezichtigen.

    Voor de deur van de ingang komen we twee werken tegen, waaronder Zachte buit. Hierin zien we onder andere de twee steeds terugkerende thema's - of zoals men wil symboliek - in het werk van Hiemstra: geweld en onschuld.
    De tentoonstelling is verdeeld in twee delen, waarbij beneden is gereserveerd voor de steeds verder uitdijende Karavaan. Wegens een tekort aan lengte van het gebouw, wordt het omgebogen, om daar verder te gaan. Het spektakel en de aandacht is er niet minder om. De Karavaan is een metafoor voor het leven. De wagens volgepakt met allerlei vage objecten die van waarde zijn en betekenis voor de eigenaar en kijker hebben of krijgen. Over deze eerste samenwerking lezen we het volgende: "Alles heeft namelijk een doel, alleen is dat allang niet meer bekend. Het is duidelijk dat de wagens grote thema's als macht, religie, geweld en filosofie uitdrukken, nooit expliciet, maar wel zeker maatschappijkritisch."
    Voor de eerste Karavaan-tentoonstelling werd er een gelijknamige publicatie gemaakt met daarin de beelden en fantasierijke teksten van beide heren. Maar ook de door Nicolette Leenstra geschreven epos. Hierbij werd een twaalf minuten durende film gemaakt door Studio Logtenberg op muziek van Paul van Mook. Tijdens deze filmvoorstelling werd de Epos van Leenstra voorgedragen. Hierover straks meer. Maar omdat beide heren na 2014 verder gingen met de Karavaan, ging Leenstra op zoek in de archieven, waar ze erachter kwam dat er ooit een Afsplitsing is geweest. De objecten zijn anders maar herkenbaar.
    (bron: Peter Hiemstra : Al werkend bedenk ik de wereld. - p. 31, 34)

    Op de bovenste verdieping vinden we ander werk van Hiemstra, met dezelfde soort herkenbaarheid.
    Nadat we zo goed als mogelijk alle beelden hadden gezien, gaan we omzien naar Peter zelf. We krijgen nog iets van hem persoonlijk overgedragen. Maar aangezien het best wel druk is, valt het nog niet mee om hem tegen te komen. Wel zien we van boven onze B&B-gastvrouw en -heer.
    Vanwege de drukte en het feit dat iedereen natuurlijk even met Peter in gesprek wil, besluiten wij maar even de beeldentuin te bekijken en rond te lopen.
    We komen zowaar meteen een beeld tegen, waarin we meteen de hand van de maker Evert van Hemert herkennen. Haar Poes heet het werk. De beelden van Van Hemert hebben een duidelijk signatuur, merkten we tijdens een fietstocht in 2013. We reden toen kennelijk de beeldenroute 'de Famkes van Kolderwolde' , een route met vele beelden van Van Hemert.

    Na deze rondgang door de tuin, lopen we weer terug naar de expositieruimte, waar we meteen Peter tegenkomen, uiteraard in gesprek met iemand. Nadat het gesprek is afgerond, stellen we ons aan hem voor. We worden meteen apart genomen in de ruimte waar de persoonlijke exemplaren liggen en kunnen zo in alle rust in gesprek met elkaar komen. Even later treffen we nog een Amsterdams stel, die ook een persoonlijk exemplaar komt halen. Omdat het vervolgens gaat regenen, wachten we met het vertellen aan elkaar van onze eigen verhalen en achtergronden, tot de bui is overgetrokken en we op weg kunnen gaan naar het tweede deel van deze bijzondere dag.


          Hiemstra-route

    We rijden de dikke zestig kilometer relaxed over de nieuwe weg die hier ligt. Het eerste stuk van de N381 hebben gisteren al gereden. Maar zodra we over de De Tillegröppe of Tilgrup komen - dit is de gekanaliseerde beek die naar de Vledder Aa stroomt, rijden we plotsklaps door een stuk natuur dat doet denken aan A28 door de Veluwe: het Nationaal Park Drents-Friese Wold. Her en der rijden we volgens het navigatiesysteem door de weilanden. Ook de vele nieuwe brede viaducten onder en boven de weg vallen op. Ter hoogte van Moskou en Hoornsterzwaag gaat er kwartje vallen. De weg waar we nu op rijden is wat we - inmiddels 2 jaar geleden - gezien hebben aan werkzaamheden en wat we niet thuis konden brengen
    . Dat is dat bij deze opgelost.
    Het blijkt ook - zo zonder kruispunten - een snelle route te zijn want we zijn zo in Drachten. De afstand tussen bijvoorbeeld Emmen-Drachten is nog geen uur.
    (bron: Wikipedia Tilgrup)

    Om de afstanden en invloedsfeer van de stad Groningen eens zichtbaar te maken heb ik de 'belangrijkste' spinnenweb-wegen eens aangegeven op de kaart. Deze spinnenweb van wegen is vervolgens - enigszins gedraaid - over de Randstad gelegd. Dan besef je pas hoe groot Noord-Nederland is vergeleken met de Randstad. Naast de provincies Utrecht en Zuid-Holland vallen er grote delen van Noord-Holland, Gelderland en Noord-Brabant onder. Zo valt bijvoorbeeld het ritje Emmen-Dokkum (102 km en 1:19 uur) snel te vergelijken met Oosterhout-Schiphol (103 km en 1:01 uur). Dat laatste ritje zal echter niemand voor de lol gaan rijden, mede omdat dit zelden in een uur te rijden valt.

    Vanaf Rottevalle gaan we weer een oude weg op - de N369 en N355 - dat ons naar Twijzel zal brengen.


          Twijzel
    Wanneer we in Twijzel zijn aangekomen, gaan we eerst bij het
    Wegrestaurant Twijzel een bakje koffiedrinken. Binnen ziet het er tijdloos uit. Twijzel, in het Fries Twizel, heette voorheen Optwizel, dat bij de tweesprong betekend. Het tamelijk nieuwe wapen van Twijzel stamt uit 1999 en duidt deze tweesprong met een gaffel aan. Bij het dorp komen twee wegen samen.
    De weg van Kollumerzwaag en de weg van Buitenpost die samen verder gingen naar Jistrum, althans zo doet een kaart "Oostergo" uit 1744 van Isaac Tirion vermoeden.
    Een oudere kaart uit de Brusselse Atlas van 1573 van Christian Sgrooten laat jammer genoeg geen weg zien, maar we herkennen hier toch een splitsing. Veen Cloister en Buite Post.
    (bron: Wikipedia Twizel; Brusselse Atlas : 5 : Delineatio sinus Meridionalis maris, vulgo de Zuyder Zee ab occidente Waterlandia[m] ab oriente vero Phrisiam occide[n]talem attingentis Oostergo)

    We moeten nog een stukje verder de N355 / Wedzebuorren en Tsjerkebuorren op, waar we een paar panden naast Houtbouw Hiemstra, de interieurwinkel Pilat & Pilat tegenkomen. Het is al een drukte van jewelste, dus we parkeren de wagen maar langs de weg.
    Binnen zijn de beelden van Peter Hiemstra her en der uitgestald en kunnen we kennis maken met de beginperiode van Peter.
    Peter Hiemstra (Wolvega, 1954) creëert al op jonge leeftijd met tekenen zijn eigen wereld. In 1972 wordt hij na een toelatingsexamen aangenomen op ABK Minerva. Hier maakt hij kennis met klei. Een nieuwe dimensie!
    In zijn academie Minerva-tijd leert hij alle kneepjes van het klei-vak, van het draaien tot glazuuronderzoek. Hij schrijft een scriptie over Popart en over Jan Steen. Beide onderwerpen zullen een inspiratiebron worden voor zijn latere werk. Vooral de gevisualiseerde verhalen met veel symboliek en verborgen boodschappen zullen leidend worden. In 1979 studeert hij af. Naast een vaste (deeltijd)baan werkt hij langzaam maar zeker aan zijn oeuvre. In 1980 ontdekt hij in Oldeberkoop de kunstmanifestatie Open Stal - de oudste kunstroute van Nederland - die wij ook al tegenkwamen . Grappig genoeg zal hij daarvan 30 jaar later - in 2010 - zelf voorzitter worden.
    (bron: Peter Hiemstra : Al werkend bedenk ik de wereld. - p. 8-10)

    Aan de wanden en op de kasten en tafels komen divers werk tegen. De maatschappelijke ontwikkelingen laten zich niet onbetuigd in zijn leven en dit zien we dan ook terug in zijn werk, die hij verbeeldt in diverse objecten met gebruikmaking van de sgraffito techniek. Grutte Pier is ook met dezelfde technieken gemaakt. De verhalen die hij in zijn kindertijd over Grutte Pier te horen had gekregen inspireerden hem om dit object in 1980 te maken.
    (bron: Peter Hiemstra : Al werkend bedenk ik de wereld. - p. 9; mailwisseling 2 juli 2016)

    De grote doorbraak komt in 1999 met een serie beelden - gelijk Gabriël - die hij maakt en bij galerie/beeldentuin Dehullu te Gees worden geposeerd.
    (bron: Peter Hiemstra : Al werkend bedenk ik de wereld. - p. 11)

    Wanneer we dan bijvoorbeeld kijken naar De laatste reis, dan zou dit gekenschetst kunnen worden als een overgang. We zien hierin nog de sgraffito techniek, maar ook de kleuren die later de overhand zullen krijgen.

    Nadat we allen bij elkaar waren geroepen, was het tijd voor de opening van het middaggedeelte dat een hoog cultuurgehalte zal hebben. De opening werd gedaan door gastheer Pieter Jonker, de voorzitter van Stichting Prop (de uitgever van het boek, dat mede gefinancierd is door P.W. Janssen's Friesche Stichting ).
    Johan Veenstra trapt af met een aantal gedichten uit Longerlaand, het project van Johan en Peter waaraan ze tussen 2002-2007 werkten, dat gaat over het verlangde land of anders gezegd, waarna gehunkerd wordt, dat met beeld en woord door beiden wordt ingevuld.
    Hierop volgt de band Ruisdaal, dat bestaat uit Victor Koster, Christiaan Kuitwaard en Peter Hiemstra. Ze spelen onder andere hun hit waarmee ze beroemd zijn geworden Alles valt uiteen, want er zijn al 10 exemplaren van verkocht. Dit nummer staat eigenlijk haaks op Al werkend bedenk ik de wereld aldus Victor. En verder spelen ze onder andere een nummer met de titel De verdiende straf.
    Ten slotte en dit blijkt een erg bijzondere voorstelling te zijn, wordt de voorstelling 'De Karavaan' nogmaals opgevoerd. Zoals intussen bekend maakten Peter Hiemstra en Henk Slomp samen een indrukwekkende stoet van zestien fantasievolle maar herkenbare beelden vol symboliek. Nicolette Leenstra schreef hierdoor geïnspireerd haar epos 'De Karavaan'. Sijtze Veldema fotografeert alle beelden sfeervol voor het boekje 'De Karavaan', waarin Peter en Henk tekst en uitleg geven over elk beeld. Later zal Sijtze ze voor Al werkend bedenk ik de wereld nogmaals vastleggen, maar dan anders belicht. Vervolgens heeft Studio Logtenberg een twaalf minuten durende film gemaakt met gebruikmaking van muziek van Paul van Mook en het epos van Nicolette.
    Het indrukwekkende is dat Nicolette nu live haar epos 'De Karavaan' gaat voordragen, gelijktijdig met de film. Dit doet denken aan een bioscoopfilm uit de stomme tijd, waarbij door een orkest livemuziek werd gemaakt. Nicolette draagt het echter voor zonder 'bladmuziek' maar op het tempo van de beelden. Fascinerend om mee te maken.
    Zeer onder de indruk van dit theaterstuk, brandt de vraag op de lippen, hoe ze dit voorbereid. Het antwoord is even logisch als professioneel. Dagelijks oefenen!
    Elke dag opnieuw, jaar in jaar uit. Oftewel "Oefening baart kunst", maar wel met een hoofdletter Kunst en Cultuur.
    Het begin van het epos 'De Karavaan' begint als volgt:
    Kom nu, o Muze van het heldendicht
    vertel het verhaal van gebrande omber
    van wagens en krijgers, hebbers en houwers
    de reis aanvaardend uit de wereld der Ideeën,
    waar zij als schaduw dwaalden in de vuurverlichte grot
    waar Plato glimlacht, Smid en Schepper roemt
    Meesters van blaasbalg en vaardig handwerk
    ...

    Na een groot applaus, worden we uitgenodigd voor een hapje / drankje en om de tentoonstelling verder te bekijken.
    Aangezien we zeer onder de indruk zijn van 'De Karavaan', scoren we het boekje 'De Karavaan' en proberen hierin de handtekeningen van de betrokkenen te krijgen. Uniek en daarom noemenswaardig is daarbij de handtekening van Sijtze!

    Maar uiteindelijk komt er een einde aan de middag en zullen we moeten vertrekken.


          Drachten
    We kiezen dezelfde weg terug en rijden vervolgens Drachten
    in om een hapje te gaan eten bij Marhaba, het restaurant dat ons twee jaar geleden werd aanbevolen door de winkelierster van Heidi's Clothes. We weten nu hoe de straat in elkaar zit en parkeren 'zo goed als' voor de deur.
    De chef kent z'n vak en maakt er een feestje van. Tijdens het maken van de maaltijden is er telkens een spektakel van vuur waar te nemen in de keuken. We laten het ons goed smaken en het is inderdaad een goede tip om hier te gaan eten!
    Na het eten, kunnen we nog net met daglicht terugrijden naar onze B&B, waar we nog een keer fraai zicht krijgen op de Schotse Hooglanders, die op een gegeven moment er als een denderende massa het op een lopen zetten.
    Hiermee komt dit bijzonder tussendoortje n.a.v. de twee beelden van Peter Hiemstra op het kruispunt in Noordwolde, ten einde.
    Maar wat een belevenis.


    Nadat we van het laatste bakje koffie hebben genoten van Restaurant Theater Café "Het verenigingsgebouw", lopen we naar ons verblijf. We gaan alvast alles wat we kunnen, inpakken, om morgen bijtijds klaar te zijn voor 'de grote verplaatsing'.



    Eerste Kruiswijk, Ravenswoud (B)

    Tiende Wiek, Ravenswoud (B)

    Opsterlandse Compagnonsvaart (afwaarts) richting Appelscha (C)

    Opsterlandse Compagnonsvaart (opwaarts) richting Drenthe (C)

    Opsterlandse Compagnonsvaart (afwaarts) richting Appelscha (D)

    Wittewijk (opwaarts) Drenthe (D)

    Kerkelijk Centrum De Schakel (E)

    Grondgebied rond 1850
    van Maatschappij van Weldadigheid.

    De kleding

    De woonkamer

    De nieuwe entree uit begin 21e eeuw
    Nationaal Vlechtmuseum

    De "fantasieloze lokalenblok" uit begin twintigste eeuw
    Nationaal Vlechtmuseum
    Slaapkamerbank
    Bram Augustijn

    Nieuwe kleurrijke ontwerpen
    Nationaal Vlechtmuseum

    Mal voor rotan-stoel
    Nationaal Vlechtmuseum

    de korenmolen 'Windlust'
    Noordwolde

    Hoofdstraat Oost
    Noordwolde

    Noordwolder Vaart (opwaarts)
    Noordwolde

    Noordwolder Vaart (afwaarts)
    Noordwolde

    de Linde (opwaarts)

    de Linde (afwaarts)

    Bonifatiuskerk, Oldeberkoop (I)

    toegangspoort Bonifatiuskerk, Oldeberkoop (I)

    woning 1778, Oldeberkoop

    Vredewoud, Oldeberkoop

    Boerderij Vredewoud, Oldeberkoop

    B&B, Hijken


    Hijkerveld, Hijken


    Boswachterij Hooghalen


    fluisterschotels, Boswachterij Hooghalen

    Suermondsweg, Smilde


    Ontmoeting | 1999 | Tine Mersmann
    Vaartweg, Hijkersmilde


    zendmast Hoogersmilde


    Oranjekanaal


    Hijkerveld, Hijken


    Hijkerveld, Hijken


    Hijkerveld, Hijken


    Hijkerveld, Hijken


    Hijkerveld, Hijken


    Sphagnum palustre, Hijkerveld, Hijken


    Hijkerveld, Hijken


    mestkever, Hijkerveld, Hijken


    Hijkerveld, Hijken


    Hijkerveld, Hijken


    oprijlaan Hiemstrastate, Hooghalen


    Hiemstrastate, Hooghalen


    Warhoofd | Peter Hiemstra
    Galerie Wildevuur, Hooghalen


    Galerie Wildevuur, Hooghalen


    Galerie Wildevuur, Hooghalen


    Helena | Maja van Berkestein
    Galerie Wildevuur, Hooghalen


    Galerie Wildevuur, Hooghalen


    Peter Hiemstra
    Galerie Wildevuur, Hooghalen


    Zachte buit | 2012 | Peter Hiemstra
    Galerie Wildevuur, Hooghalen


    Dionysos | Peter Hiemstra
    Galerie Wildevuur, Hooghalen


    Oold land ni'j waeter | 2013 | Peter Hiemstra
    Galerie Wildevuur, Hooghalen


    Apollon | 2014 | Peter Hiemstra
    Galerie Wildevuur, Hooghalen


    B&B gastvrouw en -heer


    Tovenaar van Uxmal | 2005 | Peter Hiemstra
    Pilat&Pilat, Twijzel


    Mr. Natural | 2013 | Peter Hiemstra i.s.m. Henk Slomp
    Pilat&Pilat, Twijzel


    Gabriël | 1996 | Peter Hiemstra
    Pilat&Pilat, Twijzel


    De laatste reis | 1997 | Peter Hiemstra (draaiwerk Bart de Vogel)
    Pilat&Pilat, Twijzel


    Grutte Pier | 1980 | Peter Hiemstra
    Pilat&Pilat, Twijzel


    Marhaba, Drachten


    Marhaba, Drachten


    uitzicht, B&B Erfgoedlogies Diependal, Hijken


    uitzicht, B&B Erfgoedlogies Diependal, Hijken






    Dag 8: Verplaatsting naar Grou

    kaart 8

    Vandaag zijn we extra vroeg wakker, zodat we tijd genoeg hebben om alles te pakken en het huisje netjes aan kant te krijgen. Ook hebben we dan nog de tijd om "rustig" te kunnen ontbijten en een bakkie te kunnen doen. Langzaamaan verdween alles weer in de auto. Gelukkig paste in de 'verborgen' kofferbakruimte precies alle nieuwe titels, zodat de rest redelijk op dezelfde plek terug kon komen te staan. En dan merk je toch wel dat je het een en ander bij elkaar hebt geshopt. Net voor het afgesproken vertrektijd van 10 uur, waren we klaar.
    We melden ons af in het 'Verenigingsgebouw' en gingen weg.


          Rolpaal
    De vertrekroute is intussen een bekende geworden, maar toch kijken we er vandaag weer met heel andere ogen tegenaan. Nog geen paar minuten weg of we staan al weer stil om de Haulerwiekster Vaort bij Rolpaal nog even mee te pakken. Al is het tegenwoordig bijna niet meer dan een brede afwateringsloot, maar goed, we zijn er nu toch en daarna waarschijnlijk nooit weer. Dus zoals afgesproken, als je het wilt fotograferen, moet je het nu doen, want een herkansing komt er waarschijnlijk niet.
    (bron: Wikipedia
    Haulerwijkstervaart)



    Vrachtschip op de Opsterlânske Kompanjonsfeart, Donkerbroek

    Woudhuisjes aan de Herenwal, Donkerbroek

    schoorsteen zuivelfabriek, Donkerbroek

    Schippersveerhuis, Donkerbroek

    PK Laurenstsjerke (1714), Donkerbroek

    PK Laurenstsjerke (1714) + Klokkenstoel, Donkerbroek
          Donkerbroek
    We rijden weer verder langs Haule, komen door de bocht van het niet bestaande klooster en rijden langs de kerk van Dag4. Vanaf hier is het weer nieuw. En dat is te merken. Nog geen paar honderd meter later, wanneer we over brug rijden, staat de auto alweer aan de kant van weg. In eerste instantie vanwege het kanaal wat we over zijn gestoken, maar het loont zeker om even hier rond te stappen. Het kanaal, de Opsterlânske Kompanjonsfeart, zoals het officieel heet, is gegraven in 1783 en maakt onderdeel uit van de Turfroute, zo verteld het informatiebordje naast de brug.
    In de verte zien we een traditioneel vrachtschip (skûtsje of tjalk) op de Opsterlânske Kompanjonsfeart richting Oosterwolde varen. Aan de andere kant zien we in de verte een schoorsteen van de in 1898 opgerichte zuivelfabriek en aan het water, aan de Herenwal zien we nog enkele voorkanten van de Woudhuisjes. Dichterbij aan deze kant zien we het witte Schippersveerhuis van ongeveer 1800 staan. Wanneer we de camera nog iets verder draaien, zien we de kerk met dubbele klokkenstoel. De huidige Protestantse Laurenstsjerke komt uit 1714. De klokken uit de dubbele klokkenstoel zijn een stuk ouder. De gedateerde komt uit 1502. De klokkenstoelensite over
    Donkerbroek, meldt dat dit 1520 is en dat de kleine ongedateerde klok vermoedelijk uit de veertiende eeuw komt. De grote is gegoten door Gerard van Wou -ons reeds bekend- en Johan Schonenborch.
    Wat over de kerk nog wel te melden valt dat ook deze windvaan poten heeft, maar dat het gaat om vermoedelijk een hen. Dus dit is dat onze eerste hen met poten die we tegenkomen. Maar, zoals bij Elsloo ook al aangehaald, ook deze hen staat niet op haar poten, maar heeft ook een pin in haar buik. En zo hebben we vanaf deze brug ongeveer 4 van de 11 bezienswaardigheden kunnen zien. Voortaan moeten we ook maar eens letten op de brug zelf, wat die komt maar zelden op de foto, vanwege het fotograferen vanaf die brug.
    Een vijfde bezienswaardigheid komen we tegen wanneer we weer verder rijden. Het betreft een beeld, genaamd De klokkenluider van Gosse Dam uit 1995. Dit verbeeldt het luidden van de klokken door de jongeren op 22-12-1749 om te waarschuwen voor de komst van de belastingambtenaren. De ambtenaren kozen het hazenpad toen ze de opgetrommelde menigte zagen. Dit verhaal lijkt, zo horen, een hoog 'Sint Thomasluiden'-gehalte te hebben, zoals we in Katlijk op Dag4 zagen, alleen met een andere context. Of er een verband is, blijft nu onduidelijk. (bron: Wikipedia Opsterlandse Compagnonsvaart, Gosse Dam)


          Nieuwehorne en Oudehorne
    We laten Donkerbroek achter ons en rijden verder richting Grou, waar ons tweede huisje zal staan. We zijn al bijna een uur onderweg en net 12 km gereden. Een fietser is sneller!
    We staan binnen tien minuten alweer stil in het volgende dorp Nieuwhorne / Nijhoarne. Volgens de -verdacht nieuw uitziende- 'eerstesteenlegging' gedenksteen is deze kerk in 1778 gebouwd. Het kan ook zijn dit te maken heeft met een onlangs gepleegde renovatie. Een foto uit 2011 op Wikipedia, vertoond namelijk geen restauratiesporen rondom de gedenksteen, maar wel ingekleurde wapens van de Grietman. Ook het monumentregister waar het in voorkomt (
    21187) biedt geen uitkomst.
    Wel worden we gewezen op de aanwezigheid van een authentiek rivierduintje van De Kuunder dat hier in de buurt te vinden is. We vragen het een buurtbewoner die ons naar het gevraagde stuurt. En dan moeten we een onverharde weg op, de Siebe Annesweg. En zo ervaren we de droogte, wanneer we een zandstofwolk veroorzaken door hier te rijden. We komen eerst langs de Kleine Kiekenberg, zo vertelt het bord van Staatsbosbeheer ons. We rijden door naar de Grote Kiekenberg over het stuifzandpad dat over het rivierduingebied met de naam De Hoorn gaat.
    De naam Kiekenberg is ontstaan in de tijd van Karel de Grote, zo 800 nOJ. als Kikenberch. De berg waar vanaf je dus goed zicht had op de rivier De Kuunder is dus een Saksische naam, zo verteld een ander bord van Staatsbosbeheer ons, wanneer we op het terrein van Staatsbosbeheer staan bij de Grote Kiekenberg.
    Op onze kaart 184 uit verkenningsjaar 1922 van het [GHtAF] vinden we de berg met een hoogte van 7,7m. Ook zou het om een heidegebied gaan.
    Dat de geschiedenis van deze rivierduinen veel ouder zijn, blijkt wel uit de namen van de beide dorpen. Het woord Horne, komt van Hoarne, dat weer afkomstig is van het Oudfriese “herna", wat zoiets betekend als uitspringende punt” of “hoek”, zoals we bij een meanderende rivier kunnen verwachten wanneer daartussen een zandduin ligt.
    Vondsten van Romeinse munten duiden ook bewoning rond die tijd. Zelf van ver daarvoor, rond 11.000 vOJ. zijn bewonerssporen gevonden.
    Bij aankomst op deze plek blijkt er iets vreemds aan hand te zijn. Er stonden namelijk 2 mannen bij een grote kei, waarvan er eentje een kuil aan het graven was. Dat was op zich een vreemd gezicht, wat al aangeeft hoe geconditioneerd we eigenlijk al zijn. De gedachte dat alleen een geüniformeerde medewerker, van in dit geval bijvoorbeeld Staatsbosbeheer, kuilen zou mogen graven in iets wat door ons als voor gemeengrond door zou moeten gaan, komt bij deze bedrogen uit.

    Grote Kiekenberg, Oudehorne

    Grote Kiekenberg, Oudehorne
    Staatsbosbeheer

    Grote Kiekenberg, Oudehorne

    Grote Kiekenberg, Oudehorne
    Het waren grote stoere mannen van tegen de zestig. Aangezien er een plaatwerk op de kei was geschroefd (met een anti-uitdraaikop), werden we wel nieuwsgierig, wat hierop stond. We lezen:

    Leaflik plakje smûk ferskûle
    jinsen oan de Tsjongerkant
    rju begroeid mei blêd en blommen
    moark en rusk en oare plant
    moai omseame troch wat beamguod
    iik en els en bjirkebeam
    papekul en kantsjepôlen
    seach men trochelkoar hjir stean


    En al spoedig komt de vraag van de mannen 'Kun je lezen wat er staat?', wat ontkennend beantwoordt zou moeten worden, maar ze horen achter zich:

    Lieflijk plaatsje knus verscholen
    Ginds aan de Tjongerkant
    Dicht begroeid met blad en bloemen
    Wollegras en rus en andere plant
    Mooi omzoomd door boomgewas
    Eik en els en berkenboom
    Kardinaalsmuts en hondsroos
    Zag men door elkaar hier staan


    Bulderend van het lachen kijken ze om naar het vertaalde gedicht dat 5 meter verderop staat, waarvan wordt voorgedragen.
    Het gedicht is van Geert Japiks, 1886-1954 van Tsjongerwâl, een volksdichter en rijmelaar die geboren is een spitkeet in deze omgeving. Al leefde hij later grotendeels elders, op latere leeftijd keerde hij terug naar zijn geboortegrond. Uit zijn liefdevolle gedicht voor de omgeving blijkt waarom.
    Op 28-10-1989 werd dit gedicht door het Pleatselik Belang Ald en Nijhoarne hier geplaatst.
    De ene man vertrok en de andere was klaar met z'n klus. Hij had een nieuwe routepaal geplaatst.
    Een open vraag leidde naar het verhaal, dat hij als eigenaar van dit perceel het nodige onderhoud had te doen. Bomen kappen om weer tot een authentieke open zandduin te kunnen komen, waar verstuiving mogelijk wordt. Maar zonder wind - en hij wijst op de bomen om zich heen van omliggende percelen - gaat dat natuurlijk niet werken. Ook verbaasde hij zich over het 'natuurlijk' vennetje, dat voor de slangen gegraven was. Men was dwars door de klei of leemlaag heen gegaan, zodat het regenwater niet meer vastgehouden werd. En dus stoomt alle regenwater gewoon de grond in.
    Meneer Stoker was wel trots op wat hij tot nu bereikt had en het ziet er inderdaad natuurlijk uit. Alleen jammer van dat gele plekje tussen het groene gras, zoals we op de foto kunnen zien. Daar had het vennetje moeten liggen. De gemaakte route is voor kinderen erg aantrekkelijk, want ze doen denken aan Roodkapje. De routepaaltjes hebben ook een vrolijke en grappige uitstraling. Van de veelvoorkomende beestjes zijn ook handgemaakte informatiepalen gemaakt en op de plaatsen neergezet waar je zou kunnen tegenkomen. Met een van die palen was hij bij onze aankomst dus bezig.
    Vanwege de omringende bomen is de Kiekenberg helaas z'n functie kwijt. De Kuunder vinden we niet. Alleen wanneer je weet waar je moet kijken en er komt op dat moment toevallig een schip langs, weet je waar de Kuunder moet liggen. Precies door het midden vinden we nog een kleine opening, waar we eventueel een mastje voorbij kunnen zien komen.

    (bron: Wikipedia Nieuwehorne, Geart Japiks van den Berg, Tjonger; Oude- & Nieuwehorne Historie)

    We nemen afscheid van deze 'voormalige' uitkijkpost en rijden over het zandweggetje verder naar De Kuunder waar we het beeld van Dag4 weer zien verschijnen als we door de Tjongervallei rijden.


          Oudeschoot
    Wanneer we nu de N380 - Schoterlandseweg bereiken, rijden we echter door Mildam tot we onder de autosnelweg A32 doorrijden. We nemen de eerstvolgende weg parallel langs de A32 richting Heerenveen om de ingang te vinden van het Oranjewoud waar we vast wel ergens kunnen lunchen. We komen echter eerst door een wat ouder dorpje Aldskoat / Oudeschoot. Halverwege de bebouwde Wolvegasterweg aan de linkerkant zien we een leuk pandje voorbijkomen, wat er uitziet als een voormalig fabrieksgebouw. Maar we rijden door en slaan rechtsaf om een weg te vinden dat ons weer aan de andere kant van de snelweg kan brengen. Maar dat gaat hier niet lukken. We zien wel een kerk (E en
    21197) uit 1752.
    We keren de wagen en rijden weer even naar het begin van de Wolvegasterweg, waar we weer keren en opnieuw de weg inrijden. Ditmaal stoppen we wel even om de fabriek te fotograferen. Het blijkt inderdaad om een fabrieksgebouw te gaan, zo blijkt uit de gevelletters. Schaatsenfabriek E. Vonk, om precies te zijn. Wat zou er gebeurd zijn dat het nu niet meer hier draait, gezien het feit dat het Thialf, de schaatstempel van Nederland, hier op een steenworp afstand ligt. Voor de hand ligt het om te denken, dat de productie is verplaatst naar de lagelonenlanden.
    Mogelijk komt het Schaatsenmuseum nog met een specifiek antwoord wat betreft de E. Vonk Schaatsenfabriek.
    (bron: Wikipedia Oudeschoot, Skoattertsjerke, Schaatsenfabriek)


          Oranjewoud
    Wij rijden verder op zoek naar een weg onder de A32 door. Pas twee kilometer verderop, bij de Rottumerweg krijgen we met de wagen een mogelijkheid om naar de andere kant te komen. Hierna volgen we de parallel aan de A32 lopende weg weer naar Oudeschoot. We volgen de Cissy van Marxveldtlaan en Koningin Julianaweg, ah, we komen in de Oranjebuurt. We vervolgen met de Prins Bernhardweg en De Blocq van Scheltingaweg, waar we op een parkeerplaats (F) terecht komen omdat we niet verder mogen.
    We gaan verder met de benenwegen en nemen ons noodrantsoentje maar mee, want de verwachting dat we hier iets gaan tegenkomen, waar we wat kunnen eten en drinken is behoorlijk afgenomen. We komen uit op de Lindelaan waar we oog en oog komen te staan met het Landhuis Oranjewoud. Wij stappen aan de overkant hiervan 'De Overtuin' in. Mogelijk komen we hier nog een eikenboom tegen van een paar honderd jaar oud met een omvang van diverse meters, zoals we het in een glossy op een afbeelding zagen.
    Na enkele meter was het echter al gedaan met de pret, want het schoeisel liet ons in de steek, doordat de zool compleet doormidden was gegaan. Lopen hierop was onmogelijk geworden, dus zat er niets anders op dan op blote voeten naar de auto terug te wandelen. Gelukkig waren we nog niet ver van de auto. Onderweg aan een bezoeker gevraagd of hij iets wist van brede bomen. Die zouden er wel zijn, maar niet hier.
    Bij de auto gekomen, konden er andere schoenen worden aangetrokken. Dat is vandaag mogelijk, want we hadden immers alles bij ons.
    En we laten Oranjewoud voor wat het is en rijden verder richting Grou.
    (bron: Wikipedia
    Oranjewoud, Landgoed Oranjewoud, De Overtuin (Oranjewoud), Parkgebied Oranjewoud; Oranjewoud)


          Haskerdijken

    In het Jaarboek voor Middeleeuwse Geschiedenis, 2 - 1999 staat het hoofdstuk van J.A. Mol over "Het succes van een late Windesheimse reformatie: Haskerconvent 1464-1521, p 162-207
    We rijden dezelfde weg weer terug - maar zoals wel vaker in nieuwbouwwijken, pakken we ergens net een weg de verkeerde kant op, zodat we nog een deel meekrijgen van Schoterland. Door rechtsomkeert te maken en wel diezelfde weg weer proberen terug te rijden, hopen we weer op het punt te komen, waar we de fout in zijn gegaan. En dat vonden we gelukkig. We komen weer uit aan de andere kant van de snelweg en vervolgen de weg. En zo lokaliseren we het Abe Lenstra Stadion van Heerenveen en komen we langs het klaverblad A32/A7. Wij duiken op tijd onder de A7 door en rijden tussen de Hearresleat / Heeresloot en de A32 verder richting het noorden. We passeren Nieuwebrug en komen uit in Haskerdijken. Even later moeten we de A32 onderdoor en over de brug Nije Pompsleat. We zien onder de A32 nog een klein weggetje lopen en dus kunnen we het niet laten om het kerkje (G) dat hier staat, te bekijken.
    Dit protestantse kerkje staat er nu zo'n 200 jaar, het is in 1818 gebouwd. Maar hiervoor stonden er al andere gebouwen. Het informatiebord dat hier bij de kerk staat verteld het verhaal van Dodo, die hier op 30 maart 1231 stierf, nadat hij op deze plek in een kluis, een soort hut, zijn wonderbaarlijke leven had gesleten. Zodoende loopt hierlangs ook de pilgrimroute het Jabikspaad, het Jacobuspad dat loopt tot Santiago de Compostela. Later stond hier het Hasker Convent, het klooster van Augustijner koorheren. Zij bouwden hier tussen ca. 1235-1579. Dat de bouwperiode zo lang is kwam omdat het na het bouwen ook vele malen werd verwoest en weer herbouwd enzovoorts. Onder andere in 1420 in de strijd tussen de Vetkopers en Schieringers en in 1570 door de Watergeuzen werden gebouwen verwoest.
    (bron: Wikipedia
    Haskerdijken, Kloosters in Friesland; De reis 2018 Haskerdijken; Haskerdijken deel III Van Haskerconvent tot kapelle)


          Akkrum
    We rijden verder langs de A32 en belanden even later in het gebied van de Boorne / Boarn, waar we stoppen in Akkrum om maar weer eens een bakje koffie te gaan drinken. We naderen ons einddoel op 5 kilometer, dus daar kunnen we zo zijn, als we willen. We hebben daar pas tegen vieren afgesproken, dus hebben we nog alle tijd om ook alvast een stukje van Akkrum te bekijken. Ons eerste indruk, wanneer we ons op het terras van Bar Bistro
    Coopershuis laten voorzien van koffie is dat het leeft, bruist en er gezellig uitziet.

    Buorren en Kleef, Akkrum

    Op de brug van Hindyk met zicht op de Boorne / Boarn en terrasje, Akkrum

    Op de brug van Hindyk met zicht op de Boorne / Boarn en terrasje, Akkrum

    Op de brug van Smellebrêgje met zicht op de Boorne / Boarn en een brugruïne ?, Akkrum
    Wanneer we een klein rondje om de Boorne lopen, zien we ook een levendig dorpje, terwijl het maar een dikke drieduizend inwoners heeft. Maar toeristen zullen ook wel een steentje bijdragen aan de levendigheid.
    We komen weer uit bij de kerk dat toevallig vandaag open is. En dus gaan we even naar binnen. Deze Hervormde in 1759 herbouwde Terptsjerke 35935 heeft een omheind kerkhof om de kerk. Ook heeft een bijzondere windvaan op het koor staan.
    Bij de laatste renovatie van de kerk zijn de zestiende en zeventiende-eeuwse grafzerken weer in het middenpad gelegd. Maar ons oog valt eigenlijk op een ander grafzerk dat niet in het midden ligt, maar aan de zijkant. Het is te groot om staand te fotograferen. Tevens is het deels beschadigd.
    Gezien de interesse dat we tonen voor deze zerk, komt een van de bezoekers/vrijwilliger, waarvan we de naam later van leren kennen, Jan Calsbeek, en begint te vertellen over wat we hier zien. De grafzerk is van Popcke van Buma en Aeth van Andringa. Aeth is 10-1-1614 overleden en Popcke 12-9-1620.
    Die beschadigingen komen deels door verplaatsen en door er overheen lopen. De zerk is namelijk nogal van slechte kwaliteit.
    Kijk, hier zie je dat de diverse lagen niet goed aan elkaar hechten. En dan breekt er zo een laag af. En dat is heel jammer. Want dit is een heel speciale en bijzondere grafzerk. Eigenlijk is het vrij unieke grafzerk!
    Zie je die twee mannenhoofden, die aangewezen worden door de houten poten van het bankje? De linker man stelt de oude man voor en de man rechts stelt de jonge man voor. Op sommige grafzerken komen ook vier hoofden voor. Extra zijn dan het kinderhoofdje en het doodshoofd, maar die hebben we hier niet afgebeeld staan. De hoofden stellen de levenslijn voor.
    Opvallend hier zijn de slingers of linten die in monden van de hoofden zitten. Deze komt achter het wapen links van de oude man vandaan, gaat door de mond van de oude man, loopt verder door achter het wapen dat onder het hoofd staat en komt uit in de hand van de middelste engel, die het vervolgens achter en om z'n middel heeft, waarna het in z'n ander hand komt, waar het weer achter het wapen zou komen -dat er nu niet meer is- en vervolgens in de mond van de jongeman uitkomt en weer achter het wapen aan de rechterkant verdwijnt.
    Dit is de enige grafzerk in Friesland die dit heeft. De enige bekende andere afbeelding van zo'n verbindend lint is de afbeelding boven de deur in de noordmuur van de kerk in Kimswerd .
    Deze is van rood Bremer zandsteen gemaakt. Op een van de oudste bewaarde beeldhouwwerken van Friesland van rond 1100 staat ook een lint, slinger of zijn het toch ranken met bladeren dat uit de mond van dit hoofd komt.
    Het verschijnsel zou in verband kunnen worden gebracht met de Keltische god Ogmios, de god van wijsheid en dichtkunst, die de toehoorders met een lint verbond aan het woord. Ook de Kelten droegen wetten en verhalen mondeling over omdat ze geen schrift kenden. Bij Engelse kerken vindt men ook beeldjes die in die richting wijzen.
    De vraag die vervolgens opborrelt is hoe dit dan op een grafzerk uit de zeventiende eeuw terecht komt? Waarschijnlijk lieten de beeldhouwers zich inspireren door mogelijk beelden uit het verleden. Wanneer we naar het graf van het echtpaar Huyghis/Galama in het gangpad kijken, dan zien we ook een oude en een jonge man. Mogelijk heeft deze van Buma / Andringa zich verder laten inspireren door kalligrafie uit middeleeuwse boeken, waar ook versierselen vanuit Ierse kloosters zijn mee gekopieerd.
    Maar raadselachtig blijft het wel.
    Dit wordt alleen maar weer verergerd door het feit dat beide kerken, die in Akkrum en in Kimswert, aan St. Laurentius gewijd zijn. En dat is dan weer opvallend omdat er maar zo'n 9 van de ruim 300 kerken die we in Friesland kunnen vinden aan hem gewijd zijn. Dit zijn onder andere:
    Rauwerd / Raerd - Laurentiuskerk,
    Kimswerd - Sint-Laurentiuskerk,
    Folsgare - Laurentiuskerk
    Echten - Laurenskerk,
    Donkerbroek - Laurenskerk en
    Akkrum - Terptsjerke.

    Na dit spannend verhaal is het de hoogste tijd om naar Grou te vertrekken. Dus liepen we terug naar de auto. Onderweg moesten nog wel even twee andere belangrijke panden op de foto gezet worden, namelijk het huis voor ongehuwde vrouwen en weduwen genaamd "Welgelegen" (514860) uit 1928 en de sinds 2007 ongebruikte Doopsgezinde Kerk (35925) uit 1835.
    (bron: Wikipedia Akkrum, Sint-Laurenskerk, Laurentiuskerk (Rauwerd), Sint-Laurentiuskerk (Kimswerd), Laurentiuskerk (Folsgare), Hervormde kerk (Donkerbroek), Terptsjerke; Welgelegen (Akkrum); Doopsgezinde kerk (Akkrum); De Laurentiuskerk te Raerd; Reliwiki Echten (FR), Hoofdweg 30 - Laurenskerk; Genealogie van de Andringa's)


          Grou
    Wanneer we Akkrum willen verlaten, komen we eerst stil te staan voor de burg over de Meinesleat naar de Kromme Knillis. Even later bij Oude Schouw over de Nieuwe Wetering ook weer, maar nu duurt het beduidend langer. Zodoende krijgen we de tijd om de Kromme Knillis achter ons te kieken.
    Nadat de brug weer gezakt is, rijden door naar Jirnsum aan de Boarn, waar rond 734 de Slach oan de Boarn (slag aan de Boorne) of Slach by Jirnsum (slag bij Jirnsum) heeft plaatsgevonden. Op deze historische plek verloor Friesland haar onafhankelijkheid. De Frankische hofmeier Karel Martel versloeg hier aan de oever van de Boorne het leger van de Friese koning Poppo.

    uitzicht op de kerk vanaf de tuin, huisje Grou

    uitzicht op water vanaf de tuin, huisje Grou

    uitzicht vanaf de kade bij huisje Grou

    uitzicht vanaf de kade bij huisje Grou
    De Franken kregen hiermee controle over het land tussen het Vlie en Lauwers, de huidige provincie Friesland. Dit zou hét omslagpunt worden in onze geschiedenis.
    Of het door deze gewaarwording kwam of niet, even later zagen we op het beeldscherm van de TomTom vreemde beelden en lijnen verschijnen, die erop duiden dat iets niet goed was. We keken om ons heen in zagen dat we de afslag naar Grou gemist hadden.
    Dus we maakten een draai en reden alsnog naar het huisje in Grou.
    Uiteindelijk belanden we middenin het dorpje, waar je niet meer verder kunt (I). Het huisje is dan ook oud en het straatje komt uit bij de kerk. Vanaf de tuin heb je hier dan ook zicht op, evenals op het water. Genoeg te zien!

    Nadat we kennis gemaakt hadden met de eigenaren en uitleg over het reilen en zeilen hadden gekregen, waaronder de parkeerplaats voor de bewoners (J), pakten we de auto uit en installeerden we onze spulletjes.
    Er werd ook nog even boodschappen gedaan en de lokale Bruna had toch weer een aantal interessante titels, zeker met het oog op morgen, wanneer we naar Sneek gaan.

    Met een zware last liepen we weer naar het huisje en legde de spulletjes in en op de daarvoor bedoelde plaatsen.
    Hierna gingen we op zoek naar een restaurant om te eten. Dat is dus geen enkel probleem in Grou. Je kunt eventueel elke dag bij een andere gelegenheid eten, mocht je dat willen.
    Wij belanden uiteindelijk bij de laatste in ons rijtje,
    Restaurant 't Kofschip.
    Na het eten liepen we door het dorp en langs de kerk weer terug. Een grote onderdompeling in de geschiedenis gaat dit hier worden, is het vermoeden.



    Haulerwiekstervaort (opwaarts), Rolpaal

    Haulerwiekstervaort (afwaarts), Rolpaal

    Opsterlandse Compagnonsvaart (opwaarts), Donkerbroek (B)

    Opsterlandse Compagnonsvaart (afwaarts), Donkerbroek (B)

    PK De Regenboog, Nieuwehorne

    Kleine Kiekenberg, Oudhorne

    Skoattertsjerke, Oudeschoot (E)

    Schaatsenfabriek E. Vonk, Oudeschoot

    PK (1818), Haskerdijken (G)

    Terptsjerke, Akkrum

    koorwindvaan 'Meerman' of Triton (een zeegod)
    Terptsjerke, Akkrum
    Vrij bijzonder. Windvanen in Nederland kent er slechts vijf.

    Welgelegen (1928), Akkrum

    Doopsgezinde Kerk (1835), Akkrum

    zicht op Kromme Knillis

    vakantiehuisje in Grou

    bootgarages, Grou





    Dag 9: Sneek

    kaart 9

    Deze ochtend blijven we even binnen, want we hebben te maken met de restanten van de tropische storm Bertha. Hierdoor krijgen we wat extra tijd om ons voor te bereiden op ons bezoek aan Sneek met het gisteren gekochte boek Sneek : van veenterp tot waterpoortstad van Meindert Schroor. Dit is een flink boek, dus uitlezen in een ochtend zit er niet in. Maar de vele plaatjes en foto's zorgen voor een snelle indruk, waar we op kunnen letten, tijdens ons bezoek aan Sneek.
    Nadat het aan het eind van de ochtend iets minder regenachtig werd, gaan we toch maar weg.


          Sneek
    Vanuit Grou zijn we binnen een klein half uurtje naar Sneek gereden. Onderweg zijn we voornamelijk door de graslanden gereden. Via de Groenedijk kwamen we de stad binnen. We hadden voor de vakantie al een parkeerplaats uitgezocht waar we gratis de hele dag konden parkeren. Het centrum van Sneek is nu ook weer niet zo groot, dat je het niet belopen kunt, als je iets buiten het centrum gaat staan. Dat is voor iedereen immers fijner. De parkeerplaats bij de Burgermeester de Hooppark is groot en was bij aankomst zo goed als leeg. Via een voet- en fietspad loop je zo via de Oudvaart, langs de achterkant van de botengarages richting het centrum. Wij lopen via de Regenboogstraat en Leeuwarderweg over de brug van de Stadsgracht, via de Jousterkade het Kleinzand op.
    We komen het
    Fries Scheepvaartsmuseum al gauw tegen, nadat we over een voetgangersbruggetje ter hoogte van het Biesketorensteeg oversteken naar de andere kant van het Kleinzand.
    Het museum bestaat namelijk uit diverse panden. Een nieuw tussenpand verraadt de ingang van het museum.
    Tegeltableau met voorstelling van een driemastgaljoot en bootschip (rechts), rond 1774 vervaardigd door Pals Karsten in opdracht van Eije Sijbrands ten behoeve van zijn nieuwbouw kapiteinshuis aan de Feiko Klokstraat 74 in Oude Pekela, waar deze tegels aan weerzijden van de haard zouden komen.
    Bron: Fries Scheepvaart Museum: 2003-113 en 2003-114

    Wanneer we binnenkomen en hebben afgerekend en onze tassen in een kluisje hebben gestopt kunnen we ons wagen aan een toiletbezoek. Daarna kunnen we ons richten op de speurtocht naar o.a. een familiair tegeltableau welk afkomstig is uit Oude Pekela.
    Uiteraard vragen we eerst of er voor dit soort tableaus een speciale ruimte is of een kast met lades waar we eventueel in zouden moeten kijken. Maar dat is niet zo. Het zou her en der aan de wand kunnen hangen, maar mogelijk ook niet.
    "We gaan het meemaken!", heet het dan.


    Naast de vaste collectie is er ook een tijdelijke tentoonstelling. Modelmensen, eigenaars van modelschepen in beeld heet het, waarin de makers van de modelschepen, samen met hun model geportretteerd staan.
    Ook komen we veelvuldig op diverse plekken de schilder Dirk Piebes Sjollema weer tegen, met veelvuldige schepen op zee, in stormen en wat dies meer zij. Hier zien we een tweetal details uit het olieverfschilderij Zeegezicht: kofschip en andere schepen in rustig water van zijn hand. We zien hier een kofschip met gestreken zeilen met aan bakboordzijde een aakje. Erachter zien we een hektjalk met gehesen gaffelgrootzeil.

    Aangezien er honderden objecten te zien zijn, laten we slechts een aantal dingen zien, die betrekking hebben op deze vakantie. Zoals bijvoorbeeld de ton turf, dat in vele turfverhalen voorkomt om een hoeveelheid aan te geven. Deze ton uit 1901 bevat 2 hectoliter en is gemaakt door de enige turfmetertonnenmaker van dat moment de heer H. Kerkhoff uit Heerenveen. Hij was tussen 1870-1905 actief in het maken van de turfmeterton. Een ander exemplaar dat nog bekend is, staat in de Oudheidkamer van Bolsward.
    Aan de wand boven de turfton hangen drie olieverfschilderijen van Jan Welles (1910-2001), dat de activiteiten van het veen in beeld brengt. We zien op dit schilderij een turfsteker aan het werk. Tevens staat er een spitkeet in beeld, mogelijk van de turfsteker, dat kennelijk in z'n eentje hier bezig is.
    Op de andere zien we dat het gedroogde turf wordt geladen op een schip dat in de wijk ligt (1980-220) en vervolgens zien we scheepjagers het hoog beladen turfschip door een wijk trekken (1980-221).
    Hierbij hangt dan ter illustratie ook meteen een trekzeel of beage, zoals het aan het begin van twintigste eeuw gebruikt werd. Dit exemplaar is geschonken door mevrouw A. Bergsma uit Rottum.
    In een andere ruimte zagen we het pas verplaatste 'oudste schip' van 1180 uit de tentoonstelling Het oudste schip van Friesland. Dit schip is in 2006 bij Tirns gevonden, bij werkzaamheden van de Gasunie. Tirns ligt iets ten noordwesten van Sneek aan de Frjentsjerter Feart, dat Sneek met Franeker verbindt.

    In een zaal over schaatsen vinden we een poster met daarop een voor ons intussen bekende naam "Vonk Schaatsenfabriek" in Oudeschoot, waar we gisteren toevallig langsreden.
    Verder zijn een nog een aantal kamers ingericht uit de tijd van weleer of als kantoor.
    Ook zijn er vitrines met gevonden en opgegraven muntschatten te bewonderen. Soms vinden ze dan ook andere dingen, zoals dit bijzondere fluitje, dat een tsjilpend geluid produceert, wanneer het gevuld is met water. Deze is gevonden een voormalige stins in Goënga en geschonken door W. Walinga uit hetzelfde dorp. Goaiïngea of Goënga ligt net ten noordoosten van Sneek.
    Om welke stins het gaat wordt niet duidelijk, want er zijn er namelijk twee geweest. Eentje ten noorden van de kerk, waar Sicke Albada rond 1383 woonde en ten zuiden van de kerk zijn neef Feicke Sickinga. De voornaam van de een en de achternaam van de ander zijn ook herkenbaar familiair. Mogelijk grensden de grondgebieden van beiden aan elkaar in die tijd. De stinswieren zouden in ieder geval nog tot 1718 naast beide woonhuizen hebben gestaan.

    Vorig jaar zijn we door IJlst gekomen en daar stuiten we op een verplaatste kerk en op een verdwenen stins. We komen nu twee kaarten tegen van IJlst die een aanvulling zijn op de kaarten die we vorig jaar zagen. De ANWB-kaart die in IJlst staat, is duidelijk een gestileerde versie van de kaart van Georg Braun / Frans Hogenberg. Volgens de ANWB geeft dit IJlst rond 1588 weer.
    We zien dat de huisjes om de kerk ook al eerder verdwenen zijn dan de kerk.

    En tenslotte komen we toch nog een tegeltableau tegen die een gelijkenis vertoont, met degene die we zoeken.
    Tegeltableau met voorstelling van een driemastgaljoot (links) dat we zoeken, rond 1774 vervaardigd door Pals Karsten in opdracht van Eije Sijbrands ten behoeve van zijn nieuwbouw kapiteinshuis aan de Feiko Klokstraat 74 in Oude Pekela, waar deze tegels aan weerzijden van de haard zouden komen. - Bron: Fries Scheepvaart Museum: 2003-113
    We vonden de rechter variant aan de muur hangen. De foto is voor het vergelijk horizontaal gespiegeld. We kunnen stellen dat het grote overeenkomsten heeft. De basis is vrijwel hetzelfde. We kunnen dan ook stellen dat het productiewerk betreft. Wel zijn er talloze verschillen aan te wijzen. Naast de richting zijn er verschillen in de sloepjes naast het schip en zijn de scheepjes op de achtergrond net weer iets anders. Ook het lichtinval op het schip is anders, is er touwladder of niet, wel of geen kanonnen op het achterdek, wel of niet een anker zichtbaar. Kortom het lijkt erop maar ook weer niet.

    Vervolgens toch nog maar weer eens een vrijwilliger gevraagd waar dit gezochte tableau zich zou kunnen bevinden. We komen er echter niet uit, ergens in een depot wordt de conclusie.
    (Bron: Fries Scheepvaart Museum: 1980-105, 1992-281, 1980-219, 1980-219; Oudste boot van Friesland in Sneek; Oudste Boot Friesland gearriveerd in FSM Sneek; De stinzen in middeleeuws Friesland en hun bewoners / P.N. Noomen, p.107-108; Goenga)
    Om de teleurstelling van het mislukken om in aanraking te komen met iets van 250 jaar geleden uit je familie, mocht er natuurlijk in de museumwinkel geshopt worden. Dit bleef echter beperkt tot slechts een boek en een ansichtkaart, van - jawel - het tableau dat we zochten!

    Even na halfdrie verlaten we het museum en lopen Sneek verder in. Op de kop van het Kleinzand vinden we een informatiebord over deze gracht. Op het bankje voor het informatiebord zitten twee dames uitdagend hun ijsjes te eten. Ze komen op foto. Dat is hun wel duidelijk. "Wat gebeurt er met die foto?" is daarop de vraag. "Die komt op het internet," luidt het antwoord. "O", en ze eten rustig door, "doe er dan nog maar een waar we goed opstaan."
    We besluiten zelf ook maar eens ergens te gaan zitten. Een grachtje verderop, op de Schaapmarktplein vinden we een terras van Le Provence, waar we koffie en wat lekkers nemen. Hier wordt ons duidelijk, middels de etalage reclame-uiting van De Sting, waar de Sneekweek over gaat. "Je weet nooit naast wie je wakker wordt", prijkt er op het etalageraam ter promotie van 2 boxershorts.

    We lopen verder langs het Grootzand, waar vandaag de markt staat. Op de hoek met de Leeuwenburg staat een mooi pand. En zo komen we er nog een aantal tegen.
    Vanaf de brug ter hoogte van de Korte Pijpsteeg en Scharnestraat.
    Het huidige Grootzand is een stuk smaller dan aan het eind van de twintigste eeuw, toen er nog skûtsjes en andere brede schepen door deze zaan of sont konden varen.
    Zoals bijvoorbeeld op nr. 81 of op het hoekje met Hoogeind, waar we Het Fluithuis vinden. Deze laatste komt uit circa 1650 (34018). Deze naam heeft het te danken aan de versieringen boven de ramen. Deze lijken namelijk op blokfluiten. Verder is de aanbouw bij dit pand bijzonder. Dit pothuis gaf toegang tot de kelder of souterrain. Oorspronkelijk was het gebouwd als puthuis, een overdekking voor de zoetwaterverzamelput. Later gingen er in deze verdieping ook mensen wonen. We zien dat ook bij de spitketen, die ook enigszins verdiept liggen.
    De Waterpoort aan de stadzijde (links) en van buiten de stad (rechts) genomen vanaf de Geeuwkade over de Kolk heen.
    Hiernaast ook van buiten de stad, maar dan alleen de bogen.
    Wanneer we het hoekje omgaan, staan we oog in oog met de blikvanger van Sneek, de Waterpoort (34075). Dat is dan ook te merken, want het is hier druk. Hier splitsen we ons eenmalig op, zodat de een de ander in de poort kan vastleggen. Het is nog een stukje lopen voordat je op de juiste plek staat bij de Geeuwkade. Dus geduld is een schone zaak, maar dan heb je ook plaatje met niet alleen maar vreemde mensen op je foto. Dus de moeite waard.
    Nadat we weer naar elkaar toegelopen zijn, lopen we nog even de zoveelste winkel in, waar je ruimte per plank of stelling kunt huren. Een zeer geliefd concept is dit aan het worden, want we komen ze in elke plaats wel tegen. Terwijl dit toch een niet virtuele concurrent is van bijvoorbeeld de populaire virtuele Marktplaats. Bijzonder dat dit dus ook precies andersom kan werken.
    In het loopje vanaf de Geeuwkade tot aan de kerk komen we ook weer een aantal panden tegen, die de moeite waard zijn om te zien, zoals op de Geeuwkade het pand van 1873-1906 dat een aankondiging van de komst van de Jugendstil zou kunnen zijn.
    Vanaf de Wonderbrug, een loopbrug dat hier sinds 1970 ligt, hebben we zicht op een modern vierkant blok. Echter wel een, dat prachtig is vormgegeven. Zie hier het Theatre ”Cultureel Kwartier” van architecten Alberts en Van Huut, onder andere herkenbaar van de hoofdkantoren van Gasunie Groningen en ING Amsterdam. Van een andere orde, doch qua uitstraling niet eens zo vreselijk veel anders, is de stijl van het pandje uit 1920 dat op de Oude Koemarkt staat.
    Aan het eind van de straat vinden we de Martinikerk. Een complex gebouw met eeuwenlange verbouwingen. De kerk staat op een natuurlijke verhoging, de zandige landtong aan het Groot-Middelzee waarop Sneek is ontstaan, zo rond het jaar 1000. Men schat dat de eerste kerk hier zo tussen 1050-1100 is gebouwd, zoals blijkt uit de opgravingen in 1975. Daarbij vond men ook een gedeelte van een bakstenen kerk van om en nabij 1300. De grootste omvang kreeg de kerk rond 1530. Het losstaande klokhuis was hiervoor al in 1489 verplaatst naar de zuidzijde van de kerk.
    Na 1681 kwam een ommekeer. De beide zijtorens die we op het schilderij van Jan Abrahamsz. Beerstraten zien staan, helden naar voren over. Hierdoor werd het totale verband in het gebouw ontwricht. De storm van 10 september 1681 werd fataal voor het middenstuk. Deze ingang stortte in. Hierna volgde nog twee instortingen. Men was genoodzaakt om alle torens af te breken. Een herdenkingssteen in de zuidgevel doet nog aan dit voorval denken. Waar de torens ooit stonden wordt nu gemarkeerd door de vierkante plateaus aan de westzijde voor de huidige kerk.
    In 1683 heeft men de muren vier meter verlaagd. Hiervoor werd het dak van de kerk gehaald en daarna weer teruggeplaatst. In 1793 werd door architect A. Bruinsma een classicistisch portaal aan de noordzijde aangebouwd. Hierna veranderde er niet veel meer aan de buitenkant, behalve de nodige restauraties.
    Wanneer we de kerk via het oosterportaal betreden lezen we boven het de deur in het timpaan de volgende drie regels: in het klein Zoek hier Christus en gij zult vinden. De volgende twee zinnen zijn groter geschreven: Het mensenleven is als damp, een bloem, een lamp, een zandloper, struikgewas en Ach wat zijn wij op aarde - Waterbelletjes, dood en aarde.
    Aan de zuidkant werd tussen 1503 en 1522 de sacristie in gotische stijl aangebouwd. Vanaf 1580 werd dit in gebruik genomen als consistorie. De inrichting is echter in de rococostijl. Het plafond is in 1759 gesneden door de bekende houtsnijder en timmerman uit die tijd, de van oorsprong uit Harlingen afkomstige Johannes Georg Hempel. Hij beeldhouwde figuren met verwijzingen naar de levensloop van de mens en de vier elementen.
    Wanneer we terug zijn bij de oostelijke uitgang kijken we nogmaals naar de drie grote wapenborden. Ze zijn in 1795 ontdaan van alle namen en familielogo's in het kader van 'Vrijheid, gelijkheid en broederschap'.

    Wanneer we de kerk verlaten hebben komen we uit op de Grote Marktstraat, waar het Stadhuis staat. Met de bouw van het Stadhuis is voor het eerst begonnen rond 1478, vermeldt het informatiebord. Net als de kerk heeft ook dit gebouw vele verbouwingen en uitbreidingen ondergaan, zoals in 1550, 1605 en 1730-1736. De huidige gevel stamt uit 1763, al is de barokke bordes van de beeldhouwer Gerben Jelles Nauta uit 1745 bij deze aanpassing behouden gebleven.
    Op dit bordes zijn de wapens van de Friese stadhouder Willem IV (Willem Carel Hendrik Friso) en gemalin Anna te zien.
    Op de kroonlijst (ter ondersteuning van de dakgoot) zien we weer beeldhouwwerk van de houtsnijder Johannes Georg Hempel. De 8 beelden (om beide hoeken zit er ook nog een) vertellen over jaargetijden, recht en handel.
    Even verderop komen we het Grietmanshuis tegen van de familie Van Burmania. Dit pand staat op de plek waar tot 1611 de Gruitersmastins stond. Deze stins werd voor het eerst in 1398 genoemd. De uitbouw verhuld dan ook de plek van deze "cleyn stins". De kloostermoppen van deze Cleynstins zijn dan ook nog aanwezig en als zodanig bestaat deze stins dan ook nog. De 'nieuwe gevel' uit 1761 bedekt echter deze, samen met de aan weerskanten staande panden. Want in feite zijn het drie panden, zoals we ook van boven kunnen waarnemen.
    Wanneer we verder lopen zien we ander de overkant weer een kleurrijk jugendstil-pand. En aan de Waagplein barst het van de terrasjes in ook allemaal leuke pandjes, waarvan we hier er twee zien.
    Wij gaan maar eens een terrasje proberen.

    Na een drankje gaan we weer verder, door de Peperstraat en langs de Schaapmarktplein. We vervolgen de winkelstraat de Nauwe Burgstraat en komen langs het beeld van De Friezin en de rondreizende textielkoopman anno 1841 van Herbert Daubenspeck uit 1991 op de Wijde Burgstraat. Hier gaan we de Kruizebroederstraat in. Voor we het weten staan we voor het Cruysebroederhof uit 1855.
    In de dertiende eeuw stonden hier gebouwen van het kruisherenklooster. In 1580 werd het ingericht als Old Burger Weeshuis. Dit werd allemaal afgebroken, zodat dit tweelaagse neoclassicistische gebouw in 1854-55 gebouwd kon worden. De linkerkant werd de jongensvleugel en rechts de meisjesvleugel. Tussenin kwamen de algemene en gemeenschappelijke ruimten. In 1915 werd het pand omgebouwd tot Armhuis. Hierna werd het in 1992 omgebouwd tot een woon- en winkelpanden complex, dat de naam Cruysebroederhof kreeg.
    Maar aangezien het bijna sluitingstijd is, gaan we gauw nog even naar binnen, want ook Boekhandel van der Velde heeft hierin een vestiging. Veel, veel interessante titels staan hier. Er is echter nog weinig tijd dus de keuze blijft beperkt. We komen ook weer het boek Redbad : Kronyk fan in Kening van Willem Schoorstra tegen. De verleiding was groot, maar een heel boek in het Fries lezen, tja. We wachten maar op de Nederlandse vertaling, dat leest toch wat vlotter. En gezien de stapels die weer aangeschaft worden is dat ook belangrijk.
    Precies om 17:00 klinkt de kassa voor deze laatste klant van vandaag. Onder andere de volgende titels nemen we mee.

    We vervolgen de straat en gaan via de restaurantenstraat Wijde Noorderhorne naar de Prins Hendrikkade. Op nummer 3 vinden we een mooi authentiek pandje dat ooit gebruikt werd door de Firma Paulus Koolstra als magazijn. Daarna richten we ons op de wandeling over de pad over de kade. Hier bereiken we weer de brug over de Stadsgracht waar we de stad zijn binnengekomen, zodat we zo weer bij de auto aankomen.

    (Bron: Wikipedia: Sneek (stad), Fluithuis (Sneek), Pothuis, Grootzand (Sneek), Waterpoort (Sneek), Wonderbrug; Monumenten in Nederland : Fryslân / Ronald Stenvert, Chris Kolman, Sabine Broekhoven, Saskia van Ginkel-Meester, Yme Kuiper. - p. 278-286: Sneek (Snits); Fries Scheepvaartmuseum FSM001015675, 2002-434; Cleynstins; Gruitersmastins te Sneek; 1634 Firma P. Koolstra en Zonen)


          Gau
    Het is nog te vroeg om in Sneek te gaan eten dus we rijden we maar weer naar ons huisje in Grou. Via de N354 verlaten we Sneek en nemen de afslag Nykleaster/Spears richting de Aldfeart.
    Hier hebben we een mooi uitzicht over de graslanden en Gau/Gauw. Dit dorpje is vernoemd naar het Oudfriese woord of begrip Clegawe, wat zoiets betekend als "vaart waarlangs het vee vervoerd wordt". Met deze vaart wordt de waterweg (Snitser) Aldfeart bedoeld, want de voor ons zo gewone wegen, waar we nu met de auto overheen rijden, zijn er nog niet zo lang. Tot voor honderd jaar geleden ging het meeste vervoer immers per schip, boot of praam. Deze Aldfeart werd vroeger Gaw of Gauw, parochieweg, genoemd.
    Er zijn ook bewoningssporen uit de derde eeuw gevonden. In teksten wordt het pas in 1256 genoemd. In 1275 vinden we Clegeweer en in 1482 Ghawee. Later vinden we het ook weer met het eerste stuk cle, wat vee betekend, tegen. Het zou dan ook het water waaraan het vee graasde, kunnen betekenen.
    De huidige Hervormde kerk heeft een toren uit de 13de eeuw, al is deze in de 19de eeuw opnieuw ommuurd. De kerk heeft nog elementen uit de middeleeuwen (39767).
    (Bron: Wikipedia: Gauw, Hervormde kerk (Gauw); Friese plaatsnamen / K.F. Gildemacher. - p. 86-87)


          Sibrandabuorren
    We rijden echter niet naar Gauw, maar slaan linksaf naar Sibrandabuorren/Sijbrandaburen. Hier zoefden we in een oogwenk over de karakteristieke brug Kerbert's Brêge uit 1865. Maar in de fractie van een seconde, dat het blik over het water ging, zagen we iets opmerkelijks.
    Dus maar even weer achteruitgereden, de brug over en eerst een foto van de brug gemaakt en vervolgens de auto op de brug stilgezet om de Sijbrandabuurster Opvaart op de foto te zetten. Datgene wat ons deed terugkeren, was het aanblik op het kraantje op de kade achter het gebouw. Geweldig mooi.
    Dit industrieel gebouwencomplex betreft het voormalige melkfabriek "De Lege Geaën". Vreemd genoeg staat dit niet op de monumentenlijst. Kerbert's Brêge, vernoemd naar de voormalige huisarts en vrijmetselaar van loge Concordia Res Parvae Crescunt Coenraad Kerbert, die hier op 24 september 2010 overleed, uiteraard wel (32319) en ook de kerk uit 1872 ook (32318). Bij de kerk staat natuurlijk een klokkenstoel. Hierin zit een klok uit 1540 van de ons intussen bekende G. van Wou en J. ter Steghe.
    De melkfabriek draaide van 1891 tot en met 1974 en staat op de lijst van 'Verborgen erfgoed'. "De Lege Geaën" betekend "de lage landen", want we rijden nu door het oostelijke gedeelte van de voormalige Middelzee.
    Sinds 2004 wordt het pand gebruikt door TBS RVS van Theo Bruinsma uit Sijbrandaburen dat in Roestvaststaal (en Aluminiumindustrie) doet. De bedrijfsfilm geeft ons een kijkje in het gebouw.
    Sibrandabuorren vinden we in 1333 voor de eerste keer geschreven terug als Zibrandaburghe en twee jaar later als Zibrandadorp. Daarna wordt het in en na de vijftiende eeuw als varianten op 'Sybranda buren' geschreven.
    (Bron: Wikipedia: Sijbrandaburen, Kerk van Sijbrandaburen; Friese plaatsnamen / K.F. Gildemacher. - p. 215-216; Zuivel geschiedenis Verborgen erfgoed: gebouwen van verdwenen zuivelfabrieken; Leeuwarder Courant 27-09-2010, p. 14 m.d.a. E. Schoneveld)


          Grou
    We rijden weer over de brug Het Lange Ein op en komen vervolgens nog door Tersoal/Terzool en Poppenwier/Poppingawier waarna we via Irnsum weer naar Grou rijden.
    We brengen eerst even de vangst van vandaag naast ons huisje en lopen vervolgens naar een restaurant.
    We kiezen nu voor het degelijk uitziende restaurant Oostergoo, waar de obers er ook uitzien als obers, zullen we maar zeggen. Aangezien het -zoals de rest van de dag, nadat we weg gingen- nog steeds mooi weer is, besluiten we op het terras te eten, maar dan niet aan de waterkant, maar uit de wind.
    Helaas zijn we vergeten om foto's te maken van het eten, maar zie het niveau van het dessert en de cappuccino en je weet dat dàt uitstekend is. Het smaakte ook uitstekend en de verzorging evenzo. Tijdens de bediening van het bestek werd netjes en hygiënisch een smetteloos wit handschoentje aangetrokken.
    Zodra de zon is ondergegaan, kun je merken dat het snel afkoelt. Gelukkig zijn we tegen die tijd ook klaar met het eten en lopen we weer naar huis.
    Thuisgekomen, hebben we nog even tijd om de buit wat beter te bestuderen. En daarna weer lekker slapen.



    Kleinzand, Sneek

    'Het oudste schip van Friesland', Fries Scheepvaartmuseum, Sneek

    IJlst, Joan Blaeu, 1649

    IJlst, Georg Braun / Frans Hogenberg, ca 1617

    Reclameuiting Sneekweek van De Sting, Sneek

    hoekpand Grootzand/Leeuwenburg, Sneek

    Grootzand 81, Sneek

    "Het Fluithuis"
    Hoogend 15, Sneek

    Geeuwkade 5-6, Sneek

    Vanaf de Wonderbrug
    Theatre ”Cultureel Kwartier”
    Sneek

    Oude Koemarkt 24, Sneek

    Middeleeuwse klokhuis, Sneek

    Zuidkant Martinikerk, Sneek

    spreuken boven deur, Martinikerk, Sneek

    Consistorie, Martinikerk, Sneek

    Stadhuis, Sneek

    Grietmanshuis, Sneek

    De Friezin en de rondreizende textielkoopman anno 1841, Sneek

    Cruysebroederhof, Sneek

    Magazijn Firma P. Koolstra, Sneek

    Kerbert's Brêge (1865), Sibrandabuorren

    Sijbrandabuurster Opvaart, Sibrandabuorren

    Sijbrandabuurster Opvaart, Sibrandabuorren

    dessert, Restaurant Oostergoo, Grou

    koffie, Restaurant Oostergoo, Grou





    Dag 10: Grou

    kaart 10

    Ook deze ochtend is het niet droog buiten. De prognoses zijn voor de hele dag niet gunstig. En aangezien we best wel toe zijn aan een wat rustiger dag, blijven we vandaag lekker thuis. Lekker koffiedrinken en boekjes en bladen lezen, kortom luieren.
    Tegen elven klaart het toch weer op, al blijft het grijs. En dan begint het toch te kriebelen bij de één, terwijl de ander wel lekker zit. En dus scheiden weer even de paden.


          Grou
    Even een frisse neus halen en natuurlijk neem ik de fotocamera mee (en volg de gele route).
    Ook in ons kleine straatje staat een hoop historie. Neem bijvoorbeeld het Skelhûs of belhuis.
    Hiernaast staat de kerk, de Sint Piter (22894). Deze heeft zo te zien ook het nodige doorstaan, ook aan verbouwingen.
    Aan de noordkant vinden we nog tufsteen van begin twaalfde eeuw in de muren. De stenen toren is van baksteen uit de veertiende eeuw. In de zeventiende eeuw is de zuidgevel en het koor voorzien van grote ramen. Tevens zijn de muren opgebouwd uit kleine bakstenen.
    Zoals wel vaker was de kerk meer dan alleen een godshuis. In de zeventiende eeuw werd in dit gebouw het koor ingericht als rechtshuis met boven de rechtkamer en beneden het gevang.
    In de negentiende eeuw werd dit omgebouwd voor de koster, zodat deze zijn intrek hierin had. Boven werd de kerkekamer, dat tegenwoordig dienstdoet als consistorieruimten.
    Tijdens het maken van deze foto, valt een grote baksteen op. Nu bestaat een groot deel van de muur uit kloostermoppen, maar ik doel op die ene, net boven het stuur van de fiets.
    We zien dat de ingemetselde stenen zonnewijzer uit 1642 komt en dat het metaal naar een kwastje verf snakt.
    Staat er iets geschreven op de kloostermop boven het stuur? Daar lijkt het wel op. Ik loop naar de fietsen en doe een poging om te ontcijferen wat er staat.

    Het lukt niet om te lezen wat er staat. Het zijn in ieder geval wel cijfers. Ook met gebruikmaking van de schaduw, door er schuin tegen aan te kijken, gaat het lezen niet beter.
    Toevallig komt de eigenaar van de fiets net aanlopen. Nieuwsgierig vraagt hij zich af wat ik aan het doen ben. Ik vertel hem van de steen. Of hij het misschien weet? Hem was de steen nog nooit opgevallen.
    Wanneer ik weer naar het pad loop en de muur van de zonnewijzer bekijkt zie ik daar ook grote bakstenen ingemetseld zitten. Dit zijn echter dezelfde als de rest van de muur, maar dan gekanteld. Er zitten hier dus waarschijnlijk twee gekantelde stenen achter elkaar ingemetseld. Op deze stenen staat duidelijk een cijfer.
    Het begint met 32. Daarna volgt 33, 34, 35 etc. Wanneer we de afstand tussen de cijferstenen globaal naar de onleesbare steen overnemen, zal hierop 30 gestaan hebben. Het gaat dus om de rijnummers van de graven. Dit zien we heel vaak ingemetseld in deze oude kerken.
    Nu we toch een rondje om de kerk aan het maken zijn, maken we het rondje ook maar af. We komen nog twee mooie ingangen tegen.
    In het timpaan van de een staat het verhaal geschreven, dat de moeilijke tijden van de periode rond 1672, het rampjaar, beschrijft.
    "Doen men sestyn eeuwen sach, int jaer seventig en twee,
    Doen ons landt het weegeklach overstroomde als een see
    Door de macht van Frans en Brit, ondersteund door Myterheeren,
    Die veel menschen haar besit Roofden, k hoop Godt salt voorts weren,
    Doen sijn deese Eeske boomen, hier van Cornium ghekoomen
    En door onse last geset,
    K hoop Idaerderdeel sal bloijen, t volk gelijck laurijren groijen
    Dat s ons wens en ons gebet.
    Gegeuen door ons jh. La BURMANIA diestijt Grietman over
    Idaerderderdeel doch Anno 1673 ghekoren tot Grietman over Leeuwarderadeel
    ende Juffr. JULIANA AGATA VAN AYLVA sijn huisvrouw desen 13 Augusti 1675."

    Wanneer we het pad van de kerk verlaten komen we onder een poortje door. Hierop staat aan kerkzijde geschreven Rege quod erit wat volgens het informatiebordje betekent 'Beheers wat komen gaat' en aan de andere zijde Tege quod fuit - 'Bedek hetgeen geweest is' wat volgens internetbronnen neerkomt op "Beheers de toekomst en bedek het verleden" en ik vrij vertaal naar 'Kijk naar de toekomst en niet meer achterom'.
    Maar kijk ook vooral even naar de straatstenen die 'als een schaduw' van de poort gelegd zijn. Zelfs de verbredingen en versierselen vinden we hierin terug.
    De poort zit 'vast' aan It Poartehûs. Dit pand staat hier nu ruim 250 jaar en heeft diverse functies gehad. Dit poorthuis kijkt uit over het Hôfsgrêft, dat sinds 1880 gedempt is. Hiervoor liep deze vaart door tot in het Rjochte Grou. Na de oprichting van een zuivelfabriek in Grou, werd It Poartehûs vanaf maart 1896 in gebruik genomen als It Molkhûs, waar de producten van de melkfabriek verkocht werden. De laatste melktapper was Piet Eizenga die hier tot 1959 met zijn gezin woonde.
    Het eerstvolgende pand wat aan de Hôfsgrêft ligt, neemt al een derde van de ruimte in dat de vaart lang was. Dit poorthuis van 1665 was van de gerechtsschout Benedictus van Velsen (1610-1668). Hij was gehuwd met Sophia van Roorda (1617-????). Met deze poort sloot hij zijn tuin af, dat tot aan de gracht liep. Aan weerskanten van de poort kwamen diaconiewoningen van de Nederlands Hervormde kerk. De familie Van Velsen verkocht het in 1752. Aan de andere kant van de tuin stond het adellijke huis aan de Komerk, de Koemarkt, het plein dat tegenwoordig Halbertsmaplein heet.
    Naar dat plein loop ik toe. Eerst nog even door de Hôfsgrêft en Nieuwe Kade en daarna kom ik op de Waachshaven. Deze naam verraadt ook meteen dat ook deze straat hiervoor een vaart dan wel haven was en tevens dat deze vaart naar de Waag of Waach ging.
    Onderweg vallen nog een aantal panden op. Eentje bijvoorbeeld door de luiken dat het voor de ramen in de zijmuur heeft. Deze gaan niet horizontaal open, maar verticaal en dan ook nog omhoog.
    In het (zwarte) pand verderop heeft Cornelis Wielsma (1845-1922) gewoond. Hij was lange tijd onderwijzer, 42 jaar en zeer belangrijk voor de taalontwikkeling. Wielsma was op 12 maart 1845 geboren in Joure. Hij overleed op 2-1-1922 op 76-jarige leeftijd.
    Op voordracht van de Inspecteur van het lager onderwijs in de provincie Friesland, verleend de Minister van Binnenlandsche Zaken, bij beschikking van 28 juli 1859, nº. 169, 5e afd., een toelage van ƒ 200,- aan C. Wielsma voor kost en inwoning om in Sneek de normaallessen te kunnen gaan volgen. Wielsma woonde op dat moment in Woudsend.
    In het voorjaar van 1863 heeft hij als kweekeling examen gedaan en heeft hij een akte van bekwaamheid als hulponderwijzer ontvangen. Dit werd hij in Grou. In het najaar van 1870 deed hij examen voor Hoofdonderwijzer, waarvoor hij ook slaagde.
    21 september 1888 werd herdacht dat hij 25 jaar een betrekking had. Over het feest van 10 oktober kunnen we uitgebreid lezen in De wekker, die daarover een lang artikel schrijft.
    Volgens een advertentie in het Nieuwsblad voor den boekhandel gaf hij ook zijn medewerking aan het Nye friske skuor almenak 1878. Ook in 1905 komt zijn naam er nog op steeds op voor.
    Andere titels van zijn hand zijn onder meer:
    Fryske winterjounenocht : foardrachten en sangen / C. Wielsma, M. Rozenga en S. Molenaar. - Ljouwert [Leeuwarden] : Van der Velde, 1897
    Bernkes (Blide) of elk sjongt syn liet. Stikjes fen H. van Warners, C. Wielsma, J. Hornstra en E. Zwart. - Ljouwert (Leeuwarden) : R. van der Velde, [1898]
    Ald en nij : foardrachten / fen C. Wielsma ; [mei muz. van M. Rozenga ... [et al.]. - Ljouwert [Leeuwarden] : Van der Velde, [1902]
    Us femylje : Foardracht for twa manljue / C. Wielsma. - Ljouwert (Leeuwarden) : R. van der Velde, [1909]
    Rhimmetyk en ien for kar : Twa foardrachten for ien persoan / C. Wielsma. - Ljouwert (Leeuwarden) : R. van der Velde, [1909]

    Op 29 juli 1903 werd hij tijdens de 62ste algemene vergadering in Oranjewoud als lid van het hoofdbestuur van It Selskip for Fryske tael- en schriftenkennisse gekozen.

    Aan de overkant vinden we het witte pand van Café d' Oude Oost, dat tegenwoordig onderdeel uitmaakt van het hotel-restaurant Oostergoo, waar we gisteren gegeten hebben. Het is sinds 1965 de bodega van het hotel. Vanaf 1782 tot 1860 was het de schippersherberg "De halve Maen". Op de eerste steen herdenkingssteen staat dat Jetske of Ietske Ruurts Coopmans in 1782 deze gelegd heeft.

    Wanneer ik het bollige plein oploop komt er eerst een parkeerstrook van 2 rijen. Op de rechterrij, zal ooit De Waach hebben gestaan. Waar de korenmolen heeft gestaan wordt duidelijk gemaakt in het kleurverschil en vorm van het baksteengebruik dat de straat vormgeeft.
    Aan de overkant trekt een gevelsteen de aandacht. De steen is in 1655 gemaakt door Syoerdt Aetesz Haeckema. De steen is door zijn collega Sytske Gravius in zijn huis gemetseld. Beiden zijn landmeter. Voorheen zat het aan de achterkant van de woning ingemetseld. H.K. Schippers, leraar wiskunde van de R.H.B.S. in Drachten heeft het eruit gehaald en meegenomen naar de school. Uiteindelijk heeft hij het raadsel van deze gevelsteen ontrafeld. Beide landmeters verrichten werk voor Chritianus Schotanis A. Sterringa (1603-1671). Over een merkwaardigen gevelsteen van H.K. Schippers zou hierover uitsluitsel kunnen geven, mits het vindbaar is. Wat wel vindbaar is, is de pagina van Tom Koornwinder, die in Gevelsteen over het beroep van landmeter ook het verhaal uitlegt. Hij maakt hiervoor dankbaar gebruik van het artikel Een interessante gevelsteen in Friesland van Fred Ferro.

    Wanneer ik door het nabijgelegen steegje ben gelopen, kom ik uit in een 'nieuwbouw'-wijk, waarna ik via Skaverij op de Suderkade kom. Hier krijg je een mooi uitzicht op de chaotische 'oudbouw' van de Kleine Buren of Lytse Buorren.
    Aan de overkant van het water -vroeger was dit de Baai, tegenwoordig niet breder dan een vaart- lagen de Scheepstimmerwerven van Ate Clases Sjollema en Claas Piers Sjollema. Waarom dat dit interessant is horen we misschien later nog. Nu kan ik alleen maar vaststellen dat er niets meer aan herinnert, wanneer ik over het Brêgepaad en Parkstraat loop.
    Hier kom ik een beeld tegen van Eeltje Hiddes Halbertsma (1797–1858). Eeltje werd geboren in Grou op 8 oktober 1797 en overleed ook hier op 22 maart 1858. Hij werd hier arts (na 2 jaartjes dit in Purmerend geweest te zijn), na zijn studie medicijnen in Leiden en Heidelberg.
    Daarnaast ging hij zich toeleggen op het verzamelen van Friese mythologische verhalen, die zijn broer Justus of Joost en Joast vervolgens uitgaf. De Lapekoer fen Gabe Skroor is hiervan een voorbeeld. In 1860 verschijnt hiervan een tweedelige Nederlandstalige versie met een voorwoord van A. Winkler Prins.
    Meer titels zijn te vinden in o.a. de Koninklijke Bibliotheek en Tresoar. In 1827 was hij lid geworden van het Provinciaal Friesch Genootschap ter Beoefening van Friesche Geschied-, Oudheid- en Taalkunde, maar dit lidmaatschap zegde hij zeven jaar later al weer op, omdat hij niet een van de dwazen wilde zijn, die er in allerlei soorten en maten zijn en dus te vinden waren bij dat Genootschap. Vervolgens sloot hij zich aan bij het Selskip foar Fryske Taal en Skriftekennisse.
    Naast het standbeeld vinden we het kerkhof. Het kerkhof bij de Sint Piter is sinds 1860 niet meer in gebruik. Dit had eigenlijk al veel eerder gemoeten, want sinds de Bataafsche Republiek was bepaald dat plaatsen groter dan duizend inwoners, wegens gezondheidsredenen niet meer bij de kerk mochten begraven. De kerk koopt in 1850 een weiland bij de afgebroken boerderij Klein Abbema, dat de naam "De Terp" heeft.
    Het kerkhof bij de kerk wordt aangepast. Het grachtje om de kerk wordt gedempt en er worden paden aangelegd. Aan de noordkant komt ook een pad naar de huizen die daar staan. Onder het pad liggen echter nog graven, waarvan een van Eeltsje Halbersma (inderdaad!). Dit graf is in het pad gemarkeerd met drie rode steentjes.
    Op "De Terp" liggen nog enkele takken die van de omringende bomen zijn afgewaaid t.g.v. Bertha. Twee sprieten in het midden van het kerkhof trekken de aandacht "Voor hen die vielen".

    Weer terug op de Parkstraat zien we dat het borstbeeld op plaats staat waar ooit de boerderij Klein Abbema heeft gestaan. Hierna volgt een dunne bomen- en struikenrij. Op de stoep staan twee palen. Het lijkt wel of deze palen de gedempte vaart markeren dat tussen Klein Abbema en de Abbema State lag. We lopen nu immers op de plek waar de tweede brug ooit lag, waaronder de Mole of Lynbaansleat liep. Deze stond in verbinding met de Baai. De huidige straten Zevenhuizen en Westbuurt markeren dit water. De Abbema State lag hier dus op een 'schiereiland' met schitterend uitzicht over de brug en de vaart naar De Baai en daarachter De Grou. Tegenwoordig reikt het blikveld niet verder dan de overkant van de straat.
    Wat opvalt, wanneer ik doorloop, is dat aan de kant van de State, de grotere panden staan. Zo staat hier bijvoorbeeld 'Blier Herne' (de tweede in dit verhaal).
    Hierna loop ik richting de Hoofdstraat. Eerst koop ik bij de bakker nog wat lekkers en kom ik via de Hôfsgrêft en Kerkstraat weer in m'n eigen straatje uit.

    (Bron: Wikipedia: Sint-Pieterkerk (Grou), Grouw, Sint Piter, Eeltje attributen; Genealogie Online Stamboom Bavo van der Molen; Paad troch Grou / Joh. Brouwer, Hepke Hiemstra, Bauke Hooghiemster, Anneke Hylkema, Ype Sytema. - p. 21, 47; Koninklijke Bibliotheek Wielsma, Cornelis; Delpher Cornelis Wielsma, p. 599, [1-5-1863] p. 550, Nieuwsblad voor den boekhandel jrg 70, 1903, no 62, 04-08-1903 p. 373, jrg 44, 1877, no 83, 16-10-1877 p. 472; De wekker : nieuwe bijdragen voor het onderwijs, jrg 45, 1888, no 76, p. 3, De wekker : nieuwe bijdragen voor het onderwijs jrg 45, 1888, no 84, 20-10-1888, p. 2; Nieuwe bijdragen ter bevordering van het onderwijs, no. 10, p. 898)

    Na de koffie, lunch, luieren en lezen begint het nu bij de ander te kriebelen. De 'een' gaat ook mee. Op de Nieuwe Kade nemen we toch maar even een foto van de engel of elf, dat dienstdoet als versiering op het roer van het schip met de naam Annie Lavinia uit 1920. Het ziet er erg mooi uit, zagen we al toen we er gisteren op uitkeken, tijdens het eten bij Oostergoo.
    We volgen globaal dezelfde route als vanochtend en komen langs het landmetersraadsel.
    Bij de Skaverij besluiten we toch maar naar de Boogstrjitte te lopen. Van hieruit naar het Molenpad, zodat we op de Hoofdstraat uitkomen. Hier duiken we een nauw steegje in.
    Dit leidt ons naar de Gedempte Haven. Dit is dan weer heel logisch. Er zijn dus meer van dit soort steegjes, die van de Ald Haven - Gedempte Haven naar de Hoofdstraat lopen, immers de goederen kwamen hier aan en moesten naar de Hoofdstraat gebracht worden of naar de huizen, werkplaatsen, schuren of wat dies meer zij, dat aan dit soort paadjes gebouwd stonden.
    We lopen verder over de Parkstraat en besluiten naar het Museum “Hert fan Fryslân” / "Hart van Friesland" te gaan, dat in de benedenverdieping van het voormalige Raadhuis zit.

    We zijn nog niet binnen of het begint pijpenstelen te regenen. Gelukkig houden wij het hierbinnen voorlopig wel even droog.
    De vrijwilligster legt ons in het kort even uit wat we kunnen verwachten en mochten er vragen zijn dan kunnen we ze altijd aan haar stellen en zal ze proberen dit te beantwoorden.
    Het blijkt een kleine tentoonstellingsruimte te zijn, maar desalniettemin wordt er weer een hoop verhelderd!
    Zo komen meteen al een opgezet exemplaar tegen van onze Waterwoeler uit Veenhuizen, zodat we deze kunnen vergelijken met die van op de foto.
    De opbouw van een terp door de eeuwen heen zien we in een oogopslag.
    We ontdekken dat er naast de belangrijke prijzen als de zilveren koningsbal bij de PC en gouden zweep bij het harddraven er nog een is, namelijk de Zilveren Scheerhout met Zijden Wimpel voor de zeilsport. Dit museum is in het bezit van een zeldzaam exemplaar dat in 1821 is uitgereikt.
    We vinden diverse attributen voor het jagen waaronder de beage of trekzeel dat in dit geval tussen 1925 en 1950 aan boord van Marten Sijbranda uit Sneek gebruikt is.
    De familie Halbertsma komt uiteraard ook aan bod. De broers Eeltje, Joost, Tjalling en Binnert hebben dan ook -ieder op z'n eigen wijze- een stempel gedrukt op het leven in Grou en daarbuiten.
    De eerste drie broers schreven volkslectuur in het Fries. Binnert werd bakker, maar vooral koopman. Eeltje was, zoals we al weten, dokter en schrijver. Joost was dominee, taalkundige en schrijver en Tjalling boterhandelaar, statenlid en schrijver.
    Het Fries volkslied De âlde Friezen is door Eeltje geschreven en is opgenomen in de uitgave van De Lapekoer fen Gabe Skroor (p. 224-226). Het werd voor het eerst als lied gezongen bij een herdenking in 1875 van Eeltsje Halbertsma op de melodie van een studentenlied, dat Eeltje waarschijnlijk als student in Heidelberg heeft gezongen, Vom hoh'n Olymp herab. Dit laatste lied is waarschijnlijk geschreven door Heinrich Schnoor (1762-1828). Het kan ook zijn dat de tekst geschreven is door Friedrich Schiller (1759-1805), maar dat de melodie gemaakt is door Schnoor. Schiller zou de tekst namelijk in 1789 in Jena geschreven hebben.
    Na de eerste voordracht van het lied, werd op aandringen van Pieter Jelles Troelstra (1860-1930), dat jaar nog door het Selskip foar Fryske Taal- en Skriftekennisse het tot Fries volkslied bestempeld. Jacobus van Loon bewerkte het tot de versie -uit 1876- die nu het meest gebruikt wordt.
    (Bron: Wikipedia: Fries volkslied, Vom hoh'n Olymp herab, Friedrich von Schiller, Pieter Jelles Troelstra)

    Verderop vinden we weer voorbeelden van de klederdrachten en het oorijzer. Aan de hand van een kleine afbeelding en een kort verhaal wordt de geschiedenis en ontwikkeling van het oorijzer verteld. Zo zien we dat het uitgroeit van een klein metalen draadje dat het mutsje op de plaats moet houden, tot grote gouden schelpen waaraan van alles vastgezet kan worden met eveneens kostbaarheden.
    Weer een ander stukje schenkt aandacht aan het vieren van Sint Pitersfeest op 21 februari. Tot 1903 was het een feest om het nieuwe voorjaar te vieren. Het werk in de scheepvaart nam weer toe. Er werd nieuwe bemanning aangenomen en men begon weer te varen. Ook werden de wegen weer begaanbaar en krijgen de akkers weer nieuwe huurders of eigenaren. Kortom men vierde het ontwaken en een nieuw begin. Het oudst bekend gedicht over de viering van Sint-Pieter is opgeschreven door Johannes Hilarides (1649-1726). Johannes is geboren in Drylts en overleed in Bolsward. Een verkorte versie dat in Grou hiervan bekend is gaat als volgt:
    Sint Pitersdei
    Dan grienet de wei,
    Dan bakt mem stro
    Dan keallet de ko,
    Dan leit de hin
    Dan hat de húsman it nei syn sin.

    Dit gedicht vinden terug in Rimen en Teltsjes van Halbertsma. In 1837 schreef Eeltsje Halbertsma in de Friese Almanak "‘Jongeren van gegoede burgers trokken langs de huizen met ratelende kettingen, bonsden op deuren en gooiden pepernoten.’". Deze beschrijving lijkt erg op het Sundrumfeest van het eiland Terschelling dat op 6 december plaatsvindt.
    Echter, in het jaar 1903 besluit de juffrouw van de Nutsbewaarschool Ryk Jansen, om Sint Piter als een soort in het wit geklede Sinterklaas op school te laten komen.
    In Grou viert men dan ook geen Sinterklaas op 5 december maar Sint Piter op 21 februari.
    (Bron: Sint Piter : Het kinderfeest in Grou / Cees Tempel, Paad troch Grou / Joh. Brouwer, Hepke Hiemstra, Bauke Hooghiemster, Anneke Hylkema, Ype Sytema. - p. 39)

    Ten slotte is er nog een zaal met een wisseltentoonstelling. Tijdens ons bezoek is hier een expositie van Jikkie Cats dat de titel (Be)spiegelingen draagt. Hierbij kunnen we rustig aan waterspiegelingen denken. Maar ook journalistiek werk maakt ze. Zoals de aanvaring op 27-7-2007 van het grote vrachtschip 'Victus' met het kleine zomerhuisje Marsfintsjes op De Burd, het eilandje ten oosten van Grou. Deze foto's gingen de hele wereld over.

    Na een gesprekje met de vrijwilligster kwam er toch nog een boekje Paad Troch Grou ergens vandaan, zodat dit zo goed als laatste exemplaar is. Zoals hierboven valt te lezen is het een zeer lezenswaardig en informatief boekje!

    Het is gelukkig droog, wanneer we weer naar buiten gaan, al zal dat niet lang duren, vrezen we. We lopen via het Brêgepaad naar het bruggetje over De Baai. Het begint zachtjes te regenen. We kijken naar het beeld van de twee oude mannen op de bank. "De leugenbank" heet het. Een plek waar de sterke verhalen verteld mogen worden. Het grappige is dat ze beiden echter nergens op zitten. Karianne Krabbendam (1951) maakte dit beeld in 1986.
    We lopen snel verder langs De Grou en over de Suderkade. Via het plein en de kerk komen we weer thuis, waar we maar een lekker bakje troost voor onszelf gaan maken.
    Gelukkig hebben we tegenover ons ook nog een taverne zitten. Hier gaan we vanavond eten.
    Tegen etenstijd is het alweer droog, al komt er af en toe wel een buitje voorbij. We zijn intussen weer opgedroogd.
    De tocht naar de overkant duurde maar even en het was niet verkeerd om een beetje bijtijds te komen. Groot is de taverne De Kade niet en de stoelen waren al redelijk bezet. We kregen een tafeltje voor het raam en hadden daardoor mooi uitzicht over het water. Het concept wat ze hier hanteren is wel grappig. Je mag hier zelf je voorgerecht pakken, dat bestaat uit soep en stokbrood met verschillende toppings en deze is gratis. En dat is zeker aan te raden, want het smaakt uitstekend.
    Ook het hoofdgerecht en nagerecht is 'gewoon' prima. De sfeer binnen is knus te noemen, dus dat past prima bij een taverne. Een prima tegenhanger van en aanvulling op Oostergoo.
    Tijdens het eten zien we iets opmerkelijks op het water voorbijkomen, maar hiervoor waren we net traag om het op de foto te zetten. Gelukkig krijgen we een herkansing. De zwemmers zwemmen namelijk ook weer terug.

    We zijn weer vlot thuis, zodat we nog rustig kunnen bijkomen met lezen en tv kijken. We hebben tenslotte vakantie.



    Sint Piter Pastorie, Grou

    Sint Piter kerk, Grou

    zonnewijzer, Sint Piter kerk, Grou

    deur, Sint Piter kerk, Grou

    deur, Sint Piter kerk, Grou

    Poort, Sint Piter kerk, Grou

    It Poartehûs, Grou

    de Hôfsgrêft, Grou

    Oude Zijlmakerij, Grou

    Woning Cornelis Wielsma, Grou

    Herdenkingssteen Cornelis Wielsma in zijn woning, Grou

    Café d'Oude Oost, Grou

    eerste steenlegging, Café d'Oude Oost, Grou

    voormalige woning Sytse van Grou / Gravius, Grou

    borstbeeld Eeltje Hiddes Halbertsma (1797–1858), Grou

    "De Terp", Grou

    'Blier Herne', Grou

    Annie Lavinia - 1920, Grou

    Museum Hert fan Fryslân, Grou

    Jagen met een 'beage', Hert fan Fryslân, Grou

    Ontwikkeling oorijzer, Hert fan Fryslân, Grou

    De leugenbank (1986), Grou

    De Grou, Grou

    Taverne De Kade, Grou





    Dag 11: Dagje toeren naar o.a. Wommels, Eiland van Easterein, Britswerd, Wiuwert en Boazum

    kaart 11

    Na een rustig ochtendje zullen we toch weer in actie moeten komen, want er moeten weer enkele boodschappen in huis gehaald worden. De ochtend is dan alweer voorbij, voordat we erg in hebben.
    Tijdens het boodschappen doen komen we erachter dat het nog behoorlijk hard waait.
    Hierna wordt er een plannetje gemaakt en valt de keuze op het met de auto bekijken van het gebied tussen Sneek en Leeuwarden.
    De Heleen Heleen had verzonnen om eerst naar het verste punt in casu Wommels te gaan rijden en dan weer langzaam zigzaggend of hoe dan ook weer terug te rijden.


          Wommels
    En dus rijden we vanuit Grou eerst een ministukje over de snelweg A32, om er bij de N354 weer af te gaan. Daarna rijden we de N384 naar Indyk op, met de bedoeling deze een stuk te gaan rijden richting Wommels, maar voor Indyk worden we gewaarschuwd dat de weg is opgebroken, omdat ze met de spoorwegovergang bezig zijn.
    En dus slaan we af bij de Hegedyk (hier als onderdeel van De Slachte) en komen we door Boazum. Hier rijden we de spoorweg over, waar we het kronkelende en oude Slachtedyk op mogen. Vorig jaar kwamen we deze dijk ook al een aantal malen tegen. Dit stimuleert wel om het boek De Slachte : de oude dijk, de geschiedenis, de landschappen, de dorpen, de marathon van Ultsje Hosper, Peter Karstkarel en Siem van der Woude, dat we vorig jaar kochten, nu eens te gaan lezen.
    Wij rijden na dit kleine stukje van de dyk verder door Rien, Itens, Easterein en tenslotte Wommels. We hopen intussen dat we bij het Zuivelmuseum It Tsiispakhús aan de Boalserter Feart -de vaart van Bolsward naar Leeuwarden- wel even wat kunnen drinken en eten. Helaas zijn we er net op de enige dag dat het dicht is. Da's nou jammer, om meerdere redenen. We kunnen niet naar het toilet, kunnen niets drinken of eten, maar vooral ... we missen de informatie over de terpen en de vondsten die hier gedaan zijn. Tevens kunnen we de heldere presentatie niet zien over de strijd tegen het water, waarbij er natuurlijk een grote rol is weggelegd voor de Slachtedyk.
    We zijn echter ook net langs iets gereden dat op een café lijkt.
    Misschien is deze wel open. We parkeren de wagen op De Terp en wandelen naar het café. Op de hoek van 't Noard en Van Sminialeane staat een groot pand van It Reade Hynder. Het blijkt om een multifunctioneel gebouw te gaan: Café, Restaurant, Catering, Slijterij en Zalen. Gelukkig voor ons zijn eigenaren Henk en Adriana Metzlar wel elke dag geopend en dus kunnen hier even naar het toilet en een koffie met taart krijgen. Al snel zijn we aan de babbel met Adriana, die ons behulpzaam is met allerlei folders wat er verder in de buurt te doen is en dat natuurlijk wel open is vandaag.
    Aangezien hierbij ook een slijterij aanwezig is, zijn we benieuwd -omdat ze ook Hynder in de naam hebben- of ze ook toevallig de witte wijn hebben waar we naar op zoek zijn. Helaas helpt onze beschrijving van de wijn niet erg en we beloven het t.z.t. door te mailen, wanneer we de naam van de wijn weer weten.
    Na de koffie kunnen we er weer tegenaan en lopen we weer terug naar De Terp. Er zit echt een bolling in dit grasveld, zoals een terp betaamd. We hebben aan de overkant uitzicht op Jacobikerk van Wommels (21569). De bouw van deze kerk is begonnen in de dertiende eeuw als een eenbeukige kerk. Na een brand werd het hersteld in 1508. Sinds 1494 is hier een klok te vinden van Geert van Wou. In de kerk zijn 8 rouwborden te zien. Helaas is ook de kerk niet open.
    In de andere hoek -richting de brug en museum- vinden we het standbeeld van Freule Clara Jacoba de Vos van Steenwijk (1869-1960). Zij is in 1902 de oprichter van de Freulepartij, dat sinds 1903 jaarlijks op de kaatsbaan achter het gemeentehuis van Wommels wordt gehouden. Het is de belangrijkste kaatspartij voor jongens van 14 tot 16 jaar. Haar schenking in de oprichtingsjaar is voldoende om dit nu nog steeds hieruit te bekostigen.
    Afgelopen zaterdag 2 augustus 2014 vond om 20.00 uur de loting plaats in café “It Reade Hynder” en woensdag de zesde werd de Freulepartij gekaatst. Dit evenement hebben we dan ook gemist. Meestal komen er zo'n 6000-10000 mensen op deze spelen af. Hoe dit spektakel er uitziet is te zien op een foto-overzicht.
    Hier is Geschiet een Rechtveerdich recht
    die heer lecht hier al by den Knecht hier
    lecht den aermen al by den Ricke de Leeleke
    al by de swierlicke hier lecht de buer al by den
    Eedelmande Geleerde al by die niet en kan hier
    lecht de sot al bij de Wyse de jonge al by de olde
    Grise Coempt hier wat Naeder bij en Segget
    mij wije Rick arm Schoen ofte Eedel sij hier
    Leggen sij al byelcander den eene en is niet
    Meer Geacht Als den Ander Anno 1591.
    Wanneer we hiervandaan weer naar de overzijde kijken, dus richting het café, zouden we in vroegere tijden uitzicht hebben gehad op een eenvoudige adellijke woning met een prachtig park, de Sminia State. Idzard van Sminia (1689-1754) trouwde op 6 mei 1714 met Tjallinga Edonia van Eisinga en zij gingen hier wonen.
    Willem Wiardus Hopperus Buma (1865-1934), die hier even burgermeester was, heeft op deze plek, waar tot 1872 de Sminia State stond, een villa Sminiastate in 1899 laten bouwen. Hij vertrok echter in 1905 alweer naar Haarlem en liet het afbreken om het in Haarlem weer te kunnen opbouwen. Daar brandde het echter in 8 februari 1969 af.
    Het enige dat we nog van de Sminia State kunnen terugvinden is het toegangshek van 1872 bij het kerkhof.
    In de noordmuur van de kerk vinden we nog een ingemetselde steen uit 1591 waaruit blijkt hoe rechtvaardig het kerkhof is.
    Daarnaast vinden we nog een aantal panden om De Terp die moeite waard zijn op te bekijken. Zoals op de hoek naar brug, waar een mooi winkelpandje staat. Of aan de overkant. Maar ook op de Keatsebaen, staat een prachtige gevel waarbij men veel zorg aan de bovenste gedeelte heeft besteed. Er naast staat weer een pand waarom Wommels bekend is: de kaas. Het pand heeft -net als het museum- voor de zolder halfronde ramen. Hieraan herken je de kaaszolders van weleer. Tegenwoordig kan men hier echter kleding vinden.

    (Bron: Wikipedia: Jacobikerk (Wommels), Sminiastate (Wommels), Wiardus Willem Hopperus Buma (1865-1934); Wommels; De Slachte / Hosper, Karstkarel, van der Woude. - p. 83; Nieuwsbrief [Museum Kennemerland], jaargang 7, nummer 18, december 1999. - ISSN: 1382-9351. - p. 4)


          Stapert
    Op een afgegraven terp in de Wommels - de oudste van Friesland - speuren archeologen van de Rijksuniversiteit Groningen naar sporen van de eerste Friezen. Het wetenschappelijke gewroet in de 'zool' van terp Stapert leverde al heel wat interessant materiaal op. Opgravingsleider Theun Varwijk vertelt in bijgaande video over het project en laat zien wat het verleden zoal heeft prijsgegeven. Gepubliceerd op 22 aug. 2014
    Wij rijden hier ook Wommels uit en via Hofkamp komen we over de Boalserter Feart bij de Sûdhoeke uit waar we de auto meteen weer aan de kant zetten (C). Want we zien allerlei mensen bezig in een weiland. Het ziet eruit alsof er vormen voor huizen uit het gras zijn gehaald, maar de kleinere gaten doen toch iets anders vermoeden. Een archeologische opgraving, live voor onze ogen.
    Het blijkt inderdaad om een hernieuwd archeologisch onderzoek te gaan op de plek van de voormalige terp Stapert. Een team van het RUG zijn vanaf 4 augustus bezig met dit onderzoek, dat tot en met 29 augustus zal duren volgens de planning.
    Omdat de terp in de negentiende en twintigste eeuw zelf volledig is afgegraven, ten behoeve van het vruchtbaar maken van andere veenafgravingen, zal dit gaan om een zogenaamd terpzoolonderzoek, dus de gronden waarop de terp ooit stond. Twintig jaar geleden is dit gebied ook al eens onderzocht tussen 7 t/m 18 augustus en 31 oktober t/m 17 november onder leiding van J.M. Bos en H.T. Waterbolk en op langdurig aandringen van amateurarcheoloog Jaap Scheffer.
    Toen 2 jaar geleden bekend werd dat Wommels ook weer opgenomen zou worden in het rijtje waar opnieuw een terpenonderzoek zou worden gedaan, was Scheffer dan ook enthousiast, blijkt uit een interview in Op 'e Skille van 13-09-2012.
    (Bron: Archeologisch onderzoek terp Stapert in Wommels; Histoarysk Littenseradiel; Palaeohistoria 41/42 (1999-2000) p. 177-223; Op 'e Skille, jrg 48, n. 19)

    Na deze zorgvuldige werkzaamheden bewonderd te hebben, rijden wij weer verder naar Hidaard. Na enkele minuten komen we weer uit op de Slachte. We rijden eventjes een stukje rechtsaf om op een uitrit van de boerderij dat hier staat (D), even te kunnen stoppen en wat foto's te maken, zonder dat we iemand in de weg staan.


          Eiland van Easterein
    We rijden vervolgens weer terug en vervolgen onze route naar Hidaard. Ruim voor de aansluiting op de Tjebbingadyk, dat ook onderdeel uitmaakt van de Slachte, zetten we de lens even hierop. Het hoogteverschil is hier heel goed te zien. Zo'n 1.20-1.30 m steek deze voormalige zeedijk uit boven het land. Deze dijk moest het land beschermen tegen het water uit het zuiden, de Middelzee. Deze dijk maakt ook deel uit van een van de oudste kernen van Westergo dat bedijkt is. De ringdijk die de polder van Easterein beschermde, omsloot de dorpen Easterein, Hidaard, Lytsewierrum en Itens. In de zestiende eeuw noemde men dit de 'hoep'. Deze ringdijk is echter al voor het jaar 1000 gemaakt. Het ziet er echter van boven niet uit als een ring, maar meer als een driehoek. Het zuidelijke zeedijk gedeelte, zo tussen Hidaard en Lytsewierrum heeft dan ook nu nog zichtbaar het nodige meegemaakt. Twee herstelde doorbraken zijn er nog terug te vinden. Bij doorbraken ontstaan wielen of kolken die meestal aan de buitenkant omdijkt worden. We zien hier bij Hoekens ook een binnendijkse reparatie aan de dijk, terwijl we bij Reahûs de traditionele buitenkantse omdijking terugvinden. Wij zullen dit echter niet met eigen ogen waarnemen omdat onze route anders zal lopen.
    (Bron: De Slachte / Hosper, Karstkarel, v.d.Woude. - p. 89)


          Hidaard
    Hierna rijden we ook de Tjebbingadyk op naar Hidaard. De Buorren brengt ons naar wat nu Hidaard heet. Of dit terpdorpje ook is afgegraven is ons tot nu toe onbekend, al zal dat gezien de huidige omvang niet vreemd zijn. We parkeren de wagen hier even om een rondje om de kerk te doen. De kerk is nog niet zo oud als we gewend zijn en zouden verwachten. Het is een ontwerp van J.A. Timmenga en gebouwd in 1873.
    Tijdens de restauratie van de kerk vond men de grafzerk van de laatste abt van Bloemkamp, Thomas van Groningen. Thomas van Groningen of Groeningen, in zijn tijd Thomas Groningensis was de dertigste abt van het klooster dat ook wel het Oldeklooster werd genoemd. Dit klooster, dat hier tussen 1191 en 1579 lag, heeft een rijke geschiedenis van rijkdom en strijd, waarbij het zelf ook soms de veroorzaker was, zoals we op diverse plekken in de Geschiedenis van hun route kunnen lezen
    . Het lijk van Heer Willem IV (uit Holland) werd na de 'slag bij Warns' in 1345 hier bewaard en werd later door Heer Maarten, overste van de St. Jansheeren in Haarlem hier opgehaald om uiteindelijk te worden overgebracht naar Valenciennes. In 1380 was de toenmalige abt Reinier Cammingha betrokken bij een bloedig gevecht tussen Schieringers en Vetkopers. In 1535 vond hier de 'grootste moord op protestanten van Friesland' plaats.
    Thomas van Groningen schreef het Chronicon abbatum Floridi Campi vulgo Olde-Kloester over de geschiedenis van het Cisterciënzer klooster Bloemkamp.
    Hidaard heeft een snelle verbinding via de Hidaardervaart en Kleasterfeart met het klooster, dat via dezelfde Kleasterfeart zo bij de Martinikerk in Bolsward uitkomt.
    (Bron: De Slachte / Hosper, Karstkarel, v.d.Woude. - p. 91; Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek (NNBW) Thomas Groningensis; Wikipedia: Hartwerd)


          Easterein
    Zoals al aangekondigd, nemen we niet de route langs de zuidkant van de hoep, maar rijden naar het wonderbaarlijke Easterein of Oosterend. Onderweg komen we de Rispenserpoldermûne of Rispenserpoldermolen (
    21572 - molen FR091) tegen. Vreemd genoeg zien we op dit moment maar twee roeden.
    Wanneer we in Easterein aankomen verbazen we ons over de stadse indruk (van weleer) het maakt. Het is dan ook een zeer fotogeniek dorp. Het boek 'De Slachte' stelt onomwonden vast Easterein [...] is zonder enige twijfel een van Fryslâns mooiste dorpen.
    We parkeren de wagen op de Skoallestrjitte en lopen terug. We zien van een afstand van de Martinikerk de windvaan, een hen, glimmen in de zon. Het is opvallend opengewerkt. Aan de korte zijde zijn er een aantal stukken 3D, zoals de ogen (die erg groot zijn) en kam. Of de drie sterren in de staart een betekenis hebben en welke betekenis dit eventueel dan zal hebben, is onduidelijk.
    Wanneer we naar de kerk lopen moeten we eerst een stukje langs de gracht lopen over de Tsjerkebuorren. Hier komen we diverse opvallende bouwwerken tegen.
    De Martinikerk van Easterein is een dochterkerk van de Martinikerk in Bolsward , dat hier hemelsbreed 7 km vandaan ligt.
    We komen bij het punt waar de gracht ophoudt en waar we de Tsjerkebuorren om de kerk kunnen bewandelen. De Martinikerk (21548) maakt indruk, zo van de eerste zijkant met de enorme steunberen of contreforts.
    Wanneer we de achterkant voorbij zijn en aan de andere kant komen zien we de kerk in volle omvang en ouderdom. De elfde-eeuwse kerk is in de veertiende eeuw vervangen door een nieuwe versie, al is hierbij wel gebruik gemaakt van de elfde-eeuwse tufstenen muren.
    We zien dan ook de uitgebouwde sacristie. Maar misschien was dit eerst de kerk uit 1100 en is volgens de huidige kerk hier aangebouwd. We lopen dan intussen weer langs de gracht. De kerk ligt op een verhoging en is (tegenwoordig) gedeeltelijk omgracht. Of het een natuurlijke verhoging is of een terp is nooit helemaal duidelijk geworden. Naast de kerk vinden een geheel omgracht pastorie (516334) uit 1861. Enige toegang, behalve over het water natuurlijk, is de brug (516337) van tussen 1920-1930. Deze doet ons meteen denken aan de trambrug bij Hoornsterzwaag, waar we op Dag6 langskwamen.
    Waren de tuinen bij de pastorie een symbool van haar zelfvoorzienendheid, in 1863 is hier een wandeltuin aangelegd door Gerrit Vlaskamp. Dergelijke functionele tuinencomplexen -voor levensonderhoud én het verzetten der zinnen- zijn inmiddels zeldzaam. Deze tuinen zijn op telefonische afspraak voor groepen te bezichtigen. Dit hebben wij helaas niet geregeld en dus maken wij ons rondje om de kerk af. Bij de voordeur van de kerk, blijkt dat deze gesloten is. Een aantal fietsers vinden dit net als wij erg spijtig, want binnenin de kerk bevindt zich een zeldzaam kreake, een twee verdiepingen groot doksaal uit 1554, dat gemaakt is door Cornelis II Floris de Vriendt (1513/14-1575), mogelijk met behulp van zijn leerling Hein Hagart. Cornelis II was een veelzijdig kunstenaar en woonachtig in Antwerpen -in deze periode dé handelsstad- en heeft tot z'n dood een indrukwekkende reeks beeldhouwwerken in binnen- en buitenland gemaakt.
    Ter Gedachtenisse
    De Hoogh.Edel Gebooren Heer Jr. Edsardt van
    Grovestins Grietman van Hennaarderadeel, en meede
    Gedeputeerde Staat van Frieslandt heeft volgens
    sijn Ed: wyse directie en gegeven ordere dese tooren
    van Godt door den donder gescheurt ofte aent spleeten
    geraeckt laten herstellen, decken en oprechten door
    de E: ontfanger Doekle Hettes en Wybbe Ulbes kerck
    vooghden tot Oosterendt gesterkt met de gecommit-
    teerde ingesetenen ten overstaen van Do Duco Silvius
    predicant aldaer. In den jare 1688
    Het eikenhouten doksaal, (zangers)tribune, bevat achttien bijbelse taferelen.
    De toren is ook hersteld in 1688 nadat de bliksem was ingeslagen. De toenmalige grietman van Hennaarderadeel Edsardt van Grovestins (1655-1729), had hiertoe de opdracht gegeven. In gevel van de toren is daarom een herdenkingssteen geplaatst.
    En zo worden de drie sterren in de staart van de hen windvaan toch nog duidelijk! Deze sterren zitten ook in het wapen van Edsardt van Grovestins.

    Wij maken ons rondje om de kerk af en komen weer bij het punt waar we over de gracht kunnen om naar de auto terug te kunnen lopen.
    Op de heenweg naar Wommels, hadden we op de hoek van Sibadawei en Foarbuorren iets terrasachtig gezien waar we eventueel zouden kunnen lunchen. Dus rijden we daar naar toe. Maar kennelijk is de maandag een slechte dag voor zoiets, want het is gesloten.
    (Bron: De Slachte / Hosper, Karstkarel, v.d.Woude. - p. 88; Wikipedia: Martinikerk (Oosterend), Lijst van rijksmonumenten in Oosterend (Littenseradeel), Sacristie, Edzard van Grovestins, Cornelis Floris de Vriendt; Oosterend, de Martinikerk)


          Itens
    We rijden verder en eigenlijk dus terug naar Itens. Bij het kaatsveld zien we dat er iets open is en tevens is hier een kerkje en een parkeerplaats (G) waar we de auto parkeren.
    We lopen even een rondje om deze kerk voor zover dat mogelijk is. Wederom is deze Hervormde kerk een Martinikerk (
    21538). Deze kerk is tussen 1804 en 1806 gebouwd. De toren kwam er in 1842 bij. Deze combinatie geeft al aan dat de historie van Itens verder teruggaat dan 1800. Het komt in geschrift al sinds 1381 voor als Ytzinze. Het betreft een terpdorp dat onderdeel is van de hoep, het Eiland van Easterein. Tijdens de afgraving van deze terp vond men Harpstedter aardewerk, dat duidt op bewoning rond het begin van de jaartelling.
    In de houten lantaarn van de toren is een door Stephanus in 1312 gegoten klok gehangen. Dit roept natuurlijk de vraag op, waar deze vandaan komt. Komt deze uit de gebouwen die hiervoor op deze plaats ongetwijfeld gestaan hebben?
    In de toren vinden we een gedenksteen, dat zo goed als onleesbaar is.
    De kantine bij het kaatsveld lijkt niet echt open. De deur staat wel open, maar dit is meer voor het onderhoudspersoneel lijkt het. Wij gaan weer gauw verder en komen, wanneer we over de Frjentsjerter Feart / Franekervaart rijden, aan in Britswerd.
    (Bron: De Slachte / Hosper, Karstkarel, v.d.Woude. - p. 98-99; Wikipedia: Martinikerk (Itens), Itens, Harpstedt-Nienburg-groep,


          Britswerd
    Bij het kerkje van Britswerd (H) gaan we toch maar aan ons noodrantsoen beginnen, dat we altijd meenemen, wanneer we gaan toeren. Je weet immers nooit wanneer je in gebieden komt, waar nergens voedsel te koop is.
    In de zuidmuur van de Sint Joriskerk vinden we een aantal stenen in een boog, dat zou kunnen duiden op een poortje. De eerste zit ongeveer in het midden. De volgende zit dichter bij het koor en is ook beduidend lager, wat zou kunnen duiden op een hagioscoop, een licht- of kijkvenster.
    In de muur aan de noordkant vinden nog een boog, waar waarschijnlijk ooit het zogenoemde Noormannendeur heeft gezeten.
    Rond 1195 -aan het einde van de twaalfde eeuw- is deze Sint Joriskerk (
    8483) in gele moppen opgetrokken. De kerk was eerst gewijd aan Sint-Nicolaas maar nu dus aan Joris (van het verhaal 'met de draak' die hij versloeg).
    Het zou dan ook best kunnen dat zo'n soort kerk ook in Itens gestaan heeft, al behoort Britswerd niet meer tot de hoep van Eiland van Easterein, maar is het kerkelijk en cultureel verbonden met Wiuwert, waar we straks naar toegaan.
    Het dorp bevat ook panden dat doet denken aan de pakhuizen in Wommels en Easterein. En dus het vermoeden doet oproepen dat men ook hier kazen maakten en de zolders hiervoor hadden ingericht.
    Ook deze terp is grotendeels afgegraven. Alleen de omgeving van de Sint Joriskerk en kerkhof staan nog zichtbaar verhoogd.
    In 1514 heeft de kerk in de brand gestaan. In de toren hangt een klok uit 1534 van Geert van Wou jr., de zoon van reeds eerder besproken Geert van Wou (1450-1527).
    X
    Gellius Schotanus (1549-1625) [i - i]
    Barbara Jansdochter (1554->1624)
    X Bernardus Schotanus à Sterringa (1576-1633) [i - i]
    Aaltje Wilsing (±1580-1615)
    1. Petrus Bernardus Schotanus (1601-<1675) [i]
    2. Christianus Schotanus à Sterringa (1603-1671) [i]

    De kerk herbergt volgens de aanwezige grafzerken een zeer bekende atlassenmaker, namelijk die wij kennen van de hierboven al genoemde Schotanusatlas, Christianus Schotanus (1603-1671). Ook ligt er nog een andere Schotanus, namelijk Bernardus Gelliuszoon Schotanus (1576-1633), die hier en in Wiuwert in 1606 predikant werd en tot zijn dood bleef. En dat is dus de vader van de atlassenmaker.
    De Hoog Wel geboren Heere
    Jr Ernst Frans van Aylva, Grietman over
    Baarderadeel ende mede Raad ter Admira-
    liteit in Westfriesland en 't Noorder Quartier
    etc; etc; etc; mitsgaders de Kerkvoogden van de
    dorpen Wieuwert en Britswert. De Hoog Wel
    Gebooren Heere Jr Tjaard van Aylva Grietman over
    Wonseradeel etc; etc; etc; en de Eersame en seer discrete
    Cornelis Pieters Bosma meede Regter van Baarderadeel
    hebben deze Kerk van binnen laate vernieuwen en deese
    Poort gestigt in den Jaare 1753 als hier Predikant
    was Dominus Antonius Joha
    Helaas is ook deze kerk gesloten, zodat we dit niet met eigen ogen hebben kunnen aanschouwen.
    In 1753 werd de kerk aan de binnenkant hersteld in opdracht van Ernst Frans van Aylva die hier in Baarderadeel van 1752 tot 1787 grietman was, waarbij tevens de poort werd aangebracht.

    (Bron: De Slachte / Hosper, Karstkarel, v.d.Woude. - p. 106; Biografisch lexicon voor de geschiedenis van het Nederlands protestantisme, dl 1, 1978, p. 325; Wikipedia: Britswert, Lijst van grietmannen van Baarderadeel, Sint-Joriskerk (Britswerd), Schotanusatlas, Hagioscoop; HCC Genealogie Gellius Schotanus Bernardus


          Wiuwert
    De volgende kerk (I) die we gaan bezoeken is echter wel elke dag open, behalve zondags. En dat is ook niet zonder reden.
    Het is een echte publiekstrekker, waar jaarlijks ± 10.000 bezoekers op af komen. De kerk van Wiuwert is ook van rond 1200 en heeft ook de nodige verbouwingen en herstelwerkzaamheden in de veertiende, zeventiende en achttiende eeuw doorstaan.
    De gevonden schat van Wiuwert met objecten uit de periode 575-640 nOJ. die gevonden zijn tijdens het afgraven van de terp Bessens / Swaenwerderterp. Sommige munten die voor de sieraden zijn gebruikt zijn nog ouder.
    De oorhanger wordt ietsjes ouder ingeschat en komt uit 500-550 nOJ., weegt 1,7 gram is 2,3 x 2,3 cm.
    De andere hanger komt ook uit deze periode en weegt 1,5 gram en is 2,2 x 2,1 cm.
    Alle objecten zijn te bewonderen in Rijksmuseum van Oudheden, Leiden.
    Ook de terp Wiuwert is grotendeels afgegraven en als rijke meststof verkocht. Een enkel maal bleek het te bestaan uit ander materiaal, zoals die keer toe er een goudschat werd gevonden, dat uit 39 objecten bestond. Eigenlijk gaat het om een zeldzaam rijk halssnoer met daaraan de objecten geregen en een (bovenste helft van een) mantelspang. Deze word gezien -vanwege zijn kunstvolle bewerking- als een unicum op de hele wereld. Het zou gaan om zevende-eeuws inheems Fries goudsmidswerk.
    Deze vondst, bestaande uit 30 muntsieraden, 2 ringen, 2 oorhangers, 2 bracteaten en 1 voetplaat van fibula is door de verder verkocht aan de 'hoogste' bieder. Dit zijn er 37. De historiepagina Geschiedenis van de dorpen Wiuwert en Britswert verteld dat de schipper die het opgegraven heeft eerst de eigenaren van de terp nog een voorwerp heeft laten uitzoeken. We mogen dan concluderen dat de terp 2 eigenaren had. Waarschijnlijk hebben deze twee niet de minste objecten uitgezocht.
    De rijkdom van het dorp wordt verklaard doordat het deed aan zeevisserij. Het was immers een dorp met een zeehaven. Dat zou je nu niet meer zeggen. Het ligt nu centraal gelegen tussen alle grote steden als Franeker, Leeuwarden, Sneek en Bolsward. Maar toen lag het -net als bijna al die andere steden- aan de Middelzee en kon het geld verdienen met de zeevisserij. Vandaar dat de schutpatroon van de kerk ook Sint-Nicolaas is, als beschermheilige van de zeevaarders. Zou dit ook de naamswijziging van de kerk in Britswerd kunnen verklaren, dat immers ook eerst een Sint Nicolaaskerk was, maar daarna een Sint Joriskerk?
    Voor kinderen is een zeer leerzaam lesbrief "De mummiekelder" gemaakt dat niet alleen maar over mummies gaat, maar ook over zelfvoorzienend leven.
    Nadat we het mooie ANWB-bordje uit vroegere tijden hebben bekeken, bellen we aan bij de deur, omdat dit met een briefje aan ons gevraagd wordt. Een mevrouw doet al vlot open, maar de deur was gewoon los en dus hadden we ook zonder te bellen naar binnen kunnen komen.
    Midden in de kerk mogen we eerst afrekenen, wanneer we de rest willen bekijken. En natuurlijk willen we dat evenals het boekje over de geschiedenis van Wiewerd.
    Wat we hier vervolgens kunnen zien is "De merkwaardig grafkelder", een kleine tentoonstelling over "De geschiedenis der Labadisten" en een kleine tentoonstelling over "het leven van Ana Maria van Schuurman".
    De geschiedenis komt hier op vele punten samen en is te groot en groots om hier uit de doeken te doen. Samenvattend heeft de familie of geslacht Walta hier het Walta-slot of Thetinga-state, zo heeft Schotanus uitgezocht, de vrouwelijke linie was nauw betrokken bij het hier heen halen van de een van de wereld afgescheiden gereformeerde gemeente, dat de Labadisten wordt genoemd en zelfvoorzienend leefden op dit slot. Het slot werd meerdere malen aangevallen. Op 19 mei 1514 werd het door de benden van de hertog Albrecht van Saksen "de Zwarte Hoop" verwoest. Op 22 augustus 1522 bestormde Heerke Feikes het weer opnieuw herstelde slot en wederom werd het verwoest. En zo bevond zich dit gebied in een woelige wereld. Dit is in schril contrast met de wereld van de Labadisten die zich hier in Wiuwert vestigen evenals de Rijnsburgse Collegianten in Britswerd.
    In 1795 kwam Wiuwert opnieuw verrassend in het nieuws met hun kerk. Timmerlieden hadden toen namelijk bij toeval een kelder met mummies ontdekt in de kerk.
    Kortom voldoende stof voor het geschiedenis-verhaal "Ontdekking van de Vrije Friezen".
    Wanneer we drie kwartier later weer buiten staan, doen we nog even een rondje om kerk, zodat we ook nog een stukje middeleeuwse kerk te zien krijgen, met vlak voor het koor vermoedelijk een restant van een hagioscoop.
    Op het kerkhof zijn ook sommige graven opvallend.
    (Bron: Wieuwerd en zijn historie / Jacob Hepkema (10e Herziene druk). - p. 5-6; Geschiedenis van de dorpen Wiuwert en Britswert
    Helemaal verzadigd stappen we in de auto en verlaten we Wiuwert, zonder verder het dorp te bekijken.


          Skillaerd
    We rijden dezelfde weg weer terug en nemen de eerstvolgende afslag rechtsaf richting Mantgum. We komen door Jeth en staan opeens voor 'een toren alleen' in Skillaerd (J). Hier worden we verrassend genoeg eerst de Tweede Wereldoorlog ingezogen. Er is hier namelijk een herinnering monument opgericht dat ons doet teruggaan naar de nacht van 1 op 2 maart 1943, toen zich hier een drama voltrok. Het drama aan de Mantgumervaart.
    Op 5 mei 1998 is hierbij de eerste informatiebord geplaatst onder de titel Het drama in het Mantgumer Nieuwland, zo meldt de
    site van Nationaal Comité 4 en 5 mei. Nu staat er een ander bord. Hierop zien we een brandende Stirling bommenwerper op terugreis van Operations B64, die is aangevallen door een Messerschmitt 110 dat gevlogen werd door Wolfgang Kuthe en was opgestegen van de vliegbasis Leeuwarden. Ze stortten neer.
    Acht lichamen worden er geborgen. Officieel waren er 7 bemanningsleden aan boord. Wie de achtste persoon was is nog steeds onbekend.
    Alle acht liggen hier begraven: Harold Stanley Howland (26), James Gordon Lamb (21), George William Armer (30), Albert Leslie Hyrons, William Henry Pritchard (26), William Alfred Martin, George Arthur Moss (19) en de onbekende.
    In 1988 vindt bij toeval de uit Hindeloopen afkomstige Carl Field in de Mantgumervaart een propeller van de Stirling die, na een omzwerving, als monument hier kwam te staan.

    Dit is de derde toren (8513) die we zonder kerk zien. De eerste twee zagen we vorig jaar in Westermeer en Firdgum .
    Deze in Skillaerd staat te boek als een van de oudste bewaard gebleven renaissance bouwwerken van Friesland.
    Vreemd genoeg heeft het Monumentenregister en ReliWiki het over twee zandstenen maskers van consoles in de noord- en zuidmuur, terwijl het toch echt totaal 6 zijn. Dus ook de voorkant van de toren, de westmuur heeft er twee.
    In 1884 was de kerk zo bouwvallig geworden, dat het verstandiger was om het af te breken. Sindsdien zien we aan de toren nog een rand tot waar het dak van de kerk kwam.
    (Bron: Wikipedia: Schillaard; ReliWiki: Kerktoren Schillaard; Monumentenregister: Monumentnummer 8513; 21, Schillaard)


          Mantgum
    Wij rijden even verder naar het tweelingdorp, dat kennelijk het geld van beiden dorpen liever hier spendeerden, want Mantgum staat bekend als 19de eeuws renteniersdorp. En dat zien we dan ook, zodra we de Seerp van Galemawei oprijden (K). Links, rechts en aan de overkant zien we voorbeelden staan. Er is bij een van de woningen nog een tuin in 'Engelse landschapsstijl' en in originele staat, compleet met een prieeltje en een vijver.
    Deze is dan ook aangelegd door Gerrit Vlaskamp. Andere tuinen zijn daarop gebaseerd, want Vlaskamp was hier erg in de mode in die tijd. Eigenlijk is een wandeling hier op z'n plaats, maar vanwege de verzadiging laten we dat helaas achterwege. Gelukkig hebben anderen wel al een wandeling gemaakt, zoals Koningin Juliana die volgens R.J.H. Brink spontaan maakte in de jaren zestig. Of was het op
    29 mei 1975. Hoe het ook zij, de heer Brink heeft een mooie site met wandeling of Kuierke, zoals hij het benoemd, waar de hele geschiedenis uit de doeken wordt gedaan.
    Wij rijden een stukje verder (L) en het lijkt of we in een heuvellandschap zijn beland. Vreemd. Dit zal vast veroorzaakt zijn door de afgravingen. Op een soort pleintje bij de Wâl stoppen we even. Hier krijgen we zicht op de Mariakerk (8498). Van oorsprong stond hier een kerk van rond 1200. Deze werd vervangen door deze van ongeveer 1500. Daarna is het in de tweede helft van zestiger jaren van de negentiende eeuw verhoogd en is in 1868 de toren vervangen door een nieuwe. Er hangt wel een echte door Gerard van Wou gegoten klok uit 1499 in de toren naast een andere uit 1896.
    Verder vinden we achter "het dal met weiland" nog een Bewaarschool. Hiernaast staat een mooi Amsterdamse School-achtig woning, ontworpen door architect D. Meintema (Mantgum, 1877 - Leeuwarden, 1935) en gebouwd in 1910 (526222).
    Omdat we niet uitstappen en ook geen wandeling naar de kerk maken lopen we ook het grafmonument mis van de staatnaamgever Seerp van Galema. Gelukkig vinden we tijdens de virtuele wandeling wel een afbeelding van deze Van Galema.
    (Bron: Wikipedia: Mariakerk (Mantgum), Mantgum)


          Tsjerkebuorren
    Wij rijden verder naar de Hegedyk dat van het westen van Leeuwarden aansluit op de Slachtedyk bij Easterwierrum / Oosterwierum.
    Halverwege (M) stoppen we even omdat we hier een mooi tussendoorkijkje hebben op de toren (8511) van de vroegere, in 1905 gesloopte aan Sint-Nicolaas gewijde kerk. We zien hier goed de restanten van de afgegraven terp en de muur met ijzeren hekwerk (8512). De toren stamt uit de veertiende eeuw. Ook in deze toren hangt een klok van G. van Wou Jr en J. ter Steghe?, 1537 Vroeger was dit het centrum van het dorp Easterwierrum, dat nu verplaatst is 800 meter verderop.
    Wij rijden een stukje verder en passeren een woonhuis met boerderij. Op het woonhuis staat een herinneringssteen met daarop "Buma State | Gebouwd 1860 | Verbouwd 1951". Vervolgens rijden we het smalle weggetje naar het kerkhof toe. Hier moet je dan ook geen tegenligger tegenkomen, want elkaar passeren kan niet. En nu maar hopen dat we straks ergens kunnen keren om weer met de voorkant naar de weg terug te kunnen rijden. Gelukkig is er een parkeerplaats en ... we zijn niet enige, dus toch een beetje geluk gehad.
    Het uitzicht vanaf de terp van Tsjerkebuorren is prachtig. De Mariakerk omringt door enkele bomenpartijen en boerderijen, met op de voorgrond sappige groene weilanden met daarop zwart-wit koeien bij een watertje. Hoe mooi wil je het krijgen.
    Op dit kerkhof vinden we ook weer een graftrommel. Ditmaal betreft het een zwarte ovale met witte binnenkant, met plat glas als deksels, dat zo te zien wederom met stopverf is vastgezet. De inhoud ziet er als nieuw uit.
    We lopen een rondje om de toren en vinden alleen een herinneringssteen in de muur, die de restauratiewerkzaamheden van 1589 herdenkt. Het uitzicht daarentegen is wel de moeite waard. We kijken zo op de Mariakerk van Mantgum.
    Nadat we uitgekeken zijn op dit kerkhof en hier en daar nog een mooi, apart en opvallend (ook nieuw) grafzerk tegenkomen, lopen we weer terug naar de auto om ons reisje voort te zetten.
    (Bron: Wikipedia: Tsjerkebuorren, Kerktoren van Oosterwierum)


          Boazum
    Onderweg naar Boazum komen we een mooi exemplaar tegen van de traditionele boerderijen met voorhuis tegen. Vooral de tweekleurige bogen boven de ramen vallen op. Na Easterwierrum komen we weer op de Slachtedyk. En vervolgens zien we al snel de kerk waar het ons om te doen is. Wanneer we het dorp inrijden raakt het echter uit het zicht en dus parkeren we de auto maar ergens in de straat. We lopen vervolgens op gevoel naar de kerk. Dat hopen we althans.
    Intussen zien we de een naar de ander mooi gebouw. Dat is op zich ook niet zo vreemd, want bekende families zoals de Wiarda's, Walta's en Gerbrandy's woonden hier en Boazum is een van de oudste dorpen van Friesland. Zo lopen we langs de bewaarschool uit 1880. Vervolgens een pand met duidelijk Jugendstil-invloeden uit 1910. Daarna nog een soortgelijk pand, maar nu als een dubbelwoning met verhoogd middenrisaliet, maar wel weer uit 1910. Op twee van deze panden vinden we op elk nog twee kaatskransen, dat aangeeft dat hier een kaatswinnaar woont. En tenslotte nog en duidelijk ouder pand (
    8478). Dit pand is dan ook zo'n twee eeuwen eerder gebouwd.
    En hier krijgen we de kerk in het vizier. We lopen over het Altaplein en komen langs de (voormalige) kosterswoning. Over de Tsjerkebuorren, voor 1971 heette het Tsjerkhofsein, komen we bij de kerk. Hier worden we vriendelijk verzocht op een bel te drukken en dan komt er z.s.m. een vrijwilliger langs.
    De Sint-Martinuskerk (8473) is een van de belangrijkste en mooiste romaanse kerkgebouwen in Friesland. Men is rond 1150 begonnen met dit gebouw. Aan de achterzijde zien we een inspringend koor, wat suggereert dat dit ouder is dan het middenschip. In het begin van de dertiende eeuw is het koor verhoogd met baksteen, terwijl het oudere gedeelte natuurlijk van tufsteen is. En zo kunnen we de diverse tijden van verbouwingen terugvinden in de muren.
    Plots komt de vrijwilliger het terrein op, schuift de fiets tegen het hek en loopt naar ons en de deur toe. Na de begroeting, begint ze met het verhaal en beantwoorden van onze vragen. In de twee boekjes die we aan het einde van de toer meenemen kunnen we het een en ander teruglezen. En dat is ook wel nodig, want er is veel te vertellen.

    baardloze Christus met de handrug naar de toeschouwer, Sint-Martinuskerk, Boazum
    Het belangrijkste is natuurlijk de Majestas Domini. Nu is Openbaring 4:2-7 voor velen een inspiratiebron geweest om dit verbeelden, maar in de kerk van Boazum is Christus baardloos. En dat is natuurlijk opmerkelijk. Ook de techniek, een secco, dit is een droge fresco, is anders dan gebruikelijk. Alleen dit maakt een bezoek aan deze kerk al waard.
    Verder is het bijzonder opvallend dat deze Christusbeeld de hand naar zichzelf geopend heeft. De duim van zijn rechterhand staat hier immers naar buiten. Op alle andere -die we tot nu toe gezien hebben- is de hand altijd opengericht naar de toeschouwer. Bij dit beeld kijken wij naar de rug van zijn hand. Deze opmerking over zijn hand staat echter niet in de boekjes.
    Daarnaast zijn er nog talloze bijzonderheden te melden over deze kerk, over de nissen, ramen en andere zaken, maar het voert te ver om dat allemaal hier te vertellen. Dit geldt ook voor het gevonden alternatief voor de klok en de grafzerken, orgel, preekstoel, klokken, draagbaar en het schilderij en diens schilder.
    Er is echter nog wel een vrij recent object, eigenlijk twee, waar onze toer-guide ook een verhaal bij vertelt, dat indruk maakt. Het verhaal over het heden en het verleden en daartussen een verband legt en dat als een wandtapijt verbeeld wordt. Vooral het verhaal van de totstandkoming en keuze van onderwerpen met daarnaast de uitvoeringskeuze sprak tot de verbeelding. De beide wandkleden uit 2006 zijn gemaakt door de lokale bevolking, met name Silvia van Ommen, Marja Boonstra, Annie de Boer, Durkje Sijtema, Jeltsje Stenekes, Hetsche Boonstra, Magda van Ommen, Botsje Koopmans, Reina Jansen, Tine Koopmans.

    Bij het naar buitengaan komen we ditmaal bewust over de drempel, van rood Bremer zandsteen. Benieuwd wat er aan de oorspronkelijke bovenkant staat.
    We bedanken onze verhalenvertelster en lopen terug naar de auto. We gaan echter nu via de Havens. De Boazumer Feart loopt parallel langs deze straat.
    Het pand wat hier de meeste aandacht trekt is Yn de Bakkerij (8480). Er zit hier een uitbouw bij waar je onderdoor kunt lopen. Begin jaren 70 van de twintigste eeuw zag het er slecht uit. Mogelijk heeft de inschrijving op 18 maart 1970 in het monumentenregister er een positieve bijdrage aan geleverd, dat het er nu weer bewoonbaar uitziet.
    Hierna krijgen we ook zicht op de vaart, dat diep het dorp inloopt en tot bijna de kerk doorloopt. Deze vaart staat in directe verbinding met de dorpen in de omgeving en je kunt eenvoudig naar Franeker, Sneek en Leeuwarden varen.
    Notitieboekje
    Naar aanleiding van de ontdekking van deze aparte Majestas Domini is deze gebruikt als omslag voor een notitieboekje.
    (zie verder: notitieboekjes)
    We komen terug op de weg waar onze wagen geparkeerd staat. Maar hier staat ook het café de Boazumer Mjitte met een terras dat ons uitnodigt om hier te gaan zitten. En daar zijn we ook wel aan toe. We nemen wat te drinken met een aardbeientaart. De taart houdt inderdaad ook nog de Bozemmer maat aan, maar goed we hebben vandaag genoeg energie verbrand, dus het kan vandaag geen kwaad.
    Ook met de gastheer en vrouw Meindert en Romy Pasma houden we een gezellig en informatief praatje. Ze zijn dan ook tevens de VVV-folderpost en weten dan ook het nodige.
    Hierna besluiten we maar weer eens richting huis te gaan.
    (Bron: Wikipedia: Bozum, Sint-Martinuskerk (Bozum); Monumenten in Nederland : Fryslân Boazum (Bozum) - (gemeente Littenseradiel); Oud Bozum / Frans Tolsma Tsjerkebuorren, De Havens)


          Dearsum
    We nemen nog eenmaal deze Slachtedyk terug en rijden nu naar de overkant van waar de Middelzee ooit lag, naar Dearsum. Dit is ook een oud terpdorp, maar archeologische opgraving vertellen dat bewoning nog verder terug gaat dan de kerk uit de dertiende eeuw. Er zijn hier en in de omgeving archeologische vondsten gedaan van objecten van voor de jaartelling. De Middelzee heeft zijn weg dus langs deze terp ingesleten, waarna de bewoners de Middelzee zijn gaan beheersen door het creëren van o.a. de Slachte en deze dijk waaraan Dearsum ligt. De Swette of Sneekertrekvaart is dan ook het midden van die oude inmiddels volledig ingepolderde Middelzee.
    Wanneer we over de Langlânsbrêge op de N384 rijden en nog een beetje zicht krijgen op het water, dan is dat toch wel apart.
    Hierna volgen we een klein stukje N354 en slaan af naar Dearsum. In Dearsum parkeren we auto op een parkeerplaatsje schuin tegen over de kerk. Deze Sint-Pieter was ooit gewijd aan Nicolaas van Myra (32301) en heette dus Nicolaaskerk.
    De meest opmerkelijke verbouwing in de buitenmuur vinden we bij de bliksemafleider, waar deze de grond in gaat. Vooral het boogje dat gemaakt is van twee stenen is erg schattig.
    (Bron: Wikipedia: Deersum, Nicolaaskerk (Deersum); De Slachte / Hosper, Karstkarel, van der Woude. - p. 104)


          Poppenwier
    We rijden even een stukje terug en vervolgen de weg naar huis. Al gauw komen we langs Poppenwier, waar toch nog maar even snel een kijkje bij de kerk gaan nemen
    Hierna volgen we een klein stukje N354 en slaan af naar Dearsum. In Dearsum parkeren we auto op een parkeerplaatsje schuin tegen over de kerk. De oude kerk was ook gewijd aan Nicolaas van Myra (32305) en heette dus Nicolaaskerk, want ook dit dorp lag aan de Middelzee. Deze bouwvallige kerk is in 1860 vervangen door de huidige Hervormde kerk.
    We lopen nog even snel om de kerk en worden beloond op een mooi tafereeltje van nauw op elkaar gebouwde panden, dat waaruit toch een soort gevoel van knus samenzijn blijkt. Maar er was natuurlijk ook niet alle ruimte op een terp, dus moest er ook wel compact -als in een stad- gebouwd worden. Een groot deel van deze Binnenbuorren staat dan ook de monumentenlijst.

    Bij de kerk is ook een gedenkplaat opgesteld voor de Amerikanen die hier in B-17 Flying Fortress op 16 december 1943 neerstortte.
    (Bron: Wikipedia: Poppingawier, Hervormde kerk (Poppingawier); De Slachte / Hosper, Karstkarel, van der Woude. - p. 106-107; Tentoonstelling: “Luchtoorlog boven Boarnsterhim 1940-1945")

    We rijden vervolgens terug naar Grou, waar we een klein hapje eten bij de Italiaan. We merken dat we vandaag weer het een en ander hebben gezien. We zijn moe, maar voldaan en trekken ons daarom terug in ons huisje, waar we lekker "onderuit op de bank" gaan hangen.

    Uiteindelijk blijkt dat dit reisje slechts 64 km lang is.



    Zuivelmuseum It Tsiispakhús, Wommels

    Boalserter Feart richting Bolsward, Wommels

    Boalserter Feart richting Leeuwarden, Wommels

    Jacobikerk, dertiende eeuw, HK Wommels

    vijfzijdige koorsluiting Jacobikerk, Wommels

    woning met prachtige gevel, Keatsebaen, Wommels

    opgraving op terpzool voormalige terp Stapert, Wommels

    opgraving op terpzool voormalige terp Stapert, Wommels

    opgraving op terpzool voormalige terp Stapert, Wommels

    opgraving op terpzool voormalige terp Stapert, Wommels

    De Slachtdyk (met zicht op Burgwerd) nabij Sûdhoeke

    Tjebbingadyk (met rechts, zicht op Hidaard)

    Hervormde kerk, Hidaard

    Rispenserpoldermolen, Oosterend

    Windvaan van Martinikerk, Oosterend

    Tsjerkebuorren, Oosterend

    Tsjerkebuorren, Oosterend

    voetgangersbrug, Tsjerkebuorren, Oosterend

    Pastorie, Tsjerkebuorren, Oosterend

    Martinikerk toren, Oosterend

    Tsjerkebuorren, Oosterend

    Martinikerk, Itens

    gedenksteen toren Martinikerk, Itens

    Sint Joriskerk, Britswerd

    rond koor, Sint Joriskerk, Britswerd

    ANWB-bord Nicolaaskerk, Wieuwerd

    Nicolaaskerk (HK), Wieuwerd

    plattegrond terrein Labadisten
    Nicolaaskerk (HK), Wieuwerd

    artikel mummies
    Nicolaaskerk (HK), Wieuwerd

    aantal drukken, geschiedenisboekje
    Nicolaaskerk (HK), Wieuwerd

    voormalig hagioscoop
    Nicolaaskerk (HK), Wieuwerd

    merkwaardig grafsteen
    Nicolaaskerk (HK), Wieuwerd

    Skilleard

    herinneringsbord, Skilleard

    propeller monument, Skilleard

    toren, Skillaerd

    rentenierswoning, Mantgum

    rentenierswoning, Mantgum

    Mariakerk, Mantgum

    woonhuis (1910, architekt D. Meintema), Mantgum

    Buma State, Tsjerkebuorren

    graftrommel, Tsjerkebuorren

    boerderij, Boazum

    Sint-Martinuskerk (vanaf twaalfde eeuw), Boazum

    toegangspoort Sint-Martinuskerk, Boazum

    muur tussen toren en toegangspoort Sint-Martinuskerk, Boazum

    de Havens - de Ald Bakkerij, Boazum

    Boazumer Feart, Boazum

    de Boazumer Mjitte, Boazum

    Sint Pieterskerk, Dearsum

    NH-kerk (1860), Poppenwier

    gedenkbord, Poppenwier





    Dag 12: naar Leeuwarden

    kaart 12

    Nadat we rustig wakker waren geworden, beseffen we dat we alweer bezig zijn met de laatste dagen. Oftewel we moeten weer gaan prioriteren. In ieder geval willen we naar het Fries Museum en dus maken we ons op voor Leeuwarden.


          Leeuwarden
    We willen eigenlijk met de trein naar Leeuwarden. Dat zou een reisje zijn van dik tien minuten en voor zo'n € 6,00 heen en terug pp. Maar aangezien we eigenlijk geen idee hebben hoe dat tegenwoordig werkt, gaan we toch maar met de auto.
    De N32 en N31 worden echter omgebouwd tot A-wegen en dit heeft nogal wat voeten in de aarde. Hierdoor missen we de juiste afslag naar het P+R Kalverdijkje en zijn we voordat we het weten richting Drachten aan het rijden. Bij de eerstvolgende afslag 'Garyp' keren we. Nu komen we ook het bordje P+R tegen en kunnen we rustig deze bordjes blijven volgen tot we aankomen op het
    P+R Kalverdijkje. Hier kunnen we gratis parkeren en gratis mee met bus naar hartje centrum.
    Vandaag wordt het een regenachtige dag. Gelukkig kunnen we in het bushokje en fietsenhok schuilen tegen wind en regen.
    Halverwege de bustocht blijkt de fotocamera nog in de auto te liggen. We besluiten het ritje uit te zitten tot het NS-station en pakken daar de retour-bus naar de parkeerplaats. Nadat de camera gepakt is, gaan we nogmaals hetzelfde ritje maken.
    Met al deze missers zijn we ongeveer een uur extra kwijt en krijgen we weer een ernstige behoefte aan koffie en toilet. Gelukkig kunnen we vlakbij het Fries Museum uitstappen en heeft de nieuwbouw prima faciliteiten voor onze behoeften.


    Wat betreft het bekijken van Leeuwarden hadden we ons voorbereid. Het Historisch Centrum Leeuwarden heeft hiervoor diverse wandelingen in haar assortiment zitten. Wij hebben het verhaal over Saske Ulenburgh (1612-1642) geprint meegenomen van huis. Deze Stadswandeling 'Sporen van Saskia' neemt ons mee op reis in het leven van de later in Amsterdam veelal als Saskia van Uylenburgh bekend geworden vrouw van de kunstschilder Rembrandt Harmensz. van Rhijn (1606-1669). Zij huwden met elkaar op 22 juni 1634 te St. Annaparochie.
    De nummers in dit verhaal corresponderen met de nummers op de bijbehorende kaart. Aangezien wij ook de wereld ten tijde van de Middelzee proberen te zien, hebben we deze hierbij ingetekend.
    Hierdoor valt snel te concluderen dat het Fries Museum gebouwd is in het gebied, dat ooit tot de Middelzee gerekend kon worden.
    Voordat we gaan wandelen, gaan we natuurlijk eerst het museum bezoeken en daarbij is het 'Ferhaleboek' een handig hulpmiddel. Het eerste object dat onze aandacht trekt is de gouden 'Vikingring' dat gevonden is in Gaasterland door Henk Batstra uit Lemmer in 2009.
    De ring heeft een doorsnee van 25 mm en bestaat uit twee dikke en twee dunne getordeerde draden die om elkaar heen zijn gedraaid. In oktober dat jaar verwierf het Fries Museum deze ring, zoals we kunnen zien op GPTV.
    Van ongeveer even grote waarde is de tweede opstelling die we in het oog krijgen. "De schat van Hallum". Deze schat bestaat uit 223 zilveren Friese muntjes, de sceatta's, in een pot en zou gelijk staan aan de waarde van wel 30 koeien. Een sceatta weegt 1,3 gram. Deze schat bevat dus totaal ongeveer 290 gram zilver. Een (melk)koe kost tegenwoordig ongeveer €1000. De waarde van de schat zou dan tegenwoordig een waarde van €30.000 hebben. Het gewicht van de schat aan zilver zou tegenwoordig slechts €125 opleveren, met de huidige zilverprijs van €0,43 / gram. Kennelijk was het zilver rond het jaar 730 - toen dit geld werd verstopt - een stuk schaarser en 240x meer waard.
    Daarentegen is de historische waarde van deze vondst van onschatbare waarde!
    Wat echter opvalt is dat het informatiebordje '15' het slechts heeft over 23 sceatta's. Gezien de hoeveelheid munten dat uit de pot komt, snappen we dat het aantal dat in het boek staat, 223, het juiste aantal zal zijn.

    Gezien de drukte in de eerste ruimte van het museum volgen we niet echt de nummering in deze ruimte, maar bekijken het pad dat het rustigst is.

    Tweemaal de Mantelspeld uit de terp Hegebeintum
    De bovenste foto is door ons vorig jaar genomen in het bezoekerscentrum "Terp Hegebeintum". Het informatiebord daarbij vertelde dat dit om een replica gaat.
    De onderste foto is hier net door ons in het Fries Museum genomen, waar deze mantelspeld samen met een kralenketting en ringen van het vondstencomplex van Hogebeintum worden getoond.
    Op het boekomslag De Friezen heeft Van der Tuuk zijn eigen foto geplaatst, zo te zien de replica uit het bezoekerscentrum. Want wanneer we de bovenste foto vergelijken met die van Van der Tuuk, dan komt de kleurtoon aardig overeen. Ook het schaduwbeeld is vrijwel identiek. Zelfs de twee putje op de grote linker bolling zijn hetzelfde. Wanneer we deze bolling vergelijken met die van het Fries Museum, dan zien we dat deze veel meer putjes heeft. Ook is het schaduwbeeld volledig anders. En de felheid van de lampen die het object beschijnen geven het een andere kleur.
    We komen nu bij een stuk '7', dat uit de terp van Hogebeintum komt. Hogebeintum staat bekend als het dorp met de hoogste terp en dat hebben we vorig jaar bezocht .
    Deze fibula is waarschijnlijk gemaakt tussen 620 en 640 nOJ. Het behoort tot het zogenaamde type disc-on-bow. Dit exemplaar is versierd met nog een geheel intacte filigraanversiering. Ook deze eigenaar kunnen we rekenen tot iemand die behoorde tot de lokale elite. Op 12 september 1870 werd de eerste partij puike terpaarde van Hegebeintum verkocht en in 1907 werd deze fibula met de andere getoonde objecten gevonden in een waterput.
    Toeval of niet, we vinden in de bronnen dat de kerkvoogd van Hegebeintum Gerhard van der Tuuk de grond aanbiedt voor 55 cent per ton. In een advertentie op dezelfde pagina 110 van het Ferhaleboek lezen we dat iemand anders de terpaarde voor 65 cent aanbied per scheepston. Onduidelijk blijft in welke jaren deze aanbiedingen zijn, maar wel duidelijk wordt dat het gaat om de bekende scheepstonnen en dus niet het gewicht van 1000 kilogram, dat wij er tegenwoordig onder verstaan.

    Het volgende object betreft een schilderij van Dirk Piebes Sjollema. Vreemd genoeg laat het bijbehorend informatiebordje 16 lezen "Dirk Piebes Sollema". Kennelijk had de bordjesmaker een slechte dag. Gelukkig staat zijn naam in het boek op pagina 76-77 wel goed geschreven. Uiteraard zijn we blij dat we weer een schilderij van Dirk Piebes Sjollema tegenkomen, echter de link met het item "Friezen gaan steeds sneller" ontgaat ons een beetje. Het informatiebordje verhaalt dat de trekschuit populairder is dan ooit, maar ingehaald wordt door de trein en tram. Op dit schilderij vinden we echter geen trekschuit. Wel zien we een varend Hektjalk (met turf geladen) en Jacht (met staand en zittend persoon). Aan de wal zien we nog een Tjalk met daarvoor een Beurtschip.

    Een zichtbaar object uit een ver verleden (dertiende eeuw) vinden we in de terecht in deze collectie opgenomen object van een baksteen, waarin we een monnik zien afgebeeld. Deze kloostermop zou uit het klooster Mariëngaarde komen dat ooit in Hallum stond. We zijn dit klooster al regelmatig tegengekomen in ons geschiedenisverhaal . Wie we hier zien afgebeeld zal altijd wel een vraag blijven. Een aantal denken dat het de stichter Frederik van Hallum verbeeld, die het klooster in 1136 sticht. Anderen vermoeden dat om Norbert van Xanten gaat, omdat Mariëngaarde een Norbertijns klooster is. Norbert is opgegroeid in Xanten, een mooie plaats aan de Rijn dat we tijdens de vakantie "Kruistocht in Spijkerbroek" bezochten en een plaats waar Friese handelaren al sinds de 8ste eeuw een handelsnederzetting hadden. Weer anderen denken dat het om Siardus of Sibrandus gaat. (Bron: Ferhaleboek, p. 18-19, 36-37, 58-59, 76-77, 98-99, 110-111; Hegebeintum : Kerk & Terp, p. 2; De archeologie van het Friese kustgebied, p. 435; De eerste gouden eeuw / Luit van der Tuuk, p. 116; Norbertijnen Nederland - Abdij van Berne: Norbertus van Xanten; Wikipedia: Norbertus)

    We verlaten de zaal met 'het verhaal van Friesland' en komen op de gang Gerrit Lambertus Vlaskamp tegen. Hem - of beter gezegd, zijn werk - zijn we al vaker tegengekomen deze zomer. Het Fries Museum besteed nu aandacht aan deze onbekende tuinarchitect, die leefde van 1834 tot en met 1906. Hij wordt geboren in Dokkum en komt uit een familie die in het tuinders en tuinarchitectuur vakgebied zitten. Gerrits grootvader Lambertus komt uit de Achterhoek en beland via Rijswijk in Friesland samen met zijn broer Arend. Lambertus wordt daar tuinman-knecht op diverse states, Arend wordt uiteindelijk zelfs de beheerder van de botanische tuin in Franeker.
    De vader van Gerrit heet ook Lambertus. Hij begint met een boomkwekerij en noemt zich aanlegger van tuinen. In deze periode was ook Lucas Roodbaard (Rolde, 20 januari 1782 - Leeuwarden, 23 mei 1851) actief. Lucas woonde en werkte in de provincies Groningen en Friesland als tuinarchitect, waar hij diverse tuinen ontwierp. Lambertus neemt het werk van Lucas over, wanneer deze op de leeftijd komt dat hij moet stoppen. Na het overlijden van Lambertus, gaat Gerrit hetzelfde werk doen als zijn vader.
    (bron: Wikipedia: Lucas Pieters Roodbaard)

    Wanneer we een verdieping naar boven lopen, krijgen we meer zicht op Leeuwarden, maar nog niet over Leeuwarden.
    In het 'vergane boek' staat volgens het informatiebordje o.a. bovenaan - in hertaald Nederlands - het volgende geschreven:

    Ons Aardse huis
    met moeite en kruis
    wordt onderhouden
    het kan niet staan
    het moet vergaan
    We komen nu bij 'de vaste collectie'. De eerste kennismaking met een andere Schotanus is indrukwekkend. Zeker wanneer het besef van leven en de optie van de dood die om de hoek kan liggen aanwezig is. Petrus Schotanus à Sterringa (Skingen/Dronryp, 1601 - Leeuwarden, < 1675) schilderde vanitas stillevens, waarvan we er hier twee tonen. De gereformeerde Petrus laat hier de ijdelheid en leegheid van het aardse zien met bijvoorbeeld symbolen als wereldbol, omgevallen glas, zandloper, gevogelte, gedoofde kaars en vergane boeken met doel om je aan te sporen je te richten op de bijbel en het eeuwige leven in plaats van het tijdelijke aardse bestaan.
    Tegenwoordig zou je dit ook kunnen vertalen naar een vol leven besteed aan zinvolle zaken.
    We zagen gisteren al dat onze Atlas-Schotanus ook nog een oudere broer had. Dat is dus deze Petrus.
    (bron: Wikipedia: Petrus Schotanus à Sterringa, vanitas; Tussen Gideonsbende en publieke kerk / Wiebe Bergsma, p. 60)

    “Sij woud geen vuijr geven, doe sach ick ernae en in die tijt ginck se los.”

    “Dat Veugling bij mijn wijf en kinder blijft”

    Even verderop komen we het befaamde bloedbriefje van Willem Frederik tegen. Hierover kwamen we vorig jaar ook al het een en ander van tegen . Nu blijkt dat het briefje een stuk langer is dan dat we vorig jaar hadden mee gekregen.
    Ook lijkt het erop dat het briefje gedraaid moet worden om alle tekst te kunnen lezen, al blijft het ook dan nog moeilijk leesbaar.

    Wanneer we weer een verdieping hoger lopen via de trap, krijgen we een mooi uitzicht over Leeuwarden te zien. Nadat we weer beneden zijn gelopen en nog een bezoekje hebben gebracht aan de museumwinkel, gaan we Leeuwarden ontdekken.

    kaart 12a

    We lopen over het Wilhelminaplein naar de Oude Doelensteeg, zodat we uitkomen op de gracht dat veelbetekenend Nieuwestad heet. Hier bereiken we bijna 'droge voeten' op de oude terp Oldenhove aan de Middelzee, maar zoals de naam van deze gracht al zegt, dit was ooit nog de Middelzee. Op de hoek met de Nieuwesteeg gaan we even bij www.cafedebrass.nl zitten om iets te eten en drinken.
    Hierna vervolgen we de gracht, waar je duidelijk moet zijn als je een terrasje wilt pikken. Tussen de terrassen vinden we op de nrs 57-59 Boekhandel van der Velde, waar we natuurlijk even moeten snuffelen. Wederom een hoop interessante boeken, waarvan we de meeste intussen hebben gekocht. Het blijft daarom beperkt tot twee titels:
    Beide titels hebben mogelijk even een uitleg nodig. Het boek Gulden vrijheid? van Hotso Spanninga is tevens beschikbaar in de Repository van de Universiteit Leiden als pdf, omdat het een proefschrift betreft ter verkrijging van de graad van Doctor. Dit digitaal zijn maakt het terugzoeken binnen de tekst natuurlijk een stuk eenvoudiger, maar er gaat natuurlijk niets boven een papieren versie.
    De tweede titel is van een andere order. Tijdens het schrijven van het geschiedenisverhaal en het zoeken op het internet over dit onderwerp, ontkom je niet aan dat andere geschiedenisverhaal dat gebaseerd is op (de nalatenschap van) Albert Delahaye (Klimmen, 18 oktober 1915 – Breda, 19 januari 1987). De uitgeverij van het boek Friezen, Franken en Saksen Stichting Uitgeverij Papieren Tijger heeft in de reeks Vergeten Verleden intussen meerdere titels doen uitkomen, die geschreven worden door de aanhangers van Delahaye, Studiekring Eerste Millennium (SEM).
    (bron: Wikipedia: Albert Delahaye; Albert Delahaye)

    Aan het eind van de straat lopen we even naar de overkant op het Catshuis op de foto te kunnen zetten.
    De ingang van het Catshuis heeft een kleurrijke levensboom in het bovenlicht. Het is niet goed te zien of deze gemaakt is van gietijzer of dat het gesneden hout is. Het laatste is wel het aannemelijkst, omdat de rest ook van hout gemaakt is.
    We lopen de Kleine Kerstraat in, dat in 2010 verkozen is tot de leukste winkelstraat van Nederland: In dit gezellige straatje vind je meer dan dertig speciaalzaken, elk met een uitgebreid en uniek aanbod.
    We vinden de pandjes dan ook leuk.

    Intussen lopen we op droge grond richting de Heer Ivostraatje en komen we oog en oog te staan met een toch wel zeer scheefstaande en krom gebouwde Oldenhove (24331). In 2005 is ontdekt waarom dit bouwwerk vanaf het begin van het bouwen in 1529 al scheef kwam te staan. Het is op de helling van de oude terp gebouwd en dit had bouwmeester Jacob van Aaken (ca. 1500-1532) niet in de gaten. Het is dan ook een mooi staaltje van een mislukt bouwsel.
    Het was de bedoeling om met deze toren de concurrentie aan te gaan met de Groninger Martinitoren, die 96,8 m. hoog is. Het was dan ook de bedoeling om deze toren 120 meter hoog te maken. Het is gelukt om er ruim 40 meter van te maken.
    (bron: Wikipedia: Leeuwarden (stad), Oldehove (gebouw), Jacob van Aaken, Martinitoren)

    We zien aan de overkant van de Boterhoek de Stichting Tresoar - de Schatkamer van Fryslân - staan en dus lopen we daar even naar binnen om te kijken wat er zoal te zien is.
    Momenteel is er een tentoonstelling "Havank, nader bekeken" en tevens zien we voor ons deel 2 van Fries Design, waarvan we in Noordwolde deel 1 hebben gezien.
    In de studieruimte vinden we op allerlei (geschiedenis) gebied, boekwerken die we zo kunnen raadplegen. De ruimte is aangekleed met diverse mooie objecten.

    De buren van deze schatkamer is de producent van nieuwe schatten Afûk, Frysk tichtby. Helaas en gelukkig vinden we op de plank geen nieuwe -voor ons interessante- titels, zodat we met lege handen de zaak weer kunnen verlaten. Wel vragen we nog even of dit alles is wat ze zelf momenteel hebben uitgegeven. Dit wordt bevestigend beantwoord, zodat we mogen concluderen dat we redelijk bij zijn met de nieuwe uitgaven op geschiedenis-gebied, zodat de literatuurlijst voorlopig niet met nieuwe titels van Afûk (Algemiene Fryske Ûnderrjocht Kommisje) uitgebreid hoeft te worden. Op hun fondslijst staan echter nog genoeg interessante titels.

    Aansluitend staat het gebouw van het Historisch Centrum Leeuwarden. Aangezien het al bijna sluitingstijd, werpen we nog even snel een blik binnen. We komen erachter dat er ook over Leeuwarden net zo'n boek als over Sneek is uitgekomen, maar dat deze is uitverkocht.
    Deze drie panden staan nu tussen de Noorderplantage en Prinsentuin. De huidige twee wegen Boterhoek en Groeneweg waren in vroegere tijden binnen-grachten. Dit was tevens de grens. Het plantsoen en tuin waren vroeger het terrein van de schutterij. Zij hadden hier hun oefenterrein en vergaderruimten, zoals we in de Stadswandeling 'Sporen van Saskia' (1) kunnen lezen. Op de kaart vinden we tevens in de hoek van het Noorderplantage drie kanonnen.
    Wij besluiten nog even een stukje van de Prinsentuin mee te nemen. We zien hier in de muur van het HCL een herdenkingssteen voor Willem Frederik (Arnhem, 7 augustus 1613 – Leeuwarden, 31 oktober 1664), stadhouder van Friesland (1640-1664). Onderweg worden we alsnog beloond met het vinden van toch nog een dikke boom, die er waarschijnlijk ook al een tijdje staat.
    Wanneer we het park uitkomen steken we de Groeneweg over, de Schoenmakersperk in. Hier vinden we een aantal imposante gebouwen, waar o.a. het Natuurmuseum in gevestigd is.
    (bron: Wikipedia: Willem Frederik van Nassau-Dietz)

    Wij lopen rechtdoor de Pijlsteeg in en merken dat we gaan stijgen. Dit is een straatje met geveltjes en gevelstenen. Eéntje kunnen we niet laten om hier te laten zien, omdat we die in het Fries Museum gemist hebben, namelijk die van de trekschuit.
    Op de hoek komen we het huis tegen van het gezin Zelle, dat hier van 1883 tot 1889 woonde. Vader Adam Zelle (1840-1910) was rijk geworden door de aandelenhandel, terwijl hij daarvoor in De Kelders 33 woonde en werkte. Hij had hier beneden een hoeden- en pettenzaak. Helaas kunnen we dit pand, wat ook niet meer het originele pand was, aan de Kelders 33 niet meer bekijken, aangezien het op 19 oktober 2013 met flinke brandschade kwam te zitten. Op 7 augustus 1876 geeft zijn vrouw Antje van der Meulen (1842-1891) in De Kelders 33 geboorte aan hun dochtertje Margaretha Geertruida (Griet). In 1883 verhuizen ze dus naar dit hoekhuis in de Grote Kerkstraat.
    In 1905 transformeert Griet zich als exotisch danseres als ze in Paris gaat werken onder haar pseudoniem Mata Hari.
    Op 41-jarige leeftijd wordt ze in 1917 als spionne gefusilleerd.
    (bron: Wikipedia: Margaretha Geertruida Zelle)

    Wij lopen van dit hoekhuis richting de Jacobijnerkerk. Ondertussen passeren we de Waalse kerk op nummer 222 en komen bij waarschijnlijk het oudste pand van Leeuwarden, de Keimpemastins (24210) op nummer 238. Dit pand is aan het begin van de veertiende eeuw gebouwd. Dit is dan ook meteen een van twee nog redelijk in originele staat zijnde stins. In deze stins is nog een zaalstins van 12,90 x 7,20 m. aanwezig dat geen verbinding heeft met de onderliggende kelderverdieping. Reden voor deze scheiding is dat bij brand(stichting) in de kelderverdieping, ook niet de bovenliggende verdieping brand kan vatten. Beiden hebben daarom een eigen toegang, zoals op de foto duidelijk te zien is, al verspert de auto enigszins de blik op de toegang tot de kelder. Boven het dak van de auto zien we nog net een stukje kelderdeur.
    (bron: KeimpemaStins; De stinzen in middeleeuws Friesland en hun bewoners / P.N. Noomen, p. 123, 211)

    En dan zijn we ook meteen aanbeland bij de Grote of Jacobijnerkerk (24225). De eerste versie van deze kerk werd gebouwd tussen 1275 en 1310, maar werd bij de stadsbrand van 1392 vernietigd. De stadsbrand moeten we hier lezen als de stad Nijehove, dat in 1285 als stad werd aangeduid in een 'Duitse' handelsakte. Leeuwarden kreeg -als fusieplaats van de drie dorpen- pas in 1435 stadsrechten. In de 15de eeuw werd er met de herbouw begonnen. De spits werd rond 1500 toegevoegd.
    (bron: Wikipedia: Leeuwarden (stad), Grote of Jacobijnerkerk)

    We lopen verder over de Bredeplaats en gaan het hoekje om naar de Nieuweburen. Hier komen al vlot een steegje tegen dat richting de kerk loopt. Dit steegje is waarschijnlijk vernoemt naar Jan Jacobs Popta dat omstreeks 1665 acht ledige plaatsen achter de kosterij van de Grote kerk verkocht: de steeg daarlangs zal toen zijn naam hebben ontvangen.
    We lopen door langs deze gedempte gracht. Her en der staat er nieuwbouw tussen de oudbouw, dat ook wel een opknapbeurt kan gebruiken, wil het z'n charme behouden.
    En opeens staan we voor een antiquariaat. Vanuit de etalage staart een groot boek ons aan, alsof het wil zeggen: "Zie je me liggen. Mij wil je echt hebben om je vraag te beantwoorden, die je nog niet stelde op Dag4, maar wel sluimerde en op Dag6 plots aan de oppervlakte kwam drijven." Friesland rond per tram heet het boek van J.J. Tiedema en J.J. Buikstra.
    De winkel "Friesland Antiquariaat" gaat bijna sluiten, zien we en dus werd er nog even snel onderhandeld en namen we dit exemplaar mee. Op Dag6 heeft het z'n waarde inmiddels laten zien door uitleg te geven over hoe de wereld er toen uitzag.
    (bron: Historisch Centrum Leeuwarden: Oudere straatnamen in de binnenstad)

    We gaan weer het hoekje om en komen op de Voorstreek, waar de gracht nog wel open is. Wanneer het zijkanaal Het Vliet naderen, worden we getroffen de schoonheid van een gebouw dat we in Leeuwarden nog niet geëvenaard hebben gezien. Het betreft het gebouw van het Centraal Apotheek Ljouwert (24435). De architect G.B. Broekema (Assen 02-02-1866 - Kampen 30-08-1946) heeft zich in 1904-1905 duidelijk laten inspireren door de Art-Nouveau stroming.
    (bron: Wie is wie in Overijssel: G.B. Broekema (1866-1946))

    We lopen door naar De Kelders. Hier missen we net het beeld van Mata Hari dat gemaakt is door Suze Boschma-Berkhout (waarvan we op Dag4 in Langedijke ook al een beeld tegenkwamen), omdat we de Minnemastraat licht zien stijgen en besluiten daarin te gaan. De terp op, zeg maar. We worden echter meteen aangetrokken door het gat dat is geslagen door de brand van oktober vorig jaar. Je kunt hier goed het hoogteverschil zien. Zodoende lopen we opeens door de Poststraat, waar een sfeer hangt van het nachtelijk uitgaansleven.
    We vervolgen de Grote Hoogstraat naar het Naauw, waarlangs we gaan lopen. Aan het eind -op de Wirdumerdijk- staat een informatiebord dat ons overtuigd dat hierdoor toch echt schepen voeren.
    Deze dijk is dan ook de beschermdijk tegen de Middelzee.
    Wanneer we met de rug naar het Naauw staan kunnen we rechts langs de gracht gaan lopen. Hier heet dan ook weer Nieuwestad. Wij lopen echter (ook Nieuwe Stad) richting De Waag, over het Waagplein.
    Hier vinden we tussen de Lange Pijp en Bagijnesteeg het beeld van Het Friesche Paard.
    Dit beeld is gemaakt door Auke Hettema (Leeuwarden, 7 december 1927 – Amsterdam, 19 mei 2004) en staat hier sinds 1981. Het was de bedoeling om dit Fries Paard zo natuurgetrouw mogelijk te maken. En dus kijken we naar een sierlijk tuigpaard, dat rustig is, maar levendig. Het heeft een fijn hoofd en lange nek met een sierlijk gebogen en opgerichte hals. Het heeft een (schoft)hoogte van zo'n 1.55 tot 1.60 meter.
    Bijgaand staat het volgende gedicht:
    Oerurven kriich mei digerens bimongen
    Yn't ûnleech soms mar nea fan't plak forkrongen.
    Sjuch Fries en frjemdling, hjir jimm' niget oan
    Sa'n trou, sa'n faesje, sokke sterke gongen.

    (bron: Wikipedia: Auke Hettema; 100 paarderassen / Jasper Nissen, Wouter Slob, p.69-70)

    We zijn nu al een tijdje aan het lopen en willen eigenlijk wel weer iets drinken op een terras en aansluitend iets eten. En dus lopen een rondje langs de eettentjes en restaurants.
    Na een lang rondje, waar we in het gebouw van de V&D enig kunstzinnig metselwerk vinden (waarvan ook het Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed net als wij het nodige wil weten), belanden we uiteindelijk op het terras van De Dikke van Dale.
    Hier rusten we eerst even uit van de lange wandeltocht van vandaag en aansluitend nemen we hier ook een hapje.

    Na het eten lopen we op ons gemak via het Fries Museum terug naar de bushalte, waar we voor de verandering de bezigheden van de mensen om ons heen kunnen bekijken.
    De bus brengt ons weer netjes terug naar de auto en wij rijden zonder oponthoud of andere gekke dingen naar ons huisje in Grou terug.
    Hier hebben we nog een lange en rustige avond voor ons. En dat hebben we ondertussen ook wel nodig, want we raken aardig verzadigd van alle beelden die tot ons komen.



    Gouden vikingring


    De schat van Hallum


    Vaargezicht in Heerenveen (1820-1830) / Dirk Piebes Sjollema


    Kloostermop van klooster Mariëngaarde (Hallum, dertiende eeuw) met afbeelding monnik


    Gerrit Lambertus Vlaskamp (1834-1906)
    aanlegger van tuinen


    Vanitas stilleven met hemelglobe en bijbel (1650) / Petrus Schotanus


    Catshuis, Leeuwarden


    het schrijffboeck, Kleine Kerkstraat, Leeuwarden


    "Havank, nader bekeken" - Tresoar, Leeuwarden


    Tresoar | Afûk, Leeuwarden


    Historisch Centrum Leeuwarden, Leeuwarden


    Prinsentuin, Leeuwarden


    woonhuis fam. Zelle (1883-1889), Leeuwarden


    Waalse kerk, Leeuwarden


    Jacobijnerkerk, Leeuwarden


    Naauw, Leeuwarden


    'Het Friesche Paard', Leeuwarden


    V&D-gebouw, Leeuwarden






    Dag 13: rondje om Drachten

    kaart 13

    Uitgeslapen zijn we deze ochtend en daardoor vroeg op. We kunnen dan ook vlot op zoek gaan naar onbekende plekken.


          Jirnsum
    Voor half tien staan we op de stijgers aan De Boarn, om toch nog even blik te krijgen op het gebied waar mogelijk Friesland haar vrijheid verloor: Slach oan De Boarn (slag aan de Boorne) of Slach by Jirnsum (slag bij Jirnsum). Hier aan de oever van de Boorne zou de Frankische hofmeier Karel Martel het leger van de Friese koning Poppo verslagen hebben rond het jaar 734.

    Dit gezien hebbende rijden we door naar Akkrum en Nes en blijven De Boarn volgen voor zover dat mogelijk is met de auto.


          Aldeboarn
    En dan komen we als vanzelf door Aldeboarn, waar we even doorheen gaan wandelen. Het heeft niet voor niets een deel beschermd dorpsgezicht. De lijst met monumenten is dan ook behoorlijk.

    Maar niet alle opvallende panden staan op deze lijst. Zoals bijvoorbeeld 't Alde Mounehûs aan de overkant aan de Mounestege. Deze staat niet op de lijst.
    Wanneer we over de Weaze en tussen de beide draaibruggen lopen zien we overduidelijk dat hier de meest bijzondere panden staan. Aan de overkant zien we vlak naast de Oude Waag een pand staan, dat dezelfde verschijnselen vertoond als de krom gebouwde toren Oldenhove in Leeuwarden. Dit pand lijkt ook krom gebouwd. De begaande grond helt over naar rechts en de eerste verdieping staat hierop recht gebouwd.
    Zoals gezegd staat hier ook de Oude Waag (35944) uit 1736. Hierin huist tegenwoordig het Aldheidskeamer Uldrik Bottema. De belangrijkste producten voor deze waag waren natuurlijk kaas en boter. Tegenwoordig kunnen we hier maquettes, de gebruiksvoorwerpen en foto's vinden van de beroepen en ambachten dat men hier uitoefende.
    Ook de lokale beroemdheden als de vrijheidsstrijder Jancko Douwama (1482-1533), de componist Paulus Folkertsma (1901-1972) en de biologen Franciscus Holkema (1841-1870) en Klaas Bisschop van Tuinen (1840-1905) vinden hier onderdak. Helaas wisten we niet dat dit museum elke dag alleen op afspraak open is.
    Mogelijk hadden we dan in de geschriften met de titels "Instructie voor syn kinderen", "Boeck der Partijen", "Articulen van Foerantwording", "Instructie an syn wijff", "Tractaet fan sijner rekenscop" en "Handel sedert 1520" (In IV Quartieren) van Janko Douwama kunnen neuzen die door Wumkes.nl op het internet zijn geplaatst.
    Of we hadden misschien de video over Paulus Folkertsma (Wommels, 15-01-1901 - Aldeboarn, 04-05-1972) kunnen bekijken, waarin we van alles over de onderwijzer en autodidact-componist van klassieke muziek te horen en te zien krijgen. Wanneer we een fragment beluisteren van zijn stuk In memoriam Blackhall, Sutton, Emmons dat hij schreef ter nagedachtenis aan drie bemanningsleden R.O. Blackhall, A.J. Sutton en K.E. Emmons van een Halifax-bommenwerper van de Royal Canadian Air Force die omkwamen bij een crash op 5 mei 1943 nabij Aldeboarn, zijn we meteen onder de indruk.
    Zijn werk getuigt van een innerlijke spanning en emotionaliteit, die hij in zijn muziek “onder beheersing” wilde brengen, vat het in een prachtige zin samen, aldus zijn biografie.

    Ook hadden we misschien kennis kunnen maken met de veel te jong overleden Franciscus Holkema, die nog voor zijn promotie op 29-jarige leeftijd stierf. Hij laat zijn proefschrift De plantengroei der Nederlandsche Noordzee-eilanden, Texel, Vlieland, Terschelling, Ameland, Schiermonnikoog en Rottum na en werd daarmee eigenlijk grondlegger van de plantensociologie, dat toen nog niet bestond. Het was Holkema die op Terschelling de Grote veenbes of de tegenwoordig bekende Cranberry in 1868 ontdekte. Al wordt het op Terschelling vernoemd naar de vinder van een vat met daarin de bessen, dat ervoor zorgde dat ze op het eiland gingen groeien, de Pieter-Sipkesheide.
    We kunnen ons natuurlijk eenvoudig voorstellen dat deze planten er ook al waren voordat het veen in de andere gebieden van Nederland begon te groeien. Al moeten we daarmee natuurlijk voorzichtig zijn gezien de Cranberry geïmporteerd is uit Noord-Amerika.
    Holkema overleed binnen het uur na een hevig en heftig bloedspuwen, nadat hij -in gezondheid- nog een drukproef van zijn proefschrift had doorgenomen.

    Wanneer we langs de Oude Waag lopen vragen we ons af of de aanbouw net als bij Het Fluithuis in Sneek ook een voormalige puthuis functie had.
    Bij het bruggetje gekomen lopen we over de Doelhòf richting de kerk, de Doelhofkerk (35950, 35951). Deze kerk is gewijd aan Pancratius. De klokkenstoel bevat twee bellen waarvan een van G. van Wou die deze in 1526 maakte. Het heeft een diameter van 134,1 cm.
    De kerk is volledig ingepakt want het wordt gerenoveerd. Wij ontdekken tegenover de kerk een hotel, dus koffie. Binnen in Hotel Café Restaurant Snackbar it Fryske Hynder wordt er in het café gedeelte druk gezogen met de stofzuiger, zodat het enige moeite kost om aandacht te krijgen. Wanneer het echter gelukt is, wordt in sneltreinvaart de terrasstoelen en banken voorzien van kussens. En wij krijgen van Anne-Kristine onze koffie dan ook buiten. De appeltaart staat al in de oven, kunnen we ruiken, maar zal niet op tijd klaar zijn en dus krijgen we wat extra Fryske Dumkes bij de koffie. Ook lekker.
    Na de koffie lopen we nog even een stukje richting Wjitteringswei, maar al snel keren we terug op onze schreden, omdat we worden overvallen door een regenbui. Haastig lopen we terug naar de auto.
    (bron: Wikipedia: Oldeboorn, Lijst van rijksmonumenten in Oldeboorn, Boorne, Waag (Oldeboorn), Aldheidkeamer Uldrik Bottema, Franciscus Holkema, Cranberry, Doelhofkerk, Cranberry; Paulus Folkertsma: Biografie)

    Wanneer het regent ziet de wereld er toch een stuk minder aangenaam uit. Ook als je hoog en droog in de auto zit.
    Wij rijden naar Nij Beets in een poging De Boarn te volgen. Hierdoor lopen we een tamelijk uniek stukje uitgeveende petgaten mis, dat even ten zuiden van Aldeboarn ligt bij de Hooivaartsweg.
    Boektitels die tot de verbeelding spreken en invulling geven aan beelden van de situatie van 125 - 75 jaar geleden in dit gebied.
    Wanneer we de Domela Nieuwenhuisweg bij Nij Beets komen, rijden we het terrein op van het Openluchtmuseum It Damshûs om zo een nog beter beeld te krijgen van dit veengebied en het leven dat men hier had.
    Dit is het gebied waar de sociale onlusten uitbraken, waar men staken leerde en het socialisme werd uitgevonden, omdat de mensen 'het volk' van armoede soms nauwelijks konden overleven. Dat deze onlusten zelden tot nooit tot geweld kwam, kwam door de gedisciplineerdheid van de stakers, zo lezen we in een van de boeken. Dit gedrag komt niet voort uit angst voor straffen - want dat moest nog door de angstige overheid uitgevonden worden, maar kwam vanuit de vrijheid om een kleine en redelijke eis kracht bij te zetten. We doelen op het gebied van Nij Beets, Uilesprong, Tijnje, Terwispel, Gorredijk, Lippenhuizen, Luxwoude en Beetsterzwaag. Het gebied om De Boarn dat hier Alddjip of Ouddiep/Koningsdiep heet en dat doorloopt tot aan de Friese-Groningse grens bij Allardsoog.
    Helaas blijkt ook dit museum niet open te zijn.
    En dus rijden we verder door de omgeving op deze grijze en druilerige dag, waar je enigszins neerslachtig van wordt. Foto's maken wordt bij een hevige bui onmogelijk.
    We komen weer door de Hoofdstraat van Beetsterzwaag, doen Ureterp aan en rijden door Siegerswoude tot we Bakkefeanster Feart treffen.
    Gezien de breedte van de 'dam' in het kanaal zal hier waarschijnlijk een sluis hebben gelegen.

          Drachtstercompagnie
    Wij rijden richting Frieschepalen en ruilen de Bakkefeanster Feart in voor de Fryskepeallenfeart en rijden door Frieschepalen, Ureterp a/d vaart en Drachtstercompagnie. Hier treffen een klokkenstoel aan en Oorlogsgraven van het Gemenebest (F). Dit houdt in dat hier ook -net als in Grou- een twee meter hoog en smal zuiltje staat, die bekroond zijn met een gebeeldhouwde vlam en de Nederlandse leeuw in reliëf: “Toortsen branden op de terpen”, heten ze. Op deze begraafplaats liggen ook weer zes vliegeniers die op 08-09-1941 door een Duitse nachtjager zijn neergeschoten.
    We komen echter de auto niet uit, omdat het nog steeds regent.


          Houtigehage
    En zo rijden we door naar Luchtenveld en Houtigehage.
    Hier komen we aan de Skoallewyk een mooi klein huisje (G -
    499267) tegen, waarop een informatiebordje staat met de volgende tekst:
    Dit huisje behoort tot een complex van oorspronkelijk acht identieke woningen aan de Skoallewyk. De door architect Wibbelink ontworpen huisjes werden gebouwd in opdracht van de Woningstichting Smallingerland en vormden de eerste sociale woningbouw in de gemeente. Ze waren bestemd voor turfarbeiders die voorheen nog dikwijls in spitketen en plaggenhutten woonden. De indeling van het schuurgedeelte stelde de bewoners in staat om kleinvee te houden. Met de producten uit hun moestuin konden ze zodoende grotendeels voorzien in de eigen voedselbehoefte.
    Boven zien we de halfronde zolderramen, wat zou kunnen duiden op een kaaszolder, lezen we "1909 WSS", waarbij WSS = WoningStichting Smallingerland betekend. De bewoners dienden als huur ƒ 1,- per week te betalen. Aangezien men verder zelfvoorzienend was, werd verwacht dat dit op te brengen was.
    Door z'n oorspronkelijke staat heeft het wegens zeldzaamheid een plaats op het monumentenregister gekregen.
    (bron: Wikipedia: Drachtstercompagnie; Nederlands Oorlogsgraf Drachtstercompagnie; Rijksmonumenten 499267; Houtigehage Skoallewyk 10; ‘t Waldhûske)


          Rottevalle
    Het volgende dorp waar we naar toe rijden is doelbewust uitgekozen, omdat we in het "Ontdekking van de Vrije Friezen - Geschiedenis van hun route"-verhaal
    een zeer oud monnikenpad tegenkwamen, dat loopt van Buweklooster - een dochterklooster van Mariëngaarde - bij Drogeham tot aan Rottevalle. Dit kaarsrechte pad loopt zelfs nog verder door, zoals de verkaveling van de graslanden overduidelijk laat zien. Dit pad, de Mûntsegroppe willen we natuurlijk met eigen ogen zien.
    In 1635 verenigden eigenaren van veen-percelen zich in compagnieschap genaamd Compagnie der Rottevalster Venen. Voor de afvoer van turf werden door hen vaarten en wijken gegraven, vallaten en bruggen gebouwd.
    Nadat de exploitatie van turf niet meer rendabel was, werd in 1813 het eigendom, het onderhoud en beheer van de watergangen, bruggen en sluizen overgenomen door de Compagnie der Rottevalster Vaarten en het Vallaat.
    Momenteel heeft de vereniging van Compagnons tot doel het bevorderen van het sociale, het maatschappelijke en culturele leven in Rottevalle.
    Dit monument is opgericht ter gelegenheid van de eigendomsoverdracht in 2004 van de laatste hoofdwatergang De Langewyk van de Compagnons aan Wetterskip Fryslân.
    Bij het binnenrijden van Rottevalle kunnen we ons eerst op een parkeerplaats verdiepen in een stukje geschiedenis. Het is intussen gestopt met regenen, dus we kunnen weer veilig met de fotocamera naar buiten.
    Vervolgens gaan we op zoek naar de Mûntsegroppe. Maar zoals wel vaker bij dorpen, zijn wij geneigd om hier te verdwalen of eigenlijk verkeerd rijden. Nu rijden we ook weer een straat te ver door, zodat we bij de Kompagnonswei uitkomen. We keren bij de Haven om en rijden dezelfde weg terug om een straat eerder af te slaan, de Bildwei in. Zo bereiken we wel de Mûntsegroppe en rijden deze in. Na (I) de laatste bebouwing houdt de verharde weg op en wij rijden een stuk over de zandweg, dat door de regen bestaat uit een blubberige massa. Wanneer we plassen tegen komen en daardoor onzichtbaar is hoe diep de kuilen in de weg zijn keren we toch maar om. Want om hier vast te komen zitten, lijkt ons geen prettig vooruitzicht. En dus rijden we dezelfde weg terug. We hebben in ieder geval een idee gekregen van deze weg.


          It Wytfean
    We vervolgen de Bildwei en zien aan het begin van de Bildreed een gedenkmonument staan.
    Het blijkt te gaan om de plek waar in het buurtschap It Wytfean of Het Witveen voorheen een kerk stond van de Doopgezinde Gemeente. Deze kerken van de volgelingen van Menno Simons heten de Vermaning. Deze kerk werd gebouwd in 1671 en in 1712 werd de kerk al uitgebreid. In 1838 werd een gezamenlijk nieuwe kerk (33994) gebouwd met de gemeente in Rottevalle, die daar nu nog staat.
    Witveen is de eerste laag veen onder de bonkaarde en wordt ook wel grauwveen genoemd. Het heeft nauwelijks een verbrandingswaarde en wordt tegenwoordig vaak gebruikt als turfstrooisel. Vroeger werd uiteindelijk gebruikt om, samen met de bonkaarde en bij voorkeur GFT/mest en vrijgekomen zand onder het veen, gemixt te worden en zo een vruchtbare laag te krijgen, waarop landbouw bedreven kon worden.
    Wanneer we deze weg volgen, komen we weer uit bij de Mûntsegroppe (K). Tot hier loopt de onverharde weg, zodat wij weer een stukje verhard kunnen rijden. Na 400 meter gaat het echter weer onverhard verder, zodat wij weer een andere weg gaan volgen.
    (Bron: Vier eeuwen turfwinning / M.A.W. Gerding, p. 20-21)


          Boelenslaan
    Mede door de Jeugdherinneringen van Jelle Dam dat we vorig jaar in het Themapark Spitkeet kochten en intussen gelezen hebben, zodat we iets meer weten over deze omgeving, willen we ook even door de Boelenslaan rijden, nu we toch in de buurt zijn.
    Tevens geeft dit de uitgelezen kans om ten oosten van de Boelenslaan richting de grens Friesland-Groningen het begin van de natuurlijke grens van deze twee Frieslanden (Westerlauwers Friesland en Oosterlauwers Friesland, zoals ze tijdens de achtste eeuw bij inlijving in het Frankische rijk gingen heten) te vinden: de Lauwers.
    Wanneer we dus nu zien dat er een beekje was, de Lauwers, dat een natuurlijke barrière vormde en daarnaast een ondoordringbaar veengebied hier zich uitstrekte en dus ook een natuurlijk barrière vormde, dan is het dus niet vreemd dat de monniken vanuit het noorden een rechte dam of dijk aanleggen: de Mûntsegroppe. Monniken waren immers geen schippers, zoals de Friezen wel waren. Zij konden overal komen, waar water was i.t.t. de monniken. Het verklaart de behoefte van de monniken om het veen te bedwingen en er een droge (handels)weg doorheen te leggen.
    (bron: Wikipedia: Lauwers)


          Surhuisterveen
    Daarnaast krijgen wij ook weer behoefte om de innerlijke mens te verzorgen, zodat we naar Surhuisterveen rijden om te kijken of daar iets is, dat aan onze wensen kan voldoen. We rijden hier over de Groningerstraat het dorp binnen en parkeren de wagen op de Torenplein. Hier vinden we de Dorpskerk (
    7050) en de klokkentoren (502218). Dit parkeerplein ligt aan de Gedempte Vaart en De Kolk dat de winkelstraat is.
    Aan de Gedempte Vaart vinden we een nieuw winkelconcept dat aan onze koffie en eten behoefte kan voldoen: Bijzonder en Genieten. Het is een kleine verzameling van diverse zaken gemixt. Je vindt hier dus een bakker, koffiecorner, wijnhandel, tapas, cadeaus, kaas, chocolade etc. Kortom B&G Food and Lifestyle. Het is hier net twee maanden geleden geopend.
    Wij genieten van de broodjes en lekkere cappuccino's. En we zitten hier droog, want intussen komt het weer met bakken uit de hemel. Echter, sommigen trekken zich hiervan niets aan en gaan gillend van plezier een variant op Singin' in the rain nadoen.
    Gelukkig is het weer redelijk droog, wanneer we klaar zijn met onze consumpties, zodat we nog even snel een rondje door de winkelstraat kunnen maken.
    Al gauw blijkt dat het tempo iets lager komt te liggen. Ons intussen toch wel favoriete Friese kledingketen Sake Store heeft hier ook een winkel en dus gaan we hier even naar binnen. En zo volgen er nog enkele dat van ons een bezoekje krijgt.
    Ook Boekhandel Douma kunnen we natuurlijk niet overslaan. Ook deze boekhandel heeft -naast de gebruikelijke algemene collectie- een specifieke lokale collectie, waaruit het slecht kiezen is. Het liefst zou dat helemaal niet moeten, maar we moeten ook realistisch blijven. En dus beperken we het tot slechts één titel, dat de lading van deze omgeving moet gaan dekken.
    Hierna lopen we vlot terug naar de auto, want we willen de enige kans dat we nog hebben om onze 'eigen' kerk in Grou nog vanbinnen te zien, niet missen. En dus rijden we op niet al te ingewikkelde manier via de N369 - N31 tot Garyp - de weg parallel aan de Prinses Margrietkanaal, terug naar Grou.
    (bron: Wikipedia: Dorpskerk (Surhuisterveen), Surhuisterveen)


          Grou
    Wanneer we de auto bij aankomst in Grou weer op de parkeerplek hebben geparkeerd, lopen we eerst even naar ons huisje om de spulletjes weg te zetten. Vervolgens gaan we meteen door naar de kerk. Bij binnenkomst valt meteen op, dat er aan de wanden nauwelijks iets te zien is. Slechts wat banken met houtsneden en andere meubelstukken kunnen bekeken worden. Het leukst blijkt het plakboek te zijn, waarin de renovatie gefotografeerd staat.
    We besluiten de dag door onszelf te trakteren op wederom een etentje bij Oostergoo.



    De Boarn bij Jirnsum
    richting Grou


    De Boarn met Jirnsum
    richting Akkrum


    de Waag / Aldheidskeamer Uldrik Bottema
    Aldeboarn


    woonhuis Paulus Folkertsma
    Aldeboarn


    De Boarn
    Aldeboarn


    De Boarn
    Aldeboarn


    Doelhofkerk (HK)
    Aldeboarn


    Doelhofkerk (HK)
    Aldeboarn


    Bakkefeanster Feart (opwaarts)


    Bakkefeanster Feart (afwaarts)


    Kompenijster Dwersfeart
    Drachtstercompagnie


    Kompenijster Dwersfeart
    Drachtstercompagnie


    vaart bij (H)
    Rottevalle


    vaart bij (H)
    Rottevalle


    vaart naast Mûntsegroppe
    Rottevalle


    Mûntsegroppe
    Rottevalle


    Mûntsegroppe
    Witveen/Boelenslaan


    Mûntsegroppe
    Witveen/Boelenslaan


    Mûntsegroppe
    Harkema


    Dorpskerk (1685)
    Surhuisterveen


    Klokkentoren (1934)
    Surhuisterveen


    bedrijvenpand
    Surhuisterveen


    woonhuis
    Surhuisterveen


    Restaurant Oostergoo
    Grou






    Dag 14: Grou

    Overzichtskaart alle gereden routes van deze dagen

    Dit is de laatste volle dag dat we hier zijn. Gezien de routes die we deze dagen gereden hebben -met in het achterhoofd, dat we zuidoost-Friesland wilden verkennen- denken we dat we dit grotendeels hebben gezien. We zitten dan ook aardig vol met indrukken en beelden. Het zijn er zoveel dat het soms moeilijk is te plaatsen wat wanneer waar gebeurd is, zodat we besluiten om er niets meer aan toe te voegen. Vandaag gaan rustig wakker worden, thuis bakjes koffiedrinken, het huis opruimen en zoveel als mogelijk alvast inpakken. Uiteraard gaan we nog even gezellig winkelen in de winkels van Grou en een hapje eten bij Kota Radja, het Chinees Indonesisch restaurant. En daarna lekker vroeg naar bed om morgen voor tienen klaar te zijn voor vertrek.






    Dag 15: van Grou naar huis
    We zijn vandaag op tijd wakker om rustig de laatste handelingen te kunnen verrichten, te kunnen ontbijten en koffie te kunnen drinken. De auto is gepakt en we zijn in afwachting van onze verhuurders. Na een laatste groet van de wolken boven Grou, vertrekken we.


    Het lijkt net alsof een wolkenbeertje ons uitzwaait.














    'Kruistocht in Spijkerbroek'
    'Rondje om Zwitserland'
    'weekendje Noord-Groningen'
    'Ontdekking van de Vrije Friezen'
    'Hanzesteden aan de Oostzee'
    'Friesland - provincie in Nederland'
    'Friesland uit het veen'
    'Aan de oevers van de Schelde'
    'Rondom de Gelderse IJssel'
    'Binnen en rondom de Westfriese Omringdijk'















































    Op zoek naar een mooi, leuk en uniek kado? Ga in nieuw scherm naar mijn PASFOTOBOEKJES en schrijfboekjes of PASFOTOBOEKJES en schrijfboekjes "Italian Collection"-site.
    Of bekijk de kleurrijke schilderijen-expositie van m'n broer. Deze schilderijen zijn ook gebruikt als omslag voor de pasfoto- en schrijfboekjes.