Op zoek naar een mooi, leuk en uniek kado? Ga in nieuw scherm naar mijn schrijfboekjes en pasfotoboekjes-site.
Of bekijk de kleurrijke schilderijen-expositie van m'n broer.

 Reisverslag van de route




Friesland







provincie in Nederland

(Versie 2.4, 18 november 2017)

Schokland Oudemirdum Oudemirdumer Klif Rijs Laaksum Reaklif Scharl Stavoren Hemelum Oudemirdum Hemelum Fluessen Indyk Woudsend Balk Nijemirdum Wijckel Sloten Idskenhuizen Teroele Dijken Langweer Scharsterburg Joure Westermeer Langweer IJlst Nijland Bolsward Workum Hindeloopen Koudum Oudemirdum

Baburen Witmarsum Pingjum Kimswerd Harlingen Kimswerd Arum Lollum Waaksens Kubaard Tzum Harlingen (2) Achlum Ee Dokkumer Nieuwe Zijlen Aldwâldmersyl Augsbuurt Harkema Damwoude Dokkum Firdgum Koehool Firdgum Sexbierum Franeker Boer Hatumhuizen Hegebeintum Genum Jannum Bartlehiem Wyns Oostmahorn Kollumerzwaag Swichum Bears Burgum Jouswier Metslawier Morra Lioessens Paesens Moddergat Ee Langs de Dokkumer Ee Dokkum Langs de Dokkumer Ee (2) Kollum
Lemmer Workum Scharneburen Ferwoude Gaast Piaam Idsegahuizum Allingawier Exmorra Exmorrazijl Makkum Cornwerd Wons Schraard Longerhouw Workum Workum

'Kruistocht in Spijkerbroek'
'Rondje om Zwitserland'
'weekendje Noord-Groningen'
'Ontdekking van de Vrije Friezen'
'Hanzesteden aan de Oostzee'
'Friesland - provincie in Nederland'
'Friesland uit het veen'
'Aan de oevers van de Schelde'
'Rondom de Gelderse IJssel'
Dit is alweer ons zesde reisverslag en is een logisch vervolg op het weekendje Noord-Groningen, de Ontdekking van de Vrije Friezen en de handelende Friezen in de Oostzee.
Het verhaal van de Vrije Friezen en het literatuuronderzoek hebben bijgedragen, om de Nederlandse provincie Friesland te gaan bezoeken, want een verhaal over de Vrije Friezen schrijven zonder de Nederlandse provincie met nog het woord Fries in de naam en waar men nog vormen van Fries spreekt, dat kan natuurlijk niet.

Hieronder volgt de reis die we gemaakt hebben in 2013, aangevuld met enkele dagen in 2017. Ook nu gaan we weer op zoek naar sporen van de Friezen uit het verleden en hoe het hun is vergaan valt te lezen in het genoemde literatuuronderzoek bij 'Ontdekking van de Vrije Friezen'. Menig boekhandelaar heeft een bezoekje van ons gehad, zodat de collectie boeken weer met een metertje is gegroeid.


Voor het gemak is de route hierbij geplaatst. Klik op de route-afbeelding voor een vergroting in een nieuw scherm. (Afhankelijk van de scherminstelling, vergroot de afbeelding op originele grootte en klik dan met de scroll op de afbeelding, zodat er niet gescrold hoeft te worden, maar de richting met muisbeweging gedaan kan worden.)
Of u klikt op de Google-maps link, om de route hierin te volgen.
Ook voor de foto's en andere afbeeldingen geldt: klik op de afbeelding voor een vergroting in nieuw scherm.
Reist u weer mee?







Dag 1: van huis naar Oudemirdum

kaart 1

Evenals andere jaren vertrokken we wederom na tienen. Gisteren nog even de auto door de wasstraat gereden en keurig na het uitrijden op rem getrapt. Ook tijdens het ritje naar huis natuurlijk de rem veelvuldig gebruikt.
Maar vanochtend bewoog de auto geen centimeter, nadat de versnelling in de eerste was gezet en werd opgetrokken. En ja, de handrem was er al afgehaald. Maar kennelijk zit er verschil tussen de handrem eraf halen en de functie van de handrem die overduidelijk de wielen nog blokkeerden. Het oorzakelijk verband met de wasstraat was dan ook snel gemaakt. Helaas kwam er net een auto voor ons inparkeren en achter was er nauwelijks ruimte voor een 'vliegende' start.
Met brommende motor en stijgende voorkant begreep de pas geparkeerde persoon, dat er een probleem was en ging naar achteren, waardoor er voldoende ruimte ontstond om een botsing te voorkomen.
Met hoge toeren van de motor en in de eerste versnelling werd de beklemming van de handrem doorbroken en konden we -wederom met valse start- de vakantiereis beginnen.


      Schokland
In het pastoriehuis was tot 18 augustus een expositie van de Groningse beeldend kunstenaar Evelyn van Oosterhout te zien. Ze is gespecialiseerd in het verwerken van vissenhuid tot verrassende kunstobjecten.
Voor Evelyn staat het centraal getoonde ‘Het laatste avondmaal’ symbool voor de moderne wegwerpmaatschappij. Een schijnbaar waardeloos bijproduct van de industriële visserij krijgt van haar als het ware een tweede leven. Op beeldende wijze wordt tegelijkertijd de schoonheid en het kwetsbare van het dier getoond. Dit geeft een vervreemdend effect. Met een rijkelijk opgedekte dinertafel probeert ze de verborgen schoonheid van deze dode dieren te tonen.
(bron tekst: Het laatste avondmaal)
Via de polderroute A27 en A6 kwamen aan in de Noordoostpolder en besloten we via de N352 te rijden om een bezoekje te brengen aan het voormalige eiland Schokland. We kwamen er toch langs en een rijpauze was welkom.
Op de heetste dag van het jaar bleek het hier nog tamelijk rustig te zijn. Na een uitgebreidde tour door het museumwinkeltje, waar de eerste aankopen werden gedaan, gingen we eerst aan de cappuccino met taart.
De resten van het dorpje Middelbuurt (punt B op de routekaart) op Schokland vormen het hart van dit openlucht museum, al kunnen de gebouwen met expositieruimten ook bezocht worden. Hierin zagen wie o.a. werk van Evelyn van Oosterhout (zie kader), maar ook de geschiedenis door de eeuwen heen van dit eiland.
Na dit bezoek aan het museum, rijden we via het Schokkerbos naar de parkeerplaats voor de oude haven van oud-Emmeloord (punt C), waar we via een "dijkpaadje" lopend kunnen komen.

Na dit bezoekje aan Schokland, rijden we verder via de N50 en A6 naar Lemmer. Door Lemmer heen vervolgen we de N359, om bij het kruispunt (rontonde) - linksaf de Jacobus Boomsmastraat op te gaan, richting Sondel. Hierna volgt nog Nijemirdum. We bereiken nu al ons einddoel van vandaag, Oudemirdum of in het Fries: Aldemardum.


      Oudemirdum
Omdat we ruim op tijd zijn, gaan we eerst een terrasje pakken op de Brink bij hotel restaurant
Boschlust, waar we ook meteen onze avondmaaltijd reserveren. Vervolgens kijken we even bij het huisje - waar we een week intrekken, bestellen we de huurfietsen bij 't Fietshoekje op de Fonteiwei. Hierna gaan we links het hoekje om - de Lege Leane in, waar we aan het eind van de weg de supermarkt Troefmarkt bereiken. Hier doen we de benodigde boodschappen. Fijn dat alles hier zo dicht bijelkaar zit.
Tijd om de sleutel te halen bij de beheerder van het park "Het Fonteinbos", zodat we ons vooraf gereserveerde huisje "de Sperwer" kunnen betreden.

Na het uitladen van de auto en installeren van alle spullen, gaan we de fietsen halen en aansluitend fietsen we naar het terras waar we gaan dineren.


      Oudemirdumer Klif
Na de koffie besluiten we, om ons eerste fietstochtje te gaan maken naar het
Oudemirdumer Klif. En zo maken we kennis met het heuvelachtig (en later bosachtig) landschap van dit gedeelte van Friesland. We steken vanaf de Brink het kruispunt over naar de Marderhoek en slaan daarna de eerste weg rechtsaf De Dollen op. Waar deze weg met een bocht naar rechts gaat, loopt een fietspad (zonder naam) rechtdoor. Dit fietspad gaat naar het uitzichtpunt en klif, de Oudemirdumer Klif. Bijzonder en mooi om te zien. De klif is tegenwoordig volledig begroeid, zodat het stijle van een klif enigszins verdwenen is, maar het beeld blijft mooi.
We rijden gauw het fietspad terug en zien hier nog een boerderij. Dat is op zich niet erg bijzonder. Wat opvalt, zijn de twee bijgebouwtjes. Meestal is dat er slechts één. Hierin werd meestal het brood gebakken. Wegens brandgevaar, werd dit gedaan in een apart gebouwtje, wat wel vanuit het hoofdgebouw bereikbaar was. Hierdoor nam de kans op een grote brand af, mocht er zich onverhoopt iets voordoen. Wat de bedoeling van deze twee zijn, blijft dan ook de vraag.
Aan het einde van het fietspad vervolgen we De Dollen, zodat we weer uitkomen op de Marderhoek. Weer bij het kruispunt gekomen, gaan we nu linksaf, de Jan Schotanuswei op. Bij de Beukenlaan slaan we rechtaf, waar we de eerste paarden zien rondlopen. Vervolgens slaan weer rechtsaf de Fonteinwei in, zodat we bij ons huisje komen.

Om het vakantiegevoel een extra dimensie te geven, door niet teveel van het landelijk en wereldnieuws mee te krijgen, kunnen we de hele vakantie 's avonds eventueel een aflevering van Merlin kijken. Uiteraard zal dit afhankelijk zijn van de hoeveelheid boeken die gescoord gaan worden.


Terras en uitzicht Museum Schokland.

Oude haven bij de terp Oud Emmeloord op Schokland.

IJsbrekers steken net boven de oever uit om het land te beschermen tegen ijs.
Diner op het terras van Boschlust

Oudemirdumer Klif

Zonsondergang Oudemirdumer Klif

Boerderij met 2 bijgebouwtjes






Dag 2: fietstocht van Oudemirdum vv Stavoren

kaart 2

Vandaag gaan we op E-bike en gewone 7-versnelling fiets naar Stavoren. Deze route blijkt achteraf over 36 te gaan, maar dit terzijde.
De bedoeling is om langs de kust te rijden, maar kennelijk hebben we de afslag naar de kust gemist, zodat we over het fietspad langs de Jan Schotanuswei rijden.

Rijsterbosch

Dat dit pand een rijke historie heeft, blijkt wel uit een kleine zoektocht op het internet. Zoals het vermoeden al was, gaat het om een landgoed. Intussen is het bos losgekoppeld van dit pand. Een overzichtje van internetbronnen, waar meer gelezen kan worden over dit pand:
Wikipedia Rijsterbos
Wikipedia Huize Rijs
Langs de Luts Huize Rijs
Scheepvaartmuseum Huize Rijs te Rijs
Historie Gaasterland Rijsterbos
Historie Gaasterland Hotel Rijsterbos
De geschiedenis van Rijs en het Rijsterbos

      Rijs
We rijden Rijs binnen over de Marderleane en zien aan de linkerkant een eerste grote pand verschijnen.
Het pand draagt de naam Rijsterbosch, wat niet geheel onlogisch is vanwege het bos wat erachter ligt. Het pand staat nu nog leeg, maar een groot roze spandoek met daar op "Monumentje geduld A.U.B." tussen twee bomen wijst op het feit dat er binnenkort iets gaat gebeuren. Gelukkig maar, want het zou zonde zijn dat zo'n pand verloren zou gaan. Het zal vast een rijke historie hebben.
Een poging om het pand te fotograferen lukt niet echt, vanwege het spandoek. Toevallig loopt er net iemand (de eigenaar), die bezig is om het pas ingezaaide gazon te voorzien van water. Ik mag wel even het pand van voren op het gazon fotograferen. Onderwijl vertelt hij wat de bedoeling is van het pand.
Ze zijn bezig met de verbouwing, zodat het geschikt wordt voor een B&B. De naam
B&B Rijsterbosch is al net zo voor de hand liggend. Gezien de historie en de fotogenieke omgeving is dit een overnachtingsplek voor alle seizoenen. En wie wil er niet in zo'n pand verblijven?
De nieuwe eigenaren Michel Lunenberg en Maja Ganzevles laten op facebook de vorderingen zien.
En zo wordt er een nieuw hoofdstuk bijgeschreven aan de historie van dit pand.

Mooi Gaasterland
Wikipedia Mooi Gaasterland
Langs de Luts Mooi Gaasterland
We zitten nog maar net op de fiets of we kunnen alweer afstappen, want aan de overkant van weg staat het volgende pand, met waarschijnlijk een evengroot rijk historisch verleden. Dit pand draagt de naam "Mooi Gaasterland" en werd in 1912 gebouwd en gaat dus iets minder ver terug in de tijd.

Aan het eind van dit bosperceel gaan we het bos in. Na een keer links en rechts af te slaan, komen we op een bochtig stuk, waarbij we over diverse bruggetjes worden geleidt, die over -nu droge- geulen liggen. In de natte perioden zal hierdoor het water gemakkelijk afgevoerd kunnen worden. Een erg plezierig tochtje.
We komen weer uit op een gewone weg en gaan linksaf richting de klif met de naam 't Minser Klif, waarbij we bij Paviljoen 't Mirnser Klif een cappuccino gaan drinken met uitzicht op een spectakel: Kitesurfers. Omdat het water hier langdurig ondiep is, is dit een ideale plek voor zwemmers en surfers. Met name Kitesurfers komen op dit gebied af. Vandaag was het ideaal weer: er stond een flinke bries, zodat ze met een redelijk klein zeiloppervlakte het water opgingen. Het schouwspel is vermakelijk. Sommige halen behoorlijke stunts uit. Anderen laten zich meevoeren de lucht in, waarvan er een tweetal ter illustratie op de foto staan.

Wij vertrekken na de koffie verder richting Stavoren. We vervolgen deze dijkweg, de Murnserdyk. Daarna vervolgen we de dijk in Mirns via de Wieldyk naar Laaksum. Hier merken we het verschil tussen een E-bike en gewone fiets. De wind waar de kitesurfers blij mee zijn, blaast helaas niet de richting op, die wij rijden. (De gedachte dat er ook nog een terugweg kwam, hield de ene helft dan ook gaande.)
Het landschap was daarentegen zeer de moeite waard. Aan de ene kant de zee, aan de andere kant een glooiend landschap.
We komen hier ook ons eerste klokkenstoel tegen. De Stichting Restauratie Hulpfonds Klokkestoelen heeft een uitgebreide site met informatie over de klokkenstoelen. Verwijzing naar deze site voor meer informatie over de lokale klokkenstoel ligt dan ook voor de hand: SRHK-Mirns.
Even later zien we in het Wielpolder een toren opdoemen met daaromheen een bossage. De kaarten bieden geen uitkomst om wat voor een gebouw dit gaat. Het gaat dan ook niet om een "steenhuis", kerk of kerktoren, maar om een nieuwbouwwoning of eigenlijk landhuis op landgoed uit 2004. Je kunt gerust stellen dat dit project zeer goed in het landschap past. Zo kan het dus ook!


      Laaksum
Een kwartiertje later bereiken we het kleinste haventje van Nederland, de haven van de buurtschap Laaksum (Laaxum).
Na de aanleg van de Afsluitdijk in 1932 verzandde de haven en trokken de beroepsvissers weg, die al vanaf de 16e eeuw vanuit hier visten op botvis, rode- en snoekbaars, haring en paling (tekstbron: ANWB-bordje 61889/001).
Ook hier is het water dus niet erg diep en dus zwemt de lokale jeugd hier in het IJsselmeer. Met dit weer extra leuk, want er zitten soms aardige golfjes tussen. Wij eten intussen op de aanwezige bankjes onze lunchpakketje en genieten van het uitzicht. Het is helder weer en we kunnen in de verte Noord-Holland zien liggen. Zo zien we diverse gebouwen boven de horizon uitsteken en zien hiermee dan ook dat de wereld rond is. Het lunchpakketje was echter niet nodig geweest, omdat er een snackbar aanwezig is bij dit haventje, waar we toch maar even een koffie nuttigen.
Restanten van het vissershaventje zijn ook nog aanwezig in de vorm van een zoutloods en een halve boot op het droge.
De geschiedenis van elk huis in Laaksum staan beschreven op bordjes langs de kant van de weg, dus een kleine wandeling door dit buurtschap verdient de aanbeveling.

      Reaklif
Even verderop komt de hoogste klif, Rode klif / Reaklif, van 10 meter al op ons af.
Op deze klif is in 1951 een gedenktsteen geplaatst die de overwinning herdenkt van een veldslag in de Fries-Hollandse oorlogen tussen in dit geval graaf Willem IV van Holland en Henegouwen en de Friezen, die op 26 september 1345 plaatsvond.
Literatuuronderzoek Geschiedenis bij Ontdekking van de Vrije Friezen

De voorgeschiedenis en gevolgen van de slag bij Stavoren zijn te lezen in dit literatuuronderzoek.
De Slag bij Warns, zoals deze veldslag is gaan heten, al vond de slag rondom Stavoren plaats, wordt elk jaar herdacht op de laatste zaterdag van september. Ook dit jaar vindt de
herdenking hier plaats, nu op 28 september 2013 om 13.45 uur.
Op de grote zwerfkei staat het jaar 1345 met daaronder de tekst "leaver dea as slaef" (liever dood dan slaaf), wat de roep om vrijheid (en rechten voor alle volken) moet illustreren.
(Een jaar later zullen we ontdekken waar deze kei vandaan komt .)
Aan de overkant konden we duidelijk de contouren van Medemblik ontdekken: van rechts naar links de molen "De Herder", de Grote of Bonifaciuskerk, het rode dak van het stadhuis en de toren van de St Martinus parochie.


      Scharl
Na deze klif laten we ons naar beneden rollen en nemen we even een kijkje bij de
klokkenstoel van Scharl / Skarl. Deze klokkenstoel heeft een windvaan met daarop het jaartal 1923.
Om weer op de dijk te komen, moesen we echter wel weer een stukje klimmen, omdat we dezelfde weg terugfietsen.
In de Zuidermeerpolder zien we een opmerkelijk verschijnsel. Een aantal groepen meeuwen hebben zich gescheiden verzameld op een beperkte locatie. Terwijl er toch ruimte genoeg is om verder verspreid van elkaar te staan, gaan ze toch redelijk dicht bij elkaar staan. Erg apart. Nog vreemder is het dat er tussen de groepen wél een aantal kavels zitten, alsof ze niet bijelkaar hoorden.


      Stavoren
Nu komen we aan bij het verste punt van deze fietstocht, Stavoren / Starum. Zoals het ons wel vaker overkomt met plaatsen die veel toeristen trekker, geeft deze plaats ook dit gevoel. We weten niet precies wat we er van moeten vinden, maar we zijn vlot uitgekeken. Gelukkig ontdekken we nog een klein Vermaningskerkje van de Mennisten, de Doopgezinde gemeente Stavoren, die hier sinds 1551 hun schuilkerkje hadden. Het kerkje was open, zodat we even binnen konden kijken en konden bevestigen dat het na de renovatie van 1992 "haar karakter van intieme soberheid had behouden." (Tekstbron: folder Onze Doopsgezinde Gemeente)
Na het toeristen-fotomomentje met "het vrouwtje van", waarvoor nog net geen wachtrij was, het eten van een appeltje en ijsje, het bekijken van enkele scheepsmanoeuvres, beginnen we aan onze terugreis.


      Hemelum
Via de Stationsweg en Koeweg, komen we op 't Noard uit en rijden we door naar Warns, waar we linksaf gaan, de Himmelumerdyk op. Vervolgd door De Soal komen we in Hemelum / Himmelum uit. Hier staat op de hoek met De Klaster, een kerkgebouw dat we even gaan bekijken. De Nicolaaskerk behoort nu tot de PKN-gemeente, maar vond haar oorsprong in de middeleeuwen met de kloosterkapel van het voormalige Sint Odulphusklooster. Hiervoor was het alleen een nonnenklooster - dat ook bezit had in Twisk
- dat de Sint-Nicolaasklooster droeg en onder het bestuur van de abt van het Sint Odulfusklooster te Stavoren viel.
De kerk was open en we namen binnen een kijkje. We werden vriendelijk begroet door een aantal gemeenteleden en met deze mensen hebben we een gezellig en goed gesprek over van alles en nog wat. Na uitwisseling van diverse gegevens, het fotograferen van de predikantborden, vervolgen wij onze fietstocht.
We komen aan bij Bakhuizen / Bakhuzen, maar rijden slechts door twee straten: de Teeuwes de Boerstraat en Rijsterdijk. We ontdekken dat ook hier nog nieuwe landhuizen worden gebouwd, waarmee de lijn met het verleden niet wordt verlaten. Ook dit exemplaar heeft een fraaie voortuin.


      Oudemirdum
Via de Hegeburgsterwei komen we weer uit in het Rijsterbos, waar we wederom over het leuke bospaadje met de bruggetjes rijden, zodat we nog een stukje over de Séfonsterdijk kunnen fietsen met de wind in de rug. Heerlijk.
Via de Huningspead rijden we landinwaarts langs het Jolderenbos en hoogste punt (12,7 meter) van Gaasterland, waar we nog een bijzonder gebouw aantreffen: een door Marten Zwaagstra (1895-1988) ontworpen Raat-systeem van geprefabriceerd betonelementen luchtwachttoren uit de tijd van de Koude oorlog. Dit is het laatste exemplaar van Friesland. De toren zelf is ongeveer 14 meter en was daarmee de hoogste van de provincie. (Tekstbron: Peter Karstkarel: 419 x Friesland : Van Slijkenburg tot Moddergat. - p. 310 en "De luchtwachttoren bij het Jolderenbos" in fan Klif en Gaast, uitgave 2011 - 2, p. 12-13)
Aan de overkant van de weg kunnen we in een lijst het landschap fotograferen, wat we dan ook maar even doen.
We zijn nu bijna terug in ons huisje en rijden daar even naar toe om ons te verfrissen en vervolgens gaan we naar de Brink, waar we ons op het terras van Restaurant Brasserie "de Brink" nestelen, waar we heerlijk kunnen nagenieten van deze eerste fietsdag en natuurlijk gaan eten en drinken.
Merlin mag deze dag thuis afsluiten, waarna we moe maar voldaan kunnen gaan slapen.


Huize "Rijsterbosch" te Rijs.

Huize "Mooi Gaasterland" te Rijs.

Fietsen door het mooie bos van Rijs.

Op het strand bij 't Mirnser Klif.

Kitesurfers bij 't Mirnser Klif.

Kitesurfers bij 't Mirnser Klif.

Kitesurfers bij 't Mirnser Klif.

Klokkenstoel van Mirns.

Nieuwbouw langs de Wieldyk van Mirns.

Haven van Laaksum.

Medemblik aan de overkant gezien vanaf de Rode Klif.

Gedenksteen Rode klif / Reaklif.

Klokkenstoel van Skarl.

Kerk "Vermaning" uit 1851 van de Doopgezinde gemeente Stavoren.

De vrouwe van Stavoren.

Nicolaaskerk te Hemelum.

Nieuwbouw landhuis Bakhuizen.






Dag 3: fietstocht Oudemirdum vv Woudsend

kaart 3

Vandaag is er op het terrein van 't Finkeboskje in Hemelum een "Friese Streekmarkt". Hier staan de volgende mensen met producten als: Geitenkaas uit Mirns, De Utrin uit it Heidenskip, Graasvlees.nl / fam. Deinum, Houtkloverij Huisman, Wijn & Olie Sloten, Bloemkwekerij de Bascule, Eendenkorf vlechter Kees Terpstra, The Barista Group, Pim Hoekstra uit Sloten, Houtbewerker Paul van Buren, Chocolade Koldewijn Hindeloopen, Palingroker Otte Bajema uit Koudum, Imker Guus Bakhuizen, Molen ’t Lam uit Woudsend, Hoogstambrigade Zuidwest Friesland, Familie Hobma uit Koudum, De Hollandse Kus uit Pingjum, Eyra’s Kruidentuin uit Bakhuizen, Hetismooizo uit Lemmer, Do & Wi Compagnie uit Hemelum, Van Buren Leerlooier Bolsward, IJsboerderij de Buterkamp, De Stekkenplek uit Hemelum, Engrienetsiis uit IJlst en Bakkerij van der Werf uit Workum.
Hier hebben we wel zin in en dus klimmen we na het ontbijt en koffie weer op de fiets en gaan we naar Hemelum.


      Hemelum
De weg naar Hemelum hadden we gisteren ook al deels gereden en we komen nu dus ook weer over dezelfde weg. Bij Nijbuorren steken we de weg over en gaan rechts af, waarna we ons laten leiden door de geparkeerde auto's.
Na het betalen van de entree, kregen we het entreebewijs, die meteen als kortingsbon gebruikt kan worden. (Dit zal wel te maken hebben met het feit dat hier veel dagjesmensen op af komen, maar niets kopen. Zo wordt er toch nog enige opbrengst gegenereerd.) We gaan maar eerst een verkennend rondje lopen langs de kraampjes. Bijna overal kun je van de producten proeven, wat we dan ook doen. Na dit rondje volgt het kooprondje. De producten waren allemaal goed verpakt, dus dat gaat nog een hele poos mee, dus ook een fietstochtje van een dag.


      Fluessen
We maken ons op voor het vervolg -zonder plan- en rijden verder over de Oordewei, nadat we even een foto vanaf de Sudergoawei van het meer nemen. In veronderstelling dat dit bij Fluessen hoort, waar omstreeks 1204, toen dit nog geen meren waren, maar een bos, tijdens een hete zomer, een bos- en veenbrand dit gebied compleet verwoest had en omtoverde tot een meer.
We vervolgen de weg en komen door Kolderwolde, waar we nauwelijks bomen kunnen ontwaren, dus dat geeft te denken. Wel zagen we hier een theetuin in bijzondere kleuren, "It Súden fan Kolderwâlde". Dus gaan we hier maar een cappuccino (die ze ook had) drinken. De sfeer is hier duidelijk anders, dan een standaard (vaak onpersoonlijke) koffie- en theehuis. Ook binnen is er een verhaal te zien in de schilderijen en in de geselecteerde teksten die hie zichtbaar waren. Dit nodigt uit tot vragen en een gesprek. En dat krijgen we dan ook. Dat deze persoon een duidelijke visie en beelden heeft, wordt ook duidelijk uit de andere sites van haar hand: Leven is kunst en Licht dat leven geeft.
Het signatuur van Evert van Hemert (Haarlem 12 april 1954, nu werkzaam en woonachtig te Kolderwolde) is langs deze beeldenroute 'de Famkes van Kolderwolde' duidelijk herkenbaar, zonder dat z'n naam erbij staat. Alleen -voor ons aan het einde van de weg- een fiets tegen een bushokje geeft de naam van deze beeldend kunstenaar weg, al is de link met de beelden dan nog niet gemaakt.
Vol gedachten zetten we onze reis voort.

Maar deze reis wordt al gauw weer onderbroken door de ontdekking dat we kennelijk op een kunstroute fietsen, want we komen steeds beelden tegen van Evert van Hemert, althans, daar komen we achteraf pas achter. En dat maakt zo'n fietstocht, zo mogelijk nog leuker.
We rijden verder en de weg krijgt de naam "Ige Galamawei" en rijden door Oudega om vervolgens "Wâldwei" te gaan heten. Wederom een verwijzing naar een woud of bos. Wij slaan linksaf de Tsjerkewei in dat na de bocht Buorren gaat heten.
In deze contreien vinden we iemand die iets heeft met tractoren, want er staat een mooi, maar roestig exemplaar in de tuin.
Bij Elahuizen / Ealahuzen rijden we verder over de Mardyk, waar we bij de Lange hoek even pauzeren, omdat we nu wel heel dicht op het water zitten.


      Indyk
Na de bocht rijden we door Trophorne en wij slaan halverwege linksaf naar Indyk, waar een mooi fietspad langs het water van het Heegermeer ligt. Hier is ook een fraai strandje aangelegd voor dagjesmensen met voorziening (toilet/douche).
Wij zien rechts ons volgende klokkenstoel opduiken. Verstopt tussen een bomenrij en bossages zien we contouren van een terp. De klokkenstoel van Indyk is sinds 1978 weer verenigd met de oorspronkelijk 13e eeuwse klok. Ook opmerkelijk is dat Indyk pas sinds 1906 een vaste weg verbinding heeft gekregen, wat dus inhoudt dat het daarvoor alleen, zoals gebruikelijk in deze tijden en daarvoor, over het water bereikbaar was.


      Woudsend
We rijden vervolgens de dijk af en Woudsend / Wâldsein in. Weer een verwijzing naar een woud of bos, danwel het einde van het bos. Woudsend ligt aan het riviertje of stroompje de Ie oftewel Ee. Dit stroompje kunnen we hier volgen door het Slotenmeer, waarna het Sloten omringd, en bij Tacozijl het IJsselmeer instroomt, althans vroeger.
Ook voor Woudsend geldt, dat tot halverwege de 19e eeuw alleen over het water bereikbaar was.
Bij binnenkomst in Woudsend wordt de aandacht eerst getrokken door de molen. Deze versie van de korenmolen 't Lam in de Molestrjitte is in de loop van de 17e eeuw gebouwd ter vervanging van een standerdmolen. Op de voorgevel van het pand ernaast (nr. 6) valt op dat er tussen de twee ramen een driehoek is gemetseld. Dit zou een teken kunnen zijn van een sarrieshut, waar de chargier of chercher woonde als een beambte die de belasting op het malen int. Deze beambte woonde immers vaak bij de molen. Maar op deze driehoek valt niets meer te herkennen en dat zou dan verder onderzocht moeten worden. Navraag levert echter een ontkennend verhaal op. Er staat iets anders op de steen, wat mogelijk in de toekomst -middels restaurantie- weer zichtbaar gemaakt gaat worden.
We rijden de straat verder en na de bocht vinden we het volgende opmerkelijk gebouw, 'De Karmel'. Voor dit Waterstaatskerk werd de eerste steen gelegd op 1837.
Naast de kerk staat een boerderij. Hier tegenover rijden we de Midstrjitte in, maar dat rijden is hier niet meer mogelijk.

De gedachte komt inmiddels op dat Woudsend wel een bijzonder plekje is, dat een rijke geschiedenis heeft en de moeite van het bekijken waard is.
De Midstrjitte, gelegen op de zandheuvel, vormt zoals de straatnaam al verraad het midden van deze plaats. De breedte van de straat geeft aan dat het al enige tijd bestaat, want het erg smal. Dit zal met de breedte van de zandheuvel te maken hebben gehad. De nog smallere steegjes naar beneden, naar de Ee, creëren een bepaalde sfeer, die je nog zelden ervaart.

Het gevaar is aanwezig dat je spontaan verliefd wordt op het beeld van de Midstrjitte met zijn steegjes.

Halverwege de Midstrjitte komen we een tafel van de stichting Historische Kring Woudsend tegen, dat ook op Dorpsarchieven te vinden is. Na een onderhoudend gesprek met de penningmeester en uitwisseling van gegevens gaan we maar eens naar de Ee. Hier rijden we even op en neer over de Iewal en zien de houtzaagmolen De Jager, waarschijnlijk uit 1719. Waren we even de Bewaarskoallesteech ingegaan, dan hadden we daar nog een gevelsteen kunnen vinden met daarop de molen en de namen van de molenaar en vrouw in 1719: Jelle Jurjens en zijn vrouw Geertje Dirks (tekstbron: Ontdekkingstocht naar de historie van Woudsend / SHKW. - p. 6).
Het is intussen al lang de hoogste tijd voor een terrasje, een drankje en even van uitzicht genieten. De bootjes voeren hier af en aan, dus pakken we het terras van grand cafe de Watersport, om op ons gemak bootjes te kunnen kijken.

Na deze pauze verlaten we via de Dyk dit interessante dorp. We rijden over de Ypecolsga -kennelijk een nieuwe weg, want het doorsnijdt de kavels niet op een historische manier- en zien meteen wel historische en mooie boerderijen staan. De eerste geeft zijn leeftijd niet weg. De tweede echter wel. Het vermeldt op de voorgevel dat het uit 1783 stamt.


      Balk
We rijden de weg door, totdat we via een fietspad richting het Slotenmeer worden geleid. Hier hadden we langs de oever kunnen gaan fietsen, maar wij kozen ervoor om door het veld te rijden, via de Warrensterwei. En zo bereiken we de Luts, dat vroeger de twee dorpen Harich en Wijckel scheidde. Maar de landweg en de balk in de Luts zorgden hier voor activiteit, zodat Balk hier rond 1486 is ontstaan.

We rijden de Luts verder af, al fietsen wij op de Houtdijk ipv de Lutswal. Bij de Jan Jurjenssingel verlaten we de Luts en komen uit bij de Tsjerkhofleane, waar we de klokkenstoel van Ruigahuizen tegenkomen. We banen ons een weg door dit ruig gebied en komen uit in Nieuw Amerika / Ny Amerika, waar we zigzag door de Lycklamabossen fietsen in de hoop de we ergens weer de bewoonde wereld zullen tegenkomen.

Uiteindelijk komen we op een weg uit, de Sminkewei, die ons naar de Boegen leidt, zodat we over de Kerkstraat van Oudemirdum de Brink op kunnen rijden.
Hier gingen we een tafel zoeken om uit te puffen. Laten we zeggen dat we deze 40 km wel konden voelen.
En het eten en drinken is hier goed, dus dat konden we ook meteen nuttigen.
Na de koffie kunnen we voldaan naar ons huisje fietsen waar, we Merlijn de avond laten afsluiten.


Friese Streekmarkt.

Fluessen (Alde Karre en De Holken).


In de theetuin.

Tractorverzameling.

Fluessen.

Fluessen.

Fijn fietsen langs de Fluessen / Heegermeer bij Indyk.

Klokkenstoel Indyk.

Korenmolen 't Lam, Woudsend.

De Karmel, Woudsend.

Midstrjitte, Woudsend.

Houtzaagmolen De Jager, Woudsend.

boerderij 1783, Ypecolsga.

IJzeren brug tussen Wilhelminastraat en Erasmusstraat, Balk.

klokkenstoel, Ruigahuizen.






Dag 4: fietstocht van Oudemirdum vv Sloten

kaart 4

Vandaag lijkt het ons verstandig om de afstand iets te beperken. Een ritje naar Sloten op en neer is de helft van gisteren, dus ongeveer 20 kilometer. Maar eerst gaan de voorraden aanvullen. Dus een bezoekje aan de bakker Twijnstra, slager De Vries en de Troefmarkt.


      Nijemirdum
Nadat we de boodschappen naar het huisje te hebben gebracht en nog rustig een bakje koffie hebben gedronken, gaan we maar weer eens in de benen. We rijden eerst naar Nijemirdum en vinden daar de toren zonder kerk. De kerk was na 1702 wegens verval niet meer in gebruik en halverwege die eeuw is de kerk helemaal afgebroken. De toren '
De Toer' stamt uit de tweede helft van de 14e eeuw.
Tussen Sondel en Wijckel komen we een aantal mooie boerderijen tegen.


      Wijckel
In Wijckel aangekomen valt de kerktoren op. Een bord met verklarende tekst meldt met trots, dat de meeste dorpen een kerk hebben met een toren, maar in Wijckel is dat net anderom. De toren heeft een omvang van 36 meter en is even hoog. Dit zou inhouden dat als de toren vierkant is, het 9 meter breed is. Opvallend zijn ook de galmgaten. Er is er één voor elke apostel, want het zijn er twaalf. Aan elke kant drie en dat is een zeldzaamheid. Toevallig of niet, drie galmgaten maal twaalf apostelen is ook weer 36 meter.

Menno van Coehoorn (Britsum, maart 1641 - Den Haag, 17 maart 1704)
De kerk bevat het praalgraf van Menno van Coehoorn (Britsum, maart 1641 - Den Haag, 17 maart 1704) die in 2007 nog is gerestaureerd voor € 250.000.
Van Coehoorn was militair en vestingbouwkundige. Eén van zijn internationale bestsellers uit 1685 was Nieuwe vestingbouw, Op een natte of lage Horisont zoals hiernaast gelezen kan worden. De Stichting praalgraf geeft op haar site een uitgebreidde fotoreportage over de restauratie. De Stichting Alde Fryske Tsjerken heeft hierna het onderhoud overgenomen.


      Sloten
Tien minuten fietsen verder staan we in het kleinste vestingstad van Friesland, genaamd Sloten / Sleat. Sloten, een kruispunt van landweg en waterweg, waarbij de meeste handel over het water kwam, werd vervolgens goed verdedigbaar door zijn vestingwerken. De korenmolen '
de Kaai' staat netjes buiten de stad, maar binnen de vestingwerken. Verder is de stad vrij overzichtelijk opgebouwd.
We gaan eerst maar even iets drinken. Onze keuze valt op 't Bolwerk op de Voorstreek. Na deze verfrissing, bezoeken we de Hervormde kerk aan de overkant. Deze is open en naast de geschiedenis van de kerk wordt er ook het een en ander duidelijk gemaakt over de geschiedenis van Sloten.

In een monumentale stad is het lastig foto's maken, wil je niet elke baksteen fotograferen. Heel veel gebouwen staan immers op de Rijksmonumentenlijst.
Na een wandeling door diverse straatjes gaan we terug naar de fietsen en nemen we globaal dezelfde weg terug naar huis, waar we in ons schaduwrijke tuin een boekje gaan lezen, eten en drinken, om na een rustige avond vroeg naar bed te gaan.


Toren 'De Toer' Nijemirdum.

Boerderij tussen Sondel en Wijckel.

Boerderij 1811 tussen Sondel en Wijckel.

Boerderij 1787 tussen Sondel en Wijckel.

korenmolen 'de Kaai' Sloten.






Dag 5: van Oudemirdum naar Joure en Langweer

kaart 5

Na drie dagen fietsen worden de dichtbijplaatsen schaars en daarom pakken we vandaag maar eens de auto. Richting Joure is de bedoeling. Dit houdt in dat we de gisteren gefietste route naar Sloten nu met auto gaan rijden. Echt veel andere wegopties zijn er niet. Na Sloten rijden we door Tjerkgaast, bij Spannenburg over de Prinses Margrietkanaal (zeg maar de veilige binnenvaart-route richting Ostfriesland). Bij de eerste weg na Finkebuorren slaan we linksaf naar Idskenhuizen / Jiskenhuzen.


      Idskenhuizen
Zijn we net een B&B en camping met de naam "
de Weidevogel" voorbij aan het rijden, na Idskenhuizen zien we ze in het echt. Dus de auto maar even aan de kant gezet van de Troelstraweg om ze op de foto te zetten. Een watersnip hadden we nog nooit in het echt gezien.


      Teroele
500 Meter later parkeren we de auto alweer langs de kant van de weg, omdat we hier onze volgende klokkenstoel tegenkomen, namelijk die van
Teroele. Deze staat overduidelijk op een terp. Van de klokkenstoel komt al een eerste melding voor in 1600 en de klok is gegoten in 1614.


      Dijken
Op de scheiding tussen Teroele en Dijken rijden we over een gedempt kanaaltje met een zijkanaaltje naar een boerderij. Zo stellen we het ons ongeveer voor, hoe het vroeger ging, voordat er overal wegen lagen. Je voer met je boot of schip gewoon de schuur in, waar de te laden of lossen goederen lagen opgeslagen.
Bij Dijken / Diken treffen we ook nog een klokkenstoel aan. Hiervoor moeten we echter nog een kleine zijweg volgen. Voordat we de begraafplaats op kunnen, komen we eerst door een met symbolische objecten versiert hekwerk. Dit was de eerste keer dat we zoiets zien en we zijn dan ook onder de indruk.
De symbolen worden gelukkig uitgelegd op een uitlegbordje:
Thuisgekomen de symboliek van dit hek op het internet opgezocht, waarbij slechts één site werd gevonden.
De site van Friesland Digitaal (FD) toont echter een ander hekwerk, dan wij gefotografeerd hebben. Op de foto van FD ontbreken de uiltjes. Deze foto is mogelijk van rond 2006, volgens het copyrightjaar.
Ook het informatiebordje is anders. Op de door FD getoonde foto is de tekst niet te lezen, maar duidelijk is te zien dat de uitleg van de symbolen is ingedeeld in drie delen. Ook op de site van FD staan deze drie beschreven, namelijk: Zandlopers met vleugels, De sparappel en De slang. De uitleg komt gezien de nagenoeg zelfde tekst van het uitlegbordje.
Kennelijk is het hekwerk en uitlegbordje tussen 2006 en 2013 gewijzigd.
Uil met lauwerkrans:

  • De uil is de vogel van de duisternis. In de joods religie staat deze voor de niet-gelovige. De Lauwerkrans is welke ieder mens wacht. Niet in dit leven maar, door de dood heen, wacht de mens de lauwerkrans in het paradijs.

  • De speerpunten:
  • Het evangelie heeft zich al zaaiend vastgezet in de mens, als een speerpunt door het Woord van God aangeraakt en geraakt.

  • De zandloper met twee vleugels:
  • De zandloper is het teken van tijd: het leven komt, het leven gaat, bij dag en bij nacht.
    De twee vleugels zijn van de nachtvogel de uil en de dagvogel, deze mag u zelf benoemen.
    Het leven komt bij dag en bij nacht.

  • De sparappel:
  • Deze appel lijkt dood, maar eenmaal gezaaid mag daar een nieuw begin zijn. De appel staat voor de mens in wie is gezaaid en uitgezaaid is in de akker, de begraafplaats, wachtende op een nieuw begin.

  • De slang:
  • De slang die zichzelf in de staart bijt staat voor de vergankelijkheid en tegelijk de kringloop van het leven.

  • Uil met lauwerkrans:

  • De speerpunten:

  • De zandloper met twee vleugels:

  • De sparappel:
  • De pijnappel of dennenappel werd in vroegere tijd gebruikt als geurverdrijver: de lege vruchten werden op vuren gebrand om de stank van de kadavers te verdrijven. Vergelijkbaar met het branden wierook
    (bron: Bovenlichten en snijramen in Nederland.)

  • De slang:
  • Ouroubouros of Ourobouros of Ouroboros, Grieks voor 'staart-eter' of 'de slang die zichzelf in de staart bijt' staat voor "de eeuwig zichzelf voortstuwende levenskracht".
    (bron: S. Klossowski de Rola - Alchemie.)

  • De slang is op onze foto niet te zien, omdat dit de 'klink' aan de buitenkant van het hek betreft en wij staan op de begraafplaats, vanwege de zonnestand.
    We zien trouwens wel vaker de zandloper met twee vleugels, maar dan zijn de vleugels verschillend (een nachtvogel en een dagvogelvleugel).
    De beschrijvingen of uitleg van de symbolen komen enigszins vreemd over. In het naastgelegen kader een poging om het één en ander beter te verwoorden.


          Langweer
    Na dit symboliek-intermezzo, rijden we weer verder naar Langweer. We parkeerden de auto op de parkeerplaats parallel aan de winkelstraat, de Buorren, waar we even doorheen zijn gereden. We lopen door een steegje weer naar de Buorren, waar we op het terrasje van de bakker eindelijk een cappuccino met wat lekkers krijgen. Bij de VVV krijgen we te horen dat er een rondgang zou plaatsvinden deze avond, waarbij we ook de kerk ingingen en daar besluiten we ons dan bij aan te sluiten. Wij gaan eerst nog zelf een rondje lopen (de straat op en neer).
    We zien onder andere de "Wassenaerstins" en de waag. Veel aandacht schenken we er nu niet aan, we zullen het vanavond wel zien en horen.
    Waar we wel aandacht aan schenken is de antiquariaat die we tegenover de VVV zien:
    De Boekensteun. Van de boekenkratten die buiten staan, dringen we langzaamaan het gebouw binnen, tot we omringd zijn door boeken. Hier is geen ontkomen aan. Na 1½ uur komen we daas, met een flink pakket interessante titels naar buiten en lopen linea recta naar de auto en rijden we snel verder richting Joure.
    Uit de Heemschutserie. - Amsterdam : Allert de Lange
    3: De oude vestingwerken van Nederland / W.H. Schukking. - derde herziene druk, 1943
    11: Langs onze wegen / G.A. Overdijkink. - 1941
    19: Het kunstambacht en de volkskunst in Friesland / Nanne Ottema. - tweede druk, 1943
    22: Over volkskunst / J.R.W. Sinninghe. - 1943
    24: De historische schoonheid van Dordrecht / J.J. Beyerman. - 1943
    41: Nederlandsche binnenschepen / G.C.E. Crone. - 1944.
    Rapport inzake de Bemaling Frieslands Boezem / Provinciale waterstaat van Friesland. - 3 banden. - [s.l.] : Provinciale Waterstaat van Friesland, 1956
    Hoofdwerk met 51 bijlagen, met kaart, schema, tabel
    Langs de oude Groninger kerken / R. Steensma; Alex Luttmer, Jan Schurer en anderen (foto's). - tweede druk. - Baarn : Bosch & Keuning, z.j. - ISBN 90-246-4075-X

    Grote Pier van Kimswerd / J.J. Kalma. - Leeuwarden : De Tille, 1970. - ISBN 90-70010-13-5

    Friesland en de Friezen : Gids voor reizenden : Schoonheid der steden dorpen en landschappen in de 19e eeuw / A.J. Andreae, J.G. v. Blom JGz., G. Colmjon, Waling Dijkstra, D. Hansma, H. de Jong, M.E. v.d. Meulen, K.K. Sipma, Johan Winkler [et al] ; S.J. van der Molen (toelichting). - Leeuwarden : Van Seijen, 1974
    Fotomechanische herdruk van de uitgave: Leeuwarden : Suringar, 1877

    Van Friezen, Franken, en Saksen, 350-750 : Fries museum Leeuwarden, 1959 [en] Haags Gemeentemuseum, 1960 / werkcomité: W.C. Braat, W. Glasbergen, Beatrice Jansen, A. Wassenbergh, L.J.F. Wijsenbeek, Annie N. Zadoks, Josephus Jitta. - Leeuwarden : Fries Museum, [1959]
    Tentoonstellingscatalogus


          Scharsterburg
    Vlak voor we de Scharster-Rijn overgaan, rijden we door Scharsterburg, waar we nog een leuk kerkje zien, waarvan de eerste steen gelegd is op 30 april 1914.


          Joure
    Even later komen we aan in Joure, waar we de auto in de Pastorielaan achter de kerk parkeren.
    We lopen hier links de Midstraat op, waar we al snel de VVV zien, die we even induiken. Hier zien tevens de ingang van het DE-museum, en dus ja, daar gaan we ook maar even kijken.
    Het museum betreft een aantal losse gebouwen, waardoor je dus ook buiten komt. Het eerste gebouw verhaalt over de geschiedenis van DE, de koffie en de thee, met diverse machines, maar ook de verpakkingen van de producten en de wijze van drinken vanuit diverse serviezen.
    Daarna kunnen we een kijkje nemen in het vanuit de Bramerstraat in Idskenhuizen verplaatste geboortehuis van Egbert Douwes die daar op 22 januari 1723 geboren werd. Zijn ouders Douwe Egberts en Grietje Grielts bewoonden dit dubbele arbeidershuisje niet alleen. Door de tuin met gedichten komen we in het gebouw dat ingericht is als een koperslagerijwerkplaats. In het volgende werkplaats zien we de productie van de wereldberoemde Friese staartklokken of Friese klokken uit Joure.
    De veilingcatalogus van mei 2009, veiling 329 van Burgersdijk & Niermans geeft als enige specifieke gegevens over dit kleinste boekje van Tetterode in lot 1212:
    MINIATURE BOOK — ONZE VADER … (München, Printed for NV Lettergieterij ‘Amsterdam’ vh N. Tetterode by Waldman & Spitzner, (1951)). 6 x 5 x 3 mm. Or. full mor. w. a gilt cross on the front side.
    estimate EUR 300
    result EUR 240
    ¶ Published on the occasion of the 100 year jubilee of Lettergieterij ‘Amsterdam’ in 1951. The text of ‘Our father …’, the colophon and the title were engraved on the surface (3,76 x 3,76 mm) of three 10 point punches which are also present here. The text on the punches, as well as the printed text, can only be read by means of a strong magnifying glass. It was an incredible achievement and it is said that the typographers who engraved the text worked at night, so that the building where they worked was not shaken by passing trams. The text consists of 400 letters, space and punctuation marks included!
    (bron: boekendingen 20 August 2011 at 21:32)

    pagina miniboek
    Fries Grafisch museum Joure.


    miniboekje
    Fries Grafisch museum Joure.

    In het pand van de metaalwarenfabriek is samen met de geelgieterijcollectie, de zet- en drukkersvak gevestigd, het
    Fries Grafisch museum. Een mooi verhelderend grafische afdeling met enthousiaste vakman die uitleg geeft. Over het minibijbelboekje vertelde hij dat de typografen 's nachts de letters gemaakt hebben, vanwege de trillingen die de trams overdag produceerden. Dit komt overeen met het verhaal in het kader. Verder liet hij het gieten van letters zien op de linotype zetmachine. Na afloop kon het zetsel gewoon weer worden toegevoegd aan het gesmolten voorraadbak. Leuk om te zien dat de monotype er gewoon naast staat. Naast de uitleg, was het ook mogelijk om zelf op een kleine handdrukmachine je eigen boekenlegger te drukken. Dat konden we natuurlijk niet laten.
    Naast de letterbakken die hier natuurlijk voor diverse letters en corpsen aanwezig voor bijvoorbeeld de monotype, was er ook een wandje vol "plaatjesbakken". Hierin zaten alle gegraveerde afbeeldingen, die vaker gebruik konden worden.
    Er is in dit museum zoveel te zien, aan machines en kasten en natuurlijk drukwerk, dat je er eigenlijk wel een dag kunt rondlopen om het allemaal te bekijken, als je er echt in geïnteresseerd bent. Wat een prachtig museum voor de liefhebber. Lees hierover meer op de site van J.J. Visser (oa penningmeester) Fries Grafisch Museum
    Het laatste gebouw laat de diverse eindproducten van de productie van klokken zien.
    Tijdens het verlaten het museum staat ons nog een verrassing te wachten.

    Wij hebben nu wel een bakje cappuccino verdiend met alweer iets lekkers. Na dit rustmoment kunnen we weer een poosje verder.

    We lopen verder de straat in en komen de kerk van de Doopsgezinde Gemeente uit 1824 tegen en vervolgens aan de ander kant 'de Jouster Tour' met ietwat naar achter de als protestantse kerk gebouwde hervormde kerk.
    Op de foto kijken de 'De Trije Toeristen', in 1982 gemaakt door Annet Haring en in 2008 wegens diefstal nogmaals, op naar de toren, net als wij (twee toeristen).
    De eerste steen van de toren en van de kerk werden beiden gelegd door de Grietman van dat moment: Hobbe van Baert, Grietman van Haskerland (1615 tot 1650 bron: Paul Baris). De toren is op 28 augustus 1828 gebouwd en de kerk op 18 maart 1644.

    Zonnewijzer op pand van Jacob ten Hoeve te Joure.

    In het museum hebben we kunnen lezen, dat er weer enkele uurwerkmakers in Joure gevestigd hadden. Jacob ten Hoeve (uurwerkmakerij) in de Midstraat heeft een prachtig mooi zonnewijzer gemaakt, die zelfs uiterst correct de zomertijd weergeeft. Meestal is er geen touw aan vast te knopen. Maar deze ziet er vreemd uit, en is juist daardoor helemaal duidelijk. Zelfs het sterrebeeld is mooi af te lezen.

    We hadden in 419 x Friesland gelezen dat er hier nog een 13de eeuwse toren zou staan. Bij de VVV hadden we gevraagd waar we deze konden vinden. We werden verwezen naar de ander kant, dan waar we nu stonden. Dus lopen we de winkelstraat terug richting zuidoosten.

    Onderweg komen we een Blz. boekhandel tegen, Holtrop Boek- en kantoorboekhandel.
    De Fries : Op zoek naar de Friese identiteit = Op syk nei de Fryske identiteit / Erik Betten; Anne tjerk Popkema (vertaling). - FA nr. 1068. - Leeuwarden : Wijdemeer, 2013. - ISBN 9789082073812, 9789082073829

    Zoals gebruikelijk moeten we hier even naar binnen. Ook hier staat het boek met de ultieme vraag als titel in twee talen: Hollands en Fries. Toch maar voor de Hollandse versie gegaan. Dat leest voor een vermoedelijke Fries met Groningse veenkoloniën-roots toch makkelijker. Dit boek is natuurlijk perfect voor de eigen identiteitsonderzoek.


          Westermeer
    Uiteindelijk zien we een toren opdoemen. Dus dat zal 'm dan wel zijn.....
    Hier stond eens Rooms-katholieke Matheuskerk van Westermeer, die in de 18de eeuw is ingestort en afgebroken en volgens Wikipedia gebeurde dit afbreken al in 1695.

    De voornamelijk uit kloosterstenen opgebouwde toren, maar met kleinere bakstenen gerestaureerde toren (zie vooral bij de plaats waar eens de kerk aan de toren zat) stamt ongeveer uit de 13de eeuw.
    Over de leeftijd van de toren verschillen de diverse bronnen van mening. Naast 13de eeuw in 419 x en Treasor foto nr P0000018 lezen we op Wikipedia dat het om een 14de eeuw toren gaat, maar volgens het Rijksdienst voor Cultureel erfgoed, Monumentnummer: 18207 van het Monumentenregister gaat het om een 16de eeuws bakstenen toren.

    Eén graf springt wel erg in het oog. Het is behoorlijk groot, omringd door een hekwerk en toch maar één dekplaat. Aan het 'hoofdeinde' staat een pilaar. Hierop staat echter niets geschreven of afgebeeld. Wel viel op dat het een opening bovenin had. Het lijkt dus op een soort luchtkoker. Zou dit dan een grafkelder buiten de kerk zijn? Dat lijkt me wel bijzonder. En van wie zou dit dan zijn?
    Op de dekplaats staat slechts een rond logo of wapen. Dit is moeilijk te zien.
    Nieuwsgierig geworden toch nog maar even terug naar het VVV-kantoor in de Midstraat.
    Verder dan dat de begraafplaats eigenlijk "Westermeer" heet komen we niet. Gelukkig brengt de juiste zoekvraag op het internet uitkomst, na vergelijking van het graf met de foto op m'n camera. Dit blijkt de grafkelder te zijn van de familie Vegelin van Claerbergen.

    De plaats "Wesmeer" later "Westermeer / Westermar" was samen met andere kerkdorpen Nijehaske, Oudehaske, Haskerhorne en Snikzwaag de grietenij Haskervijfga (Haskerfiifgea).
    In de 15e eeuw ontstond Joure en toen het economisch beter ging met Joure dan Westermeer, werd het opgeslokt door Joure. Of, Westermeer is verder uitgegroeid tot Joure. De eerste Vegilin van Claerbergen, Philip Ernst (1613-1693), zette in 1656 voet op Friese bodem. Nazaten werden grietman o.a. van Haskerland (bron: Wikipedia). Vandaar dus een grafkelder hier in Joure. We zullen vast nog meer horen van en over deze familie.

    Het wordt intussen steeds later en we hebben nog een afspraak staan in Langweer en het is natuurlijk wel handig dat we daarvóór nog even rustig kunnen eten. Hoogste tijd om Joure te verlaten. We bedanken het VVV-personeel en lopen terug naar de auto.


          Langweer
    Een kwartier later lopen we alweer in Langweer, en lopen we langs de verschillende eetgelegenheden. Het wordt '
    La buona cucina', waar we buiten aan de straatzijde op het terras gaan eten. Voor de romantici onder ons, het restaurant heeft binnen nog een intiem plekje gecreëerd om te eten.
    Tijdens het eten valt ons op, dat aan de overkant van de straat, de huisnummers niet opeenvolgend zijn. Vermoedelijk liggen aan het zijsteegje de ontbrekende huizen. We zien dat er nog wat eitjes van de ene persoon naar de andere gaan. Zo ging het ooit, zo gaat het nu en zo zal het in de toekomst ook hopelijk blijven gaan.
    Het bestek van dit restaurant is tevens van italiaans design (Pinti Inox) en valt meteen in de smaak. Helaas alleen het koffielepeltje gefotografeerd.

    In slach om 'e buorren

    de Poarte
    Langweer.


    uitzicht op Langwarder Wielen
    Langweer.


    de Weversstreek
    Langweer.


    hoekpand Weverstreek/Buorren
    Langweer.


    'In'e heite hei'
    Langweer.


    steegje Efterom
    Langweer.



    Langweer.



    Langweer.

    De gids van het Langweerder Loopje In slach om 'e buorren is blij verrast met 2 extra meelopers. Na een korte introductieronde, van wie we zijn, waar we vandaan komen en wat we hier doen (toerist, vakantiebewoner, zeiler, campinggast etc.) en hoe we hier terecht komen, gaan we aan de wandel. We lopen de Buorren richting het oosten.
    (We kunnen eventueel hier het loopje met Pieter Brinksma - die vroeger dit loopje deed- lezen.
    Langweer / Langwar ligt op een zandrug, bestond al voor 1256 en was tot 1856 alleen over water te bereiken (wat heel gebruikelijk was). In dat jaar werd de Brédyk aangelegd richting Sint Nicolaasga.
    We lopen allereerst langs de Poarte en Foekjesteech. We lopen door tot het eind en komen uit op de Boarnsweachsterdyk. Links zien we de Langwarder Wielen en rechts zien we de polder. Hiervandaan zien we in de verte het monument de Sweachmermolen of Langweerder molen uit 1782. De functie van deze stellingmolen was tweeledig. Het was een korenmolen, maar zorgde ook voor een droge polder.
    We draaien ons om en lopen weer een stukje terug, zodat we rechtsaf kunnen, de Weversstreek op. Het gebouwencomplex, wat we hier links zien, met nummers 1, 3 en 5, waren oorspronkelijk vijf kamerwoninkjes onder een zadeldak- en heeft ook de momumentenstatus. We zien dat dit niet de rijkste buurt is. Maar tijden veranderen. Het water lonkt aan de andere kant en is verworden tot 'oude dag voorziening' voor de voormalige eerste burgers van het dorp en andere die zich dit willen permiteren.
    In de loop der tijd werden de vrachtauto's die hier vandaan reden steeds groter of langer, zodat dit problemen voor de gebouwen op de route ging opleveren. We lopen weer terug naar de Buorren en zien de oplossing voor dit probleem aan het hoekpand aan de rechterzijde.
    We gaan hier rechtsaf, de Buorren weer op en gaan bij de woning 'In'e heite hei' het steegje Efterom in. Hier komen we bij een stukje uit, waar plannen voor zijn, die nog gerealiseerd moeten worden. Het is zo goed, zo kwaad gefixeerd, maar duidelijk voor verbetering vatbaar.
    We lopen dit steegje helemaal uit en komen uit bij een oud haventje aan de Stevenshoek. Ook hier zijn de kansen gekeerd. Waren dit mogelijk arbeidershuisjes met bleekvelden, zoals we morgen in IJlst gaan zien. Nu vestigen hier boteneigenaren zich of zijn het vakantiehuisjes.
    We lopen verder de Stevenshoek op naar het bruggetje en zien links de verpauperde voormalige melkfabriek, waarin nu enige horeca-achtige zaken zitten.
    We gaan het houten bruggetje over en gaan op de Pontdyk linksaf en vervolgens houden we linksaf aan, met de haven mee richting Oasingaleane. Rechts zien we een particulier schepenmuseum "'t Boatsje" van Auke de Vries, waar we even een kijkje mogen nemen.
    We lopen verder de Oasingaleane op en vinden rechts het monument Oasingastate, beter bekend onder de naam Osinga State. Wat we hier zien is het in 1938-'40 opgetrokken raadhuis als kopie van in vroeg 18e eeuwse hoofdgebouw van Osingastate, bevat daarvan nog de kelderverdieping en fundamenten. (Bron: Monumentnummer 13240).
    Voor we naar de kerk gaan, vermeldt de gids dat we nu eigenlijk door voormalig water lopen. De kerk was omringd door water. Dit was vroeger de belangrijkste plaats voor de schepen om aan te meren. De muur aan de linkerkant van de dubbelbaanse Oasingaleane zou hiervan nog een restant zijn.
    Opmerkelijk aan de kerk aan de buitenzijde zijn de de windvaantjes. Waar meestal een haan staat, staat nu een zwaan. En achterop staat er een windvaan met drie zwaantjes. Binnen gekomen valt het een beetje tegen, maar dat komt mogelijk door de hoog gespannen verwachtingen, na het gelezen recensie materiaal.
    Na de kerk gaan we bijna allen nog een koffie drinken en praten we wat na.
    En vervolgens moeten we uiteindelijk toch nog in het schemerdonker naar huis rijden.
    Thuis gekomen konden we terugkijken op een volle en boeiende dag.


    Weidevogels nabij Idskenhuistermeer / Jiskenhúster Mar.

    Klokkenstoel van Teroele.

    Klokkenstoel van Dijken.

    Toegangshek begraafplaats Dijken.

    De waag (1879-1906) Langweer.


    Nog onbekend object Langweer.


    kerk Joure.


    Vaart waar de koffiebonen uit de Oost aankwamen
    DE-museum Joure.


    werkstuk koperslagerijwerkplaats
    DE-museum Joure.


    Boekenlegger drukken
    Fries Grafisch museum Joure.


    plaatjesbakken
    Fries Grafisch museum Joure.


    Friese klok
    DE-museum Joure.


    De als Protestantse kerk (1644) gebouwde Hervormde kerk, Joure.


    'de Jouster Tour' (1628).


    Toren begraafplaats Westermeer (13e eeuws).


    Grafkelder familie Vegelin van Claerbergen.


    Koffielepeltje van Pinti Inox (Pinti 18/C).


    De huizen zijn erg ondiep.


    Verrassend mooie deurtrekbel.
    Nog verrassender, hierboven een deurbel: drukknop met "Press" erop.


    Stevenshoek.


    Soms staat het antwoord op de grond geschreven.
    In deze contructie werden de paarden vastgezet, zodat de hoefsmid veilig z'n werk kon doen.






    Dag 6: van Oudemirdum naar IJlst, Bolsward en Workum

    kaart 6

    Het weer is voor deze 'mooi-weer-fietsers' iets te slecht en dus trekken we, nadat we thuis hebben ontbeten, koffie hebben gedronken en boodschappen hebben gedaan, er net als gisteren weer met de auto op uit.
    We rijden eerst naar de N359 en gaan rechtsaf naar het oosten. Vervolgens gaan we linkaf naar het noorden, de N928 op. Deze rijden we helemaal uit tot we op de N354 komen, die we linksaf naar het noorden nemen. Bij de Jeltesloot of Jeltesleat gaan we onder het water door, omdat Sneek werkt aan om de grote vaarverbindingen brugvrij te krijgen.


          IJlst
    Wij slaan hierna linksaf, de Hettingawei op en komen via Osingahuizen, de polderweg Alde Skatting in Nijezijl, waar we doorheen rijden en bij ons eerste doel komen, IJlst / Drylts. We parkeren de auto op de Galamagracht en gaan bij het stadsherberg 'Het wapen van IJlst' een cappuccino drinken.
    We zien intussen de brug diverse malen open en dichtgaan tussen de Wilddraai en Geeuw / De Geau naar Sneek.
    De Oude Ee / Ie / Ye, het riviertje tussen de Vlie, Flevo of Zuiderzee en de Middelzee, is erg smal, maar dat waren de scheepjes vroeger ook en zorgde dus voor een handelscentrum. IJlst heeft de hieraan ook haar naam te danken. Samen met de aanduiding voor watergang, Leke of Lits krijgt men Yleke of IJlst. Dr in Drylts zal komen van 'te der' IJlst, waarbij de 'e' uit 'der' werd ingeslikt of stom werd bij derIJlst (bron: ANWB-bord 61895/001).
    IJlst heeft ook een lange lijst met monumenten. We besluiten er maar eens langs te lopen. Omdat we vanaf het terras uitzicht hebben op een schaatsfabriek gaan we eerst Uilenburg op en neer lopen.
    In het pand met daarop 'Frisia Schaatsenfabriek' is nu bloembinderij 'de Kievitsbloem' gevestigd. Dit pand is rond 1880 gebouwd in Ambachtelijk-traditionele stijl en staat uiteraard ook op de monumentenlijst (nr 515182) met onder andere de volgende waardering en argument vanwege de in zeer grote mate aanwezige typologische en functionele zeldzaamheid.

    Dolfijn als aanzetkrul
    Uilenburg IJlst.

    Het volgende opgemerkte gebouw (monument nr 39882) uit 1755 is een woonhuis met een mooie halsgevel. Hierop staan aan weerkanten dolfijnen gemodeleerd als aanzetkrullen.
    Eén pand verder zien we een boerderij uit de 17e eeuw (monument nr 39883). Vergeleken met de foto op de Wikipedia monumentensite is het behoorlijk gerestaureerd. Wat opvalt is dat de voordeur langer is geworden en hiervoor ruimte naar beneden is gecreëerd. Ik tel op beide foto's nog 6 horizontaal gemetselde bakstenen, wat bevestigd dat de stoephoogte op gelijke hoogte is gebleven. Verder lijkt het alsof er onder de twee ramen van de eerste verdieping enig op de kopse kant gemetseld sierrand is gemaakt. Dit klopt inderdaad, maar meer omdat deze ramen zijn ingekort. Vergelijk op de beide foto's de lijn van de spijl van het bovenste raampje naast de schuurdeur met elkaar en zie dat op de zwartwit foto de vesterbank gelijk loopt. Op de nieuwe foto loopt het kopse kant gemetselde sierrand gelijk met deze spijl.
    Ondanks dat de oude Rispensstate er niet meer staat, is er nu toch een woonhuis met boerderij te zijn, die hier in de 19de eeuw zijn gebouwd en deze staan toch op de monumentenlijst (monument nr 39886). De eerste Rispensstate, was van Schelto van Rispens. Hij was rond 1650 burgermeester van deze stad, gecommitteerde bij Admiraliteit te Amsterdam van 25-05-1655 - 04-06-1658, lid Gedeputeerde Staten van Friesland van 26-04-1662 - 06-05-1666 en gecommitteerde bij de Generaliteitsrekenkamer van 28-07-1670 - 14-06-1673 (bron: historici.nl). Uit een notulenboek van de Nederlands Hervormde kerk te IJlst blijkt uit de dagtekening van 11 Februari 1674, dat de Burgermeester Schelto van Rispens, Botma met zijn nicht Donga te eten kregen en dat deze nicht ruzie kreeg met de burgermeestervrouw, die ook een nicht van Botma is, m.a.w. toen leefde Rispens in ieder geval nog (bron: De Schilder Frans Carree en zijne teekeningen voor de lijkstatie van Vorst Willem Frederik van Nassau / C. Hofstede de Groot (in: De Vrije Fries, XXVI, 1918), p 24).
    Over de Rispensstate is verder eigenlijk niet zoveel bekend.

    Wij lopen weer terug en beginnen aan de wandeling aan de Eegracht. Ons oog valt nogmaals op de enorme pijp die opdoemt tegenover de brede brug over de Ee. Dat deze brug zo breed is zal waarschijnlijk met het vrachtverkeer te maken hebben, wat naar deze fabriek met de naam 'Nooitgedagt' reed. Deze naam is afkomstig van de oprichter Jan Jarigs Nooitgedagt (1840-1920). Hij begon in 1865, zoals tegenwoordig ook nog steeds gebeurd, op zolder met de fabricage van houten schaatsen en schaven. Dit groeide uit tot een bedrijf wat vanaf 1913 zorgde voor de stroomvoorziening gedurende 10 jaren in grote delen van IJlst. Het bedrijf leverde in haar langdurig succesvolle bestaan, arbeid voor ongeveer 200 mensen.
    Lopen we het terrein op, dan zien we nog een gedeelte van geel gebakken stenen, waar de schoorsteen op staat, met hierbij de rookaanvoerkanaal. Even verderop op het terrein het uit gele baksteen opgetrokken en gerestaureerde fabrieksgebouw, wat nu is omgebouwd tot woonruimte.
    Lopen we nog iets verder tot aan de Westelijke Dijgracht, dan vinden we hier een 'tijdmachine' die ons zicht kan geven op IJlst zoals het er 700 jaar geleden ook uitzag.
    Men kan maximaal met 8 personen tegelijk de oversteek nemen, om met een wandeling van 4½ km kennis te maken met dit vergezicht van eeuwen geleden vanuit de Ruterpolder. Trek er een uur vooruit en geniet, van de natuurschoon in deze polder.
    Wij besloten tot een andere route en liepen terug naar de Ee-gracht om hier onze wandeling te vervolgen.


    Menniste tsjerke / Fermanje (Vermaning) IJlst uit 1857.
    Boven de deur staat geschreven:
    Eenheid in 't nodige - Vrijheid in 't onzekere. In alles de liefde
    Links op de gevel staat geschreven:
    Den 13de mei | De eerste steen gelegd door | Aaltje en Sijbrig P. Buitenhoff
    Rechts op de gevel staat geschreven:
    Leeraar de Weleerwaarde Heer J. Kuiper | Boekhouder Pieter J. Buitenhoff


    We komen eerst langs de doopgezinde kerk, die -zoals gebruikelijk is bij schuilkerken- een eindje van de rooilijn van de straat af gebouwd zijn. Dit monumentaal pand (met nr 39856) zal niet de eerste mennonitenkerk geweest zijn, want in 1543 -voor de Hervorming- waren er hier ook al Wederdopers. In IJlst is ook de eerste doopsgezinde slachtoffer van Friesland gevallen. Haar naam was Rixt Heyne. In Documenta Anabaptistica Neerlandica / Albert Frederik Mellink (redactie), S. Zijlstra (geredigeerd). - Kerkhistorische bijdragen, deel 17; ISSN 0169-8451. - 8 delen. - Leiden : Brill, 1995. - ISBN 90-04-10101-2
    deel 7. Friesland (1551-1601), Groningen (1538-1601)
    , op p. 86 wordt het Vonnis van Ricxt Heyne schuytemaeckers huysvrouwe verhaald.
    Allereerst suggereert dit dat de man van de veroordeelde vrouw dus Ricxt Heyne heet. De uitspraak voltrokt zich op 14 maart 1556. Ze heeft bekend herdoopt te zijn en wordt daarom geëxecuteerd. Ze wordt in een zak gestopt en deze wordt dichtgeknoopt. Vervolgens wordt het in het water gegooid, zodat ze verdronk. Hierna wordt het lijk uit het water gehaald en wordt het begraven onder de galg. Haar bezittingen worden geconfisqueerd.
    Richst Heynes is de naam die veelal (in de engelse taal) gebruikt wordt. Er wordt dan gerefereerd aan The bloody theater: or, Martyrs mirror of the defenseless Christians van Thieleman Janszoon Braght, die op p. 408 het verhaal verteld dat zo'n tien jaar eerder gebeurd, namelijk in 1547.
    We lopen een paar panden verder en staan voor 'De Messingklopper' stil. Dit monument (met nr 39857) uit 1669 is het oudst bewaarde woonhuis en wordt nu beheerd door de Vereniging Hendrick de Keyser.
    Alweer een panden panden verder, valt ons een breed woonhuis op. Dit blijkt thuisgekomen ook op de monumentenlijst te staan onder nummer 39858.
    Ook het volgende pand op de monumentenlijst (39859), was ons opgevallen. Meer om de licht vooroverhellende gevel, al valt dit op de foto nauwelijks te zien. Dit pand is 1972 gerestaureerd door Y. Schakel . Het engelenkopje is toen toegevoegd in de authentieke gevel van het oudste pand van IJlst 1.
    Op de achtergrond zien we al de volgende kerk te voorschijn komen, de Mauritiuskerk. Dit is de tweede versie. Z'n voorganger stond aan de overkant, waar nu het kerkhof is en kwam uit de 13e eeuw, maar is in 1828 afgebroken. Hier in de plaats kwam dus deze op de Eegracht, die in 1830 is gebouwd. Elementen uit de oude kerk, zoals preekstoel en doophek staan wel in deze nieuwe versie (Bron: Wikipedia Mauritiuskerk). Dat zal ook één van de redenen zijn, dat het opgenomen is in de monumentenlijst onder nummer 39860.
    Wanneer we ons omdraaien en onze blik verleggen naar de Galamagracht, zien we daar, van over de brug het voormalige stadhuis in volle glorie. Zo van een afstandje is het waarschijnlijk het beste te fotograferen, dus dat doen we maar alvast.
    We lopen verder en het valt op dat er opeens een aantal huisnummers ontbreken. We zien hier -net als in Langweer- dat er een steegje naar achteren loopt waaraan nog een aantal woningen staan. Het mooie 17e eeuwse pand onder zadeldak tegen puntgevel, dat wel met de gevel aan de grachtkant staat, is wel te vinden op de monumentenlijst onder nummer 39862. Maar ook het achterliggende pand valt hieronder.
    Een paar panden verder, komen we een mooi pand tegen, met daarin de Gereformeerde School (Gereformeerde Lagere School). Op 3 juni 1914 legt Jan Nooitgedacht Sr. hiervoor de eerste steen.
    We wandelen weer even verder en zien een mooi breed pand uit 1885, die net als de school niet voorkomen op de lijst der monumenten.
    Verder komen we geen bijzondere panden meer tegen tot we bij het volgende en laatste bruggetje komen. Hier lopen we op een muur die duidelijk uit twee soorten baksteen is gevormd. Het ene is een gele baksteen en het ander lijken wel kloostermoppen (!). Dit blijkt alleen zichtbaar bij de achterste gedeelte van de zijmuren. Ook de aansluiting van de daken lijkt erg bijzonder.
    Kijken we op de kaart van Schotanus uit 1664, dan zien dat hier een stins heeft gestaan, Ylostins of Ilostein, Ilostijn, Ilosteyn. Mogelijk heeft de bewoner van deze stins ook aan de naam van IJlst een bijdrage geleverd (bron: Lady Bug), maar dit terzijde. Het gaat ons om de kloostermoppen in de muur. Misschien zijn dit nog wel resten van, danwel stenen van deze voormalige stins. Maar misschien slaat onze fantasie op hol.
    Het pand er naast, waarvan we nog net de nok kunnen zien. Dit heeft een hoge dwarskap tegen zijgevel van gele steen met rode vlechtingen. Dit monument vinden we onder nummer 39864.
    Op een onbekende kaart van onbekende leeftijd vinden we beide panden herkenbaar (iets lichter gemaakt). Op deze stadplattegrond van het Fries Scheepvaart Museum zien we de dwarskap en het vreemd gecombineerd dak. De kerk staat op deze kaart ook nog, we zien het rechtonder staan. Dus deze kaart zou dan de situatie van voor 1828 schetsen. En zo wordt dit pand toch opeens interessant. Benieuwd of er ooit al eens onderzoek naar is gedaan.
    Voor ons is het nu zaak om het bruggetje over de Ee te gaan, om eindelijk de weg weer terug te kunnen gaan over de Galamagracht.

    Na het bruggetje lopen we eerst even naar het kerkhof om hier een blik op te werpen. Als we teruglopen naar de Galamagracht zien we op de achterkant van het pand aan de linkerkant 'Anno' '1779' op de hoeken ingmetseld staan.
    Even verderop vinden een pand met daarop een leeuw boven de deur ingemetseld. Hierop staat verder SvP en Anno 1668. Het zit op een vreemde plaats. Het lijkt alsof het er niet hoort.
    Op de hoek, tegenover de brug, zien we het voormalige stadhuis weer voor ons. Op deze plek stond ooit de Galamastins, vandaar dat de gracht ook zo heet. In 1736 werd de stins afgebroken en hier werd de oude raadshuis/stadhuis gebouwd. Deze moest echter ruim honderd jaar later alweer wijken, voor het huidige pand uit 1859. Dit monument vinden we onder nummer 515183. Aan de hoogte van dit nummer is al te zien dat het pas kort op deze monumentenlijst staat. Sinds 10-04-2000 is het ingeschreven, vooral vanwege het algemeen cultuurhistorisch en architectuurhistorisch belang.
    In de beschrijving wordt o.a. melding gemaakt van 'De dakkapel met geprofileerde daklijst wordt geflankeerd door vierkante zuitljes met met spitse pirons.' Hiermee wordt bedoeld: 'De dakkapel met geprofileerde daklijst wordt geflankeerd door vierkante zuiltjes met spitse pirons.' Helaas ontbreekt hier een omschrijving van beeldfiguren dat de vierkante zuiltjes dragen, behalve dat het hier om 'een gepleisterde sokkel met bloemmotief versierd' gaat, althans, voor de twee buitenste. Terwijl er toch duidelijk meer is te zien.
    Na 1985 verliest dit z'n status als bestuursgebouw en wordt het overgedragen aan de politie. Eerst als kantoor van de rijkspolitie en na de invoering van de Politiewet 1993 werd het tot 1999 gebruikt door de recherche. Daarna kwam het in particuliere handen (bron: Wikipedia Oude stadhuis).
    Na dit wandelingetje van drie kwartier lopen we weer terug naar 'Het wapen van IJlst' om een verse cappuccino te drinken.

    noten:

    1.
    It Dryltser Kypmantsje, maart 22, 2015 Van bakkerij tot woonhuis / Frits Boschma;

    internetraadpleging: 15-6-2017


          Nijland
    Hoogste tijd om onze route te vervolgen. We rijden dezelfde weg terug naar de Zuidwesthoekweg, waarna we rechts afslaan, richting Oostheim. We volgen de weg naar Folsgare, over de rijkssnelweg A7 heen naar Tjalhuizum. Hierna komen we door Nijland, maar de betovering van de panden aan Tramstrjitte doet ons afremmen en we registreren met de camera de beelden.
    Vanwege de betovering is het oude centrum Nijland dus vanzelfsprekend een beschermd dorpsgezicht. Het bijzondere aan
    Nijland is, dat het als enige gebouwd is op een kruispunt van wegen in de ingepolderde Middelzee. In welk jaar dit precies gebeurd is, blijft onduidelijk. De 13e eeuw is aannemelijk. Bewoning was er echter al vanaf de het begin van de jaartelling en is er immer gebleven.
    Het midden 15e eeuwse dorpskerk De Nicolaaskerk staat met z'n gracht omringd kerkhof op de monumentenlijst (39796 en 39797). Het pand met daarop groots geschilderd "Herberg en Stalling" doet je wegdromen naar vroegere tijden, dat je met de koets dorstig aankwam, nadat je over stoffige landwegen (die uiteraard nog geen harde wegdek hadden) had gereden, om je hier te verfrissen en de paarden te laten verzorgen. Mocht het al laat zijn, dan was een goede maaltijd en overnachting natuurlijk mogelijk.
    Dit in 1872 gebouwd, naar ontwerp van A. Breunissen Troost, is een geschilderd, sober neoclassicistisch pand (bron: Monumenten in Nederland : Fryslân / Ronald Stenvert, Chris Kolman, Sabine Broekhoven, Saskia van Ginkel-Meester en Yme Kuiper. - Zeist/Zwolle : Rijksdienst voor de Monumentenzorg / Waanders Uitgevers, 2000. - p. 239). Maar er schuin tegenover staat een mooi pandje met jugendstil of art nouveau-achtige gevel waarop een mooie boog is aangebracht.
    In 1597 schreef Andreas Cornelius een legende op van twee aan elkaar gebonden ossen, die de plaats aangaven, waar de kerk gebouw moest worden. Het kunstwerk 'De Oksen' van Anne Woudwyk geeft uiting aan deze legende. De gespleten steen bevat aan de ene kant de voorkant (het leven) van de os en de ander de achterkant (de dood). Daar tussendoor loopt het kerkepad, dat leidt langs alle facetten van het leven. Van Anne Woudwyk zullen we nog meer werk tegenkomen deze reis.


          Bolsward
    Wij rijden door een beginnend regenbuitje verder en komen enkele minuten later aan in Bolsward. We parkeren de auto langs de Stadsgracht op de Gasthuissingel. De andere kant heet Turfkade en dat spreekt meer aan, vanwege de gedachte dat hier dus met de turfschepen aangemeerd werd om de turf te lossen.
    We lopen via de Sneekerpoort, rechtsaf de Grote Kampen op en komen uit bij het Groot Kerkhof, waar de Martinikerk van Bolsward staat. Enige verbazing maakt van ons meester, want dit is geen kleine kerk. De openingstijden sluiten bijna bij ons ritme aan, dus we moeten nog even 10 minuten wachten, maar tijdens het weglopen, gaan de deuren al open en kunnen we toch naar binnen.
    De buitenomvang is binnen goed te merken. Waar te beginnen. Binnen worden er totaal ruim zeventig foto's gemaakt, in de hoop dat er niets belangrijks is gemist. Om de omvang en impact te begrijpen is documentatie ontontbeerlijk. Want de geschiedenis is lang en begint met de bouw van eerste kerk op de terp Oldehoof omstreeks 800, wat vervangen wordt en uitgroeit tot dit gebouw in Bolsward.
    We zien een boek van J.J. Kalma liggen, met de titel "Mensen in en om de Martini : Beelden uit Bolswards kerkgeschiedenis". Het handzame foldertje "Martinikerk Bolswerk" is een prettig werkje om de kerk mee rond te lopen. Deze rondgang staat inclusief foto's ook op de site van de kerk en het lijkt ons overbodig om dit nogmaals te beschrijven. Enkele opvallende zaken willen toch ook hier even de revue laten passeren.
    Zoals bijvoorbeeld de zogenaamde Sint Maartensteen, die omstreeks 1350 is gemaakt van rode Bremer zandsteen. Hierop staan voorstellingen uit het leven van Christus en Sint Maarten. Deze steen komt uit de voorganger van deze kerk, de Romaanse tufstenen kerkje die omstreeks 1100 op de terp Oldehoof was gebouwd. De steen komt uit de toren van deze kerk die aan de westzijde was gebouwd, waar het in de gevel was gemetseld.
    Een bijzonder object in de kerk is het -mogelijk enige in Nederland nog complete- witstoel. Deze constructie werd gebruikt om in de hoogte de kerk te kunnen onderhouden, dus voor reperaties en schilderwerk, waaronder het witten. In alle gewelven zitten op diverse plaatsen gaten, waaraan middels touwcontructies en katrollen, de bak gehangen kon worden. Naast het hijstoestel, de bijbehorende bak en de katrollen was ook de benodigde 90 meter touw nog aanwezig.
    Wat ook een impact had was het triologie kunstwerk Agnus Deï van Willem Zijlstra. Dit werk bestaat uit het Altaarstuk, Neem, eet, dit is mijn lichaam in blik en de film.
    Zijlstra brengt met dit werk de overbekende en veeluitsproken woorden ‘Jezus als het lam van God’ en ‘het lam voor ons geslacht’, beeldend in herinnering. Hij vraagt zich terecht af of we ons nog wel beseffen wat we zeggen. Hij probeert met dit werk het thema Offer in een eigentijdse vorm dichterbij te brengen.
    We kunnen niets anders zeggen, dan dat dit gelukt is.

    Waarover niet wordt gesproken in de folder of op de site, zijn de talloze fratskoppen die de kraagstenen versieren waarop de stelsels van diagonale, dwars- en langsribben staan. Er waren naast gevormde hoofden, ook lichamen die het een of ander uitbeelden. Hieronder een rondgang door de lucht.

    Na dit kerkbezoek gaan we Bolsward bekijken. We lopen om de kerk van de Kerkstraat naar de Katterug. Bij het bruggetje gaan we twee maal linksaf en lopen we weer terug over de Grote Dijlakker. Hier komen we het pand tegen van 'Stichting Archief- en Documentatiecentrum voor R.K. Friesland' welke bezig zijn de collectie beschikbaar te stellen op het internet www.archiefrkfriesland.nl. We kregen de indruk dat we hier naar binnen konden, want de deur stond open. De medewerkers waren net thee aan het drinken en vroegen of ze ergens mee van dienst konden zijn. Aangezien we niet precies wisten waar we waren, nam Dhr. Piet Postma ons apart en vertelde het doel en geschiedenis van de stichting. Ze beheren o.a. de archieven van ABTB, KVP, Titus Brandsma, Theresia Franeker en Kardinaal de Jong. We krijgen de ADRKF-folder en laatste nieuwsbrief mee.
    Zoals net verteld was lag om de hoek het Titus Brandsma Museum. Om dezelfde hoek staat ook Sint-Franciscuskerk. Wij willen echter nu even wandelen. We lopen verder en gaan direct naar de overkant van het water en lopen over de Wipstraat naar het stadhuis. Hier gingen we ook maar even een kijkje nemen. Dit raadshuis is tussen 1614-1617 gebouwd in de stijl van het Fries maniërisme en is nog steeds in gebruik. We mogen zelfs op de kamer van de burgermeester een kijkje nemen, omdat hij er niet is. Daarnaast is er hoop te zien in de Vierschaal, raadzaal, de gangen en de Oudheidskamer. Fotograferen valt echter niet mee, vanwege het glas waar het achter ligt, danwel de glans die er op komt door de lampen. Hierdoor is een schilderij dan ook niet goed te bekijken.
    De schoenen die gevonden waren op de plaats waar tot 1580 het Minderbroedersklooster stond, zijn leuk om te zien. En evenzo de kerfstokken uit de bakkerswinkel.
    Wij zijn inmiddels nodig aan een verfrissing toe. Dus buitengekomen vervolgen we de weg, de Jongemastraat. We zien echter aan de rechterkant de op 8 mei 1980 door brand verwoeste Broerekerk. Deze kloosterkerk werd in de 13e eeuw gebouwd. Nu is de constructie in staal en glas gerestaureerd, zodat de ruïne zichtbaar is gebleven.
    We lopen verder over het parkeerplein en gaan de Heeremastraat in en hier gaan bij de volgende weer rechtsaf, de Kerkstraat in, waar we op de hoek met de Jongemastraat Restaurant Grand Café Het Praethuys tegenkomen, waar we twee heerlijke huisgemaakte monchoutaart met cappuccino nemen.
    Na deze verkwikkende ontspanning, lopen we verder richting winkelgebied. We nemen de kant van de Appelmarkt en steken de Marktplein over naar de Dijkstraat. Deze lopen we helemaal uit en lopen verder langs de kade van de Stoombootkade. Dit gaat over in de Turfkade en zo komen we weer bij de auto uit. Hoogste tijd om te vertrekken. En dat gaat bij ons niet altijd even soepel, dus via een locale omweg komen we uiteindelijk op de weg die we willen hebben, de N359.


          Workum
    Deze weg volgen we naar Workum / Warkum, waar we de auto op de Noard parkeren. Hier gaan we op zoek naar het pand waar Maikel Galama huist met zijn bezoekerscentrum voor Genealogie, grafsteenfotografie en andere historische fotografie en verkoop van boeken en muziek. Onderweg komen we een beeld tegen van Uffing van Workum: Friese Monnik, schrijver en dichter in de Benedictijner Liudger-Abdij te Werden (ca 945 - 1025), gemaakt door beeldhouwster Sofie Hupkens (Sao Paulo, 1-8-1952)1 en geplaatst in 1997.
    Het bezoekerscentrum blijkt tegenover RK kerk te staan, waarvan hij ook het kerkelijk museum gefotografeerd heeft. Na bezichtiging van zijn bezoekerscentrum, waaruit natuurlijk een boek gekocht is, koffie en koek hebben gedronken en gegeten, gaan we met z'n allen een heerlijk hapje eten bij Vegetarisch en vis restaurant It Pottebakkershûs, waar vanzelfsprekend -met zo'n naam- ook een pottenbakkerij Koch Pottery. De combinatie is erg leuk. Zelfs op het toilet is het te merken, want het blijft niet beperkt tot een kopje en schotel. Je verwacht het niet, maar er gaat heel ruimte schuil achter een gevel. Ook het eten is erg goed -we eten een verrassingsmenu (die voor sommigen toch verklapt moet worden) en een pasta met zalm- evenals het gezelschap, dus we hebben een goede avond. Het resultaat is dan ook, dat we wederom in het donker naar huis mogen rijden. Enkele jaren later zullen we wederom Workum bezoeken.

    noten:

    1.
    rkd
    Sophie Hupkens;

    internetraadpleging: 1-6-2017


    brug Uilenburg-Eegracht met hierachter Frisia Schaatsenfabriek.

    de Wilddraai.

    Geeuw / De Geau.

    halsgevel Uilenburg IJlst.

    Boerderij Uilenburg IJlst.

    Voormalige plaats van Rispensstate
    Nu woonhuis + boerderij
    Uilenburg IJlst.

    De Ee in IJlst, met links de straat Galamagracht en rechts Eegracht met de overtuinen.

    De Pijp in IJlst, schoorsteen van de Nooitgedagtfabriek.

    Handpondje in IJlst, ook te gebruiken voor een tijdreis.

    De Messingklopper, 1669, in IJlst.

    Breed woonhuis, 19de eeuws, in IJlst.

    Voormalige stadhuis (1859) Galamagracht, IJlst.

    Pand met puntgevel (17e eeuws), Eegracht, IJlst.

    Achterzijde pand onder zadeldak tegen puntgevel zonder vlechtingen (1779), Galamagracht, IJlst.

    Galamagracht (1668), met leeuw boven de deur, IJlst.

    Neoclassicistisch pand (1872), Nijland.

    Tramstrjitte, Nijland.

    'De Oksen' van Anne Woudwyk, Nijland.

    Nicolaaskerk (16de eeuw met gebruikmaking van 13de-eeuwse materialen voorganger), Nijland.

    Stadsgracht en Turfkade, vanaf de Sneekerpoortsbrug, Bolsward.

    Stadsgracht en Hoog Bolwerk, vanaf de Sneekerpoortsbrug, Bolsward.

    Martinikerk, moederkerk van Westergo, Bolsward.

    Drieposten, wandelend over de Grote Dijlakker, Bolsward.

    wandelend over de Grote Dijlakker, Bolsward.

    pand 1625, wandelend over de Grote Dijlakker, Bolsward.

    Stadhuis, Bolsward.

    bakker kerfstokken, Oudheidskamer, Stadhuis, Bolsward.

    Broerekerk, Bolsward.

    Stoombootkade, Bolsward.

    Uffing, Workum.






    Dag 7: van Oudemirdum naar Hindeloopen en Koudum

    kaart 7

    Vandaag is het de laatste dag dat we in Oudemirdum verblijven en gezien het bijna 'moordende' tempo van alle plekken die we bekijken en vooral de grote input van de vele nieuwe beelden daarbij, besluiten we het vandaag rustig aan te doen. We gaan alleen naar Hindeloopen. Eerst maar eens rustig thuis ontbijten en koffie drinken. Hierdoor gaan we pas na elven op pad.
    We reden de weg naar Hemelen voor de zoveelste keer, maar merkten nu pas het kleurrijke 'Herdenkingsmonument' in de flauwe bocht van de Hegewei op. Specifiek worden hier S. Sijtsma en Y.B. Yntema herdacht, die kort voor de (WOII) bevrijding zijn gefusilleerd.
    Via Warns komen we door Melkwerum en rijden verder over de Sédyk naar Hindeloopen / Hylpen.


          Hindeloopen
    We parkeren de auto net buiten het oude centrum in de Hanzestraat en lopen over de Westerdijk richting het oude centrum, waar we voor eerst zicht krijgen op naar het lijkt één groot openlucht museum, waar nog gewoon gewoond, gewerkt en geleefd wordt. Vanzelfsprekend is het gehele gebied beschermd stadsgezicht, met daarin diverse
    monumenten.
    We slaan rechtsaf, de Nieuwe Weide in en komen over de eerste brug, de Nieuwstad in. Maar op de brug zien we in rechterooghoek een prachtig pand staan. Dit voormalig raadhuis valt vooral in het oog vanwege het tympaan. In het tympaan zitten twee symmetrisch geplaatste horizontaal liggende ruitramen en daartussen twee staande ovale ramen. Over de ovale ramen is een zwart laken gedrappeerd, uitgesneden in hout. Dit pand is dan ook een monumentaal pand, met nummer 22174. We lopen verder en we treffen de VVV op nummer 26, waar we even naar binnen gaan.
    Natuurlijk is het altijd handig om een plattegrondje te hebben, als je door zo'n historisch stadje gaat wandelen. Je hebt dan overzicht en kunt zien wat je nog niet gezien hebt of wat je juist wel gezien moet hebben. Na alle folders en andere documenten bestudeerd te hebben, nemen we er enkele mee en na enige twijfeling of we een boek nú mee zouden nemen of op de terugweg, wist er iemand ons te overtuigen om het laatste exemplaar van Hindeloopen : Stad van levende herinneringen / Karel F. Gildemacher e.a., toch nu maar mee te nemen. En dat deden we maar.
    We moesten even wachten en er kwam nog iemand binnen die enkele spulletjes kwam opruimen. Het bleek te gaan om degene die het Nawoord van het net aangeschafte boek had geschreven: Andries Blom, de voorzitter van Folkloristische zang- en dansgroep Aald Hielpen. Hij sierde de omslag van het blad Folklore vanwege het honderdjarig bestaan van zijn Aald Hielpen en het uitkomen van dit boek. Blij verrast maken we even kennis met elkaar en bespreken we kort het één en ander.
    We beginnen hierna onze ontdekkingstocht door Hindeloopen. In het standaard-Fries hebben we het over Hylpen. De Hindeloopers zelf spreken in hun eigen variant echter, zoals we reeds konden lezen, over Hielpen. En nu we toch bezig zijn, de Woudfries (waar we nu verblijven in ons huisje) en Kleifries (waar we vanaf morgen verblijven) heeft het over Hynljippen.

    We lopen verder over de Nieuwstad en slaan rechtsaf de Mienscharsteeg in, die we even op en neer lopen tot het water. De luiken van een hoekpand met de naam Irene zijn allemaal met de deugden en de klederdracht van Hindeloopen beschilderd (nr. 22189).
    Even verderop lopen we over het tweede bruggetje naar 't Oost, hier slaan we linksaf naar het volgdende bruggetje met sluis. Aan de linkerkant van de sluis staat de Sluiswachterswoning en voormalig tolhuis, uiteraard beschermd (nr. 22191). Dit Sylhús (Zijlhuis) heeft aan de dijkzijde een 'leugenbankje' aangebouwd gekregen in 1785 en op het dak een open houten klokkentoren met spits. In de muur is een stadswapen uit 1619 aangebracht. Boven het leugenbankje is een afbeelding van de wonderbaarlijke visvangst door Petrus en andere discipelen geplaatst. Dit reliëf werd in 1905 gemaakt door T. Gerlsma. De leugenbank is een open gebouwtje waar de oude vissers- en varenslui elkaar vroeger de laatste roddels en sterke verhalen vertelden over hun tijd op zee. Een hangplek voor oud (en jong), wanneer de toeristen weer afwezig zijn.
    Nu waren we toe aan een cappucinno en laten we nu aan de andere kant van het bruggetje een terrasje zien. Achter het glas op het terras van Ame Gijs is het goed toeven.
    Na deze aangename pauze lopen we weer terug naar het sluisje. We lezen op het informatiebord dat de sluisdeuren twee keer per jaar worden verwisseld. Er waren zomerdeuren en winterdeuren. De niet gebruikte deuren werden zolang bewaard in het 'keerhok'. Men rekende voor kleine bootjes minder, omdat er maar één deur open hoefde.
    Vanaf de brug hebben we een mooi uitzicht over de stad. We zien een stukje van de sluis op de foto. Daarachter een betonnen scheepshelling en een stukje kade, met daarachter een scala aan woningvormen.
    We lopen de dijk naar beneden over de Kalverstraat, die parallel loopt met de Zijlroede. Bij de Wipbrugsteeg gaan we de steeg rechtsaf in, om wat geld te pinnen bij de Regiobank. Kennelijk zijn ze de enige bank hier, want ze vragen 1% van de transactiesom. Een pinautomaat is hier niet. Verrassend.
    We lopen weer terug en genieten even van het uitzicht over De Zijlroede vanaf Wipbrug, om vervolgens nog eens terug te lopen, waarna we rechtsaf de Tuinen oplopen, zodat we weer richting de haven gaan. Bij 't Oost aangekomen gaan we linksaf richting de dijk. Hier waaien we even uit, maar er staat een straffe wind op de pal op de dijk, dus gauw weer de luwte in.
    We lopen de Buren in en lopen langs het schilderatelier van Johan Mulder. Zijn trompe-l’oeil-werken lokte ons naar binnen. Altijd verrassend hoe deze wordt toegepast en hoe echt het lijkt. Hij laat het graag zelf even zien in een 3 minuten durend filmpje.
    Met enkele -in beperkte oplage gedrukte- afdrukken verlaten we het pand.
    Op het bruggetje over de Houwswijk, Hindeloopen
    We lopen nog een eindje verder de Buren op tot we links een steegje zien. Hier gaan we in. (Dit steegje staat niet op de kaart, maar op het minuutplan uit 1832 komt het wel degelijk voor.) We komen een bruggetje over de Houwswijk tegen, waar we mooie "romantische" foto's hebben gemaakt. Het steegje loopt verder langs een boerenschuur en komt uit op de Tuinen. De boerderij blijkt de Hindelooper markt te zijn, waar we natuurlijk even kijkje nemen, immers "Wie hier voorbij loopt zonder te kijken, mist een ervaring!" En dat is het zeker. Heel veel verschillende "tweede hands" spullen, je kunt het zo gek niet bedenken of het staat er wel. Sterker nog, er staan zelfs dingen, die je niet eens had kunnen bedenken! Dus trek er een uur voor uit en ga eens lekker snuffelen.
    Nadat wij uitgesnuffeld zijn, gaan we weer naar buiten en zien rechts aan de overkant "de Vermaning" staan. Dit gebouw van de Doopsgezinde kerk is gebouwd in de 17e eeuw en in 1838 verkleind. Dat zie je ook niet vaak!
    We liepen door hetzelfde steegje terug naar de Buren om onze weg te vervolgen. Zo komen we bij de kerk aan. Links hiervan zien we het oude Stadshuis, waarin tegenwoordig het museum huist. Ook zat de waag in dit pand en werd er recht gesproken. Een geblinddoekte Vrouwe Justitia hangt boven de deur. Deze panden zijn uiteraard monumenten (nr. 22174).
    De deurpost is ook de moeite van het bekijken waard. Hier zijn aan weerskanten halve rondingen in aangebracht (de deur gaat dus naar binnnen open, zoals gebruikelijk, maar nu kan het niet anders). Deze rondingen bevatten houtsnijwerk met daarop bloemen, vogels en trompblazende engelfiguren en andere versieringen. Dit geldt ook voor de deur onder de trap, maar dan zonder engelen.
    Peter Tazelaar (Fort de Kock, Ned. Indië, 5 mei 1920 - Hindeloopen, 6 juni 1993) - Soldaat van Oranje, Gentleman-spy, Dolende Ridder.
    Dit standbeeld staat sinds 2013 op het Museumplein, waar het zaterdag 22 juni om 15:00 uur is onthuld.
    Voor allen die strijden voor vrijheid

    Voor Engelandvaarder Peter Tazelaar was de vrijheid het hoogste goed. Vanaf november 1944 tot aan de bevrijding opereerde hij als geheim agent in Friesland. Op zijn oude dag vond hij in Hindeloopen zijn thuishaven.
    De stichting met zijn naam heeft ten doel het over het voetlicht brengen van geschiedenissen, die getuigen van individueel handelen -ten koste van zichzelf- met als doel het verdedigen of verwerven van vrijheid, ongeacht nationaliteit of taal, zíjn gedachtengoed.
    Stichting: Peter Tazelaar
    Wikipedia: Peter Tazelaar
    Op de zijkant van het stadhuis wederom houtsnijwerk bij de hier aanwezige deur. In het tympaan boven de deur staat een man met zwaard en een ratel. De man zou in dat geval een politieagent kunnen voorstellen of zoals ze voorheen genoemd werden een klepper- of klapperman, wanneer ze met een klepper of klapper liepen. Of zoals in dit geval een ratelman. Achter deze deur zit dus zijn wachtkamer. 's Nachts liep hij zijn waakzame ronden om de buurt veilig te houden.
    We lopen verder en zien op het hoekje van het pleintje een standbeeldje verschijnen van Peter Tazelaar. Er was enkele jaren geleden al een boek over hem uitgekomen: De grote Tazelaar. Ridder & Rebel van Victor Laurentius (ISBN 9789081397216), maar dit beeldje is nieuw. Het is dan ook onlangs geplaatst.
    We lopen een rondje om de kerk en kijken even binnen, maar er is niet veel te zien, dus we zijn ook gauw weer buiten, waarna we richting museum lopen, om daar een kijkje te nemen.
    Hier is wel veel te zien, maar het is niet erg groot, dus erg lang ben je er niet mee bezig. Na ruim een half uur zijn wij door de routing en hebben de verzameling gezien bestaande uit o.a. klederdracht, huisinrichting, scheepvaart, schilderijen, kaarten en de handel, wat wel een bepaald beeld achterlaat. Foto's zijn er ruim voldoende gemaakt, ondanks het vele glas, dat fotograferen erg lastig maakt. Maar deze zullen waarschijnlijk bij de geschiedenis literatuuronderzoek Ontdekking van de Vrije Friezen dienst gaan doen.
    In het museumwinkel kunnen we de twee herdrukte boekjes van S.O. Roosjen en D. Kroeze "Merkwaardigheden van Hindeloopen" en "Taalproeven van Hindeloopen" niet laten liggen, ook al is originele document al ingescand door Google.

    Intussen zijn we wel even toe aan een pauze. Om de hoek, aan het begin van Buren zit het restaurant Sudersee waar we heerlijk op het terras kunnen zitten. Het is trouwens wel een aanrader om ook even binnen te gaan kijken om de vele oude foto's die de wanden sieren, te bekijken. Voor een beter beeld is er ook nog een Sudersee krant beschikbaar met achtergrond informatie, menu en geschiedenis over de stad.
    We verlaten de stoelen en gaan weer aan de wandel. We vervolgen de weg over de Nieuweweg. Dit is een duidelijk verwijzing naar de ouderdom van deze straat, want op het minuutplan uit 1832 is dit nog water. Wij gaan bij aankomst bij de Tuinen linksaf en nemen het tweede steegje naar rechts, zodat we op de Klinten uitkomen. Hier gaan we even naar links en meteen weer naar rechts, een doodlopend steegje in, met dezelfde naam, dat uitkomt op de Zijlroede, waar we net de 'Kameleon' zien vertrekken. Op de laatste foto is duidelijk dat het water de weg was. En misschien is het hier in Hindeloopen nog steeds wel het belangrijkste vervoersweg. Alles is er immers nog steeds op ingericht. De boten liggen voor het huis, zoals tegenwoordig de personenauto's voor het huis staan geparkeerd op straat.
    We lopen het steegje terug en lopen de stad uit via de Klinten, Oude Weide en nemen vervolgens het steegje de Kleine Weide. We bereiken de Nieuwe Weide en nemen de nieuwbouwstraten De Weidestraat en Stadsweide door dit nieuwe wijkje. Over de dijk bereiken we weer de auto. Via de Oosterdijk verlaten we het mooie Hindeloopen en rijden over de Slapersdijk voldaan naar huis. Althans dat denken we.


          Koudum
    We rijden over de N359 en zien daar het dorp
    Koudum opdoemen en beslissen last-minute toch deze weg te verlaten en even Koudum te aan te doen. We parkeren de auto op één van de parkeerhavens rond de Martinikerk uit 1857. De kerk had twee voorgangers (1617 en 1831). Spulletjes uit de voorgangers zijn terug te vinden in deze nieuwe versie.
    We lopen de Hoofdstraat in en zien dat dit een echte dorpsstraat is. Niets proberen de historie een kans te geven, maar gewoon proberen de tijd bij te houden, met gevolg lelijke puien, terwijl je kunt zien dat er juweeltjes van meerkleurige geveltjes tussenzitten. Maar goed. We komen al gauw een boekhandel tegen: Boekhandel Muizelaar. Voor lokale (toeristische) informatie kun je hier terecht, maar ze hebben ook een verrassende collectie boeken. We kiezen er uiteindelijk twee uit, die we graag meenemen.
    We lopen de winkelstraat op en neer, bekijken een kunst doe-het-zelf winkel en een woninginrichtingwinkel die in een voormalig kerkpandje zit, zien de dependance van het fietsenverhuurbedrijf 't Fietshoekje, lopen een rondje om de kerk en zijn weer terug bij de auto.
    Nu rijden we toch ècht terug naar Oudemirdum, zodat we de eerste week vakantie kunnen gaan afronden en voorbereidingen voor de volgende week kunnen treffen.


          Oudemirdum
    Na thuiskomst en een drankje, is het de hoogste tijd om de fietsen terug te brengen naar 't Fietshoekje. Onderwijl verzinnen we dat we eigenlijk nog helemaal geen foto's van Oudemirdum gemaakt hebben. En dus lopen we voordat we gaan eten even naar de kerk. We komen daar toch langs en lezen wat er hier op het informatiebord staat. In het kort de geschiedenis van de streek, die we dus de afgelopen week hebben bekeken.
    Restaurant Brasserie "de Brink" op de Brink te Oudemirdum, waar we een aantal malen onze avondmaaltijd hebben genuttigd.
    Hierna lopen we de Brink weer op voor een warme maaltijd bij Brasserie "de Brink", waar op het menu nog steeds eten staat, dat we nog niet gegeten hebben. Dus nog steeds keuze genoeg.
    Na het eten bedanken we het personeel hartelijk voor de goede zorgen en lopen we terug richting het huisje.
    We hadden ons echter nog voorgenomen om door het Oudemirdumer bos te wandelen, omdat we de hele week al een bord tegenkwamen over een herdenkingssteen die in het bos zou staan. Al wandelend bleek dit bord toch iets verder te staan, dan dat we ons vanuit de auto, danwel vanaf de fiets herinnerden. Maar uiteindelijk kwamen we het bord toch tegen en vanaf daar gingen we het bos in.
    Op deze plek werden op 27 februari 1945 gefusilleerd en begraven Jacob Wilbers en Johannes Wissink. Om deze verzetshelden niet te vergeten plaatste de Gaasterlandse ex-illegaliteit in 1950 dit monument. Het gedenkteken is door leerlingen van basisschool "De Wâlikker" in Oudemirdum geadopteerd.
    Jacob Wilbers, geboren op 4 mei 1918, onderwijzer, werd 23 februari 1945 in Woudsend gearresteerd. Hij is 9 juli 1945 herbegraven op de hervormde begraafplaats in Oudega.
    Johannes Wissink, geboren op 4 april 1920, scheepstimmerman. Hij werd op 10 juli 1945 herbegraven op Nieuw Eijk en Duin te Den Haag.
    Ook hier was het heuvellandschap duidelijk te zien en merken. Het bos was vochtig en dat stimuleerde de zintuigen. Voor die van de geur. Een heerlijke zomerse boslucht, een mix van den en andere naaldbomen, grassen en aarde. De zonnestralen probeerden door de licht heen en weer zwaaiende kruinen van de bomen te schijnen. Dit gaf een mooi effect op de met naald- en bladresten bezaaide glooiing.
    En opeens stond daar het herdenkingsmonument.

    We laten de gedachten op z'n beloop gaan en bespreken de bevindingen op de wandeling terug naar het huisje.
    We nemen nu een ander pad. Om en door de camping en park. Een mooie wandeling van drie langzaamlopende kwartieren.
    Nadat we thuis zijn, is het tijd om het huisje aan kant te maken en alles in te pakken wat in te pakken valt. Na een aflevering van Merlin valen we weer snel in slaap.


    Voormalig raadhuis, Nieuwe Weide, Hindeloopen.

    Gebouw 'Irene' met beschilderde luiken, Nieuwstad, Hindeloopen.

    Uitzicht brug over Easterfeart, Hindeloopen.

    Haven, Hindeloopen.

    Sluiswachterswoning met klokkentoren en 'leugenbankje', Hindeloopen.

    Uitzicht brug over De Zijlroede, Hindeloopen.

    Kalverstraat / Kalestrete, Hindeloopen.

    Dijk bij 't Oost en Dijkweg, Hindeloopen.

    Hindelooper markt, Hindeloopen.


    oude Stadshuis, 1683, Hindeloopen.


    Deur wachtkamer, Hindeloopen.

    NH-kerk 1632, Hindeloopen.

    de Kameleon op de Zijlroede, Hindeloopen.

    de Zijlroede, Hindeloopen.

    Verlengde Hoofdstraat, Koudum.

    Martinikerk, Smidsweg, Koudum.

    fiets bij 't Fietshoekje, Oudemirdum.

    PKN-kerk "de Fontijn", Oudemirdum.

    hotel restaurant "Boschlust", de Brink, Oudemirdum.

    VVV Mar en Klif, de Brink, Oudemirdum.

    Bos bij Oudemirdum.






    Dag 8: van Oudemirdum naar Ee

    kaart 8

    Omdat we gisteren alles grotendeels hadden afgehandeld, kunnen we vanochtend rustig wakker worden, met ontbijtje en koffie. Na alles ingepakt te hebben en in de auto hebben gestopt, gaan we weer op pad. Het wordt -zo blijkt achteraf- een ritje van zo'n 150 km. En ook achteraf, toen we in het andere appartementje kwamen, blijkt dat we niet alles uit de koelkast hebben gehaald. Maar dat zijn altijd van die dingen, waar je achteraf achter komt.


          Baburen
    We rijden eerst naar de N359, om het inmiddels bekende terrein achter ons te kunnen laten. Dus rijden we vlot langs Koudum, Workum en Parrega. Bij Tjerkwerd zagen we weer de molen van Baburen in het vizier komen. En in het kader, zoals we ons voortaan voornemen "als je iets ziet, wat je op de foto wilt hebben, moet je het meteen doen, want waarschijnlijk zie je het nooit weer", zal deze ook op de foto komen. De afrit naar Eemswoude was hiervoor ideaal. De achtkante grondzeiler
    Beabuorster Mole staat bijna recht hier tegenover.


          Witmarsum
    Na dit korte oponthoud gaat de rit weer verder, langs Bolsward, om hierna linksaf naar
    Witmarsum / Wytmarsum te gaan, waar we weer op nieuw terrein komen. Witmarsum stond natuurlijk op het verlanglijstje vanwege Menno Simons (1496-1561), zie ook eventueel Literatuuronderzoek "Ontdekking van de Vrije Friezen" .
    We naderen over de Easthimmerwei het dorp en zien een uit buizen bestaand silhouet van een kerk. Hier heeft zeker een kerk gestaan, dachten we nog. We slaan vervolgens linksaf de Arumerweg in, waar we de auto op een parkeerplaats langs de Wytmarsummer Feart parkeren. Dit dorpje heeft iets, iets vreemds of misschien is bevreemdend een beter woord. We staan aan het water met daar pal tegenover een schoorsteen en industriegebouwen van Zuivelfabriek "De Goede Verwachting" welke trouwens ook weer op de monumentenlijst (nr. 516521) te vinden is, met name vanwege de -in zeer grote mate aanwezige- typologische en functionele zeldzaamheid op provinciaal niveau. Langs het water krijgen we meteen een prachtig doorkijkje op de Fabrieksbrug / Fabryksbrêge.
    We lopen over deze brug richting kerk. Hier vinden een informatiebord over de kerk en zonnewijzer, die we vanaf hier op de toren kunnen zien hangen. Een oud baasje spreekt ons aan en vertelt ons het één ander over deze Bonifatiuskerk of Koepelkerk (nr. 39435). We lopen verder en op het kruispunt Kerkplein - Kaatsplein komt het gevoel wederom sterk naar boven. Wanneer we het Kaatsplein inkijken, lijkt het wel alsof je in een Western-straatje kijkt. En dat kan natuurlijk niet. Maar bevreemdend is dan wel het effect. Zal het komen door de galerij op gietijzeren kolommen?
    Het grote pand "De Gekroonde Roskam" en het rechts daarnaast gelegen klokgevel-pandje staan beiden op de lijst (nr. 39433 en 39434).
    PUBLICATIE rond de plechtige afkondiging van de RECHTEN VAN DE MENS EN DE BURGER - hiermee is alles afgeschaft wat met de geheiligde wetten van gelijkheid in strijd was, als ook ' alle hersenschimmige en niets beduidende voorrang van geboorte, 't voeren en uitsteeken van WAPENSCHILDEN, 't uitdossen van minvermogende natuurgenooten in LIVREIJEN etc.' - verboden wordt daarom het dragen van livreijen of andere tekenen van dienstbaarheid, als ook het voeren van geslacht- of andere wapens op koetsen en rijtuigen, of op muren en gebouwen - publicatie hiervan moet binnen 14 dagen plaats vinden en uit alle KERKEN en PUBLIEKE GEBOUWEN dienen de wapenborden of eergestoelten weggehaald te worden - 9 maart 1798.
    We lopen om de kerk en zien op het herdenkingssteen, dat er het één en ander vanaf is gehaald: "In het jaer nae die geboorte van Christi 1633 is dese kerck weder opgebouwd door de ordre van de ....... Tierdt van Aylva .........[=grietman] over Wonseradeel ende Reyn Riencks Kerckvoechden in Witmaersem". Ook ontbreekt het wapen, op de daarvoor bestemde plaats. Mogelijk heeft deze 'aanpassing' zo rond 1798 plaatsgevonden, het begin van de Bataafse Revolutie / Republiek, als voortvloeisel van een overheidspublicatie uit 1798, waarin opgeroepen werd tot het weghalen van wapens uit publieke gebouwen, kerken, van koetsen en dergelijke.
    Wanneer we verder lopen, komt het oude baasje ons op dit pad tegemoet.
    We lopen terug richting de auto en zien nu nog een gebouwtje dat op een kerk lijkt. Hier op de hoek van Arumerweg en de Menno Simonsstraat - ach, dit kan geen toeval zijn - staat de Vermanning. Dit gebouw dateert van 1960-61. De eigenlijke kerk uit Menno's tijd stond een eindje buiten het dorp (het silhouet, die we bij binnenkomst tegenkwamen), waar we straks even naar toe rijden. Maar eerst een bakje koffie.

    We lopen iets verder en zien links op de hoek de bakker 'de Punt' staan met een houten tafel en bank voor de deur. Hier konden we ook koffie krijgen en natuurlijk iets lekkers van de bakker. Naast de bank -waar we gingen zitten- stond een schoof versgetrokken vlas. Dat is natuurlijk wel apart, want waar komt zoiets vandaan. (We gaan trouwens naar Ee, omdat daar het vlasmuseum zit, dat we graag willen bekijken, om te zien hoe we van dit plantje tot linnen komen. Dit even om de fascinatie voor vlas te verklaren.) Nieuwsgierig geworden vroegen we dit aan de vrouw die bezig was voor het huis. Ze haalde haar man er bij, omdat hij dit er neer had gezet. En zo hadden we een mooi gesprek tijdens een bakje koffie over vlas, de historie en de toekomst. Intussen had de man een zakje met zaadjes verzameld, die we van hem kregen. De bolletjes waaruit de zaadjes komen, zijn nog net onderaan te zien op de foto van de bakker.
    Na deze fijne bijeenkomst gaan we op zoek naar de gedenksteen aan Menno Simon. Na een -achteraf- ingewikkelde uitleg, bleek dat we dit het best met de auto konden gaan rijden. We liepen daarom eerst nog maar even deze straat op en neer. Er staan aan de Arumerweg een aantal mooie en bijzondere panden, al staan er nog geen van op de monumentenlijst. Hier moet het dorp dan maar zelf goed voor zorgen, want het totaalbeeld komt bijzonder over.
         Buizenkerkmonument doopgezinden en Gedenknaald Menno Simon (1879), Witmarsum
    We rijden de weg terug, die we bij binnenkomst gereden hadden en rijden naar de buizenkerk, die aan het begin van dorp staat. Hier, aan de It Fliet nummer 1, staat ook het herdekkingsmonument, een gedenknaald, die dan weer wel op de lijst staat, nr. 513538. Deze buizenkerk geeft de plaats aan waarin Menno Simons ooit woonde en waar een kerkje is ontstaan.
    Voor de liefhebber zijn er doopgezinde routes uitgezet, de zogenaamde Mennistepaadroutes, waar dit ook een onderdeel van is. Wij zullen deze en andere plekken spontaan ook nog tegenkomen.
    Nadat we alle informatieborden en objecten, waaronder de in 2011 geplante linde, gelezen en gezien hadden, reden weer we verder. En zoals wel vaker hadden we ook nu weer moeite om dit dorp in de goede richting te verlaten. Dit willen we niet schuiven op de visie van Witmarsum om toeristen vast te houden (p. 20), want daar zijn veel betere argumenten voor, waarvan er boven een aantal staan, maar meer op het feit, dan we zelf niet onthouden waar we vandaan komen en niet kijken waar we naar toe willen en of deze twee punten wel op dezelfde lijn liggen.
    Bij een prachtige boerderij, op de hoek van Arumerweg (en Easthimmerwei), het lijkt wel een oude stins, maar is waarschijnlijk toch nieuw, gaan wij de route vervolgen en rijden weer door het dorp, terwijl we naar Pingjum willen. We hadden hier dus gewoon de Gijsbert Japiksweg opgemoeten, om vervolgens bij de eerste rotonde rechtsaf te slaan. Maar goed, wij rijden al richting de snelweg eer wij er achter komen, dat dit niet de goede weg is. Dus omgekeerd en in de knik van de Van Aylvaweg, waar je rechtdoor de Gijsbert Japiksweg opgaat, zagen we nog het borstbeeld van de Friese schrijver Gysbert Japicx (1603-1666), in 1966 gemaakt door Jentsje Popma. Kijk, dat is dan weer het voordeel van niet de goede weg in eenmaal vinden.


          Pingjum
    Via de Mulierlaan bereiken we Pingjum, waar we de auto op de Grote Buren parkeren, naast de
    Victoriuskerk. We lopen een stukje door op zoek naar Menno's Formanje. Deze vinden we al gauw, maar veel verder dan dit komen we ook niet. De sleutelbeheerder reageert niet op de deurbel, terwijl er daarvoor nog iemand op het dak stond te schilderen. Maar goed, we hebben het pandje gezien, wat de schuilkerk verbergd en daar zullen we dan maar mee moeten doen. Beide kerken staan op de lijst (nr. 39426 en 39427). Over de geschiedenis van Pingjum is al uitgebreid een beschrijving gemaakt door J. Sieswerda: "De geschiedenis van Pingjum" en ook de eigen dorpssite is informatief.


          Kimswerd
    We rijden verder door een kale polder die door de '
    Caspar de Roblesdijk' beschermd wordt van invloeden van buitenaf, de Waddenzee/Noordzee. Al zigzaggend komen we aan in Kimswerd / Kimswert. Ook een plaats die op het verlanglijstje staat, en nu vanwege natuurlijk Grote Pier / Grutte Pier of Greate Pier, oftwel Pier Gerlofs Donia. Hem waren we al veelvuldig tegengekomen in het literatuuronderzoek .
    Bij aankomst valt natuurlijk op dat de straat, wanneer we de brug over de Harnzer Feart overgaan, Greate Pierwei heet. We spreken hierbij enige trots uit. De panden aan beiden kanten zien er stuk voor stuk al prettig uit. Maar we gaan eerst naar het beeld, waarvoor we gekomen zijn, die van Greate Pier, die voor de Sint-Laurentiuskerk staat. Dit beeld is wederom door Anne Woudwyk (zie Nijland) gemaakt. En uiteraard maken we in vele formaties diverse foto's. Hierna treffen we de kerk open, dus daar gaan we naar binnen. Met de bouw van de Sint-Laurentiuskerk werd al in de 11e eeuw begonnen, waarvan de restanten nog te zien zijn aan de noordzijde. Hier vinden ook weer een merkwaardige uit rode Bremer zandsteen gehouwen boogvulling. Een prachtig foto-overzicht is te vinden op Wikimedia Sint-Laurentiuskerk, Kimswerd. Uiteraard staat dit gebouw op de monumentenlijst (nr. 39359).
    Of de grafkelder ook te bekijken is, blijft onduidelijk. Het is met plexiglas afgesloten, zodat er eventueel naar beneden gekeken kan worden. We zien hier dan ook een trap naar beneden lopen, wat uitkomt op een houten vloer van vijf planken. De kerkbeschrijving van deze kerk van de Stichting Alde Fryske Tsjerken wijdt hier echter geen letter aan.
    Gelukkig heeft de Stichting Laurentiuskerk Kimswerd een boekwerkje het licht laten zien, met de titel "Laurentiuskerk Kimswerd", waar het wonderlijke verhaal van de grafkelder van Ybella Ida van Tiara, haar moeder en grootmoeder en de bijzondere voorwaarden uit de doeken worden gedaan, waaraan tot de dag van vandaag aan voldaan wordt! Het hoe en waarom is intussen met een filmpje duidelijk gemaakt.
    Bij het betreden van het kerkterrein zijn we ook de 'Kjirrewjirre' tegengekomen. De bedoeling van dit draaihek, dat in 2012 weer is teruggeplaatst, is om de duivel te keren. Het hek draait tegen de zon in. Vroeger lag er ook nog een veerooster voor, zodat de duivel met zijn bokkepoten er niet overheen durfde.
    En zo zijn er vele verhalen en geheimen te vertellen over deze kerk te Kimswerd.
    Nah, nog eentje dan. Boven de noordingang, ook wel de vrouweningang zit in het timpaan een van de oudste bewaarde beeldhouwwerken van Friesland. Aangebracht in de eerste tufstenen versie van deze kerk, dus rond 1100, gemaakt van rood Bremer zandsteen. We zien dat uit de neus twee ranken groeien met speervormige bladeren. Aan de ene zitten vijf bladeren (rechterkant op de foto) en aan de andere groeien vier bladeren. Wat symboliseert dit? De eerste vijf boeken van het Oude Testament en de 4 evangelieboeken. Of is dit een Green man? Mysterieus is het in ieder geval zeker!
    Volgend jaar zullen we nog een aanvulling tegenkomen, wanneer we Akkrum bezoeken .
    Wij gaan eerst even, enigszins daas door de vele indrukken, een cappuccino drinken in het herberg 'De Greate Pier', waar je, zoals het ook in een echte herberg mag verwachten, ook kunt overnachten. Hoe dicht wil je op (en zelfs in) de geschiedenis slapen.

    Grappig genoeg zullen we hier over zo'n twee jaar ook nog gaan slapen, weliswaar een eindje verderop in de Kimswerderlaan in de Popta Zathe (en toeval of niet, Popta gaan we nog een keer tegenkomen!). Het slaappartijtje zal naar aanleiding zijn van de presentatie van het eerste exemplaar van Pier : de profesij fan bline Simen van Willem Schoorstra op 29 augustus 2015 . Omdat we ruim op tijd zullen zijn - de presentatie zal plaatsvinden in de boerderij aan de overkant van de weg, vanwege de historische banden - lopen we nog even het dorp zelf in, om nog meer in de sfeer van weleer te komen.
    We zien nu dat het dorp met de straat Buren ook een soort van steeg kent, dat uitkomt op een voetgangersbruggetje. Dit tezamen geeft een fraai sfeertje. Wanneer we aan de overkant teruglopen zien de dat de toren een haan als windvaan heeft. En zelfs dat er pootjes onder zitten. Dit was ons twee jaar geleden niet opgevallen, omdat we toen nog niet wisten dat dit bijzonder zou blijken te zijn.
    Na de interessante presentatie, tekensessie en borrel waar we de hand kunnen schudden van een aantal virtuele vrienden die we de komende paar jaar op facebook zullen leren kennen, gaan we een hapje eten in Harlingen, een stad die we deze vakantie niet zullen aandoen, wegens tijdgebrek. We gaan daarom hier even een inhaalslag doen.


          Harlingen
    We kunnen de wagen op een parkeerterrein aan de Spoorstraat neerzetten en lopen via de Steenhouwerstraat zo het centrum in.
    Bij de Rozengracht ziet het er al authentiek oud uit. We vallen echter ook met onze neus in de boter. Het is namelijk de laatste dag van de
    Visserijdagen 2015. Dat verklaart ook de drukte, standjes en versieringen die we tegenkomen. Door deze drukte is het moeilijk inschatten waar we de restaurants kunnen vinden. Dus lopen we enigszins verloren kriskras door de straten. Soms wordt de straat zo geblokkeerd door de massa, dat er geen doorkomen is. Wij lopen dan terug om met een omtrekkende beweging aan de andere kant te komen. Onderweg komen we allerlei historisch belangrijke panden tegen, waar Harlingen vol mee staat, waar we er toch alvast een paar van willen laten zien. We komen morgen nog een keer terug, wanneer het wat rustiger is en er daardoor betere fotomomenten ontstaan.
    Zo komen we onder andere "De Harlinger Aardewerk- en Tegelfabriek" tegen. In de etalage zien fraai voorbeeld van een 4 x 3 voorstelling. Leuk hierbij is, dat we ook eens zien wat de waarde van zoiets is.

    Groenlandsvaarder

    De Blauwe Hand
    Verderop staat een pand uit 1657 met fraaie voorkant. Aan de zijkant zien we dat het ooit om een pakhuis ging. Tijdens deze omzwervingen komen we ook het - naar we aannemen, voormalige - Stadhuis tegen.
    Even verderop komen het pakhuis Java tegen. Dit hoorde voorheen bij het gebouw de Groenlandsvaarder dat aan de andere kant staat. Deze komen we dan ook prompt tegen.
    Wanneer we bij De Blauwe Hand - een mooi pand uit 1647 - de Grote Bredeplaats oplopen, komen we er al vlot achter, dat we hier moeten zijn voor eten. Om er echter achter te komen wat zich aan de andere kant van dit plein bevindt, moeten we even een blokje omlopen.
    We worden met dit omlopen beloond met - ondanks de drukte - een plekje op een overdekt terras. Omdat het grote tafels zijn, schuiven al vlot anderen bij ons aan, waar we een gezellig onderhoud mee hebben tijdens het eten.

    Wanneer het donker is geworden, worden deze Visserijdagen afgesloten met vuurwerk. Wij rijden met deze bijzondere verlichting terug naar onze B&B Popta Zathe, waar de andere aanwezigen net het parkeerterrein verlaten, waar vandaan ze het vuurwerk in Harlingen hebben aanschouwd.


          Kimswerd
    Wanneer we naar een goede nachtrust en goed ontbijt weer vertrekken, maken we van onze aanwezigheid hier gebruik om ook nog even enkele dorpen in de omgeving te bezoeken, die grotendeels in de Arumerpolder liggen. Arum was de woonplaats van Pier Gerlofs Donia toen hij hier nog gewoon boerde, voordat de Zwarte Hoop, de benden van Albrecht van Saksen, zijn vrouw Rintsje Syrtsema en vele andere vermoordden.

    We maken daarom nog een rondje waarmee we Arum, Lollum, Kubaard, Tzum en Tritzum, Hitzum en Achlum aandoen, om 's middags nogmaals Harlingen te bezoeken.

    Wanneer we even na negenen vertrekken richting Arum, stoppen we halverwege even om de directe omgeving van de plek waar Pier zijn boerderij stond te bekijken. Vanaf daar had hij vast en zeker zicht op de stadssilhouet van Harlingen.


          Arum
    Wanneer we door de hoofdstraat Sytzamaweg rijden vallen de mooie panden op, zodat we meteen maar de auto aan de kant zetten om hier toch even een rondje te lopen. We komen zo de voormalige Spaarbank, De Gekroonde Leeuw uit 1876 (
    516534) en De Alde Posterij tegen.
    Hierna volgt de huidige PKN Hervormde kerk. Deze Lambertuskerk en toren hebben een lange historie. De leden van de Camminga State hebben hier een grafkelder. Het kerkhof rondom de kerk, dat nu bestaat uit een grasheuvel, is na 1945 geruimd.
    De grafstenen zijn gebruikt voor verharding van de weg en stoep, evenals de wal van de Arumerfeart. De kerk is in 1664 gebouwd, aldus een zeer verweerde gevelsteen boven de deur. Een herdenkingsteen in de toren vermeldt dat Siebe Baukes IJetsenga - ruim twee jaar oud - de eerste steen heeft gelegd op 1 augustus 1836 voor de herbouw van de toren en kerk.
    Ze zijn op 12 februari 1836 afgebrand. De 29-jarige aannemer G.P. Keuning uit Ureterp had het in 1837 herbouwd (39321). Ook de 81-jarige overgrootvader van Siebe, A.J. Anema Sr had hierin een bijdrage. Opvallend aan deze herdenkingssteen is de handgeschreven schrijfstijl van de tekst.
    Een kijkje aan de Molenrak en in de Schoolsingel levert nog een aantal mooie beelden op. De Arumer Feart spreekt natuurlijk tot de verbeelding. Daarentegen is een 17e eeuwse gevelsteen in een 'modern' pand wel vreemd en opvallend.
    Wanneer we weer verder rijden stoppen we toch nog even een keer om ook hier vanaf de brug het beeld van de Arumer Feart vast te leggen.


          Lollum
    Wanneer we een stukje langs de Harnzer Feart hebben gereden, vervolgen we de weg langs de Mulier, die ons naar Lollum brengt. Hier gaat de Mulier over in de Lollumer Feart dat uitkomt op de Lathumer Feart - dat weer in verbinding staat met de Arumer Feart - en Tsjommer Feart - dat naar Franeker gaat en bij Harlingen de Waddenzee en Noordzee inloopt. Hiermee wordt duidelijk dat alle dorpjes, gehuchten en boerderijen middels water in verbinding staan met de zee. De wegen hebben er meer moeite mee op alles 'makkelijk' te bereiken.
    Vanaf een kleine kilometer krijgen we Lollum in het vizier. Dit geeft een mooi overzicht met beide kerken in beeld. We parkeren de auto bij de eerste kerk (
    39363) en wandelen even door dit dorp.
    Deze kerk staat hier vanaf de 13e eeuw.
    We lopen de Ald Haven in en komen hier weer bij de Mulier uit, waar we een mooi beeld krijgen op de haven met kade en opslagpakhuis. Je kunt je verbeelden dat dit het begin zou kunnen zijn van een mooie toekomst.
    Wanneer we weer teruglopen door de Elshoutbuurt, waan je zo in de middeleeuwen, al duurt dit gevoel maar heel kort.
    Lollum, ter onderscheiding van het buurtschap Lutjelollum onder Franeker, werd ook wel Ruigelollum genoemd, is weliswaar een klein dorp gebleven, maar heeft wel een bekend geworden persoon voortgebracht. Geertje Lycklama à Nijeholt (Lollum, 2-4-1938 – Den Haag, 18-11-2014) is hier namelijk geboren. Zij komt voort uit de familie Lycklama à Nijeholt die sinds de 16e eeuw de nodige touwtjes in handen heeft genomen. Geertje zelf heeft zich hard gemaakt voor emancipatiezaken in binnen- en buitenland en is daarvoor onderscheiden met de Aletta Jacobsprijs. In de politiek was ze bekend als een Friezin die zichzelf niet op de voorgrond plaatste en juist daardoor een gewaardeerd Eerste Kamerlid en lid van het College van Senioren was (bron: De Slachte, p. 73; Wikipedia Geertje Lycklama à Nijeholt; Parlement & Politiek Prof.Dr. G. (Geertje) Lycklama à Nijeholt).
    Op donderdag 21 januari 2016 komen we er achter - wanneer we de krant lezen - dat Lollum nog een wereldberoemde inwoner had, namelijk Herman Bianchi (Rotterdam, 14-12-1924 - Leeuwarden, 30-12-2015).
    Hierin komt naar voren dat hij figureerde als romanfiguur Karel Ravelli in Voskuils 'Het Bureau', dat hij cum laude promoveerde als overtuigd abolitionist op dit thema en dat hij aan de basis stond van de Coornhert-Liga.
    Hij schreef enkele bestsellers op zijn vakgebied: Ethiek van het straffen en Stigmatisering. Om een indruk te krijgen, een citaat:
    'Misdaad zou ook hier [net als bij bijvoorbeeld de Mohawks, waar de strafrechtelijke organisatie ontbreekt] moeten worden gezien als een conflict tussen dader en slachtoffer en niet tussen dader en staat.'
    Het zal dan ook niet verbazen dat het "Herstelrecht" zijn aandacht had. Hij pleitte dan ook hiervoor, door te stellen dat het strafrecht vervangen dient te worden door herstelrecht, dus straf wordt herstel en wetboek van strafrecht wordt wetboek van herstelrecht (bron: de Volkskrant, 21-1-2016 p. 20: Onvermoeibaar strijder tegen het strafrecht).
    Dit doet denken aan de periode in onze geschiedenis, toen de te betalen schade door de dader nog niet in de kas van de zeer gewilde functie van asega / skeltan / schout / graaf / grietman - 'de rechter van na die tijd' - ging .
    Je vraagt je vervolgens af, zouden deze personen elkaar gekend en gesproken hebben? Zou het niet fantastisch zijn geweest, wanneer je in een zaal met hun beiden een tweegesprek zou kunnen volgen?

    We rijden verder over de Waaxenseweg naar de Lathumer Feart.


          Waaksens
    We komen vervolgens in klein dorpje dat nog slechts enkele huizen telt. En natuurlijk de kerk (
    21562), die ook weer uit de 13e eeuw stamt, maar mogelijk zelfs eerder, gezien de ronde koorsluiting, die toen eigenlijk niet meer gebruikelijk was.
    In 1742 is de toren vernieuwd in opdracht van Edzard van Sminia (grietman), Petrus Horreus (predikant), Johannis Wigles Schulthetus en Anne Aukes (kerkvoogden). Edzard komen we ook als Idzard van Sminia (31 januari 1689 - 22 juni 1754) tegen (bron: Wikipedia Idzard van Sminia). Volgend jaar zullen we zijn woonplaats Wommels bezoeken . Ter herinnering aan de vernieuwing is er een gedenksteen met de familiewapens van de heren geplaatst in de muur (bron: De Slachte, p. 74-75).


          Kubaard
    Vervolgens rijden we via De Bieren en Swarte Beien - over een stuk van de beroemde dijk De Slachte, gevolgd door de Leane en Greate Buorren - naar Kubaard. Vlak voor de hoek waar we de kerk vinden en met de wagen parkeren komen we de Petronella Moensstrjitte tegen. Het informatiebord vertelt dat er bewoning was in deze omgeving zo'n 500 jaar voor het begin van onze jaartelling. De omliggende 13 terpen bewijzen deze 2500 jaren geschiedenis.
    De eerste kerk dat hier stond is van 1275. De huidige kerk (
    21541) is van rond 1500. Men heeft namelijk in 1989 op de noordmuur, vlak bij het orgel, muurschilderingen gevonden van de legendarische Christoffel. Echter, uit een geschrift van vóór 1874 blijkt dat de kerk van tufsteen is gebouwd, zodat het mogelijk nog ouder is, dan de aangegeven bouwjaar van 1275. Dit alles is niet meer te zien vanwege de in 1874 aangebrachte pleisterwerk met blokmotief. De toren is in 1885 compleet vernieuwd (bron: De Slachte, p. 77-78). De eerste steen hiervoor is op 24 april 1885 gelegd door het Collegie Kerkvoogden te Cubaard, die op dat moment bestond uit L.M. Wynia, Y.B. Nijdam en J.Y. Gietema.
    In de kerk worden liederen gezongen van Petronella Moens. Ook hangt er een portret van haar aan de muur (bron: Kûbaard Digitaal dorpsplein Petronella Moens in Kûbaard). Petronella Moens (Kûbaard, 16-11-1762 - Utrecht 3-1-1843) is hier namelijk geboren. Toen vader Petrus Moens (Middelburg, 1732 - Aardenburg, 1803) hier in 1758 werd benoemd tot predikant bij de Nederduits-gereformeerde kerk van Kûbaard en Waaxens, huwde hij, toeval of niet, in hetzelfde jaar op 23 juli met Maria [Alberts] Lycklama à Nijeholt (~ Franeker, 10-7-1732 - Aardenburg, 1766). Het gezin vertrekt na enige tijd naar Aardenburg. Hier - in Aardenburg - maakten we eerder dit jaar kennis met Petronella Moens, toen we een beeltenis - dat hier sinds 19 mei 2001 staat - van de toen in Kûbaard werkzame Ineke Ekkers tegenkwamen . Petronella heeft haar sporen duidelijk achtergelaten, zijn we daar te weten gekomen.

    Aan de overkant van de kerk vinden een minibibliotheekje. It boekehûske hangt hier sinds 29-8-2014 en is gemaakt door Jaap Mosselman, Fokke de Boer en Roelof Kooistra. We scoren een boek van Theun de Vries Het geslacht Wiarda met ISBN 90-214-1130-X.
    We rijden weer terug naar De Slachte, waarbij we de dijk mooi zichtbaar in beeld krijgen. Wanneer we weer zo'n kilometer over de Slachte rijden komen we opeens een bijzondere grenspaal tegen (21529), dat de grens van de verantwoordelijkheid voor het dijkonderhoud moet aangeven. De stad Franeker en grietenij Franekeradeel waren deze grens overeengekomen in een overeenkomst uit 1707.
    Op deze hardstenen paal - de Bidlerstien (bron: De Slachte, p. 18) - staat aan de ene kant op de bovenste deel S.P.Q.F. met het wapen van Franker en aan de andere kant staat dat van Franekeradeel. Beneden kunnen we nog 1707 ontwarren. Het betreft echter een kopie dat hier in 1996 geplaatst is. Het origineel staat bij museum It Tsiispakhús in Wommels (bron: Stichting Behâld Grenspaal Kûbaard).

    Op de grens van Kubaard met Tzum komen we de Tsjommer Feart tegen. Bij een boom vinden we een bankje en een vreemd bouwwerkje, waarvan we het doel of nut niet kunnen achterhalen. Het zal er echter niet voor niets staan.


          Tzum
    Na een paar kilometer over diverse dijken gereden te hebben, rijden we Tzum binnen. Al vlot komen we de boerderij Ny Herema tegen, dat tegenwoordig een
    boerencamping is. De eerste steen van deze monumentale kop-hals-romp boerderij (15868) werd gelegd op 18-6-1860 door de voogden van het Westerhuis Vrouwen Gasthuis: N.A. Lentz, T.S. van de Wint, C.P. Sjollema en E.R. Hessling.
    We parkeren even verderop in de straat de auto, daar waar de Johanneskerk (15869) staat. De terp waarop de kerk staat is nog vrij groot en hoog. De auto staat dan ook op de handrem. Met een spitshoogte van 72 meter is de toren de hoogste dorpstoren van de provincie Friesland en dan ook in wijde omtrek te zien. Deze kerk heeft nog tufstenen restanten uit de 11e of 12e eeuw in de noordkant zitten. Het gebouw heeft dan ook het nodige meegemaakt aan oorlogsgeweld en branden. Zo hield in 1516 ook in Tzum de Zwarte Hoop huis en brandde ook dit dorp plat. Slechts van de stinzen en kerk bleef iets over. Deze toren is gebouwd in periode 6-6-1548 - 20-10-1549 onder leiding van Cornelis Claesz. Op alle hoeken van de schacht is een waterspuwer of gargouille aangebracht in de vorm van een fabeldier. In 1586 waren oorlogshandeling (80-jarige oorlog) weer de veroorzaker van brand. (bron: Wikipedia Tzum (plaats), Johanneskerk (Tzum)). Restauraties vonden plaats in 1960-1964 en 2000-2003.
    We maken nog even een ommetje naar Tritzum, waar ons niets rest dan dezelfde weg terug te rijden. Maar aangezien dit ook een nieuwe beelden creëert, vinden wij dit nooit erg. En nu zien we inderdaad ook de toren van de Johanneskerk vanuit de verte opdoemen.
    We rijden nu - gezien de tijd en de aansluiting op de weg naar Achlum (zie hieronder - meteen door naar Harlingen, waar we natuurlijk nog wel even een foto van de Gertrudiskerk van Achlum - duidelijk op de terp - maken.


          Harlingen (2)
    Even later rijden we alweer Harlingen binnen en parkeren de auto weer op de Spoorstraat. Ook lopen we nu weer via de Steenhouwerstraat en Rozengracht het centrum in. Op de Rozengracht zien we nu het brandspuithuisje Brand Spuit No. 1 uit 1767.
    Via de Brouwersstraat, Spekmarkt en Simon Stijlstraat komen we op de Voorstraat. Op de hoek met de Roeperssteeg zien we het geboortehuis van de bekende auteur Simon Vestdijk (7-10-1898 - Utrecht, 23-3-1971). Van deze zeer productieve schrijver komen we straks aan de overkant, in het museum Hannemahuis die aan hem een boekenkamer heeft gewijd, nog meer te weten. Zijn oeuvre beslaat ongeveer 200 titels. Hieronder valt ook zijn proefschrift Het wezen van de angst uit 1949, dat pas na zo'n twintig jaar wordt uitgegeven. Een aantal romans zijn verfilmd, waaronder Pastorale 1943, Ivoren wachters, Het verboden bacchanaal.
    Het pand heeft echter een rijke historie aan bewoners. Zo zou de Friese admiraal Tjerk Hiddes de Vries (Sexbierum, 6 augustus 1622 — Vlissingen, 6 augustus 1666) er gewoond hebben. De naam de Vries kwam vanzelfsprekend pas later. Hij trouwde in 1648 met Nannetje Atses die al in Harlingen woonde. (bron: Friesland en de Friezen, p. 62; Wikipedia Tjerk Hiddes de Vries). Vanaf 1656 zijn de bewoners goed te volgen op de site van Harlingen zoek je huis. Zo zou het voor de helft van Geertie Piebes, wd. de hopman Dominicus Cornely geweest zijn (1681).

    Wij gaan eerst even lunchen bij Wally's Croissanterie dat gevestigd zit in een fraai jugendstil-achtig pand. Ze hebben de befaamde eierbal in de aanbieding, maar dan een zelfgemaakte variant. Dus daarvan nemen we er een. Helaas verschillen de smaken. De cappuccino daarentegen smaakt uitstekend.
    Aangezien het museum haar deuren nog niet geopend heeft, gaan we nog even een rondje door het oude centrum lopen. Dit stukje Voorstraat ademt een aparte sfeer door de oude platanen die hier staan.
    Aan het einde van het eerste blok komen de toren van het voormalige Raadhuis tegen. De toren is namelijk gebouwd in de periode van het renaissancistische stadhuis dat hier tot 1730 stond. Deze was echter "door langheid des tijts en olderdom soodanig aan syne kanten verswakt en bouwvallig is geworden, dat hetselve althans niet alleen strekt tot een merkelyke ontsieringe en disfatsoen van de stadt, maar ook selfs niet sonder evident en sigtbaar gevaar en pericel van eens tot syner tyt, hetsij ten deele, hetsij ook wel voor 't geheel neder te storten, tot soo verre, dat hetselve met eenige vrugt niet wel wederom in een hehoorlyke staat kan worden herstelt". Op een tekening van J. Bulthuis uit 1723 (in Atlas van het Friesch Genootschap te Leeuwarden) zou dit goed te zien zijn. (bron: Leeuwarder courant, 22-09-1934, Vijfde Blad: Tusschen Flie en Lauwers. CLXXXX. HARLINGEN, 14. Het Stadhuis.)
    Hier vinden we ook een gedenkplaat (juni 1933) aan de aanleg van de Afsluitdijk - waarbij het laatste gat op 28 mei 1932, om 13:02 uur werd gesloten - die Harlingen weer vele mogelijkheden zou bieden. Willem Valk (Zoeterwoude, 22 oktober 1898 – Bennebroek, 6 november 1977) maakte deze plaat. (bron: Wikipedia Willem Valk; RKD)
    We lopen langs de Drie Roemerssteeg, dat voorheen de Dirk Lieuwessteeg heette (bron: Harlingen oude straatnamen. Schuin aan de overkant komen we op nummer 5 een mooi klokgeveltje tegen, dat volgens een eigen gevelsteen uit 1739 stamt. Bovenin vinden we een afbeelding van een scheepstimmerman aan het werk met een mand vol gereedschap. Onder het rood-bruin-blauw gekleurde werkje zien we nog 5 dragende elementen waarbij het lijkt alsof hierin ook nog afbeeldingen staan. Dit is echter moeilijk te zien.
    Waarschijnlijk is het (oude) pand in 1734 door Broer Fongers gekocht. Deze scheepstimmerman heeft hierop in 1739 dit pand gebouwd of laten bouwen (bron: Harlingen zoek je huis).
    Op de hoek Grote Bredeplaats en Vismarkt komen we weer het statige wijnpakhuis De Blauwe Hand tegen. Voor de 20e eeuw heette het echter De Hand (bron: Harlingen, huisnamen). Reislustige lieden kwamen echter in de 19e eeuw ook de variant De Zwarte Hand tegen (bron: Friesland en de Friezen, p. 62).

    We lopen het blokje om en lopen verder via de Noorderhaven - daar waar de rijkdom Harlingen binnenvoer. Nu ligt er voornamelijk nieuw en ontspannend kapitaal.
    Bij het Stadhuis gaan we het water over richting de Bildtstraat. Wij blijven echter over de kade van de Noorderhaven lopen. Hier hebben we beter zicht op het Stadhuis en de Beurs.
    't Stadshuis te Harlingen

    D. de Jong, 1786 (bron: Hedendaagsche historie of Tegenwoordige staat van alle volkeren; XXIVste deel. Behelzende de beschryving der Vereenigde Nederlanden, en wel in't byzonder van Friesland. / Simon Stijl. - 1786, tussen p. 608-609)
    Wanneer we het gouden snijwerk van de Leeuwarder beeldhouwer W. van der Haven bekijken, zien we dat hier de Aartsengel Michaël de draak doodt. Links daarvan een kind met de 'evenaar der gerechtigheid' en aan de andere zijde vinden we het stadswapen.
    Men kan ook in plaats van de Aartsengel Michaël hier Sint of Heilige Michaël en Sint Joris of zelfs ridder Joris van maken. Maar ten tijde van de bouw gaat het om Sint Michaël, patroon van de stad (bron: Hedendaagsche historie of Tegenwoordige staat van alle volkeren; XXIVste deel. Behelzende de beschryving der Vereenigde Nederlanden, en wel in't byzonder van Friesland. / Simon Stijl. - 1786, p. 609).
    Wanneer we meer informatie zoeken over W. van der Haven, komen we bedrogen uit. Wel vinden we een Gerbrandus van der Haven die dit beeld gemaakt zou hebben. Hij zou in Leeuwarden voor 1690 geboren zijn en in Groningen in 1765 zijn overleden. (bron: Documentatie van Beeldende Kunst in Friesland). In AlleFriezen vinden we slechts één persoon. Deze laat zich in 1720 inschrijven als lid bij de Hervormde gemeente in Leeuwarden. Hij had zich op 27 maart 1720 laten dopen op belijdenis. AlleGroningers heeft ook één persoon met deze naam, waarvan de overlijdingsregistratie is gedaan op 12-1-1765. Het vermeldt tevens dat het om een vrijgezel gaat, die toen aan de haven woonde. Gerbrandus is dan ook wel bekend (bron: Wikipedia Gerbrandus van der Haven). Gerbrandus van der Haven wordt ook Gerbrandus Reiners van der Haven genoemd (bron: Leeuwarder courant : hoofdblad van Friesland : Sneon & Snein, 16-10-1976 De fjouwerachten fan Eeltsjebaes, p. 6)
    Op 9-11-1690 wordt er een kind van metselaar Reiner Gerbens begraven op het Oldehoofsterkerkhof te Leeuwarden (AlleFriezen), al meldt RKD dat het om de vader ging. Daarom wordt - om die reden dus onterecht - het geboortejaar van Gerbrandus voor 1690 gedacht. Gerbrandus heeft ook een oudere broer Theodorus, tevens - maar minder goede - beeldhouwer die in 1780 overleed (Geschiedenis der Vaderlandsche Schilderkunst, p. 247).
    Ook weten we uit de lijst van Leden Metselaars- en Hardouwersgilde, dat Gerben Reiners van der Haven op 24-4-1713 wordt ingeschreven, waar zijn vader ook staat ingeschreven als Reiner Gerbens van der Haven (Grauta) of Reiner Gerbens Grauta (Van der Haven) die geboren is Harlingen (Metselaar 1681/01/21).
    Veel verder dan dit komen ook wij echter niet.
    We lopen daarom maar weer verder langs de Rommelhaven en Noordijs, waar we op de hoek met Franekereind een bruggetje naar de Voorstraat zien. Deze fraaie boogbrug uit 1776, de Zakkendragerspijp (20801) is de oudste van Harlingen (Monumenten in Nederland : Fryslân, 2000, p. 160)
    Helaas kunnen we niet zien wat er achter ramen te zien is...

    Wanneer we aan het eind van de Frankereind over het bruggetje naar de andere kant gaan, herkennen we meteen aan de stijl van het beeldje dat hier op een hoge sokkel staat, dat het van Evert van Hemert moet zijn. Van hem hebben we al meer gezien . Dit beeld heet Aukje en is van 2007. Ze zijn een geschenk van de maker aan de Elf Steden en staan daarom dan ook langs dé route op een plek waar de weg het water kruist (bron: Evert van Hemert 11 stedentocht).

    Bij de Oude Turfkade gaan we via de Fabrieksstraat, Klaverbladstraat en de Vetsmelterstraat naar de Grote of Nieuwe Kerk. De kerk vervangt sinds 1775 de in 1772 afgebroken zaalkerk met 12e eeuwse tufstenen toren dat hier op de terp gebouwd was. Deze werd de Dom van Almenum genoemd, zoals dit deel - en nog zelfstandig dorp van het latere Harlingen - toen heette. Helaas is het niet toegankelijk, zodat we de grafkelders van onder andere Tjerk Hiddes de Vries en Christoffel van Sternsee aan onze neus voorbij moeten laten gaan.
    Hierna lopen we snel naar het Gemeentemuseum Het Hannemahuis, dat intussen geopend is en we komen bij binnenkomst meteen een foto tegen van de naamgever van dit museum, Leendert Jacobus Hannema (1889-1964). Zeven jaar voor zijn dood begon hij met dit museum in het voormalig kantoor van dit familiehuis - Leendert is hier namelijk ook geboren.
    In de eerste kamer, die wij betreden, vinden we in de eerste vitrine - waarin het zilver wordt vertoond - een brandewijnkom uit 1685, dat hier in bruikleen is van de Ottema-Kingma Stichting, gemaakt door Wybe Pybes.
    Over Wybe zelf is verder niet veel bekend. Hij zou trouwen met Mary Gerrits en rond 1685 overlijden. Zijn carrière begon als leerling 1649 bij Hendrik Mouts en op 20 juni 1667 werd hij meester. In maart 1674 wordt "Wybe Pybes om zijn quaet leven en wandel zijn (doopsgezind) broederschap afgeseyt".
    Van hem zijn de volgende drie werken bekend:
    knottekistje / jl / M (1684) / Fries Museum, Frederiks III230, Cat. 1968. 30
    brandewijnskom / jl / N (1685) / Gemeentemuseum Het Hannemahuis Harlingen, Cat. 1968. A 7
    lepel / z. v. m. / Fries Museum, Cat. 1968. 568. (Gildeboek 1649-1667)
    (bron: Harlingen, bewoners)

    In de volgende kamer die we betreden vinden we de winnaar van het Rijksstudio Award 2015 van het Rijksmuseum Amsterdam. Hier zien enkele prototypes van het object 'Rembrandts handen en een leeuwenpoot'. Dit boekarmband Rembrandt Book Bracelet van Lyske Gais en Lia Duinker bevat 1400 handen uit de schetsen en tekeningen van Rembrandt. Voor de armband zien we de variant met gekruiste brocheersteek, waarvoor weer de 'index' ligt. Hierin staat van ieder opgenomen handje, de titel en objectnummer beschreven.

    De Simon Vestdijk-kamer vinden we hiernaast waar we zijn boeken en enkele andere persoonlijke zaken kunnen zien. Staat sinds 1973 op de Voorstraat het bronzen beeld van Anton Wachter, hier vinden we een replica van het model van dit beeld, dat gemaakt is door Suze Boschma-Berkhout (Indramayu, 31 mei 1922 – Alphen aan den Rijn, 2 juli 1997). Het beeldje dient ook als prijs voor de tweejaarlijks toegekende schrijversdebuut-erkening. (bron: Wikipedia Anton Wachterprijs, Suze Boschma-Berkhout)
    Ook in Langedijk (De Melker) en Leeuwarden (Mata Hari en De Frisiaan) kunnen we werk van haar tegenkomen.

    Verder komen onder andere een overzichtsmozaïek tegen van zo'n 350 jaar tegelgeschiedenis. De stijlen, variaties, individuele tegels en groepen samengestelde tegels die een beeld vormen. Ze hebben allemaal een plekje in dit - zeker niet volledig - overzicht.

    Een bijzonder schilderij - door het achterliggende verhaal en niet door de talenten van de onbekende schilder - komen we verderop tegen. Het met olieverf op doek geschilderde gezin uit 1797 betreft een vluchtelingengezin uit Pekela. Oude Pekela om precies te zijn. Hier woonden de familie Mulder dat niet Oranjegezind was - terwijl de Pekelders dit kennelijk wel waren - maar patriottisch, zoals we ook op het schilderij kunnen zien aan de vele symbolen. Op de achtergrond zien we de vrijheidsboom en vrijheidsmaagd, vooraan de keeshond als symbool van de patriotten en de vogel die de vrijheid hervindt. De kat (als orangist) wil de vrijheid van de vogel weer beperken.
    Nadat het gezin van Harmen Claasens Mulder zich hier in Harlingen had gevestigd werd de bijnaam van Harmen 'mooi Mulder'. Harmen was hier houtzaagmolenaar en scheepstimmerman. Verder bestond het gezin uit moeder Haike, dochters Gezina, Afijn en Elisabeth en zoontje Klaas. Hetzelfde jaar van aankomst zouden ze nog een vijfde kind krijgen.

    Dochter Gezina zou enkele jaren later huwen met de schipper Claas Doedens. Van deze schipper is sinds enige tijd een brief aan zijn vrouw Gezina 'algemeen' bekend.

    Gezina werd als Geesijn gedoopt op 3 februari 1782 (i) door de ouders Harm Klaasens Mulder en Haike Harms.

    De registratie van het huwelijk tussen Harm Klaasens Mulder (Wagenborgen, 02-06-1746 [i] - Harlingen, 23-06-1813 [i]) en Heike Harms (Nieuwe Pekela, 05-11-1756 [i] - Harlingen, 17-01-1829 [i]) vond plaats op 24 januari 1777 [i]. Het huwelijkscontract [i] van 4 januari 1777 beschrijft ze als Harm Clasens Mulder en Heike Harms. Uit huwelijkscontract komen de volgende gecompareerde naar voren.
    Voor de bruidegom:
    Berent Geerts Mulder, stedevader
    Gesijn Ebbes, moeder, was wegens swakheit afwezig
    Ebbe Klasens Mulder, volle broer, was versogt, maar te Embden op het schip zijnde, kon niet komen
    Geert Berents Mulder, halfbroer
    Annegijn Berents Mulder, halfzuster, was vesogt dog niet gecompareert
    Sije Ebbes, volle oom
    Voor de bruidegom:
    Harm Lienders, vader
    Affijn Harms, moeder
    Lijsabet Harms, zuster, getrouwd met Claas Pijbes, tegenswoordig met sijn schip in Engeland. [Dit gezin is bij ons bekend ]
    Leendert Harms, broer
    Reine Hinderks, getrouwd met Leendert Harms
    Anna Harms, zuster
    Jan Harms, broer
    Harm Harms, broer
    Getuigen: Garmt Jans en Hinderk Roelefs

    Afijn wordt op 1 mei 1785 gedoopt als Aafijn [i] met als ouders Harm Klasens Mulder en Heike Harms.

    Elisabeth wordt op 16 november 1788 gedoopt als Elijzabeth [i] te Oude Pekela, waar ze op 12 november 1788 is geboren. Haar ouders worden nu geschreven als Harm Klazens Mulder en Heike Harms.

    De zoon Klaas [i] wordt echter in Harlingen geboren op 28 maart 1791 waar het gedoopt wordt bij de Hervormde Gemeente in de Westerkerk op 24 april 1791. De ouders Harmen Klaasen Muller en Hayke Harmens waren kennelijk al eerder - althans zo lijkt het nu op het eerste gezicht - dan de gesuggereerde 1797 naar Harlingen vertrokken.
    Dit wordt ook bevestigd door de melding "betaalt de gerechtigheid f. 10:10:0 aan de gemeenteraad en verkrijgt het burgerrecht. Presteert eed van getrouwheid in handen van pres. burg. Harkenroth, op 3 aug. 1791. (burgerboek)" [i]. In 1801 wordt door scheepstimmerbaas Harm Mulder c.u. van Elisabeth Mollema en Wyger Harmens het huis en pakhuis aan de Zuiderhaven 53 (20774) [googlemap] gehuurd. Dit wordt in 1802 gekocht.

    En zoals gesuggereerd wordt in het begeleidend schrijven bij het schilderij, dat Haike hierop zwanger was en dat er in 1797 het vijfde kind geboren werd, dat klopt.
    Harmen Leenders [i] wordt geboren op 8 juli 1797 - ook in Harlingen - en ook deze zoon wordt gedoopt bij de Hervormde gemeente in de Westerkerk op 30 juli 1797. De ouders staan genoteerd als Harm Klaasen Mulder en Haike Harms.
    In 1811 vindt in Harlingen de naamsaanneming plaats. Harm laat zich inschrijven als Harmen Mulder [i]. Typerend is dan ook dat hij een paar jaar later overlijdt als Harmen Claasen Mulder [i].

    In 1814 staat Haike nog als eigenaar - Harm is op 23-06-1813 overleden - en is winkeliersche, maar het gebouw heeft ook andere gebruiker(s) gekregen [i].

    Haike huurt vanaf 1828 - volgens een huurcontract dd 19-12-1828 [i] - voor ƒ 125,- per jaar het huis in wijk E. nr 79 van Sicco Popta (de tweede man van haar dochter Geesina Harmens).

    We kunnen nog lezen in het huwelijkscontract [i] tussen Jan Reints Brons en Aaltje Leenders Kok dat Harm Klazens Mulder en Haike Harms (als volle moeij van de bruid) als gecompareerde betrokken waren op 21 november 1799 in Oude Pekela. In tegenstelling tot wat er bij het begeleidend verhaal bij het schilderij staat, blijkt uit het literatuuronderzoek helemaal niet dat Pekela Oranjegezind was. Aangezien het een voornaam schippersdorp was dat het moest hebben van de scheepvaart met bijbehorende handel, had het in deze periode juist zwaar vanwege de blokkades van de zeevaartroutes, door de diverse partijen . Hierdoor nam de scheepsbouwbehoefte af en sloten er zelfs enkele scheepshellingen.

    Achter de stokerij is nog een zaal waar diverse kunstenaars kunnen exposeren en buiten in de tuin vinden we een beeldentuin en expositie van verschillende kunstenaars, waaronder dit beeld uit 2003 van Iris le Rütte dat de naam Meisjespaard met spiegel draagt [i].
    Na het bekijken van de stokerij met bijzondere film verlaten we het museum.
    We drinken nog even iets in Voorstraat en lopen vervolgens langs de Zuiderhaven en Zuiderplein. Hier komen een beeld tegen van de Harlinger 'Kaatser van de eeuw' Hotze Schuil (Harlingen, 29 oktober 1924 - 25 november 2005). Het beeld van Hans Jouta (Holwerd, 10 december 1966) werd hier op 5 juli 2006 geplaatst. Op de foto van het Meisjespaard met spiegel zien we op de achtergrond Bronzen vos met kuikens van Hans. (bron: Wikipedia Hotze Schuil, Hans Jouta)

    Wij zijn in ieder geval weer na het drinken van onze cappuccino in herberg 'De Greate Pier' - zonder weet te hebben van dit toekomstig bezoek - zodanig opgeknapt dat we verder kunnen.


          Achlum
    We vervolgen dezelfde weg richting Arum, maar net voordat we dit dorp inrijden, gaan we linkaf naar Achlum. Halverwege de Monnikenweg stoppen we even om een foto vanuit de verte te maken van de kerk en haar omgeving. Wanneer we eenmaal bij de kerk zijn aangekomen, blijkt dit een verstandige actie geweest te zijn.
    De kerk staat hoog op de terp, omringd door bomen, dat het nauwelijks mogelijk is, om de volledige kerk op een normale manier op de foto te zetten. De benaming voor de kerk is dan ook 'kerk op de terp' de
    Gertrudiskerk. Ook deze kerk is 11e eeuws en begonnen met tufsteen. Uiteraard staat dit gebouw op de monumentenlijst (nr. 15822) en heeft het een beschrijving van de Stichting Alde Fryske Tsjerken.
    Wikimedia: Gertrudiskerk, Achlum en Reliwiki: Gertrudiskerk, Achlum hebben beiden een fotogallerij op de site staan. We voegen hierbij een kleurenfoto van het Mariabeeldje (zonder hoofd), gemaakt van het rode Bremer zandsteen. Dus een rondje om de kerk is ook zeker hier weer aan te raden en vind alle prachtige kleine details die ook deze muren te bieden hebben. Achlum heeft -aan de monumentenlijst te zien- nog veel meer moois te bieden. Maar het ontbreekt ons op dit moment aan tijd om alles gedetailleerd te bekijken, want we zijn immers om doorreis naar Ee. En dus missen we de Tanjabuurt en de aan het eind van de doodlopende weg liggende Great Dearsum met de stinspoort uit 1658 achter de Slachtedijk.

    Wij besluiten dat dit het laatste uitstapje was en rijden op ons gemakje verder naar onze B&B te Ee en missen dus waarschijnlijk nog veel meer leuks.
    De weg die we rijden voert ons door Hitzum, Doijum, Midum en Franeker, waar we tegen onze vakantieprincipes in, de snelweg A31 naar Leeuwarden nemen. Hier gaat de A31 over in de N383. Na de rotonde vervolgen we de N357 en N355. Ter hoogte van Tytsjerk slaan we linksaf en rijden we verder over de N361 en komen door Gytsjerk, Oentsjerk, Aldtsjerk en Rinsumageast. Bij Rinsumageast verlaten we de N361 en slaan we rechtsaf naar Damwâld, Driezum en Keatlingwier. We volgen de weg en rijden over de Oude Zwemmer / Aldswemmer, langs Westerburen. Vervolgens over de Dokkumergrootdiep / Dokkumer Grutdjip naar ons doel: Ee / Ie.


          Ee
    We zijn nu dus eigenlijk veel te vroeg. Dus maar even een klein verkennend rondje om de kerk lopen. Waarom Ee een beschermd dorpsgezicht is, wordt snel duidelijk. Het is een mooie radiale terp, met een duidelijk stijging naar het midden, waar de kerk staat. Rond de Omgong staan dan ook de meeste
    monumenten van Ee.
    We gaan ook nog maar even boodschappen doen in Anjum, wat even later eigenlijk overbodig bleek te zijn. Nu was de tijd daar, dat we naar de B&B "De Gastenkamer" kunnen rijden. We worden verwelkomt door de gastvrouw Adrie Huisman en ze laat ons onze verblijfplaats zien voor de komende week, die de naam 'Eb' draagt. Een goed gevulde koelkast voor het ontbijt, met een praktisch ingericht keukentje, een instelbare kleurenplafond, waarop een wereldkaart is gemaakt, zodat je vanuit je bed wereldreizen kunt maken. De sanitaire voorzieningen zijn ruim en een plaatje. Kortom prachtig, ruim en leuk zitje buiten.
    Daarna heeft ze nog enkele praktische tips voor ons. Over waar je bijvoorbeeld kunt gaan eten. Hoe je naar de eilanden kunt komen en van het Lauwersmeer kunt genieten. Dat dit nuttige tips waren, zal zodra al blijken, want nuttige tips volgen wij op.
    Na het leeghalen van de auto en installeren van alle spulletjes op de daarvoor geschikte plekken, togen we naar de eerste tip.


          Dokkumer Nieuwe Zijlen
    Het zal duidelijk worden dat we ons denkpatroon grondig dienen aan te passen. Groot hoeft niet altijd veel keuze te betekenen. Klein niet altijd leeg of niets te bieden. In dit gebied zijn op de meest vreemde plekken de meest leuke dingen te ontdekken. Zoals we dus bij Achlum op een doodlopende weg een stinspoort uit 1658 misten, zo zullen we er waarschijnlijk nog veel missen. Opletten, voorbereiding en inlezen is het devies. Dus wij zijn verheugd met de eerste tip naar
    Dokkumer Nieuwe Zijlen / Dokkumer Nije Silen, waar we kunnen kiezen tussen maar liefst twee restaurants, maar één is slechts drie dagen open, dus daar gaan we mee beginnen. Op het eilandje tussen de sluizen, kunnen we de auto parkeren, al is er beneden bij de sluis bij het restaurant waar we nu naar toe gaan ook parkeerruimte. Hier hebben we een mooi uitzicht over de de benedenloop van de Dokkumer Grutdjip, de Dokkumer Djip. Maar daar komen we nu niet voor, we gaan eten in de galerie kunstcafé De Dream.
    Het voorgerecht van galerie kunstcafé "De Dream" aan de kade van het Dokkumer Grutdjip te Dokkumer Nieuwe Zijlen. Of eigenlijk 6 verschillende voorgerechtjes, waarbij er van eentje de samenstelling op verzoek is aangepast.
    Wat een prachtig concept. Geweldige locatie, mooi gebouw en ... dat blijkt later, bijzonder goed eten op een bijzondere manier gebracht. Ik kan alvast verraden, dat dit het beste eten van deze vakantie zou worden. Hier kun je rustig een eind voor omrijden en laat je verrassen, maar dit geheel terzijde.
    De naamgeving van dit kunstcafé is afkomstig van de gelijknamige Friestalige film van Pieter Verhoeff, die in 1985 gedeeltelijk op deze locatie is opgenomen.
    Voor, tussendoor, tijdens en na het eten kan er dus ook kunst bekeken worden.
    Na het eten hebben we een fijne wandeling langs de kade van Dokkumer Grutdjip gemaakt. Langs het eerste stukje is het nog een kade, met enkele woningen. Verderop het Jaachpaad, wordt het een dijk. Hetzelfde pad weer teruggelopen en bij de auto teruggekomen, staat de gedenknaald "Ter euwiger gedagtenis van de overdyking van 't Dokkumer Diep". Deze dijk, aangelegd in 1729, maakte voor die tijd deel uit van één van de grootste waterstaatswerken. Naast deze dijk werd de Ee-mond (zoals Dokkumer Diep dus eerst heette) afsloten door het sluiswerk, werd het vaarwater verlegd en gekanaliseerd, als onderdeel van het grootscheepvaartkanaal door de provincie. Er werd ongeveer 660 hectare vruchtbaar land gewonnen en de provincie was tegen overstromingen beveiligd. Want de aanleiding voor dit alles was de vernietigende kerstvloed van 1717 (Friesland en de Friezen, p. 264). Het ontwerp van de sluizen is van de waterbouwkundige Willem Loré (1679-1744). Hij stond bekend om z'n revolutionaire ontwerpen. Het bijzondere hier is, dat de schepen konden schutten, terwijl er gespuid werd.
    De in 1969 aangelegde sluis -na afsluiting van de Lauwerszee- een eindje verderop, draagt dan ook zijn naam: Willem Lorésluis.
    Op de vier zijden van de zuil komen we nog een bekende naam tegen: Ir. Philip Fredrick Vegelin van Claerbergen, Grietman over Haskerland. Het wapen met de drie ruiten herkennen we inmiddels van de begraafplaats Westermeer in Joure .
    Wij rijden terug en beseffen ons dat we over historie rijden als we over de Sylsterwei en Dodingawei rijden. We zien als we over de Dodingawei terugrijden nog restanten van de dijk die ooit de rivier Ee binnen bepaalde kaders moest houden.
    Thuisgekomen bereiden we de dag van morgen voor en kijken we een aflevering van Merlin in de nieuwe omgeving en gaan vervolgens voldaan in een heerlijk bed slapen.


    Beabuorster Mole / De Babuurstermolen (1882), Baburen, Tjerkwerd.

    Fabriekspijp, de Wytmarsummer Feart, Witmarsum.

    De Fabryksbrêge over de Wytmarsummer Feart, Witmarsum.

    Koepelkerk (1633, 1819), Witmarsum.

    Kaatsplein, Witmarsum.

    de Vermanning (1960-61), Witmarsum.

    bakker de Punt, Witmarsum.

    Arumerweg, Witmarsum.

    Arumerweg, Witmarsum.

    Victoriuskerk (1200, 1500), Pingjum.

    Menno's Formanje, Pingjum.


    Sint-Laurentiuskerk, Greate Pierwei, Kimswerd.

    Monument Greate Pier van Anne Woudwyk, Greate Pierwei, Kimswerd.


    De 'Kjirrewjirre', Greate Pierwei, Kimswerd.

    Herberg 'De Greate Pier', Greate Pierwei, Kimswerd.

    Greate Pierwei, Kimswerd.

    Harnzer Feart, Kimswerd

    Windvaan "Haan met poten", Laurentiuskerk, Kimswerd

    Harnzer Feart, Kimswerd

    Harnzer Feart, Kimswerd

    Rozengracht, Harlingen

    pakhuis, Harlingen

    Stadhuis, Harlingen

    pakhuis 'Java', Harlingen

    omgeving boerderij Pier, Kimswerd

    Spaarbank, Arum

    De Gekroonde Leeuw, Arum

    De Alde Posterij, Arum

    zicht op, Lollum

    Elshoutbuurt, Lollum

    kerk, Waaxens

    gedenksteen toren, Waaxens

    kerk, Kubaard

    Joarumerleane, Kubaard

    Grenspaal, Kubaard

    Ny Herema, Tzum

    Gertrudiskerk, Achlum

    Brand Spuit 1 - Rozengracht, Harlingen

    Geboortehuis Vestdijk - Voorstraat, Harlingen

    Wally's - Voorstraat, Harlingen

    Afsluitdijk - Voorstraat, Harlingen

    Drie Roemerssteeg, Harlingen

    1739 - Voorstraat, Harlingen

    Blauwe Hand - Grote Bredeplaats, Harlingen

    Noorderhaven, Harlingen

    De Beurs - Noorderhaven, Harlingen

    Zakkendragerspijp - Franekereind, Harlingen

    Aukje - Franekereind, Harlingen

    Grote of Nieuwe kerk - Kerkpoortstraat, Harlingen

    Sint Christoffelsteeg, Harlingen

    spiegel, Hannemahuis, Harlingen

    boekenarmband, Hannemahuis, Harlingen

    Vestdijk-kamer, Hannemahuis, Harlingen

    Anton Wachterbeeld, Hannemahuis, Harlingen

    portret gezin Mulder, Hannemahuis, Harlingen

    Meisjespaard met spiegel, Hannemahuis, Harlingen

    Hotze Schuil, Harlingen

    Gertrudiskerk, Achlum.

    Terp Ee / Ie.

    Dokkumer Djip, Dokkumer Nieuwe Zijlen.

    kade Dokkumer Grutdjip, Dokkumer Nieuwe Zijlen.

    De Zijlen (sluizen), Dokkumer Nieuwe Zijlen.

    Terras van "De Dream", Dokkumer Nieuwe Zijlen.

    "De Dream", Dokkumer Nieuwe Zijlen.






    Dag 9: van Ee naar Augustinusga, Spitkeet en Dokkum

    kaart 9

    Deze ochtend starten we traag op. Lekker 'thuis' koffie drinken en boekje / blaadjes lezen.
    Augustinuskerk
    De toren stamt uit de 13e eeuw en werd tot 1895 door een zadeldak afgedekt. Omstreeks 1350 werd de kerk van Augustinusga (geweidt aan de kerkvader Augustinus) gebouwd door de Cisterciënzer monniken, waarschijnlijk afkomstig uit het klooster Jeruzalem te Gerkesklooster. De kerk is een gotisch gebouw met spitsboogramen en steunberen. Het interieur is overdekt door kruisribgewelven, waarop bij restauraties schilderijen werden aangetroffen. In de noordelijke muur zit een dichtgemetselde deur, die toegang gaf aan de monniken voor het houden van getijdendiensten. De preekstoel dateert uit de 17e eeuw. Verdere bezienswaardigheden: de herenbank uit 1650, het doopbekken uit 1742 en het orgel uit 1863.
    We hadden gemerkt dat de meeste kerken aan het Tsjerkepaad / Openkerkenroute meededen. We hadden dan ook een route uitgestippeld met kerken die mogelijk nog fresco's hadden. Dit hadden we uit diverse boeken gehaald en met een stip op de kaart gezet, zodat er vanzelf een logische route zichtbaar wordt. Op zich nog een hele klus om alle gegevens 'even' door te lezen.

    Als eerste gaan we naar de kerk van Augustinusga, maar dat is nog wel een stukkie rijden....


          Aldwâldmersyl
    We rijden Ee uit zoals we het voor het eerst binnenkwamen en rijden dan ook snel op de Wâlddyk, de dijk waarvan we sinds gisteren weten, dat deze de rivier Ee in bedwang moest houden en dus ook een oude zeedijk. Bij Aldwâldmersyl, waar nog een restant te zien is van een sterk meanderende Ee, zien we ook een rond meertje, wat verdacht veel op een kolk lijkt. Door deze afleiding hebben we niet in de gaten dat we over Aldswemmer rijden en dus de plaats waar de sluis (syl) in de Aldswemmer lag en deze uitmondde en spuide in de Ee. Dit meertje, Mâllegraefsgat, nu Mâlegraafsgat, vernoemd naar Donough MacCarthy, een Ierse earl (graaf) in ballingschap, die hier vlakbij in een huis woonde, is inderdaad een kolk, of zoals het hier heet, een wiel. Het geweld van de Sint Pietersvloed in 1651 sloeg hier door de dijk en maakte een 9 tot 12 meter diep gat.

    Na de Wouddijk vervolgen we de Terlunewei, waar we bij de drie Zandwielen rechtsaf slaan naar Wijgeest / Wygeast en Oudwoude / Aldwâld. Hierna volgen we de weg naar Kollum, waar we via de 'buitenwijken' de Trekweg bereiken.


          Augsbuurt
    Wanneer je over de Trekweg richting Gerkesklooster rijdt en dus aan je linkerkant de Stroobossertrekvaart hebt, kom je al gauw het
    kerkje van Augsbuurt -of zoals het tot de 19e eeuw heette, Lutjewoude / Lytsewâld- tegen. Deze moesten we natuurlijk van dichtbij zien. Voorzichtig over het smalle bruggetje, die lichtgebogen over het water gaat en de auto op het parkeerplaatsje geparkeerd. Deze kerk en burg staan beiden op de monumentenlijst (nr. 23752 en 512869). De brug is van 1907 en dient ter illustratie van alle bruggen die ooit over de Stroobosser Trekvaart lagen maar intussen zijn aangepast of veranderd. De Stroobosser Trekvaart stamt uit 1651-1655 en had vele verschillende soorten bruggen die door het Rijk vanaf 1880 zijn vervangen door hetzelfde model, waarvan deze het gaafst is. De brug heeft schuin geplaatste bakstenen vleugelwanden.

    We rijden verder langs de Trekvaart en worden een stukje omgeleidt, omdat ze met de weg bezig zijn. Bij het Prinses Margrietkanaal aangekomen rijden toch even linksaf om een stukje van Gerkesklooster - Stroobos te zien. We kunnen langs deze weg echter niets vinden wat ons nu kan boeien en rijden weer terug en gaan bij Blauwverlaat / Blauforlaet over het voormalige Caspar de Robles- of Kolonelsdiep, het Prinses Margrietkanaal naar Augustinusga / Stynsgea. We zijn iets te vroeg voor bezoek van de kerk en dus gaan we eerst een koffie drinken bij café Stynsgea. Na de koffie weer naar de kerk, maar deze bleek nog steeds dicht. En dat bleef ook zo. Als we de deelnamedata beter hadden bekeken, dan hadden we dat ook kunnen lezen.
    Enigszins teleurgesteld reden we weer verder. In deze omgeving hadden we niet erg puntjes op de kaart staan en hadden we dus niet veel kerken uitgezocht. En om nu weer helemaal naar het noorden te rijden, terwijl we nu in het zuiden zijn, dat is ook weer zoiets.
    En dus rijden we door deze omgeving. We slaan linksaf naar Roodeschuur / Reaskuorre en rijden over de Turfloane, parallel langs de Feansterfeart, die we even ter hoogte van It Langpaed op de foto zetten.


          Harkema
    Vlasveldje
    Vlas (bloem, zaadbol en zaaddozen)
    Themapark Spitkeet, Harkema
    We rijden verder en slaan rechtsaf naar Harkema /
    De Harkema. Hier gaan we naar "De Spitkeet". Een themapark en openluchtmuseum over het leven en wonen in deze omgeving: de Groningse en Friese heide. Dit bezoekje past natuurlijk goed in het literatuuronderzoek. We zien allerlei woningvormen, bestaansmiddelen en gebruiksvoorwerpen. Ook vinden we een miniveldje met (vezel)vlas.
    Tijdens het bekijken van omgebouwde kippenhok als woning voor een pas getrouwd stel, raken we aan de praat met een man (schipper) van 82 uit Opende. We liepen bijna gelijk mee op met hem, dus bij elke woning was er weer een bespreking van het een en ander. Na de rondgang mochten we nog een cappuccino en appeltaart nuttigen op het terras, totdat het ging regenen.
    We kochten een "Schrobber" of heideboender, dit is een van afwaskwast gemaakt van heidetakjes. Daarnaast ook nog het boek 'Jeugdherinneringen van Jelle Dam' gekocht. Dit behandelt het leven in deze omgeving, halverwege de 19e eeuw tot begin 20e eeuw.


          Damwoude
    We verlaten dit museum en rijden door Hamshorn / Hamsherne, langs Drogeham en Kootstertille en sloegen bij Twijzel linksaf naar Twijzelerheide, de Westereen en
    De Valom / De Falom. Nog even langs Broeksterwoude / Broeksterwâld en we komen aan bij de fusiegemeente Damwoude / Damwâld. Bij het rijden naar de rotonde, zie je meteen, dat hier iets bijzonder is. En dus auto geparkeerd tegenover de kerk.
    Damwoude is een fusiegemeente van Dantumawoude, Akkerwoude en Murmerwoude / Dantumawâld, Ikkerwâld en Moarrewâld. De strijd tussen de dorpen over waar het gemeentehuis moet komen te staan is ooit geslecht in het voordeel van Murmerwoude. In 1880 werd door de gemeentearchitect J. Duijff de tekeningen gemaakt voor een nieuw raadshuis. De drie gebouwen, raadhuis (nr. 11680), café (nr. 34304) en kerk (nr. 11675) bepalen dit beeld, wat we tegenwoordig kunnen zien en zijn beschreven in "Noordelijk Oostergo. Dantumadeel" van Herma M. van den Berg en Rijksdienst voor de Monumentenzorg uit 1984.
    Over de naamgeving van Murmerwoude gaat een bijzonder verhaal. De naam Murmerwoude zou afgeleid zijn van "Moordenaarswoude", omdat in deze omgeving Bonifatius in 754 zou zijn gedood. Als straf voor deze moordpartij zou de bevolking voortaan in het gezicht 'smetten en vlekken' hebben gekregen. Eeuwen later heeft een Duitse geleerde in het begin van de 18e eeuw een onderzoek hierna ingesteld. Volgens hem waren de 'Kaïnstekenen' inmiddels weggewist van deze vreedzame mensen (Friesland en de Friezen, p. 230). Of de Goddeloze of Goddeloaze Singel, die langs de Singelsfeart, richting Veenwoude loopt, nog verband houdt met dit "Moordenaars-wolde" wordt niet duidelijk.
    Wel is het natuurlijk typisch dat één van de oudste kerken Sint-Bonifatiuskerk heet, rond 1200 gebouwd en in uitgerekend in Murmerwoude staat.
    Na deze verbazing, lopen we het voormalige raadshuis in, waar nu een mooie antiekwinkel huist met goed verzorgde producten uit verleden tijden.


          Dokkum
    We rijden Damwoude weer uit en rijden via de Hoofdweg naar
    Dokkum / Dokkum. Toeristen als we zijn, volgen we keurig de P-borden en komen uiteindelijk aan de noord-zijde de stad binnen, iets wat uiteraard niet nodig is. We parkeren de auto op de Stasjonswei en lopen via de Aalsumerpoort de oude stad in, waar we in no-time op de Grote Breedstraat lopen. En daar kwamen we de eerste boekwinkel al tegen: The Read Shop. Even later kwamen we boekhandel Schaaf tegen. Helaas printen de kassabonnetjes niet de titel mee. Daar moeten we de volgende keer beter op letten.
    Dokkum heeft trouwens een aardig lange monumentenlijst.
    We lopen langs de Waag (1754, herbouw van gebouw uit 1593, monumentnr. 13118) en gaan ophoog bij de Waagstraat. We komen uit bij de RK-kerk H. Martinus en HH. Bonifatius en Gezellen dat er nog niet erg oud uit ziet, maar wel al op de monumentenlijst staat (nr. 13139). Het is dan ook gebouwd in 1871.


    "Vitae 2007", Markt, Dokkum.

    We lopen de Hoogstraat uit en komen op de Markt uit. Hier staat de Grote of Sint-Martinuskerk (nr. 13155) uit ongeveer 1590. Deze kerk had op deze plek echter al enkele voorgangers. In de 10e, 11e en 13e eeuw stond hier ook al een kerk.
    Naast deze kerk staat het kunstwerk Vitae 2007 van Tilly A. Buij en Gerard A. Groenewoud. Het moet de moeizame kerstening van de Friezen verbeelden door de vier bisschoppen Willibrord (658–739), Bonifatius (672 of 675-754 of 755), Willehad (740-789) en Liudger (742-809). De gestaltes zijn door hun geschiedenis te duiden. De liggende (en op deze foto niet te zien) is Bonifatius (in 754 vermoord). De afzijdige is Willibrord, omdat hij Dokkum nooit heeft bereikt. De twee die met elkaar versmolten lijken, zijn Willehad en Liudger, waarbij de laatste, zelf Fries, als overwinnaar er bovenuit steekt, omdat het hem gelukt is een deel van Friezen te winnen voor het roomse geloof.
    Het was intussen de hoogste tijd voor een drankje, wat we toevallig aan de overkant konden krijgen in het voormalige klooster (voor de Reformatie 1580) / weeshuis (1615), wat in 1854 -na een verbouwing- dit uiterlijk kreeg en een naam draagt wat weer verwijst naar de eerste functie: Hotel de Abdij, zeker een bezoekje waard, en natuurlijk ook om even binnen te kunnen kijken.
    Na het drankje liepen we via de Koningstraat naar het Klein Diep. Hier hadden we ook een drankje kunnen doen. Terrasjes genoeg aan het water.


    "Skelp", De Zijl, Dokkum.

    We liepen verder naar De Zijl, waar we uitzicht hadden op het stadhuis, waaraan men sinds 1607 bezig is geweest en staat vanzelfsprekend op de lijst (nr. 13187).
    Op De Zijl staat sinds 1998 het kunstwerk van Gerrit Terpstra, dat de naam Skelp of De Schelp draagt. De ene helft met het logo van Dokkum is van gietijzer, de andere met de grachten is van roestvast staal. Het beeldt het verborgen verleden uit.
    We liepen verder over het Diepswal, langs het Grootdiep. Hier liggen nog enkele authentieke pakhuizen. Ook zagen we een replica van de trekschuit. De trekschuit is eigenlijk de vroegere bus, maar dan uiteraard, zoals bijna alles wat vervoerd werd, voor het water. De trekschuit is ook bekend als barge (luxe uitvoering uit de omgeving Gent en Brugge) of snik. Deze werden gejaagd over het jaagpad, wat direct naast het kanaal liep.
    We liepen verder en gingen de bocht om, het Oosterbolwerk op en daarna de Dam en Kleine Oosterstraat. We besloten intussen naar het Italiaanse restaurant te lopen, die we vanmiddag waren tegengekomen, D'Angelo, want de winkels waren dicht of gingen dicht.
    We waren kennelijk net op tijd, voor niet gereserveerden, want we zaten nog maar net of de mensen stroomden binnen. We bestelden en lieten 'het' ons goed smaken, na toch weer een lange dag met veel lopen. 'Het' was in dit geval Tagliatelle Vegetari met extra toevoeging zalm en Scampi a la Vino.
    Na het eten liepen we de kortste route, via Kerkstraat en Op de Fetze naar de auto terug. In de Boterstraat zagen we nog een opmerkelijk pand "het Gotisch Huis", één van de weinig overgebleven panden, nadat de stadhouder Caspar di Robles ruim 200 panden in brand had gestoken, nadat de edelen van Dokkum in 1572 de zijde van de Geuzen hadden gekozen (nr. 13099).
    We zijn nu bijna bij de auto en dus kunnen we weer naar huis rijden. We rijden langs de Suderie of Zuider Ee over de N361. Bij de rotonde houden we rechts aan en rijden verder over de N358 tussen Jouswier en Reidswal door, langs Groot Medhuizen en Lyts Midhuzen tot we weer thuis in Ee aankomen.


    Op de Wâlddyk (kijkend richting Ee) met rechts Alde Lunen.

    Mâlegraafsgat, Aldwâldmersyl.

    kerkje van Augsbuurt.

    Augustinuskerk, Augustinusga.

    Feansterfeart.

    Achterzijde De Spitkeet of plaggenhut, themapark Spitkeet, Harkema.

    Sint-Bonifatiuskerk, Murmerwoude, Damwoude.

    Café 'De Kruisweg', Murmerwoude, Damwoude.

    Raadhuis (1880), Murmerwoude, Damwoude.

    Noordergracht, Dokkum.

    Waag, Dokkum.


    H. Martinus en HH. Bonifatius en Gezellen, Dokkum.

    Grote of Sint-Martinuskerk, Dokkum.

    Pakhuizen en trekschuit, Dokkum.


    "het Gotisch Huis", Boterstraat, Dokkum.






    Dag 10: van Ee naar Firdgum en Franeker

    kaart 10

    We waren zo dicht in de buurt van Firdgum, toen we op de 8ste dag van Oudemirdum naar Ee reden, maar we waren het helemaal vergeten om het zodenhuis te gaan bekijken in Firdgum. Terwijl deze nog wel op het verlanglijstje stond. Kennelijk had de Mennonieten-tour al zoveel energie gevergd, dat we dit item gewoon vergeten waren. Daarom rijden we vandaag dus alsnog terug naar Firdgum en gaan we tevens Frankeker bezoeken om het Planetarium te bekijken.
    Om daar te komen hebben we ons voorgenomen om over de oude zeedijk te rijden, omdat hier -op het hoogland- de oude dorpjes liggen, maar ons niet laten verleiden om deze te bekijken, omdat we dan vandaag nooit Firdgum zullen bereiken. De dorpjes zien we dan nu van een afstandje, tijdens het langsrijden.
    We rijden Ee uit over de N358 richting het Noorden en komen weer langs Groot Medhuizen en Lyts Midhuzen en tussen Jouswier en Reidswal door. Bij de rotonde vervolgen we de weg en rijden langs Metslawier, Oosternijkerk, Bollingawier, Ternaard, Vijfhuizen, Visbuurt. Vanaf hier rijden we over de Oude Zeedijk (nog steeds N358) en komen door Teijeburen, Drieboerehuizen, Kletterbuorren en Holwerd. Rijden we tot nu toe over vrij rustige weg, eigenlijk als enige. Op het kruispunt met de Grândyk, hebben we de pech dat er net een schip is aangekomen in Holwerd, zodat we een lange sliert met motoren en automobilisten aan ons voorbij zien trekken, waarachter wij uiteindelijk kunnen aansluiten. De enige manier om ons hiervan te ontdoen, is langzamer gaan rijden, totdat ze uit ons zichtveld zijn verdwenen. En dat doen we dus maar. Wij vervolgen de weg (nu de N357) en komen langs Blije, Boattebuorren, De Rijp, Ferwert en Marrum. Hier is het duidelijk te merken dat we weer landinwaarts rijden. Immers, de Oude Zeedijk beschermde ook tegen de Middelzee. Na Marrum volgen Hallum, Hijum, Feinsum, Finkum en Stiens. Bij Stiens maken we de doorsteek over de N393, het ingepolderde Middelzee en nieuwe andere stukje Friesland, "Het Bildt" in. En zo rijden we door Vrouwenparochie, Sint Annaparochie en Sint Jacobiparochie. Duidelijk herkenbaar als anders, jonger met ook andere architectonische pareltjes. Maar, zoals afgesproken, geen uitstapjes. Maar hier moeten we zeker nog even gaan kijken. De weg door Sint Jacobiparochie viel zeker in het oog.
    Bij het Hoge Dijk, bij Minnertsga klimmen we weer het "vaste" land op. Op de weg tussen Minnertsga en Tzummarum, ligt halverwege een afslag naar rechts, dat naar Firdgum gaat.



    Na het zien van dit juweeltje kon het niet anders dan deze als omslag voor een notitieboekje te gebruiken.
    (zie verder: notitieboekjes)
          Firdgum
    Oogverblindend valt hier onmiddelijk de 13e-eeuwse toren van de in 1794 afgebroken kerk op. Dit monument (nr.
    8632) staat op een terp (nr. 46210), dat samen met een aantal andere ook op de lijst staat.
    Door dit beeld, blijven we dus naar links kijken, zodat we voorbij het museum Yeb Hettinga Skoalle rijden, waar het Zodenhuis ook bij staat.


          Koehool
    Echter, deze vergissing brengt ons wel via Dijkshoek, over de nieuwe Sedyk naar een nieuwe verrassing in
    Koehool. We zijn er intussen wel van overtuigd dat we het museum ruimschoots voorbij zijn gereden en vragen een man op leeftijd, die op de fiets aan kwam rijden, of hij misschien wist waar we het museum moeten zoeken. Na de uitleg, dat het aan de andere kant van het torentje staat, vervolgde hij dat we toch zeker even de dijk op moeten gaan om te genieten van alle kleuren groen die het landschap te bieden heeft. En hij kan het weten, want hij woont zijn hele leven al hier. Wij schatten, dat dát dan toch minstens 80 jaren moet zijn.
    Hjerringfiskers

    Voorbij.....maar niet vergeten,
    De herinnering blijft bestaan.....
    Dan zie je nog de oude huisjes
    De zwarte schuur waarheen de vissers gaan

    Zeulend met de zware bennen
    Vol zilv'ren haring over 't Glibberig strand
    Daar tussendoor ook nog druk doende
    Op hun kleine stukje vruchtbaar land

    Maar in de avondschemer staat de visser
    Genietend van de rust aan 't wijde Wad
    Daar ligt zijn boot, daar staan zijn fuiken
    Elk zijn regel, elk zijn pad

    Niets daarvan is ons gebleven
    Alleen de zee, de luchten wijd
    Wat is een vruchtbaar mensenleven
    In de duur van d'eeuwigheid

    Het nageslacht leeft verder,
    Het zware sjouwen is gedaan
    Hier en daar drijft nog een bootje
    De oude vissers die zijn heengegaan

    J.H.W.
    Tsjommearum

    En dus volgen we zijn raad natuurlijk op. En het uitzicht is meer dan de moeite waard. Een prachtig uitzicht over de Waddenzee, waar het duidelijk vloed is. We konden duidelijk de twee eilanden Vlieland en Terschelling zien liggen. Op Terschelling ontwaren we nog net de Brandaris, de oudste vuurtoren van Nederland. De eerste Brandaristoren werd in 1323 gebouwd. Dit werd voornamelijk bekostigd door de stad Kampen, die had in deze periode het alleenrecht om voor de betonning in de Zuiderzee te zorgen, zodat dat de grotere schepen veilig van Texel en het Vlie naar de handelssteden konden komen .
    Landinwaarts zien we de tinten groen, al valt dat nu een beetje tegen. Het is hoogzomer, dus sommige planten worden rijp en gelig. Wel zien we de Sint-Joriskerk (nr. 8637) in Oosterbierum, waarmee men rond 1200 is begonnen te bouwen.
    Ook glijdt het beeld over de Slachte, maar net iets te hoog en daarom niet te zien, die ongeveer hier begint en waar we later vandaag nog over heen zullen rijden.
    Nadat we weer naar beneden zijn gelopen, zien we op het hoekje van de weg een beeldje van de Hjerringfiskers staan. Dit beeld "De Waadfisker" is gemaakt door Frans Ram. Van hem zijn we al vaker beelden tegengekomen in het Friese landschap, zoals het borstbeeld van Jopie Huisman in Workum. Het Oudheidskundige Vereniging Barradeel heeft een gedicht van J.H.W. uit Tsjommearum tweetalig op het 'uitlegbord' laten drukken en dit geeft wel de sfeer weer hoe hier vroeger toeging.


          Firdgum
    We rijden nu terug naar Firdgum, en weer moeten we door een kudde schapen rijden die hier op de dijk grazen. Wannneer we bij de toren aankomen, zien we aan de andere kant van de weg een groot bord met uitlegteksten staan. Hier staat het museum
    Yeb Hettinga Skoalle en daarvoor zien we het Zodenhuis .
    We zijn weer iets te vroeg, dus gaan we alvast een rondje om het zodenhuis maken en een rondje om de toren. Uiteindelijk gingen we het informatiebord lezen.


    Schoolwerk van Lieme Glazema, Yeb Hettinga Skoalle, Firdgum

    Documentaire
    Omrop Fryslân heeft een tweedelige documentaire over het Zodenhuisproject gemaakt die op Nederland 2 is uitgezonden.
    Deel 1
    Deel 2
    Even later gaat het museum al open en lopen we naar binnen. We krijgen een tour door het museum en door het zodenhuis. De verzameling bestaat onder andere uit schoolspullen (van Ot en Sien tot schoolbankjes), vlasverwerking, wat natuurlijk de aandacht trekt. Ook zijn er vondsten te zien, die gedaan zijn bij de afgravingen van de terpen en een verzameling van zaden.
    Bijzondere aandacht van ons gaat uit naar de schildersinventaris van schilder Lieme Glazema uit Sexbierum. Hier ligt z'n schildersdiploma uit 1939, daar een stapel tekeningen als schoolopdrachten. Art-deco zette kennelijk in die jaren nog steeds de toon.
    Verder zijn er nog andere vondsten te zien, die informatie geven om het zodenhuis te kunnen bouwen, zoals het houten deurtje met penverbindingen. Dit deurtje is gevonden in Teerns/Tearns, waar nu de Tearnzerwielen liggen, net ten zuiden van Leeuwarden en komt uit begin van onze jaartelling (< 450 nC.). Een groter exemplaar is bekend uit Haithabu of Hedeby .
    Tijdens de rondleiding van het zodenhuis, viel het op dat er binnen niet zoveel te zien is. Daarvoor is dit project dus ook niet. Het moet de vragen beantwoorden, waarvoor dit onderzoek is opgezet. Werken de gebruikte methoden en voor hoelang. Daniël Postma is coördinator van dit project en schrijft hierover in zijn blog.
    Een enkele vraag blijft echter open ...
    Na afloop bekijken we nog een film over vlasverwerking met een kopje koffie en koek.
    Plots komen er nieuwe bezoekers binnen en vlot wisselden we nog enkele gegevens uit, zodat ze een boek over vlas op kunnen sturen.
    Wij bekijken nog even de afgegraven terp aan de overkant en vervolgen hierna onze weg richting Franeker.


          Sexbierum
    We rijden verder door Tzummarum, rijden langs Klooster Lidlum en door Oosterbierum (waarvan we kerk vanuit de verte hadden gezien). Vervolgens krijgen we een opmerkelijk beeld in onze voorruit. We zien een molen, een glazen piramide en een kerktoren. Dat is nog eens een sky-line! Dat levert een mooie foto en we naderen
    Sexbierum/Seisbierrum. De molen de Korenaar (nr. 8648 en Nederlandse Molendatabase FR042), de piramide van het avontuurlijk ontdekkingscentrum Aeolus en de vanaf de 13e eeuw gebouwde Sixtuskerk (nr. 8654) bepalen duidelijk het beeld.
    We slaan linksaf de Tsjerk Hiddesstrjitte in en daarna rechsaf - aangetrokken door de achterzijde van een oud uitziend gebouw - de Terp op. Op het kruispunt vinden we het 40-45 herdekkingsmonument. Hierop staat de spreuk 'Ontworsteld aan de slavernij'.
    Hier bekijken we even de kaart om te kijken hoe verder kunnen rijden naar Franeker. We zien echter dat we nu vlak bij Liauckamastate zijn, althans de poort hiervan. Daar rijden we natuurlijk even naartoe om een kijkje te nemen (nr. 8652, al is er wel flink aan verbouwd, nr. 20199393).
    Hierna rijden we weer naar de Tsjerk Hiddesstrjitte en deze rijden we rechtdoor en met de weg mee tot we op de, jawel, de Slachte uitkomen. Deze rijden we uit tot we ten noorden over de Hertog van Saxenlaan de stad Franeker / Frjentsjer inrijden. We zien genoeg parkeerplaatsen op de Voorstraat en dus parkeren we daar de auto.



    Franeker


    Martenastins


    tuin van Martenastins

          Franeker
    Wij lopen verder de Voorstraat in en zien al vlot de Martenastins aan de rechterkant verschijnen. Hessel van Martena (ca. 1460-1517) liet rond 1506 deze
    stins bouwen.
    Dit stadskasteel, dus binnen de muren van Franeker, mocht hij waarschijnlijk bouwen als dank voor zijn steun aan de Saksen, die sinds 1498 de heerschappij hadden gekregen over dit Friese gebied. Van Martena was een Schieringer en de Schieringers hadden de hulp van hertog Albrecht van Saksen ingeroepen . En dan komt een veilig versterkte stins wel van pas.
    Nu huist Museum Martena in dit pand (nr. 15762). Het heeft één van de drie xylotheken van Nederland, dus de liefhebber van hout en bomen dient hier zeker te gaan kijken.
    Wij lopen verder naar het museum planetarium Eise Eisinga (nr. 15668). We weten van gekkigheid niet waar we moeten kijken, toen we voor het museum stonden, want er was ook veel te zien (Monumentenlijst Franker). Op de hoek zien we het imposante stadhuis uit 1591-1593, geheel opgetrokken in Friese renaissance stijl (nr. 15724).
    We gaan dus maar gauw het museum in. Hier lopen we zelfstandig door het museum en in dé kamer met planetarium krijgen we uitleg.
    Na dit bijzondere uitstapje gaan we in het pandje ernaast (ook van het museum) een cappuccino drinken. Het zal ons niets verbazen, als ze hier Van Balen's koffie schenken.
    Tijd om een wandeling door de stad te maken. We liep over de Groenmarkt langs het water, waar we het ene leuke pand na het andere zagen. De meest opvallende panden op deze looproute zijn hier opgenomen.

    Franeker


    Telenga's Drukkerij,
    Eise Eisingastraat

    Korenmeter- of
    Zakkendragershuisje,
    Eise Eisingastraat

    Godsacker

    De Groenmarkt gaat over in de Zilverstraat. Hier zien we onder andere een laag pandje van Telenga's Drukkerij (nr 15677). Wanneer we in de lange bocht van de Zilverstraat achterom over het water kijken, zien we een opmerkelijk gebouwtje, wat we later als "Korenmeter- of Zakkendragershuisje" (nr 15680) zullen leren kennen. Vanaf deze plaats lijkt het wel of het een beetje naar rechts overheld. Dat is ook niet vreemd, want het lijkt wel of er rechtonder een hoek mist. Op de foto is duidelijk de achterkant van een zilveren auto te zien op de plaats waar normaal gesproken een muur hoort te zitten. Bizar.
    Aan het einde van de Zilverstraat gaan we over het bruggetje, zodat we aan de overkant op Godsacker verder lopen. Hier treffen we nog een fraaie voorgevel, die nu niet eens een keer op de monumentenlijst staat. Opvallend hieraan zijn de rechtopgaand gemetselde bakstenen, die in een bepaald ritme toch taps naar de nok loopt. Echter daarboven en daartussen is een glooiende rand in wit gemaakt. Samen met het voegwerk en een mooi gouden leeuwtje als fratskop maakt dit de moeite van het aanschouwen waard.
    Voor ons wijkt nu de gracht naar rechts, samen met de straat. Hierdoor is er ruimte voor gebouwen aan het water. Hierdoor ontstaat ook alweer een mooi beeld. Wij lopen om deze gebouwen heen en gaan rechtsaf de Dijkstraat op. Bij het grachtje aangekomen gaan we over de Mauritsbrug. Op de hoek staat het volgende pand: het voormalige Klaarkampster Weeshuis of Blauwe Weeshuis (bron: Voorloopige lijst der Nederlandsche monumenten van geschiedenis en kunst. Deel IX. De provincie Friesland. p. 93) uit 1552 (nr 15691), met op de hoek een mooi rondgaand gevelsteen, waarop de Prior van "die Abdije Claracamp" Gerhardus Agricola wordt geëerd voor zijn goede werken. Bij geboorte heette hij Gerrit Luytzenzn (bron: Martinikerk te Franeker, Register van grafzerken, ZERK 117). We vragen ons intussen af wat er aan de riemkoord hangt. Het ene zal waarschijnlijk een geldbuideltje zijn. Maar wat zal het tweede langwerpige vorm kunnen verhullen. Een mes misschien? Ook voor de vrouw?
    Doch op het einde van 1664 riep de dood van den Frieschen stadhouder Willem Frederik hem naar Friesland. Een vreesselijk ongeluk wachtte hem daar. Met zijn gevolg te paard door Franeker rijdende, viel de houten brug, tusschen de eerste en tweede Dijkstraat, door den zwaren last in, en hij stortte met vijf der ruiters in het water. Onbeschrijfelijk was 's vorsten toestand, en te midden der spartelende paarden gezonken zijnde, meende men niet anders of hij was omgekomen. Eindelijk had een van zijne edellieden, Bentinck geheeten, het geluk om het paard, dat op den vorst lag, met inspanning van alle krachten weg te trekken en zoo hem te redden. Hij leefde nog, maar hij had veel geleden. Hij was aan hoofd en hand gekwetst, en had van zijn paard een slag op de borst bekomen, die hem groote pijn veroorzaakte. Een der deftigste bewoners der stad, Sophia van Vervou, weduwe van den ridder Joachim Andreae, bood hem hare hulp en haar huis aan, dat thans nog als een gedenkteeken van den hechten bouwtrant onzer vaderen als Martena-huis te Franeker bekend is. Hier vond de vorst eene liefderijke verpleging, en weinige dagen na het ongeval was hij reeds in staat om, in eenen brief aan zijne zuster, niet alleen zijne toenemende beterschap te melden, maar om ook zijn dankbaar gemoed lucht te geven en God te danken voor zijne hulp hem in het bange oogenblik toegezonden. Die brief is gelukkig bewaard gebleven, en is ons een dierbaar gedenkstuk van zijne reine en ongeveinsde godsvrucht. De brug te Franeker, waar het ongeval plaats had, hersteld zijnde, wordt nog heden ten dage de Mauritsbrug genaamd. Een steen, op welken eene voorstelling van het ongeval was uitgehouwen, werd in den gevel van het nabij de brug gelegen weeshuis geplaatst, en de graveerkunst beijverde zich, om deze gebeurtenis te vereeuwigen. Er bestaan daarvan vier platen, die men aan de graveerstift van Jan Visscher en Pieter Nolpe te danken heeft, en die met Latijnsche en Nederlandsche puntdichten van Francius en Vondel prijken.
    bron: Biographisch woordenboek der Nederlanden : 1852-1878 / A.J. van der Aa, Deel 9
    Naast dit gevelsteen hangt rechts nog een gevelsteen, de Mauritssteen, met een opmerkelijk beeld en verhaal. Anno 1665, den 6den jan n. styl wert sijn Doorlfurstel. Gen. Johan Mauritz furst tot Nassow hier wondelik uyt watersnoodt verlost'. Zoals we op de foto kunnen zien, is het volgende aan de hand. Graaf Johan Maurits van Nassau (1604-1679), bijgenaamd de Braziliaan (hij was gouverneur-generaal van Nederlands-Brazilië van 1636-1644), keert die de 27e December 1664 met zijn gevolg terug van de begrafenis van zijn broers. Hier stond toen nog een houten ophaalbrug. Omdat de kettingen braken, storten ze allemaal in het water en konden maar met moeite worden gered. Ter herinnering aan dit voorval werd hier dus een mooi gehouwen steen in de muur gebracht (Friesland en de Friezen, p. 46).
    Nu vallen echter een aantal zaken op. 6 januari 1665 is niet hetzelfde als 27 december 1664. Wanneer we naar steen kijken zien we de twee kettingen nog aan de brug vastzetten, maar ligt het gedeelte waar de brug kantelt in het water. Wanneer we de stamboom van Jan van Nassau-Dietz (1561-1623), de vader van Johan Maurits bekijken zien daarop geen sterfjaar 1664 voorkomen, maar wel drie maal 1665, van drie zussen: Sophie Margareta (1610-1665), Maria Juliana (1612-1665) en Elizabeth Juliana (1620-1665). Helaas staan hierbij geen data bij. Dus of het om zussen gaat ipv broers wordt hier niet duidelijk.
    Uit het verhaal van Biographisch woordenboek der Nederlanden blijkt dat met 'de broers' de Friese stadhouder Willem Frederik van Nassau-Dietz (1613-1664) wordt bedoeld. Deze Willem Frederik schoot op een jachtpartij met zijn zadelpistool, maar deze weigerde dienst. Toen hij het pistool op 24 oktober ging schoonmaken, vuurde het wapen alsnog. Het schot ging door zijn kin en kaak. Al zijn tanden waren hierdoor loskomen te zitten en hij kon niet meer slikken, met gevolgd dat hij een week later, op 31 oktober 1664 stief. Hij werd bijgezet in de Grafkelder van de Friesche Nassaus in Leeuwarden. Maar wanneer dit plaatsvond wordt niet duidelijk.

    Briefje met bloedvlek van de Friese stadhouder Willem Frederik, 1664


    Omdat hij wegens het ongeluk niet meer kon spreken, 'sprak' hij middels briefjes. Over het ongeluk met het pistool schreef hij: “Sij woud geen vuijr geven, doe sach ick ernae en in die tijt ginck se los.” Op een ander: “Dat Veugling bij mijn wijf en kinder blijft”. Veuglin was Vegilin van Claerbergen , in wie hij veel vertrouwen had. Op een ander briefje vroeg hij om op zijn zoon Hendrik te letten. Deze was nog maar zeven jaar oud en zou hem later als stadhouder opvolgen.
    In het najaar van 2013 kon op dit briefje gestemd worden in het kader van "Stuk van het Jaar".
    Het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek (NNBW), 1223 schrijft ook dat dit in 1665 plaatsvond: waar hij na de begrafenis van Willem Frederik (1665) te Franeker door het instorten eener brug, waarover hij reed, nauwelijks den dood ontkwam.
    Ondanks dat we nu al enige tijd voor deze Mauritssteen stilstaan willen we toch nog even de aandacht vestigen op de twee klein gezichtjes, eigenlijk neus en mond, die rond de tekst 'verstopt' zitten. Gecentreerd boven en onder de tekst zien we de sierlijnen bijeenkomen in een gezichtje. Dit zijn toch detailtjes, die te leuk zijn om niet even te melden.
    We lopen nu gauw verder de Dijkstraat af en komen op de Breedeplaats. En ja, hier staat weer vanalles aan monumenten. Klein Botnia (nr 15660), Martinikerk met toren (nr 15661 en 15662). Ook aan het begin de Voorstraat springt het Camminghahuis of Sjaerdemahuis (nr. 15771), oorspronkelijk uit ongeveer 1400, in het oog. Tegenwoordig huist het Kaatsmuseum in dit pand.
    We zien op een bord dat het Jabikspaad of Jacobspad/Jacobuspad ook over dit plein loopt (van Sint Jacobiparochie tot Hasselt, om vandaar verder naar Santiago de Compostela te lopen). Ook zou op dit plein de Hollandse graven, als amtenaren van de Duitse keizer, in de hoge middeleeuwen op het schild worden geheven, om het recht te spreken.
    Wanneer ons nog eens naar de kerktoren richten zien we aan de linkerkant een cirkelvormige aanbouw, waar waarschijnlijk een trapje naar boven gaat. Bovenin zit namelijk een houten constructie dat een aansluiting heeft op de toren, waar vermoedelijk ook weer een ingang gemaakt is.
    Na een half rondje om de kerk, liepen we ook weer dezelfde weg terug. We staken het plein weer over naar de Hofstraat. Vergeet in deze straat het 17e eeuws gevelsteen met zeilschip op te merken. Bij het grachtje gaan we het bruggetje over naar links de Heerengracht op. Hier vallen meteen het voormalige armenhuisje (nr. 15699) op. Aan het eind gaan we rechtsaf de Prins Mauritsstraat in. Hierna lopen we al gauw op een leeg en (na net zoveel schoonheid gezien te hebben) lelijk aandoende Zuiderkade. We gaan linksaf en zien gelukkig al snel een oud pakhuis, zoals we ook in Dokkum hebben zien staan, maar dan een maatje groter. Vervolgens lopen we om het oosterlijke verdedingspunt, waar jongere (waarschijnlijk eind 19e, begin 20e eeuw) maar mooie panden staan. Na de punt krijgen we zicht op de Turfkade van Franeker. We zien tevens dat de plek waar ooit een houten brug lag, bij de Oosterpoort, nu een dam ligt dat de Noordgracht in tweeën splitst.
    Wij gaan niet de Turfkade op, maar buigen linksaf de Zuiderkade en Dijkstraat op. In ons geheugen hadden we een aantal restaurants gezien op Godsacker of op het verlengde daarvan en dus sloegen we rechtsaf Godsacker op. Bij het bruggetje lopen we weer de Zilverstraat in, waar we weer zicht krijgen op het Korenmeter- of Zakkendragershuisje. Nieuwsgierig geworden naar de muren, lopen we er toch maar even naar toe. Aanschouw op de foto de wonderbaarlijke contructie, dat waarschijnlijk een probleem heeft opgelost, om dit zo te bouwen. We zien nu ook dat de deur openstaat. En dus kijken we naar binnen. Het blijkt een onbemand doe-het-zelf museumpje te zijn. Net zoiets als we vorig jaar in Hollingstedt aan de Treene hebben gezien op Dag 3, toen we langs de Dannewerken fietsten .
    In dit museum word uiteraard ingegaan op het korenvervoer, de handel en maten. Maar ook de vervolgstappen of de stappen hiervoor. We zien onder andere de zaaiviool, diverse vlasverwerkingsobjecten en grappig genoeg draait hier dezelfde film die we vanochtend in het museum Yeb Hettinga Skoalle te Firdgum hedden gezien.
    We lopen weer terug naar de Zilverstraat en komen daar het Chinees Indisch restaurant "Cheung Kwong" tegen. We zoeken hier een mooi tafeltje bij het raam, maar kennelijk niet in het goede 'restaurant'-gedeelte, want ons wordt gevraagd of we daar niet willen gaan zitten. Maar we zijn al aan ons plekje gehecht en dus mogen we hier ook wel blijven zitten. Is deze chinees goed? In 2011 was het de beste van Friesland en landelijk stond het op de 8e plaats. In 2012, stond ze op 33 (maar nog steeds nr.1 van Friesland). En als we er dan van uit gaan dat er minimaal 2500 Chinese restaurants zijn in Nederland, dan is dat dus best goed. We laten het ons dus zeker smaken. We zijn niet de enige. Talloze auto's komen aanrijden, waar een persoon uitstaptt en de auto verder rijdt. Er is hier nauwelijks parkeergelegenheid op de gracht. En even later zie je ze aan de overkant rijden, om vervolgens weer voor het pand die ene persoon -met eten- weer te laten instappen. Het menu telefonisch bestellen en even later ophalen is kennelijk uitstekend op elkaar afgestemd. Vriendelijk contact met automobilisten ontstond, wanneer er kennelijk nog aan de balie besteld moest worden, want dan werden er meerdere rondjes gereden. Kortom een vermakelijk schouwspel voltrok aan ons raam.
    Na het eten lopen we over de Groenmarkt en Raadhuisplein terug naar de Voorstraat.


          Boer
    We rijden de stad dezelfde weg uit als we gekomen zijn. Na het kruisen van de autosnelweg A31, rijden door naar Dongjum, waar we rechts afslaan. Op deze weg naar Boer, vallen de kleine lege terpjes in dit landschap op. De terpjes zijn ongeveer ter grote van een boerderij en niet erg hoog, maar hoog genoeg om op te vallen. Even later zien we in Boer nog iets opvallens opdoemen. De Mariakerk (nr.
    15850), helemaal bepleisterd en steenrood-oranje geschilderd. Men is met bouwen begonnen in de 12e eeuw. Erg opvallend is de ingang aan de zuidkant. Aan beide kanten een pilaster versierd met festoenen, die in drie kleuren beschilderd zijn: blauwgroen, goudgeel en steenrood. Daarboven een fronton met leeuwen die in vier kleuren geschilderd zijn, nu inclusief lichtblauw. Daarboven een denne-appel. De leeuwen tonen schild met letters en in het fronton zijn ook nog de letter te ontdekken. Zo ontstaat van links naar rechts C I - I V X - H.N.P.
    Deze ingang is afkomstig uit de Elgersmastate, die hier ooit eens stond.

    We rijden gauw verder naar Ried, onderweg zien we nog meer kleine terpjes. We slaan af naar Peins en vervolgens weer naar Slappeterp. Hierna rijden we door het iets grotere Menaam en treffen we de N383, die we naar het zuidoosten gaan volgen. Deze weg blijven we volgen, ook Leeuwaarden in. Vervolgens weer de N357 en N355 tot de N356. Deze slaan we linksaf in. Op deze weg rijden we weer door naar Dokkum en vervolgens rechtsaf de N361 op. Bij Metslawier weer naar rechts en de N358 naar Ee.
    Vandaag hebben we weer veel gezien, dus bij het zien van het bed sliepen we zo in.


    13e-eeuwse toren, Firdgum.

    Vlieland.

    Sint-Joriskerk, Oosterbierum.

    Waddenzee.

    Schapen op de Sedyk.

    zodenhuis, Yeb Hettinga Skoalle, Firdgum.

    Houten deurtje met penverbindingen, Yeb Hettinga Skoalle, Firdgum.

    zadenverzameling, Yeb Hettinga Skoalle, Firdgum.

    beeldbepalend aanzicht Sexbierum.

    poort Liauckamastate, Sexbierum.

    Planetarium Eise Eisinga, Franeker.

    stadhuis, Franeker.

    planetarium, Franeker.

    Klaarkampster Weeshuis, Franeker.

    Mauritssteen, Klaarkampster Weeshuis, Franeker.

    Klein Botnia, Breedeplaats, Franeker.

    Martinikerk, Breedeplaats, Franeker.

    Camminghahuis of Sjaerdemahuis, Voorstraat, Franeker.

    Korenmeter- of Zakkendragershuisje, Eise Eisingastraat, Franeker.

    Mariakerk, Boer.






    Dag 11: van Ee naar Hantumhuizen, Heigebeintum, Genum, Jannum, Bartlehiem, Wyns en Oostmahorn

    kaart 11

    Vandaag gaan we toch maar een poging doen om enkele kerkjes met fresco's te bezoeken, wetende dat ze veelal dicht zijn. We laten ons maar verrassen, dan valt het altijd mee.


          Hatumhuizen
    We rijden eerst naar Metslawier en rijden via de Roptawei het land in. Voor de Jaarlasloot nemen we een scherpe bocht richting Niawier, wat we niet zullen bereiken, omdat we direct links afslaan naar Hantumeruitburen en Hantumerhoeke, waar we vervolgens afslaan naar
    Hatumhuizen / Hantumhuzen, waar we het 13e eeuwse St. Annakerk in het oog krijgen.
    Hier parkeren we maar eens op het parkeerplaatsje.

    Hatumhuizen


    In de St. Annakerk troffen onder andere dit kleurrijk epitaaf van Pybo van Emingha en Biueck Sioerda aan.

    Anno 1571 in Januario sterf de eedele Erent-
    veste ende seer descrete Pybo van Emingha.

    Anno 1563 in Martio sterf de eedele ende
    zeer duechtsame Juffrou Biueck Sioerda.

    Ende legge beijde begrave in deze kerck
    der saelig Aemcke Jaerle steen.
    Dit is een goede keus. De deur staat open, er zijn mensen bezig met werkzaamheden in de kerk, dus wij kunnen mooi een kijkje nemen. Op de scheibogen en gewelven zijn vermoedelijk in de 14de of 15de eeuw in de kleuren blauw en rood ornamenten geschilderd, die we nu nog kunnen aanschouwen. Ook valt de kleurrijke epitaaf op (zie foto hiernaast).
    We gaan nu ook maar eens een trap op en komen er al snel achter, dat betreden van de diverse ruimtes voor eigen risico is. De manier van betreden, bedenkend dat je ook weer terug moet, is niet wat we gewend zijn, maar we doen een poging. Op de eerste verdieping, treffen we een nauw trapje naar beneden aan. Dit doet denken aan de trap aan de buitenkant van de Martinikerk dat we gisteren in Franeker zagen. En aangezien de muren erg dik zijn, past dit trapje ongezien in de muur. Waar het naar toe leidt, hebben even niet onderzocht. We klimmen nog een trapje op. Op deze verdieping vinden we het raderwerk van de klok, wat ook wel eens bijzonder is om te zien. Ook de pijpen van het orgel zijn hier te aanschouwen. Een deur op hoogte, waaraan we kunnen zien hoe dik de torenmuur is, leidt waarschijnlijk naar de ruimte boven de kerk onder het zadeldak. Dit is ons net iets te avontuurlijk en laten we het voor wat het is. Verder gaat er nog een trapladder naar boven, telkens een verdieping hoger. De eerste nemen we nog, daarna houden we het voor gezien. Weer buitengekomen maken we nog een rondje om de kerk (nr. 38700) en hierbij valt het achterste windvaan ons op.

    We rijden dezelfde weg weer terug naar Hantumerhoeke, waar we de route vervolgen naar Hantum. We rijden door naar Brantgum, waar de kerk gesloten is. Omdat we intussen een andere stins voorbij gereden rijden we weer terug naar Hantum, maar we kunnen de stins niet ontdekken. Ook hadden we de afslag naar de Pybemawei over het hoofd gezien, waaraan ook nog een stins zou liggen. Of er verband is tussen Pybo van Emingha en de Pybemawei is ons niet bekend. Rustig in de rondte kijken is er hier even niet bij, want we worden op de hielen gezeten door een enorme vrachtauto, die duidelijk geen toeristische route aan het rijden is. We duiken de weg naar Raard in om hopelijk de vrachtauto van ons af te schudden, wat ons lukt. In de net gereden vlakte hebben uit onze ooghoeken geen stins kunnen zien, dus mogelijk staat het er niet meer.


          Hegebeintum
    We rijden nu enigszins parallel aan de Dokkumer Ee, al is dat ongeveer een kilometer van ons verwijderd. We rijden door Lichtaard en Reitsum naar Ginnum, waar we rechts afslaan, voor ons volgend doel, Hegebeintum. Hopelijk hebben ze daar eten, want we beginnen toch weer trek te krijgen. We parkeren bij het
    bezoekerscentrum "Terp Hegebeintum" van Hogebeintum / Hegebeintum.
    Het belangrijkste van Hegebeintum is, dat het 600 voor Christus al bewoond werd en dat de terp grotendeels is afgraven voor het vruchtbare grond (welke waarschijnlijk is verdwenen in de vele dalen van de vele turfafgravingen, om hiervan vruchtbaar land te maken).
    Helaas voor ons is bijna al het eten gisteren opgegeten en er is nog geen nieuwe gehaald, al is men bereid dit accuut te doen. We nemen dus genoegen met de laatste tosti en koffie.
    Eén van de heren die we hier aantreffen, is tevens de gids voor de rondleidingen. En een gids willen we uiteraard graag. Het verhaal van de gids gaan we hier natuurlijk niet verhalen. Wel dat we in de kerk erop gewezen werden dat de aanwezige hoeveelheid rouwborden nergens met zovelen aanwezig waren. En zoveel rouwborden zijn er ook niet meer in Friesland. Het exacte aantal is ons even ontschoten, maar het getal ligt onder de honderd exemplaren.
    Hier hangen er achttien. Vele borden zijn slachtoffer geworden van de Reformatie en later nog eens van de periode van de Bataafse Republiek, waar alles met afbeeldingen van wapenschilden werd vernietigd vanwege de oude omvergeworpen standenmaatschappij.
    De romaanse kerk stamt uit ongeveer de 11e danwel begin 12e eeuw. Het bezit nog enkele stukjes fresco's.
    Na dit zeer geslaagde bezoek en bewustwording van tal van zaken, nemen we afscheid, nadat we nog een aantal zaken uit het winkeltje hebben gekocht, waaronder in ieder geval twee boekjes: Hegebeintum : Kerk & Terp / Louw Dijkstra en Terpenland : Hallum, Marrum/Westernijkerk, Ferwerd, Blija / Freerk van Hallum en een aantal brochures.


          Genum
    We rijden terug naar
    Genum / Ginnum, omdat we hier op de heenweg ook nog een kerkje hadden zien staan. Grappig genoeg zagen we de kerk bij binnenkomst van het dorp nog wel, maar opeens waren we het kwijt. Dus toen we het dorp alweer bijna uitwaren, hebben we de auto maar gekeerd en vanaf deze plek zien we de kerk weer staan. Het staat zo dicht langs de weg op z'n terp met daarom een haag, dat je het gewoon vanuit de auto niet kunt zien. Nu de auto maar langs de kant van de weg gezet.
    De kerk was dicht, maar de sleutelbeheerder woonde naast de kerk. Dus daar om de sleutel gevraagd. De sleutelbeheerder liep graag met ons mee en vertelde onderwijl het verhaal. De kerk was inderdaad leeg en kaal en werd af en toe gebruikt voor exposities van deze of gene kunstenaar. Het kerkje is daarentegen wel de oudste van de vlieddorpen, ergens 12e eeuw. Deze conclusie heeft men getrokken vanwege de vondst van restanten dowestien (tufsteen). Het kerkje word ook wel de Stephanuskerk genoemd, omdat de oudste klok uit 1344 door de gieter Stephanus is gegoten. De tweede komt uit 1490. Verder is er nog een vermoedelijk 12e eeuws muurschildering te zien waarop in rood een Maltezer kruis en een Turkse knoop staat.
    Onderwijl hebben we nader kennis met elkaar gemaakt en wist hij nog een boektitel Genum : Tussen Genum en de Groot Garde, die van pas zou kunnen komen. Ook kent hij iemand die mogelijk nog een exemplaar overhad. We lopen met hem mee naar huis, zodat hij even het adres kan opzoeken. Intussen bied zijn zijn vrouw ons vriendelijk een kopje koffie of thee aan, wat we even vriendelijk afslaan, vanwege de tijd. Het was intussen al bijna half vijf. Na dit fijne en onderhoudend gesprek gaan we weer weg. We krijgen echter nog een tip om even naar de overkant van de straat te lopen. "Dat zouden we wel op prijs stellen." Inderdaad, toen we naar de overkant liepen, waar enkele grote jongens met een radiografische bestuurbare racewagen aan het schreuren waren, zagen we de Roorda State en dat stellen we inderdaad op prijs.


          Jannum
    We rijden verder naar Jilsum en bij het kruispunt daarna slaan we links af naar
    Janum / Jannum waar zich een kerkmuseum bevindt. Dit was echter gesloten. Enige voorbereiding is dus nodig, om dit museum te bekijken. Het idyllisch plekje maakte veel goed, want voor het bekijken van de omgeving en de buitenkant van de kerk (nr. 11688) bestaan geen openingstijden. Enkele stenen grafkisten (museumonderdeel) staan buiten en zijn dus ook zo te bezichtigen. Ook de hangende klokkenstoel valt op.
    Al met al zeker het bekijken waard, maar wel eerst even bellen.
    Bij het terugwandelen naar de auto, valt het op dat ook hier een groot stuk van de terp is afgegraven. Zal het al een keer zijn onderzocht hoeveel kub grond (eeuwenoude gft) er totaal bij de terpen vandaan gehaald zijn?


          Bartlehiem
    We rijden dezelfde weg een stukje terug en vervolgen het daarna de weg naar Burdaard, waar we de Dokkumer Ee of Foudgummer Feart oversteken en waar we rechtsaf afslaan richting
    Bartlehiem / Bartlehiem. Het is kennelijk melktijd want we moeten opeens stoppen, omdat er een kudde koeien over de weg komt, op weg naar het melkstation. Na dit schouwspel kunnen we weer verder, maar al snel mogen we weer langs de kant van de weg gaan staan. We rijden namelijk het beroemste bruggetje van Nederland voorbij. En ja, dat mag niet op de foto ontbreken. Aangezien de schaatsers onder deze brug doorrijden, komen ze dus vanaf de Aldtsjerkerster Feart. Dat is dus inderdaad een belangrijk stukje. Het is niet erg breed en de schaatsers gaan heen en terug naar Dokkum en komen hier dus twee maal langs.


          Wyns
    We rijden verder langs de Dokkumer Ee of Foudgummer Feart richting Leeuwarden. Aan de andere kant zien we Tichelwurk, waar tot 1920 het
    Wynzer Tichelwurk rode baksteen produceerde. Er stonden ooit vier tichelwerken aan de Dokkumer Ee.
    Even verderop komen aan in Wijns / Wyns en dat doet ons herinneren aan het adres wat we in Genum gekregen hadden. "Dan kunnen we meteen ook wel het boekje halen", bedenken we. En dus gaan we op de huisnummers letten. Maar zo simpel is het natuurlijk niet. Nadat we aan een bewoner gevraagd hebben waar ons gezochte huisnummer zich zou bevinden, werd het ons duidelijk. De huisnummers zijn niet op volgorde, maar eerder historisch. Prima, toch?
    We vinden het desbetreffende huis en volgende probleem is, waar kunnen we een voordeur vinden. Het moge intussen duidelijk zijn, dat de oriëntatie op het water is en niet op een pas veel later gecreëerde weg. De weg, dat was de Dokkumer Ee.
    Gelukkig wordt dit probleem als vanzelf opgelost, doordat de bewoners net om het hoekje komen wandelen. Na een korte introductie, worden we uitgenodigd om binnen te komen, waar we verder spreken. Na een korte speurtocht komt het boekje Genum : Tussen Genum en de Groot Garde van Johannes van Dijk tevoorschijn en aangezien het eigenlijk niet over is, wordt er na enig wikken en wegen, toch maar het besluit genomen, dat ik mee kan krijgen. Zodoende kan ik straks het kader van Genum beter plaatsen in het geschiedenisontdekkingsverhaal, waarvoor we beide heren bij deze nogmaals willen bedanken.

    Het wordt echter steeds later en we zijn niet echt in de buurt van ons B&B-appartementje, dus het wordt tijd dat we zelf ook weer eens op zoek gaan naar eten.
    We rijden een stukje door de weiland over een lokale weg, zodat we op de N361 uitkomen. En deze weg heet de Lauwersseewei en kan ons zo naar huis voeren. En dat ging best vlot. De kleine 25 km hebben we in een kleine 25 minuten afgelegd.
    Na een opfrisbeurtje gaan we op weg naar Dokkumer Nieuwe Zijlen, om het tweede restaurant aldaar uit te proberen. Maar helaas, deze is dicht vandaag. De volgende poging is Anjum. We zien een paar eetgelegenheden aan ons voorbijtrekken, die allen gesloten zijn.


          Oostmahorn
    En wat nu? De haven... jachthavens hebben vast restaurants. Dus rijden we door naar
    Oostmahorn / De Skâns. Wanneer we de dijk zijn opgereden, zien we inderdaad een restaurant en aan de volle parkeerplaats te zien, is het ook open. Dus hier gaan we ons diner eten. Met uitzicht over het jachthaven kunnen we mogelijk "Het raadsel van de Wadden" oplossen, want zo heet het restaurant, naar het gelijknamig boek van Erskine Childers The Riddle of the Sands, die, omdat de auteursrechten voorbij zijn, via Archive.org online te lezen en te horen is.
    Maar we gaan eerst een hapje eten. We nemen een Entrecôte van Friese weidegang runderen en een Stoofpotje en sluiten af met Crème brûlée, dat volgens de kok te eenvoudig is en dus wat luxer heeft gemaakt met een heerlijke bosbessen ijs en slagroom. Wat voor één van niet hoefde, omdat het zo al lekker genoeg is. En dus, grote mond, geen ijs.
    Onder het eten was het ons al opgevallen dat er een kast met allerlei boeken stond. Het bleek dat gasten, zeg maar vaste klanten die hier in de jachthaven liggen, hier boeken kunnen meenemen. Uiteraard kunnen ze hier ook boeken in de kast stoppen. Uiteraard moest er even in de kast gekeken en er werd een boek gevonden, dat twee maal in de kast stond. Het was nieuw en het heeft een titel waarvan je zou kunnen denken, dat leest toch niemand tijdens het varen of op vakantie. Dus werd de vraag gesteld of het gekocht mocht worden. Na enig overleg en gebel over de prijs, mocht een exemplaar meegenomen worden van Dijken en zeedijksters van R. Nouta.
    Tijdens het afrekening zeiden we dat het eigenlijk wel en leuk idee was van die boeken uitlenen. En misschien was het ook wel een leuk idee om boeken te verkopen. Daarop nam ze ons mee naar een andere ruimte, wat meer iets had van een winkel voor scheepsbenodigheden en daar was inderdaad een aantal meters boeken, uiteraard voornamelijk voor de scheepvaart zelf, als kaarten, maar ook romans waaronder "Het raadsel" en andere boeken. We bespraken het een en ander, wat je als toerist zo bespreekt en het bleek dat we uit hetzelfde dorp -Muntendam- aan de Munter A kwamen en dus ook een aantal dezelfde mensen kenden van vroeger.
    Na deze opmerkelijke ontmoeting gaan we op huis aan. Bij het rechts afslaan, nadat we van de dijk afkomen zien we in dit schemerlicht een opmerkelijke muur van een gebouw staan. Waren dit kogelgaten of granaatinslagen wat we hier zagen? Op het gebouw staan bovenin de letters NZHRM en op het dak een glazen koepel. Dus dit zal wel het gebouw van de reddingsbrigade zijn, want de letters NZHRM staan immers voor Noord-en Zuid-Hollandse Reddings Maatschappij. En zou dit nog een laatste herinnering zijn aan de oorlogshandelingen zijn van WOII? De vergeldingsactie van 16 april 1945 in opdracht van de Duitse commandant kapitein-luitenant Wittko? Zo'n beschadigd gebouw zie je in Nederland toch nog zelden, dus erg apart.
    Aangezien we een beetje onhandig staan voor het maken van deze foto, rijden we weer gauw verder. We pakken de eerste weg linksaf en komen uit in Esonstad, een quasi-historisch vakantieparkstadje. Dit was niet onze bedoeling dus gauw dezelfde weg terug om de volgende grote weg linksaf te gaan. Bij Dykshoarne vinden we een tussendoorweggetje door Ald Terp en Tibma naar Ee.
    Weer een geslaagde dag met verrassende gebeurtenissen.


    St. Annakerk, Hatumhuizen.

    trapje in toren, St. Annakerk, Hatumhuizen.

    Hegebeintum.

    Hegebeintum.

    Stephanuskerk, Genum.

    Roorda State, Genum.

    kerk, Jannum.

    kerk, Jannum.

    Koeien over de weg, Bartlehiem.

    Beroemste bruggetje van Friesland, Bartlehiem.

    Jachthaven, Oostmahorn.

    NZHRM, Oostmahorn.






    Dag 12: van Ee naar Beers

    kaart 12

    We merken dat het indrukkendoosje steeds voller raakt en we komen dan ook steeds trager op gang. We nemen het er 's ochtends dan ook van met een rustig ontbijtje en koffie drinken, blaadjes en boekje lezen. Maar dan begint het toch weer te kriebelen en zoeken we de spulletjes bij elkaar en gaan we weer op pad. Het wordt wel steeds lastiger om een nieuwe weg te vinden ergens naar toe, dat we nog niet gereden hebben.
    Om niet te veel reistijd te verliezen over de hele kleine weggetjes, nemen we de N358 naar Dokkumer Nieuwe Zijlen en verlaten deze weg bij Kollummeroudzijl en komen nu van een andere kant Kollum binnen. Op dag 9 waren we hier ook al door heen gereden, vlak voor we het kerkje Augsbuurt bezochten. Maar we slaan aan het einde van dit dorp nu rechtsaf diezelfde Trekweg op en rijden nu de voor ons nieuwe wereld in. Het eerste de beste weg slaan we links af en komen wel op een heel smalle weg. Elkaar passeren is dan ook niet mogelijk. De weg heet dan ook op een gegeven moment veelzeggend Paradyske. We rijden inmiddels enige tijd evenwijdig aan de Trekweg of Trekwei van de Strobossertrekvaart/Strobosser Trekfeart en komen door Veenklooster, waar we niet Fogelsangh State / Fogelsanghstate bekijken, omdat onze route ergens anders naar toe gaat.


          Kollumerzwaag


    In Kollumerzwaag staat "Willem's húske", een zogenaamd woudhuisje.
    Dit is een tamelijk jong exemplaar, gebouwd ca. 1846, maar wel geheel gerestaureerd.
    We stoppen we even in
    Kollumerzwaag / Kollumersweach, wanneer we de kerk uit de 12e eeuw (nr. 23747) tegenkomen. Deze is uiteraard ook dicht.
    Wel maken we nu kennis met een voor ons nieuw fenomeen: het woudboerderijtje of in dit geval het woudhuisje (nr. 23749) dat de naam "Willem's húske" draagt. Deze staat op dit moment te koop voor € 135.000 kk, zodat we een kijkje binnen kunnen nemen.

    Wanneer weer een eind verderop zijn komen we weer een woudhuisje tegen. Deze is duidelijk in een andere staat. Jammer.
    We komen uit op de bekende N356 en rijden naar Burgum. Hier gaan rechtsaf de Hillemaweg op. Voor degenen die ook naar Bears willen, zoals wij en graag de toerische routes rijden, niet doen.
    Maar wij doen het dus wel en beginnen aan een prachtig tochtje door het weidelandschap. Erg mooi om te zien. We rijden langs Kleinegeest en rijden met weg een haakse bocht mee. Even later nog een keer, waaruit we kunnen concluderen, dat we nu even hard weer terugrijden. Maar dan opeens een splitsing. Links of rechts? Wij gaan links en pakken daarna meteen een weg rechsaf. Helaas zien we nergens bordjes, dus we hebben geen idee waar we rijden of waar we heenrijden. Weer een splitsing. Nu pakken rechts, met de logica dat we dan tenminste totaal gezien nog enigszins rechtdoor rijden. We komen zowaar uit in een dorpje Suawoude / Suwâld. Dit dorp rijden we door tot we op de dijk Monnikenweg komen. Hier hebben we prachtig uitzicht over het landschap en Wide Ie. Even later rijden we alweer Burgum binnen. We hebben dus een mooi rondje gereden.


          Swichum
    We vervolgen onze weg over de N356 om het water, intussen Krûme Ie geheten, over te komen. We slaan bij de N913 af en rijden langs Garyp. We kruisen de N31 en gaan rechtsaf de Stûkenwei naar Warten en Midsbuorren volgen. Hierna komen we door Wergea en bij het volgende -vreemd gecreëerde- kruizing gaan we linksaf naar Swichum. De drempels op de Ayttadyk mogen we serieus nemen en dus rijden we hier heel voorzichtig over. Het voordeel hiervan is dat je in ieder niet iets heel bijzonders voorbijrijd, zonder dat je het in de gaten hebt. Aan de Nicolaaskerk (nr.
    24519) is sinds 1200 gebouwd. Swichum zelf bestaat veel langer en is zelfs van voor onze jaartelling. Het ligt namelijk op een natuurlijke verhoging, al is later ook als terp verhoogde uitbreiding bijgekomen, dat weer later is afgegraven. We hebben geen kijkje genomen, al hadden we dat wel moeten doen. Honderd meter terug is voldoende parkeergelegenheid gecreëerd.


          Bears
    Wij rijden verder naar Wirdum en steken de A32/N32 over om via Weidum bij
    Beers / Bears uit te komen. En wat gaan we hier doen. In ieder geval de Mariakerk (nr. 8470) waar men in de 13e eeuw met de bouw is begonnen en (de restanten van) de Uniastate bekijken. We melden ons in de kerk waar het Informatiecentrum van dit museum zich bevindt. We hebben -zo blijkt al gauw- mazzel, want eigenlijk is het Informatiecentrum gesloten. Maar deze vrijwilliger was er toch, dus dan maar open zijn, waar wij natuurlijk erg blij mee zijn.
    Uniastate, Bears
    Het terrein van Uniastate met vorm en poort van de Uniastate.

    De poort van de Uniastate

    Voor de poort(deur) van de Uniastate

    Eerste verdieping van de poort (museum) met diverse objecten.

    We beginnen in de kerk, waar een uitgebreide rondleiding krijgen. We worden op allerlei zaken gewezen, de grafstenen op de grond, de grafkelder, de bijzondere verbouwingen, het alziend oog, met zon en maan. Ook de kerkbundels zien er fraai uit. Aangezien er ook educatieve tours voor basisscholen worden gegeven, staan er ook een aantal informatiezuilen in de kerk die ook voor ons boeiend zijn.
    Hierna gaat laat hij ons het terrein van de Uniastate zien en vertelt ons alle mogelijkheden die deze plaats bied, van trouwpartijen tot evenementen. Het terrein is inderdaad ruim. Na de toegangspoort, waar gewezen worden op de 'wasstraat' naast de poort, waar paard en wagen langzaam over een bestraatte helling het water in kon rijden om gepoest te worden, mogen in de poort via zo'n fijn klein rondgaand trapje naar boven, zoals op de foto staat bij de St. Annakerk in Hatumhuizen. Onderweg komen nog iets tegen dat dienst kon doen als toilet. Boven zien we een uitstalling van allerlei zaken. Steensoorten en vormen, allerlei ornamenten, opgravingsfoto's en informatie. Ook de nog recente geschiedenis van de stalen luchtspiegeling van de Uniastate wordt verteld.
    Hierna bekijken we de luchtspiegeling van Beb Mulder.
    Na de tour komen we nog even terug in de kerk waar we nog even de mediatheek bekijken en onderwijl is er iemand allerlei interessante foldermateriaal voor ons aan het verzamelen. We hadden zelf ook al het een en ander uitgezocht en dus kwamen we met een behoorlijk lading suggesties terug in de auto. Enkele zijn meteen nuttig, zoals de boekjes van Rita Mulder-Radetzky Staten, stinzen en stadshuizen in en rond Leeuwarden, Staten en landhuizen in Zuid-Fryslân en Staten, stinzen, poortgebouwen en landhuizen in Noordelijk Fryslân van de Stichting Staten en Stinzen.
    Rita Mulder-Radetzky schreef het volgende:
    Maar natuurlijk ook boekje Geschiedenis van Uniastate en de kerk van Bears kunnen wij niet laten liggen. Ook Twaalf stekjes : Bijzondere ontmoetingsplekken in Noordoost-Fryslân kan mogelijk nog van pas komen. Dit is een project van Keunstwurk en lanschapsbeheer Friesland.


          Burgum
    Aangezien het al laat is, vertrekken we gauw via ongeveer de dezelfde weg terug naar Burgum om te kijken of we daar iets te eten kunnen vinden. Na een kort rondje vinden we '
    De Pleats', waar we dan ook meteen een tafeltje kunnen krijgen. We krijgen de kaart en tot onze verrassing kunnen we eindelijk een mooie portie uitzoeken, want we zijn namelijk niet echt grote eters. Op de kaart staan twee geschikte maaltijden, waar we wel zin in hebben. Grappig genoeg vallen ze onder de catogorie "Kleinere porties – senioren menu". YES! We kunnen met pensioen!
    Het smaakte prima en even voor achten vertrekken we weer naar Ee. Maar eerst nog even wat boodschappen doen in de supermarkt hier vlakbij. Deze is gelukkig nog net open. Daarna was de N356 wederom tot Dokkum ons reisgenoot, waarna de N361 het overneemt. We hebben echter een doorsteekje gevonden, direct na de brug over de Dokkumer Ee. En dus rijden we nog even over een rustig weggetje door de groene weilanden en komen we nog langs Oostrum en door Lyts Midhuzen. Bij Groot Medhuizen vervolgen we weer de bekende N358 naar Ee, waar we nog een rustige avond hebben om uit te buiken, met een lekker wijntje, boekjes en later nog even een Merlijn-aflevering.


    kerk, Kollumerzwaag.

    Woudhuisje, Kollumerzwaag.

    Nicolaaskerk, Swichum.

    Mariakerk, Bears.

    Uniastate, Bears.

    Mariakerk, Bears.


    De Pleats, Burgum.






    Dag 13: van Ee naar Moddergat

    kaart 13

    We hadden niet zomaar Ee uitgekozen om te verblijven. Hier zit namelijk ook het vlasmuseum. Om deze te kunnen bezichtingen, moeten we eerst nog een afspraak maken. Dus deze ochtend gaan we maar eens een poging doen om dit te regelen, want we zijn hier nog maar twee dagen. Na het rustig wakker worden en genoten hebben van koffie, boekje, bladen en enig haakwerk in ons mooie Eb-kamer van B&B "De Gastenkamer", gaan we een bezoekje brengen aan de heer Broersma die ons het vlasmuseum kan laten zien en daarna mogelijk nog de kerk. We spreken voor later die middag af en komen hem dan van huis ophalen.
    Wij besluiten daarom om maar in de buurt te blijven en gaan een kijkje nemen in Moddergat. Misschien kunnen we nog een paardentrektochtje maken met Harm Jan en z'n paarden Fred en Willem.


          Jouswier
    Wij beginnen deze tour maar gewoon om de hoek bij Jouswier. Hier zagen we iedere keer dat we er langs kwamen een kerk staan. En het is natuurlijk vreemd, dat we kilometers gaan rijden om kerken te bekijken, terwijl ze ook erg dichtbij aanwezig zijn. De kerk van
    Jouswier ligt, zoals we op de foto goed kunnen zien, op een afgegraven terp. De vanaf 1300 gebouwde en meerdere malen verbouwde Petruskerk (nr. 31575) was helaas dicht en de sleutelbewaarder was niet aanwezig. Maar het aanzicht was al schilderachtig genoeg om even van te kunnen genieten.

    Boven de toegangsdeur in de toren staat een uitgebreidt verhaal over de eerste steenlegging:
    In den jare 1776 op den 13 Junij is de eerste steen gelegd aan deze kerk in den naam van den Hoog-Welgeboren Heer J.H. Goeddaeus, regter in civile en criminele zaken Dijkgraaf en Vendumeester van Bourtange, Wedde, Nieuwe Pekel A en verdere onderhorige dorpen en Fortressen in Westwoldingerland, etc. etc. in derzelver Echtgenoote, de Hoog Welgeboren Vrouwe J.A. van Burmania, bezitterse der Fideicommissaire goederen van wijlen Zijne Excellentie J.G.C. van Burmania in leven Generaal van de Infanterie, Generaal Quartiermeester, Kolonel van een Regiment te voet, Gouverneur van Sluis in Vlaanderen, Intendant van den staat, etc. etc. alsmede Opperhofmeester van wijlen Hare Koninklijke Hoogheid Mevrouw Anna Prinsesse Douariere van Oranje en Nassau etc.
    door
    Gosling Lourens Kamerbewaarder van de Edelmogende Heeren Staten van Vriesland en Administrateur van de voormelde vastigheden; ten overstaan van: den Hoog Welgeboren Heer Jr. J.H.U. van Burmania Grietman en Oostdongeradeel besteed en opgebouwd onder besturing van den Wel Geboren Heer H.H. van Wijckel, Secretaris van het collegie der Edel Mogende Heeren Gedeputeerden Staten van Vriesland; Gosling Lourens. Dom: J.J. Florison waardig leeraar in de Gemeente Jezu Christi te Metslawier en Niawier, Hans Meinarda Not: Publ: Fiscaal en Collecteur Generaal van Oostdongeradeel en Dirk Jacobs, Kerkvoogden van Metslawier tot deze kerkbouw Speciaal gecommiteerd
    1834’.
    (bron: Noordelijk Oostergo : Dongeradelen / Herma M. van den Berg. - Den Haag : Staatsuitgeverij, 1983, p. 360)

          Metslawier
    We rijden de N358 weer op en rijden over de Suderie (Zuider Ee) en slaan af bij
    Metslawier / Mitselwier. Hier komen we bij flink bebouwd dorp, net als Ee, met op een terp ook de kerk. De Tsjerkebuorren staan dicht op de kerk, zodat het fotograferen van de kerk nauwelijks mogelijk is. Of je moet het in de winter/voorjaar doen, wanneer de bomen nog geen blad dragen. De kerk (nr. 31583) heeft op de buitenkant van het koor een gedenksteen ingemetseld met daarop de tekst:
    "Anno 1570 op Aldarheilige dach
    Savens is het Water hier in
    Der kercke hoech West 1 Voet en
    Sijn fardroncke in dese gritenije
    1801 mensken"
    Dat zijn veel mensen die hier toen het leven hebben verloren.
    We lopen door de steegjes en zien op de kerk een windvaan in de vorm van een gekroond wapen.
    Een eindje verderop bevindt zich café-restaurant Veldzicht in een mooi straatbepalend pand.
    We stapen weer in de auto en rijden naar de rotonde, waar we rechtdoor rijden en zien de stellingmolen Ropta (nr. 31577 en molendatabase 105). De molen ligt op een uitrit na, helemaal door een bedrijf ingesloten en een vrachtauto blokkeert het uitzicht, dus een mooie foto maken lukt niet.




    Op de noordkant van de muur van de Sint-Johanneskerk in Morra is een dichtgemetselde ingang te zien in de vorm van een sleutel-gat.
          Morra
    Even later komen we uit in
    Morra / Moarre, waar we naar de Sint-Johanneskerk (nr. 31586) rijden, al is dat nauwelijk mogelijk, omdat men met de weg bezig zijn. En het straatje is erg nauw.
    Men is met de bouw begonnen zo rond de tweede helft van de 13e eeuw en de kerk is regelmatig verbouwd. Opmerkelijk is bijvoorbeeld de dichtgemetselde deurpost in de vorm van een sleutelgat. Of dit de enige in z'n soort is, is onduidelijk. Wij hebben zoiets nog niet eerder gezien. Iets anders wat opvalt zijn de twee windvanen. De achterste is herkenbaar als man, de heilige Johannes, op paard. De windvaan op de houten toren blijkt een viool te verbeelden. De kerk had oorspronkelijk een stenen zadeldaktoren. Deze is echter ingestort door bouwvalligheid. In 1843 is er een houten geveltoren voor in de plaats gekomen. Als voorbeeld voor dit model hebben de kerktorens in de Bohemen gediend. De viool als windvaan is geïnspireerd op de klassieke muziek uit de Bohemen. Het kruis onder de viool was gesmeed door Michiel Heegstra in 1919, waaraan hij wel vier weken heeft gewerkt. Het is in de jaren '60 van de twintigste eeuw vervangen door een nieuwe die gemaakt is door zijn zoon Age Heegstra. Age werkte er met helper Eeltje Jansma en nieuwe lastechnieken er twee lange dagen aan. De vaan draait op een ingebouwde glazen stuiter 1.

    noten:

    1.
    Mailwisseling Greet Atsma, 29-9-2017, 18-11-2017 (met dank aan kleinzoon Michiel Heegstra voor de informatie);
    Delpher: Leeuwarder courant : hoofdblad van Friesland, 09-08-1980 Morra voelt zich het Bokwerd van Oostdongeradeel : Kruis van eigen smid


          Lioessens
    Een stukje verderop ligt het tweelingdorp van Morra, genaamd
    Lioessens / Ljussens. Aan de kerk (nr. 31576) van Lioessens is ook weer gebouwd van halverwege de 13e eeuw. Wat hierbij opvalt, is de omlijsting om de deur bij toren en aan de andere kant de enorme steunberen om de kerk in evenwicht te houden.



    Windvaan in de vorm van een vissersschip 'de snik'. Deze op de Sint-Antoniuskerk in Paesens is belegd met bladgoud.


          Paesens
    Enkele kilometers verderop komen we bij de andere tweelingdorp
    Paesens / Peazens en Moddergat.
    Paesens, vernoemd naar het riviertje De Paezens, dat bij Foudgum/Dokkum ontstaat en bij Paesens in 't Wad haar water loost. Ook de Sint-Antoniuskerk (nr. 31593) is ontstaan halverwege de 13e eeuw. De windvaan heeft uiteraard de vorm van een vissersschip. In dit geval 'de snik'. Het is belegd met bladgoud.

    Wadlopen met Harm Jan Wilbrink en z'n paarden Fred en Willem bij Paesens-Moddergat.
    (zie verder: lokaal-kerstactie)


          Moddergat
    We vervolgen de weg en bij het begin van de Oere in
    Moddergat / Moddergat parkeren we de auto op een parkeerplaats, waar nog net plaats is voor onze auto. Op de hoek gaan we eerst maar eens weer een cappuccino drinken.
    Natuurlijk gaan we de dijk op voor het uitzicht. De trapopgang leidt ons langs het Vissersmonument, met daarop de namen en leeftijd van de 83 personen die op zee zijn gebleven. In de nacht van 5 op 6 maart 1883 ging bijna de hele vissersvloot, 17 blazers en aken van Moddergat-Paesens in een storm ten onder.
    De jongste was 12: H.C. de Haan van de W.L.19 "De Drie Gebroeders". De oudste H.D. de Boer was 71 en voer op de W.L.12 "De Jonge Wealtjes". Een ramp voor dit tweelingdorp.

    Op de dijk hadden we een prachtig uitzicht over de dorpen, landerijen, wadddenzee en eilanden. De vuurtorens van Schier of Schiermonnikoog waren goed te zien. De Noordertoren (rood) uit 1853 en Zuidertoren (wit) uit 1853 en sinds 1950 dienst doende als watertoren, staan beiden op de lijst (nr. 33328 en 398179).

    Nadat we uitgewaaid waren, lopen we weer naar beneden, naar museum 't Fiskershúske. Bij de ingang vinden we meteen het museumwinkeltje. Omdat we straks alweer in Ee moeten zijn, bekijken we dit dus maar eerst en nemen we alvast mee wat ons interessant lijkt, want straks hebben daar vast geen tijd meer voor.
    Gevonden in museumwinkel van 't Fiskershúske:

    De ramp van Moddergat / Het vergaan van de vissersvloot van Paesens en Moddergat op 6 maart 1883 / R. IJbema, H. de Haan. - [Moddergat] : Stichting 't Fiskershúske, 2008. - ISBN 978-90-70626-13-6. - Vijfde druk

    Paesens-Moddergat / Maaike Kuipers. - Drachten : Noord-Nederlands Bureau voor Toerisme
    ISBN 90-73845-55-6
    Monument van de maand, jaargang 6, deel 2

    Zeedijken in het noorden : Mythes en feiten over 2000 jaar kustbescherming / Fokko Bosker. - [Groningen] : Noordboek, 2008
    ISBN 978-90-330-0751-4

    In het museum zelf maken we kennis met de oude vissershuisjes, de inrichting uit diverse periodes. In het oudste huisje (1794) zien we het leven rond 1850. De kamers van 'Klaske's Húske' zijn meer in de stijl van de vroege jaren van de twintigste eeuw. We zien al bekende objecten van onze ouders en grootouders voorbij komen. We kijken nog even snel naar de permanente expositie 'Vissers van Wad en Gat', waar we allerlei scheepsmodellen en ander vissersmateriaal zien.
    Om ons niet hoeven te haasten, lopen we nu maar terug naar de auto om weer naar Ee te rijden.

    Op advies van het museumpersoneel vervolgen we de weg, langs de garnalenfabriek, waar we dus niet aan toegekomen zijn, maar ook graag even kijkje hadden willen nemen. We slaan linksaf naar Oosternijkerk / Easternijtsjerk of Nijtsjerk, waar we dus over het stroompje Paesens rijden. We rijden langs de Sint-Ceciliakerk (nr. 31588), alsof het er niet staat en rijden over de N358 naar Ee.



    In Ee is er nog een vlasmuseum te vinden waar gedemonstreerd wordt hoe er linnen van vlas gemaakt wordt.
    Hiervan zijn door H. Zijlstra in 4 delen al enkele filmpjes op YouTube gezet:
    In deel 1 en 2 De heer Broersma geeft een demonstratie van vlasbewerking in het interessante Vlasmuseum It Braakhok te Ee. Vlas is de basis voor het maken van linnen. Veel linnenwevers in Noordoost Friesland zijn van katholiek Duitse afkomst (Munsterland en omgeving).
    In deel 3 legt de heer Broersma uit, wat het verschil is tussen het aloude blauwbloeiende vlas en het in Noordoost Friesland ontwikkelde witbloeiende vlas, dat langer maar minder sterk is.
    In deel 4 demonstreert de heer Broersma de machines in de vlasverwerking.

    In het doctoraalscriptie "De vlasserij in 's-Gravendeel" van Marjon Kunst uit 2003 komt het volgende raadselrijmpje:
    Toen ik jong was en schoon
    Droeg ik een blauwe kroon
    Toen ik oud was en stijf
    Sloeg men mij op het lijf
    En toen ik genoeg was geslagen
    Werd ik door keizers en koningen gedragen

    Deel 1

    Deel 2

    Deel 3

    Deel 4

          Ee
    Nadat we alles even in de B&B hadden gebracht, lopen we naar het vlasmuseum
    "It Braakhok". Maar daar was nog niemand. We hadden ook afgesproken dat we hem van huis zouden halen, dus lopen we door de steegjes naar z'n huis om dhr. Broersma te halen. Gezamelijk lopen we weer terug en onderwijl vertelt hij over wat we zoal tegenkomen in het beschermd dorpsgezicht Ee / Ie. Hij is al dik in de tachtig, dus kent de geschiedenis van zijn dorp in elke vezel van lichaam.
    In "It Braakhok", de plaats waar het vroeger dus ook al gebeurde, vertelt hij eerst iets over de geschiedenis van deze plek. Vervolgens komt er uitleg -met aanwijzing van het materiaal, wat om ons heen ligt- over de soorten en manieren. Na het zaaien (gebruikmakend van zaaiviool) werd er uiteindelijk geoogst. Men trok de gehele plant uit de grond en dit werd in schoven gedroogd op het land. Na het drogen volgde het repelen, om de zaaddozen van de plant te verwijderen. Hierna volgde het root-proces van de stengels, het roten. De stengels werden in water (brede sloten of riviertjes) gelegd, waar ze volledig onder water lagen, maar niet op de bodem. Na een aantal dagen (afhankelijk van temperatuur) werd het eruit gehaald en werd het weer gedroogd. Hierna volgde het braken en zwingelen, waar het houtstof van de vezels grof en fijn worden verwijderd. Hierna blijven dus de vezels over. In de laatste fase het hekelen worden de vezels gesplitst, waarna ze naar de spinnerijen kunnen.
    Niets gaat echter verloren. De zaden worden natuurlijk deels gebruikt voor volgend jaar, maar de rest voor olie en voer. Hout en andere resten worden gebruikt voor isolatie, haardblokken, tafels, board etc etc.
    Maar de heer Boersma weet ook nog wel andere -ietwat ondeugende- bestemmingen, wat je zoal met dit materiaal kunt doen. En dat laat hij je graag zien tijdens een bezoekje.
    Intussen zijn alle handelingen verricht, die je in "It Braakhok" kunt doen en staat hij met een pluk zachte vezels in z'n hand. De haalt hij nog één keer door de rolbraak. "Deze heeft nu een permanentje gehad" en inderdaad, het lijkt sprekend op een pruik, dat men in Engelse rechtbanken gebruikt. Hij heeft intussen een aantal vezels gebruikt om de rest vast te binden en heeft er een zogenoemd "popje" van gemaakt die we meekrijgen.
    Hierna sluiten we het museum en lopen met hem naar de Sint-Gangulfuskerk (nr. 31568) van Ee.
    Enkele fietsers -die vragend om zich heen aan het kijken zijn- worden uitgenodigd door hem, om de kerk te komen bezoeken. Met z'n allen betreden we de kerk. Hier hangen ook een aantal rouwborden. De bodem bestaat uit diverse gebeeldhouwde grafplaten. De heer Boersma vertelt en vertelt. Hier de grafkelder. Daar was hij als jonge heer, toen het weer eens gerenoveerd werd, nog eens in geweest. Er was niet anders dan water, met daarin 2 drijvende flessen, van vorige renovatie-'bezoekers'.
    De verleiding was inderdaad te groot.
    Ook had hij rondom de kerk en dorp -door de tijd heen- diverse zaken gevonden. In een minimuseum, achter de banken staan allerlei vondsten uitgestald.
    Zo wordt geschiedenis levensecht. Over elke steen wist hij het verhaal, dan weer een grappige anekdote, gevolgd door een opmerkelijke gebeurtenis.
    Nadat we aangeven, dat we graag willen afronden, de hongerklop riep om andere aandacht, komen we weer buiten, waar hij toch nog even de aandacht voor een aantal bijzonderheden wil vragen. De panden aan de overkant van de ingang van de kerk. Daar was iets opmerkelijks aan. En inderdaad, dat zie je nooit.
    Verder, en dat hij zelf gehoord, is de windvaan van de kerk bijzonder, omdat de haan hier op z'n poten staat. Dat schijnt nergers anders voor te komen.
    Daar gaan we dan maar eens op letten.
    De hongerklop begon nu de strijd echt te winnen en dus zien we niet de fratskoppen die aan de buitenkant te vinden zijn. Erg jammer.
    We bedanken de heer Boersma hartelijk en lopen snel naar de auto om naar Dokkumer Nieuwe Zijlen te rijden. We parkeren de auto weer op dezelfde plaats als eerder en zien gelukkig dat de Herberg de Pater nu wel open is.


    De "Zoete Verwennerij van de Pater" en "Gefrituurde appeltaart" van Herberg de Pater in Dokkumer Nieuwe Zijlen.
    Dus kunnen we vandaag hier eten. Wel moeten we bij binnenkomst nog een keuze maken: restaurant of eetcafé. Gelukkig kunnen we deze hobbel snel nemen en nemen we plaats in het gezellig uitziende eetcafé, waar we ons laten verwennen.
    Ach, het nagerecht "Zoete Verwennerij van de Pater" en "Gefrituurde appeltaart" ... smullen.
    En na het befaamde cappuccino-duo vertrekken wij weer naar ons "Eb"-appartement, waar de volle dag laten bezinken. Onderweg zien we -waarschijnlijk voor het laatst- de dijken die het land tegen de Ee, en bij vloed de zee, moest verdedingen en daarom toch nog maar even op foto moeten.


    Petruskerk, Jouswier.

    Petruskerk, Jouswier.


    Kerk, Metslawier.

    Sint-Johanneskerk, Morra.

    Windvaan, Sint-Johanneskerk, Morra.

    Windvaan, Sint-Johanneskerk, Morra.

    kerk, Lioessens.

    Zuidertoren, Schiermonnikoog.

    Noordertoren, Schiermonnikoog.

    Dijktrap, Moddergat.

    Uiterwaarden, Paesens.

    Windvaan schip, op huis, Moddergat.

    Armelui's windvaan, museum 't Fiskershúske, Moddergat.

    vlasmuseum "It Braakhok", Ee.

    vlasmuseum "It Braakhok", Ee.

    vlasmuseum "It Braakhok", Ee.

    Sint-Gangulfuskerk, Ee.

    Ee.

    Windvaan "Haan met poten", Sint-Gangulfuskerk, Ee.

    Sint-Gangulfuskerk, Ee.

    Dijk, Dodingawei/N358.






    Dag 14: fietsroute van Ee naar Dokkum

    kaart 14

    Vandaag is de laatste dag dat we hier zijn en nu zullen toch eindelijk het fietstochtje naar Dokkum gaan maken, wat we ons de hele week al hadden voorgenomen op aanraden van onze gastvrij Adrie Huisman.
    Na eerst weer een rustig ontbijtje, koffie en het lezen van bladen en uitlezen van het boek De Fries : Op zoek naar de Friese identiteit gaan we ervoor. Het is droog, maar we moeten niet vreemd opkijken van een enkel buitje. Hopelijk valt het niet tijdens het fietsen.


          Langs de Dokkumer Ee
    We fietsen over de Stienfeksterwei naar -zoals het nu heet- de
    Dokkumer Grutdjip / Dokkumergrootdiep. Hier kunnen we over de dijk langs het kanaal en rivier fietsen tot we in Dokkum zijn. Het is een mooie fietstocht. Graankavels zijn omringd door een veldbloemenpracht. Op de graslanden grazen (vermoedelijk) Friese paarden. En over het water komen ons bootjes en schepen tegemoet. Kortom, op het ontbreken van het zonnetje na, perfect.


    Filmpje over de steenfabriek of It Tichelwurk in Oostrum bij Dokkum uit 1927 van de familie Helder. Vanzelfsprekend staat dit industrieel erfgoed op de monumentenlijst (nr. 408868). In 1873 is Jan Helder Pzn., handelaar te Aalzum hier begonnen met zijn Tichelwurk.
    Jammer om te zien dat het niet echt wordt onderhouden. Vergane glorie, terwijl je nog duidelijk glorie kunt zien!
    Langs de Dokkumer Ee. De schoorsteen van voormalige steenfabriek bij Oostrum.

    De ring op 3/5 hoogte.

    De ring op 2/5 hoogte.
    Op de achtergrond, richting Dokkum, zien we duidelijk de schoorsteen staan. We hebben het al vaak vanuit de verte gezien, maar nu fietsen we heel dicht langs wat ooit een steenfabriek was. De spoorlijntjes liggen er nog. Ook de droogloodsen staan er nog. Je zou er zo een prachtig werkend museum van kunnen maken.
    Dit zal dan wel één van de vier andere steenfabrieken zijn, waar we het nog bij Wyns op Dag 11 over hadden . Een aantal schepen liggen in de haven en aan de kade, maar deze wekken de indruk, dat ze niet meer mee mogen doen in het economisch spel.
    Ons fietspad leidt ons om dit terrein heen. De schoorsteen is bijzonder mooi. Enkele detailfoto's zijn zeker de moeite waard om gezien te worden.


          Dokkum
    Na het kruisen van de door ons reeds vaak bereden N361, door er onderdoor te fietsen, komen we in het jongste gedeelte van Dokkum. Over een slecht stoeptegelfietspad bereiken we het historisch centrum van Dokkum. Van de stad Dokkum staan er 143 monumenten in het
    rijksmonumentenregister. Die zullen we vandaag vast niet tegenkomen.
    De eerste zien we als we aankomen op de brug van de Halvemaanspoort. We kijken we uit op De IJsherberg (nr. 13167). We fietsen door de lange Oosterstraat en zet de fietsen langs de Diepswal, vlakbij de Zijl en museum het Admiraliteitshuis, waar we nog een kijkje willen nemen. Maar eerst een bakje koffie op de Grote Breedstraat. Net als we op het terras willen gaan zitten, blijkt de tas nog achterop de fiets te zitten. Dus gauw weer teruggelopen, maar natuurlijk was dat nergens voor nodig, want de tas zat nog steeds achterop de fiets. Met vertraging dan nu toch aan de cappuccino.
    Na de koffie begint het licht te regen en dit wordt de rest van de middag afgewisseld met af en toe een buitje. Wij lopen in deze winkelstraat van winkel naar winkel en hebben nauwelijks last van het water.
    We besluiten een winkelketen binnen te gaan, die we niet kennen, maar wel al vaker gezien hebben, deze vakantie. We hadden de indruk dat het voor de jeugd was, maar daarin hebben we ons dus vergist. Na ruim een uur kijken en passen, zijn we beiden geslaagd.
    En zo lopen we van winkel naar winkel, want het is leuk winkelen zo, zonder overal dezelfde winkelketens, die van elke plaats hetzelfde maken.
    Aan het einde van de straat zien we de VVV, waar natuurlijk ook even rondkijken. Hier vinden de educatieve DVD "De Hemel op Helwerd" over de historische ontmoeting van de 8e eeuwse prediker Liudger en de blinde bard Bernlef. Dit kunnen we niet laten liggen.
    Na nog enkele winkels aan de andere kant van de straat te hebben bekeken, komen we weer aan bij het terrasje van de cappuccino en dus gaan we maar weer even zitten. Tot onze schrik zien we dat het wel al richting halverwege de middag loopt, en dus lopen we gauw richting het Admiraliteitshuis.
    Maar op de hoek van de Kleine Breedstraat en Diepswal zien we een soort kantoorboekhandel. Daar kunnen we nog wel 'even' naar binnen, want in de etalage lag een interessant boek. Binnengekomen ziet het er hopeloos voor ons uit. Hier zijn we nog wel even zoet en geven we ons over aan het moois wat we hier tegenkomen. We zijn gelukkig op de fiets en hadden al flink uitgepakt met kleren, dus we moeten ons beheersen! En dat doen we dan ook.
    Na het afrekenen worden we vriendelijk bedankt met een lang niet gehoorde zinsnede: "Bedankt voor uw klandizie". Leuk dat ze dit nog bij Bergsma Boek & Kantoor gebruiken.
    Gevonden bij Bergsma Boek & Kantoor:

    De taal van recht en vrijheid : Studies over Middeleeuws Friesland / Oebele Vries; Anne Tjerk Popkema, Han Nijdam, Goffe Jensma m.m.v. Saakje van Dellen (redactie). - Estrikken/Ålstråke 91, ISSN 0921-7657. - Gorredijk : Bornmeer, 2012. - ISBN 978-90-5615-277-2

    Friese graafschappen tussen Zwin en Wezer : een overzicht van de grafelijkheid in middeleeuws Frisia (ca. 700-1200) / Dirk Jan Henstra. - Estrikken/Ålstråke 92, ISSN 0921-7657. - Assen : Koninklijke Van Gorcum, 2012. - ISBN 978-90-232-4978-8

    Woudboerderijtjes : kleine boeren op de Friese zandgronden / Bauke Boersma; Fonger H. de Vlas, Jelma Sytske Knol. - Leeuwarden : Friese Pers Boekerij, 2010. - ISBN 978-90-330-0904-4
    Tweede druk mei 2013

    De laatste Aedema : roman / Marjolijn van Heemstra. - Amsterdam : De Bezige Bij, 2012. - ISBN 978-90-234-7134-9

    Maar nu gaan we echt naar het Admiraliteitshuis, wat gehuisvest is in panden die ook op de lijst staan (nr. 13101).
    754: Bonifatius bij Dokkum vermoord / Marco Mostert. - Verloren verleden, deel 7. - Hilversum : Verloren, 1999. - ISBN 978-90-6550-448-7

    Kerken in Noordoost-Friesland : uit de romaanse en de romano-gotische tijd = Kirchen in Nordost-Friesland : aus romanischer und frühgotischer Zeit = Churches in the north-east of Friesland : from Romanesque and Romano-Gothic times / Albert Buursma; Auke de Boer (bijdrage). - Grote kunstgidsen = Große Kunstführer, 229. - Regensburg : Schnell & Steiner, 2007. - ISBN 978-3-7954-1838-0
    In dit museum zien we naast het verhaal van Bonifatius , opgravingsvondsten en de geschiedenis van Dokkum. Ook diverse kleding en sieraden zien we hier, wat thuisgekomen weer enkele maanden later tot een ontdekking zal leiden.
    Na afloop hebben we natuurlijk ook weer in het museumwinkeltje onze ogen de kost gegeven en kunnen we de volgende boeken niet laten liggen.

    We lopen met alle tassen over de Diepswal weer naar de fietsen en zien aan de overkant weer dat smalle roze huisje. Willen dit nog zien, met al die tassen in de hand? Het antwoordt was dus, ja. Dus lopen we verder over De Zijl, de Dijk door De Doorbraak tot we voor het huisje staan. We concluderen, dat het geen klein smal huisje is, maar waarschijnlijk de opgang voor de etages boven de winkel. Dus is het meer een soort uitbouw.
    Een paar panden verderop zien we iets anders opmerkelijks. Een badhuis! Dat kom je toch niet veel meer tegen. Maar na een praatje is het volkomen duidelijk en logisch. Hier komen nog zoveel bootjes naartoe, die geen douche of wasmachine aanboord hebben, dat het natuurlijk reuze handig is dat je ergens kunt douchen en je was kunt laten schoonmaken en strijken. Dat wordt namelijk prima verzorgd in Badhuis Dokkum. Het zit dan ook op een ideale plaats zo tussen de Baantjegracht en Zuidergracht.
    We slenteren verder door de Keppelstraat, langs de Vlasstraat en door de Stenendam, waarna we op 't Nauw uitkomen. We zien dat de Wortelhaven net een opknapbeurt heeft gehad, maar nog net niet is afgerond. We slaan linksaf en lopen langs 't Nauw naar het Zuiderbolwerk waarop de korenmolen De Hoop (nr. 13186 en molendatabasenr. 57).
    Via het Baantjebolwerk, komen we op het westelijk bolwerk met daarop de koren en pelmolen Zeldenrust (nr. 13097 en molendatabasenr. 59).
    We vervolgen de weg en lopen over de brug van het Klein Diep, zodat we op het Westerbolwerk uitkomen. Wij gaan hier echter meteen vanaf en lopen de Koekebakkerssteeg in en slaan daarna linksaf de Legeweg in. Deze lopen we helemaal en komen uit bij de Hogepol waar het voormalig Kantongerecht in gevestigd was (nr. 13125).
    Wij slaan links af en komen uit bij de Hanspoort, waar wij Achterom gaan en vervolgens weer op de Markt uitkomen. Hier kiezen we de Hoogstraat, zodat we bij D'Angelo uitkomen, waar we gaan eten.

    We gaan nu voor een pizza en na de cappuccino lopen we rustig naar de fietsen aan het einde van de straat. Na even puzzelen hoe we alles achterop de fiets krijgen, vangen dezelfde route huiswaarts aan.


          Langs de Dokkumer Ee
    't Is eigenlijk maar een klein ritje, zo'n 8½ kilometer.
    Vlak voor de steenfabriek, waar het fietspad en autobaan splitsen en het fietspad langs de Ee blijft lopen, zien we één van de Twaalf stekjes : Bijzondere ontmoetingsplekken in Noordoost-Fryslân. In dit geval gaat het om nummer 6, 'Huiskamer'. Vormgegeven door Martijn Westphal als twee stoelen met bank en tafel, uitgevoerd in roodbaksteen.
    We rijden, ons nog steeds verwonderend over wat we hier zien, door het terrein van de steenfabriek. Nog een paar kilometers langs de Ee en we zijn weer thuis. We halen onze buit van de fiets en gaan naar binnen. We zijn droog overgekomen.
    Rustig gaan we nog een bakje koffie drinken en daarna pakken we alles in, wat ingepakt kan worden, zodat het morgen zo de auto ingeschoven kan worden. En daarna mogen nog een aflevering van Merlin kijken om voldaan te gaan slapen.


    Langs de Dokkumer Ee:
    De IJsherberg, Langs de Dokkumer Ee, Dokkum.

    Sierplaatje met slang, Museum Admiraliteitshuis, Dokkum.

    Oorijzers met potknoppen, Museum Admiraliteitshuis, Dokkum.

    Smalste huis?, Dokkum.

    Badhuis Dokkum, Keppelstraat 16, Dokkum.

    Wortelhaven aan 't Nauw, Dokkum.

    Voormalig Kantongerecht, Hogepol, Dokkum.

    Achterom, Dokkum.






    Dag 15: Weer naar huis via Kollum

    kaart 15

    Vandaag staan we iets eerder op en eten het ontbijt en drinken de koffie ietsjes sneller, maar nog steeds op ons gemak. We pakken de rest van de spullen en laden de auto in. Ruim voor het vertrektijd nemen we contact op met onze gastvrouw Adrie Huisman, dat we klaar zijn om te vertrekken. Na een gezellig gesprekje, waar ze nog twee hier zelfgehaakte muisjes krijgt voor de kinderen, vertrekken wij uit Ee.


          Kollum
    We rijden over de intussen vertrouwde N358, over de Nieuwe Dokkumer Zijlen naar
    Kollum / Kollum. We parkeren de auto op het winkelcentrum aan de Meester Andreaestraat, waar we meteen nog even de laatste Friese inkopen doen.
    Hierna lopen we naar de Voorstraat, waar we aan ons laatste (mini)verkenningstocht beginnen. Het is echter steeds weer verbazingwekkend hoe we ons kunnen laten verrassen door in dit geval één straat. Maar het dan ook niet voor niets weer een beschermd dorpsgezicht, waarbij de Voorstraat de centrale as is. En dat kun je in één oogopslag zien in de monumentenlijst.
    Wat weer een geschiedenis schuilt er achter (bijna) elke pui. Een site met meer dan 500 foto/ansichtkaarten vertelt het verhaal.
    De Historische Buitenplaats Philippusfenne springt -al ligt het ver naar achteren- wel in het oog (nr. 529468).
    Een eindje verder lopen we langs de Feddesteeg. Het lijkt wel of hier achter het pand aan de Voorstraat nog huisjes zijn vastgebouwd. We zien, als we goed kijken nog 4 deuren met ramen en minifaçades bovenaan de rand.
    We passeren het Zijlsterried met eerst het Oosterdiepswal en vervolgens het Westerdiepwal. Aan de andere kant zien we het oude rechthuis uit de 16e eeuw, waarin de gevangenencel nog aanwezig zou moeten zijn. Tevens is het oude rechthuis het eerste stenen huis, volgens de muurschildering, die aan de waterkant te zien is.
    We lopen door naar de Maartenskerk (nr. 23728) uit begin 12e eeuw.
    Bij een restauratie in 1882 zijn er diverse fresco's ontdekt. Helaas is de kerk nu gesloten.
    We keren weer om op een terrasje een koffie te drinken.
    Hierna lopen we nog even door de Eyso de Wendtstraat en zien aan het begin van de Oostenburgstraat de Oostenburg staan (nr. 23726) uit 1838.
    We lopen de straat verder in en staan voor het voormalige postkantoor en het huidig Oudheidkamer Mr. Andreae (nr. 512873) uit 1888, maar deze is wederom dicht en gaat pas 's middags open. Dat is jammer, want dan zijn we alweer weg. Mr. Andreae's woonhuis hebben we aan het begin van de Voorstraat gezien, het Philippusfenne.
    Aangezien we bij het water niet verder kunnen, lopen we dezelfde weg weer terug en passeren de locale Bruna, waar toch maar even een kijkje nemen.
    Gevonden bij de Bruna:

    Foestrum [westergeest] : gemeente Kollumerland c.a. / Ybele Steenstra. - Lelystad : Ybele Steenstra, 2012. - ISBN 978-90-9027204-7

    Fryslân = Friesland : ±1926-1934 : schaal 1:25.000 / Anoek van der Leest, Meindert Schroor, Huib Stam (samenstelling en redactie); Hans Konings (kaartcontrole); Thijs Caspers (eindredactie). - Grote Historische Topografische Atlas. - Tilburg : Nieuwland, 2006. - ISBN 978-90-8645-006-0

    De Slachte : de oude dijk, de geschiedenis, de landschappen, de dorpen, de marathon / Ultsje Hosper, Peter Karstkarel, Siem van der Woude. - Leeuwarden : Friese Pers Boekerij, 2002. - ISBN 978-90-330-1218-1
    Tweede geactualiseerde herdruk 2008

    En op de laatste dag kunnen we dit toch niet laten liggen. De laatste twee waren we al regelmatig tegengekomen, dus moesten nu toch maar mee.
    Een aantal panden verder staan we even stil voor de etalage van Land Schoenenmode, sinds 1870. Toch maar even binnen kijken. Na het één en ander gepast en gekocht te hebben, kregen we wederom bij het verlaten van de zaak Bedankt voor uw klandizie te horen.
    Je zou haast gaan denken, dat het hier toch nog gebruikelijk is. Daar gaan we dan maar van uit.

    Wij lopen stilletjesaan toch weer bepakt en bezakt richting auto.

    We beëindigen deze reis aan de grens van de provincie Groningen bij een tankstation, waar we wederom -net als een dikke twee jaar geleden bij Visvliet - zicht hebben op het 'It Greate Ear', alleen nu iets dichterbij. Ondanks dat we 'slechts' in één provincie hebben gezeten, hebben toch nog ruim duizend kilometer hier met de auto gereden en ruim 100 op de fiets.


    Philippusfenne, Voorstraat, Kollum.

    Feddesteeg, Kollum.

    Zijlsterried, Kollum.

    Oude rechthuis, Kollum.

    Maartenskerk, Kollum.

    Oostenburg, Kollum.

    It Greate Ear.






    Dag 16: van huis naar Workum

    kaart 16

    Een bijzondere verjaring wordt de aanleiding om hieraan meteen enkele dagen struinen in de omgeving te koppelen. Van de doelplaats Workum hebben we nog niet zoveel gezien. Ook het gebied boven Workum, zo rondom Makkum is nog onontgonnen gebied. En dus grijpen we deze gelegenheid - de verjaring enen Galama - aan, om dit terrein te verkennen.
    De aanrijdroute gaat nu ook weer door de polder over de A6 om de weg over de N359 bij Lemmer te vervolgen. Een vage herinnering aan Lemmer - waar doorheen gefietst werd tijdens de lf zuiderzeeroute - was niet een stimulans om Lemmer aan te doen. In een split second gaat het knipperlicht echter naar links en rijden we de Rondweg af, Lemmer in.


          Lemmer
    We rijden over de Straatweg Lemmer binnen en worden al vlot over het parkeerbeleid op de hoogte gesteld. Zodoende rijden we dan ook niet verder de vlek 1 in en parkeren we de wagen langs de kant van de weg.
    wandelroute Lemmer (van rood naar blauw)
    Een blik de Nieuwburen in doet de vage herinnering meteen verbleken. Dit ziet al heel aantrekkelijk uit. Eerst lopen we langs de door Tj. Kuipers ontworpen Gereformeerde Kerk uit 1889 2, dat gevolgd wordt door een voormalige dokterswoning uit 1864, waarin nu Appartementen 't Lytse Knipke vertoefd. Weer verderop komen we een pand met een rijkversierde klokgevel tegen uit 1776 (25764), dat nu in gebruik is als apotheek. De gevel werd in opdracht van Poppe Jans Poppes (Balk, ~16-2-1744 - Lemmer, 9-5-1810) geplaatst, nadat hij het dat jaar van zijn oom Bauke Poppes had gekocht, na het twaalf jaar van hem gehuurd te hebben. Het pand zelf is dus veel ouder. Poppes was hier koopman en mederechter.

    De Engelsche aanval in 1799 / Aanval van de Britten op Lemmer, 1799, Reinier Vinkeles, naar Dirk Langendijk, 1800 - 1802. (Leeuwarder courant, 20-09-1930, bron: Delpher en Rijksmuseum Amsterdam)
    Zo had hij tot juni 1794 een kofschip genaamd Jan Poppes, dat op reis naar Lissabon door een Frans oorlogsschip werd gekaapt. Hij had ook een beurtschip waarmee hij tussen en Amsterdam voer. Op zijn terugreis in september 1799 kwam bij op diverse plekken op de Zuiderzee Engelse schepen tegen. Ook lagen er prinsgezinde Engelsen voor de kust van Lemmer. Poppe Jans heeft de gebeurtenissen en aanval toevertrouwd aan zijn dagboek. Enkhuizen, Medemblik werden op 21 september en Stavoren op 23 september bezet door de Engelsen. Bij Balk ging voorafgaand aan de mogelijke bezetting van Stavoren, op zondag ervoor de oranje vlaggen al uit.
    Tot de beginjaren 60 van de twintigste eeuw was O. Boonstra hierin gevestigd met een 'dierenspeciaalzaak', hengelsportwinkel en kampeertenten, waarna de winkel en woonhuis te koop werd gezet en er een apotheek in gehuisvest werd 3.

    We naderen de Lijnbaan waaraan de Fedde Schurerplein gekoppeld zit. Fedde Schurer wordt in Heerenveen geëerd met een beeld . Het koor van de Hervormde kerk uit 1716 (25749) laat zich hier goed aanschouwen. De kerk is in 1716 ter vervanging van een zestiende-eeuwse voorganger gebouwd door de meester-timmerman Auke Bouwes Disma 4. Het multi-inzetbare gebouw uit 1770, waarin in eerste instantie het raadhuis en de waag gevestigd waren en later eveneens het kantongerecht, herbergt nu Museum Lemmer en Oudheidskamer “Lemster Fiifgea”.
    Ook vinden we er een VVV, zodat we hier even naar binnen kunnen voor wat informatie. De wandeling door Lemmer - die we hiervandaan meenemen - zal ons meenemen langs de hoogtepunten van Lemmer. Ook wijst de medewerker ons op de site van Spanvis voor meer historische achtergrondinformatie over Lemmer. En inderdaad, ze hebben een hele lange pagina gewijd aan Fedde Schurer.
    Hier aan het begin van Nieuwburen kruisen we de Gedempte Gracht en Vissersburen. We lopen rechtdoor de Burgemeester Krijgerplein op, vernoemd naar Marinus Krijger (Ambt-Hardenberg5, 8-12-1903 - Follega, 4-12-1957), die van 20 maart 1935 tot zijn aan dodelijk ongeluk op 4 december 1957 burgemeester van Lemsterland was. Per 1 januari 1958 werd dit plein naar hem vernoemd 6.
    We lopen langs het sluisje over de Oudesluis richting de Gedempte Gracht.

    beeldhouwwerk boven de deur van achttiende eeuws pand
    In dit stukje zien we aan de overkant twee monumentale panden. Het eerste pand (25769) stamt uit 1773, aldus het jaar op de zwierige aanzetkrullen. Bovenop de klokgevel heeft het een groot kuifstuk.
    Het pand ernaast (25752) heeft een zeer hoge begane grond verdieping dat halverwege de achtiende eeuw gebouwd zal zijn door houthandelaar Nanne Aenes [Musculus] (Lemmer, 4-6-1670 ~29-6-1670 - Lemmer, 26-6-1753). Deze eigenerfde was tevens zeilmaker en vrederechter en heeft de eerste steen gelegd van de toren en kerk hier tegenover 7.

    Live zicht op 't Dok, vanaf de Lemster Toer

    De Oudesluis vormt hier samen met de Gedempte Gracht een pleinvorm voor de Hervormde Kerk. Vanaf dit plein krijgen we een mooi beeld over 't Dok.
    Op het plein vinden we twee objecten. Het ene is een beeld van Bert Kiewiet (Amsterdam, 13-4-1918 – Mantinge, 31-8-2008) dat in 1990 voor het eerst werd geplaatst ter gelegenheid van de opknapbeurt dat in mei 1990 werd afgerond. Tijdens de nieuwe herinrichting van het centrum heeft het beeld tijdelijk op het Burgemeester Krijgerplein gestaan. Na afloop van de herinrichting is het weer teruggeplaatst 8.
    Het andere object bestaat uit een bank en opengewerkte steven, dat ter afronding van de laatste herinrichting is geplaatst. Het werd op 15 juli 2016 om 17:00 uur door de locoburgemeester Durk Durksz onthuld en is aangeboden door de stichting Oud Lemmer. Op de rug van de bank zijn in vier talen dichtregels te lezen van Job Degenaar (Dubbeldam (Dordrecht), 01-11-1952), die iets zeggen over het water en het zeilen:

    de Groene Draeck tijdens Sail 2015, Amsterdam

    Mooi is het water vanaf de wal,
    mooi de wal vanaf het water.

    In het Fries:

    Hys de seilen fan dyn dreamen,
    Lit se komme, lit it streame.

    Job is woonachtig in Lemmer en was in 2005 winnaar van de Fedde Schurer Cultuurprijs.
    De bank gaat schuil onder de steven van een Lemster Fiskerman-aak LE50, vergelijkbaar met de aak die er voor in het water ligt en de Groene Draeck van het Koninklijk Huis 9.

    We blijken weer bijna bij het startpunt te staan van de Wandeling door Lemmer. We besluiten daarom maar eens de aangegeven highlights te gaan volgen op het ingenieus vormgegeven folder. We vervolgen de route over de Gedempte Gracht - waaruit valt op te maken dat hier voorheen een gracht liep - naar de Vissersburen. De Gedempte Gracht - een vaarwater, dat de naam De Rien droeg - werd al in 1888 gedempt. Het had nog een zijtakje aan weerskanten dat de Deade Gat (Dode Gat) heette. De liep enerzijds achter de Waag en anderzijds achter de huizen van Nieuwburen. Dit werd ook in 1888 gedempt 10. De straat de Vissersburen was - zoals te verwachten viel - ook onderdeel van De Rien. Het is in 1957 gedempt. Van de oorspronkelijke panden is nauwelijks iets blijven staan en de herbouw is veelal teleurstellend. We vinden echter halverwege de straat - net voorbij een beeld - toch nog een rijtje panden waaraan meer zorg is besteed. De puien zijn opgesierd met een horizontale drielaags gele baksteen. Ook is er vorm gecreëerd met uitstekende stenen waarbij gebruik is gemaakt van de drie basiskleuren van klei (geel, rood, blauw) waarvan baksteen wordt gemaakt.
    Hier lopen we weer even terug naar De Pûst uit 2002, dat hier ter gelegenheid van de heropening op 10-12-2002 van het vernieuwde bankgebouw door de Rabobank werd aangeboden. Albert Oost (Wijnjewoude , 1968) is de maker van dit beeld dat vermoedelijk hiermee afnemende adem, lucht of wind wil uitbeelden 11.
    Even verderop staan we aan de achterzijde van de H. Willibrordus kerk, dat in 1901 werd gebouwd. Nicolaas Molenaar (Sneek, 30-7-1850 – Den Haag, 30-12-1930), rijksbouwmeester, is de zoon van een in Lemmer geboren timmerman en was de architect van deze kerk. Hij had in de periode 1898 tot ongeveer 1905 - dus ten tijde van de bouw van deze kerk - een kwalitatief wat mindere periode. Hij heeft wel vier torens op zijn naam staan uit de lijst van 75:
    31 - 77,2 - Sint-Bonaventurakerk - Woerden - 1892
    43 - 75 ? - Sint-Bonifatiuskerk - Rijswijk - 1897
    55 - 72,6 - Sint-Bartholomeuskerk - Poeldijk - 1826
    62 - 72 - Kerk van Onze Lieve Vrouw Onbevlekt Ontvangen - Den Haag - 1891 12.
    Wanneer we straat (of De Rien) uitlopen, komen we bij de Zeedijk uit. Hiervoor ligt de Riensluis naar de vluchthaven. Landinwaarts ligt langs de Polderdijk nog een havengebied. In het verlengde hiervan ligt ten oosten van de huidige A6 (voorheen A50) de Lemster Rien of Lemsterrijn waarover men vroeger naar het Tjeukemeer kon varen. Nu moet dat via de Sylroede, Streamkanaal, Groote Brekken en Follegeasleat.
    We lopen even snel een stukje de Schans op om de voorkant van de kerk te zien.
    Vervolgens komen we op het Leeg. Er waren hier in de glorietijd van de visserij, talloze bedrijfjes gehuisvest in de kelders, terwijl men er boven woonde. Een aantal authentieke panden staan er nog. In de binnenhaven vinden we aan de Emmakade nog enkele Lemmer schepen.
    steegje, Emmakade, Lemmer
    steegje, Emmakade, Lemmer
    Een smal steegje - niet eens breder dan een deurpost - blijkt taps uiteen te gaan en nog ruimte bieden aan een flinke pui met bijbehorend pand. Zo zie je maar dat achter iets kleins iets groots schuil kan gaan.
    De Emmakade verandert halverwege in een terrasjesparadijs en eetgelegenheden. Een gebruikelijke combinatie met de haven.

    We komen weer uit op de Burgemeester Krijgerplein en lopen nu het water 't Dok over, waar we de Schulpen bereiken. De Schulpen vormen het hoogste gedeelte van Lemmer 13. Hier vinden we het pand de Andringastate. Van oorsprong was dit een groot landhuis, waaraan nu nog nauwelijks iets authentiek te zien is. De op 18-jarige leeftijd geworden grietman Regnerus van Andringa (Lemmer, 24-12-1674 - 25-8-1754) liet het aan het begin van de achttiende eeuw bouwen. In 1888 werd het door de erfgenamen van de laatste bewoner Wilco Holdinga van Andringa de Kempenaer (Leeuwarden, 22-6-1809 - Lemmer 20-2-1873) verkocht. Tinco van Andringa (5-12-1643 - 17 of 29-7-1689) werd in 1666 de eerste grietman in Lemsterland uit deze familie 14.
    De Schulpen op de Lemmer omstreeks 1780, met o.a. het beurtschip op Amsterdam, het logement "de Wildeman" en het Grietmans- of Kempenaershuis.
    bron: Delpher
    Vanaf dit plein is ook heel goed de herberg De Wildeman (25771) te zien. Het pand heeft een klokgeveltje met beeldhouwwerk van onder andere de Wildeman. Het gedateerd met het jaar 1773. Zoals we bij de "Engelsche aanval in 1799" konden lezen, vond hier op 27 september 1799 een eerste onderhoud plaats tussen de Engelse kapitein James Boorder - in de rol van parlementair en de luitenant P. van Groutten, commandant van de Lemmer. Wegens slecht weer was Boorder genoodzaakt om hier de nacht door te brengen.
    19 januari 1939 is er een nieuwe 'Wildeman' geplaatst op het klokgeveltje nadat het enkele jaren daarvoor er gedeeltelijk uitgevallen was. Toen de eigenaar het ontstane gat wilde gaan opvullen, werd er actie ondernomen om te komen tot een nieuwe versie. J.B. van Andringa de Kempenaer uit Haren zegde als eerste een gift toe van ƒ 100,-. Ook de eigenaar wilde wel iets bijdragen. Vervolgens was het wachten op voldoende bijdragen. Uiteindelijk kwamen er voldoende toezeggingen om de lokale blokmaker M. Visser opdracht te geven om een nieuwe 'Wildeman' te maken. Visser besteedde er minstens honderd vrije uren aan, om dit beeld te maken 14.

    We lopen via de Prinsessekade naar de Lemster Sluis, dat sinds 1887 in gebruik is. Deze sluis veranderde het waterfront en daarmee het dorpsbeeld volkomen. Op het sluiswachtershuisje staan wijsheden geschilderd. Zo lezen we bijvoorbeeld 't Getij gaat zijnen keer / 't En wacht naar Prins noch Heer of Een die zijn zeil te hooge stelt / Woordt ligtlijk van den wind geveld.
    Hierna volgt een moment van versnelde pas over de Tramhaven, Stationsweg en Stationsplein. We kunnen door het winkelcentrum naar de Nieuwendijk en nemen het eerste straatje - de Tuinstraat - naar rechts. Het doet een beetje unheimlich aan, vanwege de afgesloten muurzijden van de bedrijfspanden. Ook de particuliere tuinen geven geen open ruimte gevoel, omdat schuttingen, muren en garages een gesloten aanzicht tonen. Dus wat dat betreft doet men de straatnaam geen eer aan.
    De Pottebakkerssteeg - aan het einde van de straat - brengt ons naar de Langestreek. Dit geeft ons zicht op de achterzijde van Turfland, waar een pand een bijzondere zijverbreding is ondergaan. Het pand uit 1763 heeft twee vernieuwing ondergaan, in 1839 en 2015 is het aangepakt. We lopen over Langestreek weer terug naar het centrum. Hier komen we weer een rijkelijk versierd klokgevel tegen met daarvoor vier stoeppalen (25756). 1776 is het jaar dat erop staat.
    Langestreek, Lemmer
    1775
    19e eeuw gevel en hek
    Dat het niet altijd pompeus of iets extreems of bijzonders dient te hebben om rijksmonument te worden, blijkt uit het volgende negentiende-eeuws pandje (25755). Hierbij valt vooral de verhouding schoorsteen - woning op en de bloklijsten. Ook komt dit subtiel terug in de deurpost. Ook het pand (25754) daarnaast - dat in de aanzetlijsten gedateerd is met 1775 - is eenvoudig van uitvoering. Deze heeft een zadeldak met een topgevel met beitelingen, terwijl de vorige een voorschild heeft. Dit voorschild heeft een dakkapelletje.
    Vervolgens krijgen we een mooi schouwspel voorgespiegeld bestaande uit 't Dok, de Lemster Fiskerman-aak LE50 die we al eerder genoemd hebben en de Hervormde Kerk.
    Het wordt intussen de hoogste tijd om iets te gaan drinken. We duiken daarom Bistro Âld Lemmer & Eetcafé the British Pub maar even in, waar de cappuccino's en iets lekkers besteld wordt.
    We hebben nu het een en ander van Lemmer gezien, waarmee de vage herinnering volledig is weggepoetst. Hiervoor in de plaats is de rijke historie gekomen, waarmee we nu summier kennis hebben gemaakt. Opvallend bij de vondsten is dat men telkens spreekt over 'in de Lemmer'. Mogelijk houdt dit verband met het ontstaan van de vlek Lemmer. Hier duiken dan nog maar even in, voordat we onze reis voortzetten. De Lemmer (Lemmer) - dus de Friese aanduiding - is in de vroege middeleeuwen ontstaan bij de samenkomst van de Rien (Lemsterrijn) en Sylroede (Zijlroede). Op deze plek vond bewoning plaats dat in het Perkamentenboek van Utrecht (bisdom Utrecht) Lenna (in de jaren 1228 en 1236) of Limna werd genoemd. Eerder - in 1165 - komt de naam Lammerbroeke voor als vorm voor Lemsterhoek dat iets ten westen van het huidige Lemmer heeft gelegen. In verband met vervening kan men hierbij iets voorstellen. Deze nederzetting zou door 'Hollanders' zijn verwoest. Het waterminnend volk kent deze plek en naam nog steeds, zelfs onder de oudere naam Lyamer.
    Vanwege de tactische handelsplek aan de monding van twee stromen en aan de Zuiderzee, trekt dit vanzelfsprekend ander volk aan, bijvoorbeeld die 'Hollanders' in casu Willem I van Holland (±1175 – 04-02-1222) , die trouwens ook een Friese heer was, vandaar de gedachte dat hij iets te claimen had 16.
    Nu de problematiek van de naamherkomst enigszins helder is geworden - wij gaan er immers nu niet even uitkomen - lopen we weer richting de auto. Via de Schulpen lopen we langs de nieuwe sluisdeuren, over de brug weer over de Oudesluis. Hier lopen we tussen de Lemster Vishal en de Hervormde kerk door. Wanneer we onze blik nogmaals op de kerk werpen zien we nog een gevelsteen met daarop een uitgebreide tekst:

    Den 15 May 1716 heeft Nanne Aenes holt
    kooper in de Lemmer van deese Kerk
    en Tooren de eerste gelegt,
    Al die hier komt en Siet dit Schoon
    gebou eens aen,
    Wilt hier niet Buiten blieven Stae,
    Maer hoort met vlyt datter wort gesei
    Opdat door Goodes Geest en
    woort de Eerste Steen ook wort geleit
    In U en My ook Altesaem
    Ick sluit hier mee in Goodes Naem

    Dit betreft het verhaal van de eerstesteenlegging door Nanne Aenes [Musculus], waarvan we zijn huis - hier aan de overkant - ook al beschreven hebben.
    We komen uit op de Lijnbaan.
    Hier stuiten we op de Antiquariaat Lemmer, waar we vanzelfsprekend even een kijkje gaan nemen. Dat even kan ook even blijven, omdat het de boeken redelijk per onderwerp zijn gesorteerd. Inclusief de tafel - met speciale aandacht voor - weten we de oogst te beperken tot drie aanvullende documenten voor de eigen collectie. Natuurlijk is het kleinste en dunste boekje weer het duurst, maar dat gaat dan ook over het Makkums aardewerk. En aangezien we daar, doelend op Makkum, morgen al zigzaggend naar toe gaan, is dit een mooie vondst.
    Frederik Muller : Een kleine biografie / Kees Fens (inleiding), Marianne Bertina (samenstelling)

    Verkrijgbaar bij mijn
    Grijs Verleden
    Bibliografie

    Ook de 'Erfenis van Eeuwen' is een mooi geïllustreerd boekwerk gericht op de klederdracht.
    Tijdens een praatje kwam het op een ons beider bekende opleiding vernoemd naar Frederik Muller (Amsterdam, 22-6-1817 - Amsterdam, 4-1-1881), de bekende uitgever, boekhandelaar, bibliothecaris, kortom boekenliefhebber.

    De Nieuwburen brengt ons vervolgens weer bij de auto, waarna we de reis weer voort kunnen zetten naar Workum. De route brengt ons via de N359 naar Tacozijl, waar we over De Ie rijden. Bij Balk vervolgen we dezelfde N-weg, dat we deels ook met fiets hebben gereden. Via de vele weilanden komen we bij de Galamadammen waar we middels een aquaduct onder het water doorrijden. Met een flinke bocht rijden we om Koudum heen om wegens een wegomlegging op een omslachtige manier bij ons hotel in Workum uit te komen.

    noten:

    1.
    Ons zal vandaag nog uitgelegd worden dat Lemmer een vlek is;
    Wikipedia
    Vlek (nederzetting)

    2.
    Monumenten in Nederland : Fryslân / Ronald Stenvert, Chris Kolman, Sabine Broekhoven, Saskia van Ginkel-Meester en Yme Kuiper. - Zeist/Zwolle : Rijksdienst voor de Monumentenzorg / Waanders Uitgevers, 2000. - p.
    219);

    3.
    Langs de Luts / Johan Groenewoud
    persoonlijke gegevens van Jan Poppes;
    Decreeten der Nationale Vergadering, representeerende het volk van Nederland. - Zeventiende deel, July 1797, het derde jaar der Bataafsche vryheid. - Den Haag : 's Lands Drukkery, 1797. - p. 591-582;
    Spanvis Engelse aanval op 29 september 1799 Lemmer;
    Delpher: Tusschen Flie en Lauwers De Lemmer (VI) - De Fransche tijd, ruim woon- en winkelhuis;

    4.
    Monumenten in Nederland : Fryslân / Ronald Stenvert, Chris Kolman, Sabine Broekhoven, Saskia van Ginkel-Meester en Yme Kuiper. - Zeist/Zwolle : Rijksdienst voor de Monumentenzorg / Waanders Uitgevers, 2000. - p.
    219);

    5.
    Vriezenveners.nl
    Marinus Krijger;

    6.
    spanvis
    Herdenking van de jaren 40-45 (1);

    7.
    Monumenten in Nederland : Fryslân / Ronald Stenvert, Chris Kolman, Sabine Broekhoven, Saskia van Ginkel-Meester en Yme Kuiper. - Zeist/Zwolle : Rijksdienst voor de Monumentenzorg / Waanders Uitgevers, 2000. - p.
    220);
    spanvis Langestreek (3) / Jelle de Jong;
    genealogieonline Nanne Anes Musculus / J. Koster;

    8.
    Wikipedia
    Bert Kiewiet;
    Mens & Dier in Steen & Brons / René en Peter van der Krogt Lemster Fiskerman;
    rkd Bert Kiewiet;

    9.
    Nederlandse Poëzie Encyclopedie
    Job Degenaar;
    Schrijversinfo.nl - Bibliografieën Job Degenaar;
    Lemsternijs, 15-7-2016 8:36 Onthulling van een blijvend kunstwerk;
    Stichting Oud Lemmer Nieuwe bank in Lemmer;
    mailwisseling 4-8-2017 Job Degenaar;

    10.
    Monumentenwandeling in Lemmer / Jelle de Jong Beeldbepalende monumenten;

    11.
    rkd
    Albert Oost;

    12.
    Heilige Christoffel parochie
    Enige informatie over de RK kerk aan de Schans;
    Wikipedia Nicolaas Molenaar (1850-1930), Lijst van hoogste kerktorens in Nederland;

    13.
    Geschiedkundig verslag van de meest bekende, buitengewoon hooge watervloeden, doorbraken en overstroomingen, welke Noord- en Zuid-Nederland van de vroegste tijden tot heden hebben geteisterd / D.J. Glimmerveen. - Amsterdam : Weytingh & Van der Haart, 1856
    p. 193;

    14.
    Monumentenwandeling in Lemmer / Jelle de Jong Beeldbepalende monumenten;
    spanvis De grietmannen van Lemsterland / Jaap van der Zwaag;
    Admiraliteit van Friesland - 1596-1795 Gecommitteerden - alfabetisch;
    Genealogie online: Tinco van Andringa, Grietman van Lemsterland;
    Andringa Online Parenteel van Regnerus Livius van Andringa de Kempenaer (MA) AB3;
    Delpher: Leeuwarder Courant 26-7-1930, p. 6 Tusschen Flie en Lauwers. LXXXVI. De Lemmer (III);

    15.
    Monumentenwandeling in Lemmer / Jelle de Jong Beeldbepalende monumenten;
    spanvis De grietmannen van Lemsterland / Jaap van der Zwaag;
    Wikipedia De Wildeman (Lemmer);
    De krant van toen: Leeuwarder Courant 20-9-1938, p. 10 De gevelsteen van "de Wildeman", Leeuwarder Courant 20-1-1939, p. 14 Nieuw gevelbeeld;
    Delpher: Nieuwsblad van Friesland : Hepkema's courant 20-1-1939, p. 6 Een nieuwe "Wildeman"; Nieuwsblad van Friesland : Hepkema's courant 21-9-1938, p. 12 Monumentenzorg;

    16.
    Monumenten in Nederland : Fryslân / Ronald Stenvert, Chris Kolman, Sabine Broekhoven, Saskia van Ginkel-Meester en Yme Kuiper. - Zeist/Zwolle : Rijksdienst voor de Monumentenzorg / Waanders Uitgevers, 2000. - p.
    219);
    De geschiedenis van de Lemmer / Dick Offringa;
    Wikipedia Lemmer;
    Friese plaatsnamen : Tegelijk een bijdrage tot de Oude Aardrijkskunde van Friesland / F. Buitenrust Hettema. - IVe Deel. - Leiden : Brill, 1899. - p. 81-82;
    Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden / A.J. van der Aa. - 13 delen. - Gorinchem : Jacobus Noorduyn, 1839-1851. - Zevende deel: L-M. - 1846. - p. 181

    internetraadpleging: 14 - 22-5-2017


          Workum
    Wanneer we in Workum aankomen, parkeren we de wagen op het eigen parkeerterrein bij het hotel
    Wymerts van Yvon Konijn en Ewald Overdijk.
    Een inschatting van het rivieren-landschap in de Romeinse tijd.
    bron: Verhandeling over den loop der rivieren door het land der Friezen en Batavieren, in het Romeinsche Tijdperk / J.G. Ottema. - Workum, H. Brandenburgh en zoon, 1845. - p. 79
    De hotelnaam doet de voormalige en gedempte riviertje De Wymerts - dat door de hoofdstraat Súd en Noard liep - in de herinnering terugbrengen. Over het dempjaar bestaat twijfel. Een enkeling noemt de periode tussen 1860 en 1870. Velen noemen 1785 als dempingsjaar of alleen voor het Noard gedeelte, evenals ook velen 1875 noemen, dat het meest voor de hand ligt, vanwege de kaarten en foto die er nog met een zichtbare gracht.
    De Wymerts is namelijk ook de reden van het ontstaan van Workum. Het lag aan (een zijtak van) de Vecht, ook wel 't Vlie genoemd en vormde zo via Sloten de verbinding met de Middelzee, waaraan het einde de havenstad Sneek en Bolsward lag. De nederzetting van Workum lag dus op een logische tweesprong, met Tacozijl als tegenpool. Tegenwoordig wordt alom aangenomen dat het gegraven is 1.
    Tot het einde van het eerste millennium zou deze nederzetting westelijk hebben gelegen. De zeewaterspiegel stijgt en de bewoners trekken zich iets verder landinwaarts terug op enkele terpen langs de Wymerts. 2.
    We kijken even binnen in het hotel bij de receptie, om te kijken of we in kunnen checken, maar zien zo gauw niemand.
    De Toren met twee geledingen van Workum. Het is in 1613 afgesloten met een tentdak dat voorzien is van een koepel.
    En dus verliezen we geen tijd en lopen we naar de Grote- of St. Gertrudiskerk (39458), dat bekendstaat als grootste middeleeuwse kruiskerk in de provincie Friesland. De Gertrudiskerk is gewijd aan Gertrudis van Nijvel (626 - 17-3-659). De kerk is nooit helemaal afgebouwd volgens de planning. Daarom staat het los van de toren. Zoals gebruikelijk begon men - veelal ter vervanging van een kleiner of houten voorganger - met de bouw van het koor 3.
    Nu we weten dat er hier terpen lagen langs het water is het niet vreemd te veronderstellen dat op een van die terpen een toren werd geplaatst. Gezien de bocht in het water bij de toren zou men aannemelijk kunnen maken dat er rondom de toren een gracht lag, zoals we vaak zien bij dit soort torens. Dit verklaart ook de afstand tussen het koor en de toren. Bij 's-Heer Arendskerke in Zeeland werd deze - eigenlijk zeer logische - constructie voor de eerste keer helder. Daarna kun je er in Zeeland nergens meer om heen. De ringwalburg als verhoging met daarop de toren of stins of steenhuis en buiten de ring het koor of gehele kerk. In de eerste en enige stenen toren werden vanzelfsprekend alle belangrijke zaken bewaard die kwetsbaar waren - papier, zaad en mensen - ten tijde van strijd of rampspoed.
    Helaas wordt deze gedachtegang niet ondersteund of bevestigd dan wel ontkend met archeologisch onderzoek in deze omgeving.

    We gaan maar snel het kerkgebouw in en zien meteen aan weerszijden van beide wanden de andere reden, waarom de kerk bekend staat: de Gildebaren. Elke gilde had zijn eigen beschilderde doodsbaar. Inmiddels staan er twaalf opgesteld, zes aan elke zijde, telkens twee op elkaar.
    Detail boerenbaar. We zien van verre de skyline van historisch Workum. Tegenwoordig zien we de spitse toren van de Gasthuiskerk niet meer. Deze is in 1751 afgebroken. Aan de andere kant van de Grote Kerk en Toren, zien we de nog in 1726 afgebroken Inthiemahuis met toren. De Grote kerk heeft hier nog de vieringstoren. Deze is er in 1735 afgewaaid.
    In 2004 stonden er 9 doodsbaren opgesteld in de zijbeuken, te weten een boerenbaar (57-59) uit vermoedelijk 1700-1725 doch waarschijnlijk uit 1775-1800, een smedenbaar (60-63) van de Sint Eloysgilde (grofsmeden en koperslagers) uit 1756 met daarop veel gereedschap uitgebeeld, een kinderbaar (76) van het Sint Josephgilde (timmerlieden en glazeniers) uit 1693 dat in 1769 is overgeschilderd, een chirurgijns- en apothekersbaar (64-67) uit 1781, een timmerliedenbaar (72-75) uit 1791, een schippersbaar (69-70) uit 1805, een grootschippersbaar (69, 71) uit 1806, nog een kinderbaar (77) voor de schipperskinderen uit 1806 en de oudste komt uit Hindeloopen een bakkersbaar uit 1666. Intussen zijn er twee onbeschilderde baren uit Hennaard bijgekomen. De blinde baar werd gebruik voor criminelen, zelfdoders en onherkenbare op de kust aangespoelde doden 4.
    Mannenhoofd met hoed fan foaren, een van de briefpanelen die nu in de wangen van de kerkbanken te vinden zijn.
    Tegenwoordig vinden we aan de zijkanten van de zitbanken sinds de renovatie van 1951 in de wangen houtsnijwerk van rond 1530 verwerkt. Jacob Samuel Witsen Elias (1898-1977) schat de panelen in zijn proefschrift De Nederlandsche koorbanken tijdens gothiek en renaissance uit 1937 uit 1525/1535. Alle panelen verschillen in uitvoering, maar ze zijn wel enigszins te groeperen. De meest bijzondere is een briefpaneel met in het midden een blokfluit. Witsen Elias beschreef ze even kort in 1937, toen ze onderdeel uitmaakten van de koorbanken, waar ze als rugschotten dienden. Het belang van deze briefpanelen dient gezocht te worden in de kopjes, waarbij hij de narrenkop onvergetelijk vindt. Dat deze briefpanelen in deze perioden gemaakt zijn, komt waarschijnlijk door het feit dat de kerk tweemaal in korte tijd gebrand heeft. De Gelderse bende- en oorlogshandelingen van 1515 door de Zwart Hoop en 1523 door de onder vuur liggende Geldersen, lagen hieraan ten grondslag.
    DP Aº 1569 SCHOON HEEFT GHEMACHT DIT WERCK CLAES THIEBBE ZOEN
    Ook het koorhek moet daardoor vervangen worden. Hiervoor tekent Claes Tiebbes of Tjebbes. Dit weten we omdat zijn naam in het hek gesneden staat samen met het jaartal 1569, dat onderdeel uitmaakt van de tekst DP Aº 1569 SCHOON HEEFT GHEMACHT DIT WERCK CLAES THIEBBE ZOEN
    Het is onduidelijk waarvoor de beginletters staan.
    Het lijkt er echter op dat het moest rijmen:
    DP Aº 1569 SCHOON
    HEEFT GHEMACHT DIT WERCK CLAES THIEBBE ZOEN
    Verder zijn er medaillons aangebracht tussen de bogen en boven de balusters. In een groepje van telkens drie medaillons zijn er een mannenkopje - rozet - vrouwenkopje gesneden, waarbij ze elkaar aankijken. Ook dragen ze verschillende hoofddeksels en kledij.
    Wanneer we ons omdraaien kijken we tegen de verhoogde preekstoel op, een van de mooiste en rijkst uitgevoerde van Friesland, die door Gerbrand van der Haven uit Leeuwarden in 1718 gemaakt is, met een topstuk onder de preekstoellezenaars in Friesland. Het is een gift van Anne Hobbes de Boer (1659-1728), burgemeester van Workum (1699-1700 en 1705-1706) en lid van de admiraliteit van Harlingen.
    Grote- of St. Gertrudiskerk, Workum.
    kraagstenen Noorderbeuk kraagstenen Zuiderbeuk

    Keltische wildeman (Smertrios) of Griekse god voor de wijn6.



    We komen dan ook zijn logo op de achterzijde tegen, een halve adelaar, zijn initialen AHB en de man met de greep (boer). Hij maakte ook deel uit van magistraatcommissie die op 13 september 1724 bij resolutie besloot dat het raadhuis gesloopt moest worden ter vervanging van een nieuwe 5.
    Boven de doodsbaren wordt elke balk 'ondersteund' door een kraagsteen die verrijkt is met een bijzonder beeld. De enige kraagsteen waarover iets bekend is, is die meteen doet denken aan de greenman, die we ook al in Kimswerd en in Akkrum zijn tegengekomen. Het wordt hier geduid als Keltische wildeman (Smertrios = god van de oorlog) of Griekse god voor de wijn Dionysos. Dan zou de kraagsteen in de zuiderbeuk een wijnrank moeten verbeelden. In plaats van Smertrios - 'n beetje vreemd in dit gebouw - zijn er misschien andere opties. Greenman blijft dan de beste papieren houden 6.


    Wat aan alle kraagstenen opvalt is een soort huismerkteken of een ander teken, dat op alle stenen bovenin gecentraliseerd is gebeeldhouwd. Ze zijn zo te zien alle vier hetzelfde.

    De folder wijst ons op de basementen van twee pilaren - die we slechts met hulp van de aanwezige vrijwilligers kunnen vinden. Hierop 'liggen' doodsbeenderen, een geselroede en 2 pijlen. Ze zijn deels uitgehakt uit baksteen - wat op zich alweer zeldzaam is.
    Dit zijn duidelijke verwijzingen naar de Katholieke periode van de kerk, dus voor de Reformatie. Het vermoeden bestaat dat deze relieken verwijzen naar een heilige die bij de zuil stond, bijvoorbeeld Sint Sebastiaan bij de pijlen 7.
    Wanneer we weer bij de uitgang komen, nemen we nog een aantal gelijk lijkende documenten mee, die inhoudelijk toch van elkaar verschillen.

    We hebben nog wel wat tijd over en gaan daarom nog even het Museum Warkums Erfskip in. Het gebouw is namelijk niet heel groot, dus lang zal de rondgang op de eerste verdieping en de zolderverdieping niet duren.
    Er worden een aantal onderwerpen belicht met minimale middelen, waarmee we meegenomen worden in een rondgang door - voornamelijk - de Noard. Verstandiger was dus geweest om eerst zelf een rondje door Workum te lopen om zo te ontdekken welke panden er interessant zijn, om vervolgens hier het achterliggende verhaal te zien te krijgen.
    Zo komt het verhaal van de trekschuiten voorbij dat rond 1880 plaatsmaakte voor de stoombootjes. Pas na 1920 komen er auto's en worden de eeuwenlange gebruikte vaarwegen langzaamaan vervangen door wegen. Het verhaal van de 'gecamoufleerde' kerk De Vermaning komt langs evenals de uitingen van het Fries nationalisme. Burgers begonnen met het verzamelen van zogenaamde Friese objecten, als bijvoorbeeld de streekdracht. Schuchter wordt opgemerkt dat dit niet typisch Fries was en dat ze in Holland al een eeuw uit de mode waren. "Typisch Fries" moeten we hier lezen als Friesland Fries, vanwege de bijzin over Holland. Wanneer ons meer zouden richten op de overeenkomsten van de klederdrachten die voorkomen ons leefgebied (de Friese leefgebieden van weleer) zien we wel duidelijk een "typisch Fries", waarbij wel opgemerkt moet worden dat deze trend van elders komt 8.
    Het oorijzer en de stansvorm, waarvan er verschillende tentoongesteld liggen, zijn verhelderend in het maakproces van deze stukken, die we al eerder tegenkwamen in Museum Opsterland te Gorredijk . De handelsreizen met de fluitschepen over de Noordzee, door de Sont naar de Oostzee komen voorbij. Of juist niet, wanneer we het verhaal van Jacob Ruurds Kuipers (Workum, 06-09-1836 - Workum, 24-02-1880)9 als edelsmid voorbij zien komen.
    Workum kende in 1781 maar liefst 66 grootschippers, zoals de kapiteins van de zeewaardige schepen werden genoemd. Velen voeren voor de Amsterdamse kooplieden.
    Wanneer de route naar de Oostzee ging, kwamen alle schepen door de Sont - waar ze belasting aan de Deense koning moesten afdragen . Zodoende weten we nu waar ze (globaal - wat ze opgaven) naartoe gingen.

    bron: Soundtoll : Workum

    bron: Soundtoll : Workum

    bron: Soundtoll : Workum
    Zodoende kunnen we van ruim vier eeuwen de scheepsbewegingen terugvinden.
    De reizen van de Workumse kapiteins gingen logischerwijs voor de helft van de in de Sonttol-documenten geregistreerde keren naar havens in de Oostzee. Terugkerend gingen ze veelal terug naar het thuisland (en dus vaak naar Amsterdam). Als goede tweede bezochten ze de havens van Frankrijk, Spanje en Portugal of de Noordzeekusthavens in Zweden, Noorwegen, Denemarken, Duitsland en Engeland.
    In deze documenten wordt Workum veelal als Workum geschreven, maar er komen ook vele andere schrijfwijzen voor. In het overzichtje staan de schrijfwijzen die meetellen in de statistiekjes. Het kan eventueel voorkomen dat het om een andere havenstad gaat, maar dit zal nauwelijks invloed hebben op het beeld dat de statistiekjes geven. We kunnen met behulp van deze grafiekjes enige beelden schetsen. Zoals bijvoorbeeld de drie perioden 1635-1658, 1679-1705 en 1720-1795 van veel bedrijvigheid. Maar ook bijzondere jaren waarin de algemene loop van de geschiedenis enorme invloed heeft. De Bataafse Republiek (vanaf 1795) met bijbehorende handelsblokkades spreekt boekdelen. Het bleek meteen zo goed als het einde in te luiden.
    De meest voorkomende familie is de familie Flapper, waarbij vooral de broers Reyer (1718-1791) en Pieter (1712-1789) tussen 1751 en 1787 veelvuldig door de Sont voeren. Pieter Dirks komt voor het laatst in 1780 voorbij en Reyer Dirks in 1787. De familie Flappers komen we op Noard 121 en 123 enige tijd tegen. Pieter is tot 1789 eigenaar van 123 10.

    Piter Dircks Flapper reisde op 19 mei 1751 voor het eerst van Workum door de Sont op weg naar Riga. (Daarvoor reisde hij ook al door de Sont - zonder familienaam en niet vanuit Workum.)
    bron: Soundtoll

    Kennelijk komt de familie rond 1751 zich vestigen in Workum, aangezien ze volgens de Sonttolregisters daarvoor vanaf een andere thuishaven voeren. We zien daarvoor Woudsend, Bolsward en Harlingen voorbijkomen. Harlingen is daarmee op 13 september 1744 de oudste doortocht van een Flapper. Pieter Dircks in dit geval. Wypke zien we echter eerder op 30 april 1740 als Wipke Dircks uit Wousend door de Sont varen. Dit is mogelijk de oudste doortocht van een Flapper zonder dat de naam Flapper wordt opgegeven, die later wel de familienaam Flapper ging dragen.

    Op Noard 5 komen we het Sleeswijckhuys tegen van de grootschipper Gilles Sleeswijck tussen 1716-1730 (zie de doorvaarten door de Sont), die in dit huis rond 1670 werd geboren. Ook zijn zoon Rienk volgde in zijn voetsporen tussen 1738-1763, evenals Sicke Jellis tussen 1736-1751.
    De familie Sleeswijk was een familie die familiebanden met Workumse families had. Ze kwamen in de jaren 60 van de zeventiende-eeuw uit Harlingen en gingen naar Workum. Sikke Sleeswijk werd hier geneesheer. Zus Antje was hier eerder al ingetrouwd met de grootschipper Aucke Poppes. En zo werd een positie binnen de tien toonaangevende doopsgezinde geslachten in Workum een feit. Bij de superrijken van de stad behoorden ze echter niet. Gilles, Rienk en Sicke waren met z'n drieën ongeveer ƒ 9.500 waard in 1749, terwijl de top 5 families totaal zo'n ƒ 330.000 bezatten, waarvan de armste van de vijf al goed was voor ƒ 40.000 11.
    Hierna volgt nog uitleg over het lokale machtscentrum dat Workum - net als andere steden - was. Als een klein republiekje met het netwerkje van heren uit bovenstaande families. Hierbij komen allerlei uitingen naar voren, zoals de vroedschapsbekers.
    De el van Workum wordt verheven tot de standaard en dat moeten we natuurlijk ook weten.

    We vinden het ondertussen tijd voor een drankje en dus lopen we even naar de overkant, naar It Pottebakkershûs. Hier waren we al eerder geweest, maar geven ons de ogen nogmaals even de kost, ook op de kleine tentoonstellingsruimte op de verdieping, waarvandaan het uitzicht ook schitterend is.

    Het Stadhuis en de kaak te Workom in Vrieslant, 1723 - Jacobus (tekenaar) Stellingwerff
    bron: Fries museum PTA172-001

    We bestellen de cappuccino en nemen er wat lekkers bij.
    Vanaf het terras hebben we uitzicht op het "machtscentrum" van Makkum. Rechts zien we het "nieuwe" raadhuis dat er mede namens Anne Hobbes de Boer moest komen. Het pandje ernaast - dat uit 1620 dateert - mocht blijven staan. De kaak voor het nieuwe raadhuis is wel verdwenen. Op de tekening kunnen we deze "schandpaal" binnen een afgerasterd terreintje nog goed zien 12.
    Hierna wordt het de hoogste tijd dat we ons gaan inchecken bij het hotel.
    Wanneer we nu op de receptie aanlopen, zien we Yvon Konijn al zitten. Na een hartelijk welkom krijgen we onze sleutel en de benodigde uitleg. Wij halen onze spullen op en richten ons in op onze tijdelijk verblijfplaats. Na een opfrisbuurt gaan we maar eens ons zoek naar een restaurant. Op de Merk zagen we er genoeg, dus lopen we daar maar weer naar toe.
    Wanneer we de uitrit van het hotel uitlopen, kijken we uit op het voormalig weeshuis, het zogenaamde Stadsburgerweeshuis, dat in 1655 door het stadsbestuur werd op gericht. Dit pand in echter in 1868 gebouwd (39481). De gevelsteen boven de poort dat grenst aan nr. 42 laat nog zien dat het om weeshuis ging. Tegenwoordig wordt het bewoond door kunstenaar Bauke Feenstra (Parrega, 1945). Het trapgevelpandje ernaast heeft een schip als gevelsteen (39480).
    Tegenover het Jopie Huisman Museum vinden we het pand van de besproken familie Sleeswijk. Het draagt naast vele - rijk en ondogmatische - versieringen in de pui het jaar 1663 en de naam Sleeswijckhuys (39469).

    Tussen het Noard en Merk komen we een uitnodigend steegje Tillefonne tegen, dat we even binnenlopen. Het blijkt een soort kerkenpad te zijn.

    Het pad loopt tussen de oude zeedijk van de Zuiderzee door de weilanden over een achttal kleine bruggetjes naar de Merk en kerk hier in Workum. Algauw komen we erachter dat dit niet alleen een kerkenpad is. We lopen namelijk langs een herstelde schutting met daarop oude planken, waarop de data van ingekerfde verliefde stelletjes te zien is. Dit is nog maar onlangs (29 september 2015) onthuld als hersteld historisch erfgoed.
    Henk de Boer maakte voor deze 'liefdesverklaringenwand' de volgende tekst:

    Wegering en ûnmacht

    “toe mar, it kin wol” sei ik
    Do, (sawat net te hearen) “nee, net no”
    Wylst myn koarre op ‘e tegels ketste en dyn leste “nee, net no” ferwaaide,
    Stie, farsk snijd yn it sket, de pylk en ’t hert ivich tusken ús inisjalen.
    Fyftich…hundert…túzend oaren sil’ hjir fine wat der nea wie…

    Tillefonne richting de zeedijk door de weilanden over 8 bruggen.
    …leafde
    13.

    Ook zijn er aanwijzingen voor de "de mythe fan 'e bernebeam fan Warkum", over de hollebeam:
    It sil elts dûdlik wurden wêze dy 't dit lêst:
    Sûnder dy beam hienen der gjin Warkumers west!

    Daarna komen we bij de weilanden waar we de Tillefonne doorheen zien kronkelen. De samenvoeging van de Friese woorden tille (bruggetje) en fonne (weiland voor kalveren), verklaard de naam van het kerkenpad. Het pad is al honderden jaren oud en werd al in 1560 beschreven. Na 1876, toen A.G. Bell de telefoon (Tillefoan) uitgevonden had, werd er gesproken over het Tillefoanpaed. De ouderen wisten wel beter, zodat deze verbinding toch maar gauw Tillefonnepaed genoemd werd. Het eerste stukje werd de Tillefonnestege. Met de telefoon had deze snelle verbinding dus niets te maken 14.

    We lopen weer terug naar de Merk en lopen we langs de restaurants. Bij Skil lopen we even een rondje via de Diepe Dolte, om te kijken of er in de Begine nog restaurants zitten.
    gevelsteen duivenmelker, Nonnestrjitte, Workum
    Tijdens dit rondje zien we het Nonnestrjitte met daarin een pand dat een gevelsteen heeft die een duivenmelker uitbeeldt. Deze postduivenvereniging PV Workum doet duidelijk aan wedstrijden vliegen. De vereniging zit sinds 1980 in het pand dat voordien dienstdeed als directeurswoning van de Workumer (kolen)gasfabriek. Het werd in het weekend van 29 en 30 officieel geopend tegelijkertijd met de bijzondere duivenshow 15.
    We kunnen dan ook concluderen dat de gevelsteen hier pas na 1980 is aangebracht.
    Aan het Skil staan nog vier diaconiewoningen onder een doorgaand zadeldak (39495). We lopen verder langs het onlangs groter gemaakte haventje, dat mogelijk werd door een niet in het 'beeld' passend bouwwerk te slopen. Dit heeft tot resultaat dat de Grote Kerk van deze kant een groots uitzicht is geworden.
    Op de brug over de Diepe Dolte hebben we uitzicht over Doltelân en de Turflân. Vanaf hier lopen we de Beginne in, waar we wel winkeltjes aantreffen, maar geen restaurants. We lopen daarom weer over de Merk naar De Herberg van Oom Lammert en Tante Klaasje waar we in het Restaurant De Wijnberg gaan eten.
    advertentie avondbrillen Hôtel De Wijnberg, Workum
    Leeuwarder Courant, 5-3-1869
    Het ligt hier voor de hand om een driegangenmenu te nemen en moeilijk doen is er niet bij in dit gemoedelijke ambiance, waar je daarom tot rust komt.
    De naam van de herberg suggereert dat het oud is. De naam is echter in de jaren 90 van de twintigste eeuw gegeven aan Hotel De Wijnberg. Na een nieuwe overname in de jaren 10 is de naam voor het authentiek slapen gehandhaafd, maar het gemoderniseerde restaurant heeft de oudere naam weer teruggekregen. De naam Hôtel De Wijnberg komen we in 1869 al tegen. In januari 1871 is de eigenaar van het hotel de heer H. Boijing. In 1918 wordt het aanbevolen door P. Bonnema 16.
    Na een korte wandeling naar ons eigen hotelkamer kunnen we terugkijken op een lange en intensieve dag, waarna we in een diepe slaap vallen.

    noten:

    1.
    Verhandeling over den loop der rivieren door het land der Friezen en Batavieren, in het Romeinsche Tijdperk / J.G. Ottema. - Workum, H. Brandenburgh en zoon, 1845. -
    p. 21-22, 79
    Wikipedia De Wimerts (Warkum), Workum, Noard;
    Workum.nl Historische ontwikkeling;
    De krant van toen: Leeuwarder Courant Editie Noord 13-10-2006, p. 19 Workumer bruggenbouwers;
    workuminbeeld.nl Historie, Tijdvak 1840-1893;

    2.
    De Sint Gertrudiskerk in Workum / E.H. de Boer, J.P. Dykstra Hzn.. - Warkum : Tsjekfâdij Herf. Gem. Warkum, 2004. - p. 1;

    3.
    De Sint-Gertrudiskerk in Workum / Regnerus Steensma. - Gorredijk : Bornmeer, 2010. - ISBN 978-90-5615-237-6. - p. 5, 9;
    Wikipedia
    Gertrudis van Nijvel;

    4.
    De Sint Gertrudiskerk in Workum / E.H. de Boer, J.P. Dykstra Hzn.. - Warkum : Tsjekfâdij Herf. Gem. Warkum, 2004. - p. 4;
    De Sint-Gertrudiskerk in Workum / Regnerus Steensma. - Gorredijk : Bornmeer, 2010. - ISBN 978-90-5615-237-6. - p. 56-79;

    5.
    De Sint-Gertrudiskerk in Workum / Regnerus Steensma. - Gorredijk : Bornmeer, 2010. - ISBN 978-90-5615-237-6. - p. 26-27, 33;
    De Nederlandsche koorbanken tijdens gothiek en renaissance / Jacob Samuel Witsen Elias. - Amsterdam : Paris, 1937. - p. 113, 130;
    De Sint Gertrudiskerk in Workum / E.H. de Boer, J.P. Dykstra Hzn.. - Warkum : Tsjekfâdij Herf. Gem. Warkum, 2004. - p. 2;
    CBG - Centrum voor familiegeschiedenis Boer, de;
    Historie van Schettens, Longerhouw en Schraard / André Aantzn. Buwalda Notities bij: Anne Hobbes de Boer;
    Lijst van Burgemeesters der stad Workum volgens officieele opgaven in het Stadsarchief. / T. H. Siemelink; M.H.H. Engels (internetbewerking 25 maart 2009, voor Gerard Mast e.a.);
    Geschiedenis van de stad Workum / T.H. Siemelink. - Workum : Gaastra, 1903. - p. 113;
    Workum, de Grote of Sint Gertrudiskerk Preekstoel en magistraatsbank;

    6.
    De Sint Gertrudiskerk in Workum / E.H. de Boer, J.P. Dykstra Hzn.. - Warkum : Tsjekfâdij Herf. Gem. Warkum, 2004. - p. 10;
    St. Gertrudiskerk Workum / Protestantse Gemeente Workum (folder);
    Vastenavond / Wim Beelaert
    germaans-keltische rituelen;
    De middeleeuwse wildeman. / Marthe Isolde Takens;
    The enigma of the green man History of the green man;

    7.
    St. Gertrudiskerk Workum / Protestantse Gemeente Workum (folder);
    De Sint-Gertrudiskerk in Workum / Regnerus Steensma. - Gorredijk : Bornmeer, 2010. - ISBN 978-90-5615-237-6. - p. 20-21;

    8.
    Zie de verschillende reisverslagen waarin klederdracht in divers musea de overeenkomsten (en verschillen) aantonen en de Ontdekking van de Vrije Friezen;

    9.
    Museum Warkums Erfskip
    de familie Kuipers, Workumer zilversmeden, 1790-1937, Jacob Ruurds Kuipers, Workumer zilversmid, 1872 - 1880;

    10.
    Museum Warkums Erfskip
    Flappers bij de koopvaardij / Nykle Dijkstra;
    Website Marga en Sietze Elsinga Parenteel van Dirk Pieters / Sietze Elsinga;

    11.
    Eén grote familie: doopsgezinde elites in de Friese Zuidwesthoek 1600-1850 / Cor Trompetter. - Doperse documentaire reeks, nr. 4; Fryske Akademy, nr. 998. - Hilversum : Verloren, 2007. - ISBN 978-90-6550-977-2. - p. 154, 156

    12.
    Geschiedenis van de stad Workum / T.H. Siemelink. - Workum : Gaastra, 1903. - p. 112-113;
    Achtergrond van ‘iets aan de kaak stellen’ / Yorick Smakman. - 24 september 2013;

    13.
    Workum.nl
    Wall of love;
    Stadsherstel Workum Herstel schutting Tillefonne.;

    14.
    Delpher: Leeuwarder courant : hoofdblad van Friesland, 8-10-1960
    Tille-fonne;
    Stadsherstel Workum De tillefonne;

    15.
    Stadsherstel Workum
    Nonnestrjitte;
    Delpher: Leeuwarder courant : hoofdblad van Friesland, 13-10-1980 Komende maand in Workum bijzondere show van duiven;

    16.
    Delpher: Leeuwarder courant, 24-1-1871
    [Gecostumeerde hardrijderij schippersvereniging], Gids voor den Zuidwesthoek van Friesland, 1918. - Vereeniging voor vreemdelingenverkeer p. 118;

    internetraadpleging: 23-5 - 6-6-2017


    Gereformeerde Kerk, Lemmer

    Appartementen 't Lytse Knipke, Lemmer

    Apotheek 'De Waag', Lemmer

    koor Hermvormde kerk, Lemmer

    Oudesluis, Lemmer

    Langestreek, Lemmer

    De Lemster Fiskerman | 1990 | Bert Kiewiet, Oude Sluis, Lemmer

    Stevenmodelbank Lemster Fiskerman-aak LE50 | 2016 | Rein van den Berg, Oude Sluis, Lemmer

    Vissersburen, Lemmer

    Pûst | 2002 | Albert Oost, Vissersburen, Lemmer

    koor Willibrorduskerk, Vissersburen, Lemmer

    Willibrorduskerk, Schans, Lemmer

    Willibrorduskerk, Schans, Lemmer

    Leeg, Lemmer

    schepen, Emmakade, Lemmer

    terrasjes, Emmakade, Lemmer

    Andringastate, Schulpen, Lemmer

    De Wildeman, Schulpen, Lemmer

    De Wildeman, Schulpen, Lemmer

    Lemster Sluis, Lemmer

    1763-1839-2015, Turfland, Lemmer

    1776, Langestreek, Lemmer

    't Dok, Lemmer

    Sluisdeur, 2017, Oudesluis, Lemmer

    kamers hotel, Workum

    Toren, Workum

    Grote- of St. Gertrudiskerk, Workum

    Grote- of St. Gertrudiskerk, Workum

    doodsbaren, Grote- of St. Gertrudiskerk, Workum

    doodsbaren, Grote- of St. Gertrudiskerk, Workum

    doodsbaren, Grote- of St. Gertrudiskerk, Workum

    doodsbaren, Grote- of St. Gertrudiskerk, Workum

    koorhek, Grote- of St. Gertrudiskerk, Workum

    koorhek, Grote- of St. Gertrudiskerk, Workum

    lezenaar van preekstoel, Grote- of St. Gertrudiskerk, Workum

    geselroede, basement noordkant-zuil, Grote- of St. Gertrudiskerk, Workum

    beenderen, basement noordkant-zuil, Grote- of St. Gertrudiskerk, Workum

    pijlen, basement noordkant-zuil, Grote- of St. Gertrudiskerk, Workum

    oorijzers, Warkums Erfskip, Workum

    stansvorm, Warkums Erfskip, Workum

    Warkums Erfskip, Workum

    It Pottebakkershûs, Workum

    It Pottebakkershûs, Workum

    Raadhuis (sinds 1727), Workum

    Voormalig weeshuis, Workum

    gevelsteen trapgevelpand 42, Workum

    Sleeswijckhuys, Workum

    liefdeswand, Workum

    Drooge Dolte / Wetterliezen, Workum

    Drooge Dolte, Workum

    Nonnestrjitte, Workum

    Diaconiewoningen, Skil, Workum

    Doltelân - Diepe Dolte - Turflân, Workum

    De Herberg van Oom Lammert en Tante Klaasje met Restaurant De Wijnberg, Workum






    Dag 17: route Scharneburen, Allingawier, Makkum, Longerhouw

    kaart 17

    Wanneer we wakker worden is de ochtend al goed op gang gekomen. We maken ons snel op voor het ontbijt. In de eetzaal is het al behoorlijk druk, maar we vinden nog een prima tafeltje waar kunnen plaatsnemen. We komen een beetje traag op gang en moeten enkele malen teruglopen naar de maaltijdopstelling om alles op ons tafeltje te krijgen. Langzaam worden we wakker. Zeker de koffie helpt hierbij. Vandaag gaan we nog een stukje van Friesland bekijken die we de vorige keer links (op de kaart) hebben laten liggen.

    Dit betreft het hoekje onder de A7, zo tussen Bolsward, Workum en de kust. Hier liggen nog vele gehuchten, dorpen en vlekken, die we ook weer niet allemaal zullen aandoen. Hoewel het slechts een hoekje van 10 x 10 x 20 km is, in een gebied waarin waterwegen de verbindende factor zijn, lopen de door ons gekozen landwegen niet altijd even praktisch.
    Na het ontbijt, pakken we de benodigde spullen en zijn we toch nog voor tien uur op weg naar de onbekende oorden.


          Scharneburen
    We rijden via Noard richting het noorden en volgen de Yskeburrefeart / IJskeboerenvaart, waarbij we parallel langs de Zeedijk komen te rijden. Bij Skarnebuorren/Scharneburen zetten we de wagen even aan de kant om de feart hier vast te leggen. Skerne/Skarne is een vaalt, een bult en omheind erf waar mest werd bewaard 1. Zou dit nu zoveel anders zijn dan een wierde of terp?
    Even verderop komen we langs Doanjebuorren/Doniaburen dat natuurlijk een verwijzing heeft naar de familie Doanja/Donia, die we op allerlei momenten in de geschiedenis tegenkomen, zoals bijvoorbeeld tijdens de Donia-krijg van halverwege de vijftiende eeuw en natuurlijk Greate Pier/Grutte Pier (Pier Gerlofs Donia) .

    noten:

    1.
    Wikipedy
    Skearnebuorren;
    De Geïntegreerde Taal-Bank Vaalt;

    2.
    Wikipedy
    Doanjebuorren;

    internetraadpleging: 10-6-2017


          Ferwoude
    Nadat de route een forse bocht maakt komen we door Ferwâlde/Ferwoude, waar het kerkje de Hoekstien (
    39340) staat. Deze moeten we natuurlijk even bekijken. De gevelsteen boven de deur geeft aan dat de kerk in 1767 gebouwd is in opdracht en onder toezicht van de grietman Wilco, baron thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg (28-5-1738, ~Leeuwarden, 1-6-1738 - 24-5-1788) en de kerkvoogden Pier Binkes (ook Pier Siemens Binksma) (6-5-1705, ~7-5-1705 - 9-3-1793) en Claas Luwes (Klaas Lieuwes) (Ferwoude, 14-9-1709 - ). De doopdatum wordt echter niet bevestigd door AlleFriezen. Deze vermeldt 14-5-1709 als zoon van Lieuwe Dirks en Wim. Lieuwe Dircks woonde in Piaam en huwde op 15-1-1699 in Piaam met Wimckien Claeses uit Ferwoude. Klaas werd 17-5-1709 gedoopt.
    Voordat deze kerk werd gebouwd stond hier een tufstenen voorganger. Dat kerkje zou uit de periode 1250-1300 stammen. Deze was wegens de ouderdom zeer vervallen en zou in 1762 tot de grond toe zijn afgebroken, waarbij het tufsteen naar de cementfabriek van Makkum is gegaan. De oude toren is aan de voorzijde bij de nieuwe kerk in het verband getrokken en is van een spits torentje voorzien 1.
    De buurtschappen waar we net doorheen zijn gereden behoorden ook tot Ferwoude. We komen Ferwoude in 1275 voor het eerst schriftelijk tegen als Forwalda. Daarna volgen allerlei varianten als Vorwalde, Ferwalde, Foerwaelde en in het Nederlands Werwoude en Ferwolde. De ligging van de plaats ten opzichte van een woldgebied zal de plaatsnaamverklaring zijn. Mogelijk is het als terpdorp ontstaan, tegenwoordig is daarvan niets meer te zien 2.

    Wanneer we om het kerkje lopen zien we dat er in het torentje een luikje open is gedrukt door de mast, waaraan de vlag moet komen te hangen. Aan het luikje zien we een touwtje hangen, dat naar binnen gaat, zodat het luikje weer kan worden dichtgetrokken, wanneer de mast weer naar beneden is gehaald. Verder zien we aan de top van de mast ook een touw hangen, tot beneden de kerkmuur. Hieraan zou de vlag naar boven kunnen worden gehesen. Zou, want wegens technische problemen is de vlag niet op Koningsdag gehesen 3. Verder komen we nog een groot deel van een gedenksteen tegen, waarop te lezen valt:
    Hier leijt begraven de eersamen vrom
    Godsalige Welgelerde Æegidius Ebrech
    koor windvaan, de Hoekstien, Ferwoude
    dienær des H. Evangeln en is in God
    ontslapen den 18 Deceb. 16

    Hierboven staat in het Hebreeuws "Jehova" geschreven.
    Dit zal vermoedelijk gaan om ds. Aegidius Ebrecht (predikant). Aegidio Ebrecht was onder andere dienaer tot Bolswert in 1601 en kwam uit Heidelberg. Hij is op 18 december 1603 overleden aan de pest 4. Op de windvaan van het koor vinden we de initialen S.T.v.d.M., IJ.S.S., S.T.IJ. van de kerkvoogden Sytse Tjalkes van der Meer, Ynse Sjoerds Sterkenburg en Sjoerd Tjeerds Ybema 5.

    noten:

    1.
    Wikipedia
    Kerk van Ferwoude;
    Tresoar: Forumindex: Genealogie - Algemeen Vrijdag 13 Mrt 2009 12:24 am Klaas Lieuwes -Lolkje Lolles Ferwoude / Catharina;
    De â van Ferwâlde / Jos van Venrooij. - vrijdag 19 juni 2015;
    Friezen uit vroeger eeuwen : opschriften uit Friesland, 1280-1811 / Hessel de Walle. - Franeker : Wever Van Wijnen, 2007. - ISBN 90-5194-286-9 Boeknummer 1557;
    AlleFriezen zoeken dopeling Klaas en vader Lieuwe te Ferwoude, huwelijk;
    419× Friesland : van Slijkenburg tot Moddergat / Peter Karstkarel. - Leeuwarden/Ljouwert : Friese Pers Boekerij, 2005. - ISBN 90-330-1191-3 p. 918;
    Vaderlandsche geographie, of nieuwe tegenwoordige staat en hedendaagsche historie der Nederlanden / W.A. Bachiene. - derde deel: Friesland, Overyssel, Groningen en ommelanden; en Drenthe. - Amsterdam : H. Gartman, W. Vermandel, J.W. Smit, 1791. - p. 1336;

    2.
    Friese plaatsnamen: alle steden, dorpen en gehuchten / Karel F. Gildemacher, Gerrit B. Gildemacher (foto's). - Fryske Akademy, nr. 1013. - Leeuwarden : Friese Pers Boekerij, 2007. - ISBN 978-90-330-0643-2. -
    p. 76;
    Bloedmooi Wûnseradiel : landschappen, vaarten, dorpen, droogmakerijen, dijken, monumenten / Peter Karstkarel. - Leeuwarden/Ljouwert : Friese Pers Boekerij, 2006. - p. 48;

    3.
    Dorpsbelang Ferwoude, 27/04/2017
    Vlag op de kerk;

    4.
    AlleFriezen
    zoeken Ebrech*;
    Friezen uit vroeger eeuwen : opschriften uit Friesland, 1280-1811 / Hessel de Walle. - Franeker : Wever Van Wijnen, 2007. - ISBN 90-5194-286-9 Boeknummer 1549;

    5.
    Brascamp
    Ferwoude;

    internetraadpleging: 10 - 11-6-2017


          Gaast
    We vervolgen de route en komen door Wonneburen en rijden vervolgens naar de kust. Halverwege de Boerestreek worden we verrast door enkele strengen (percelen) bloembollen met kleurige tulpen.
    Wanneer we in Gaast over de Dyksfeart rijden, zien we ze opeens in groten getale, de dansende zeemuggen. Peter Koomen van het Natuurmuseum Fryslân in Leeuwarden legt uit dat het om een paringsdans gaat en dat je ze kunt eten. In Afrika worden ze gevangen om er balletjes van te maken, aangezien ze eiwitrijk zijn. Ze leven maar kort, na het paren leggen de vrouwtjes hun eitjes in het water en gaan ze dood 1. Wij houden onze kaken echter stijf op elkaar, als we een wandeling over de dijk gaan maken. Vanaf de hoge zeedijk krijgen we een aan beide zijden een mooi en verschillend uitzicht aangeboden. Op het IJsselmeer zien de vogels op de ondiepe platen rusten en in dieper water de zeilboten varen.
    Aan de andere kant ligt op een zandige hoogte - vandaar dus ook de bloembollenteelt - het in 1275 op schrift gevonden Lutkagast of Lutkegast oftewel kleine gaast, waarmee duidelijk wordt dat deze zandige hoogte (gaast) niet erg groot was. In 1379 heet het al Gast, gevolgd door allerlei schrijfvarianten als Gaest, Ghaest, Gaesum. Later werd het zelfs Olde of Oude-Gaast genoemd. De vermoedelijk veertiende-eeuwse kerk (39343), die hier in het zuiden staat, is pas in 1906 ommetseld. Het torentje komt uit 1763 2. Frans Lutjes heeft hier als eerste het leeraarambt waargenomen, van 1594 tot 1596. Hij vertrok toen naar Hem in Noord-Holland 3.
    Ongeveer in het midden van het huidige Gaast staat nog een gebouw dat er uitziet als kerkgebouw. Hierin bevindt zich echter nu Brincatura Tegels & Tegeltableaus met een appartementenverhuurcomplex De Iisfûgel. Voordien was het echter een kerkgebouw. Na de doleantie in 1889 - waarbij een scheuring ontstond in de Hervormde Kerk onder leiding van Abraham Kuyper - werd dit voormalige schoolgebouw omgebouwd tot een gereformeerde kerk. Het gebouw kreeg een houten toren met twee geschilderde galmgaten per zijde. Zoals we tegenwoordig kunnen zien, waren alle zijden blind. Het grote ronde raam was voorheen fors kleiner, vergelijkbaar met de twee halfronde ramen 4. Hoe oud dit voormalig school- en kerkgebouw is, is onbekend.
    Op de derde zondag van de maand augustus werd in het dorp altijd een jaarmarkt georganiseerd 5. Tegenwoordig leeft men hier voornamelijk van het land in de agrarische sector. In de achttiende eeuw was dat wel anders. Men leefde toen voornamelijk van de visvangst. Ondanks dat hier geen haven of sluis geweest is was men hier voornamelijk schipper en matroos. Waar de galjoot, kofschepen, smakken en andere schepen lagen is niet duidelijk. Misschien lagen ze voor de rede.
    Het dorp had 24 stemmen in de zesde Grietenie van Westergoo, Wonseradeel, ten tijde van grietman Wilco, baron thoe Schwartsenberg in Hohenlandsberg. Ter vergelijking, Ferwoude had er 47 6.
    Fijn wandelen is niet met de muggen, zodat we weer gauw in de auto kruipen om verder te rijden.

    noten:

    1.
    Website Dorpsbelang Gaast: Informatie over ons dorp Gaast.;
    Omrop Fryslân FIDEO: Grote zwerm dansmuggen bij Stavoren;
    Welingelichte Kringen Gigantische muggenplaag in het Friese Stavoren / Pieter Immerzaal;

    2.
    419× Friesland : van Slijkenburg tot Moddergat / Peter Karstkarel. - Leeuwarden/Ljouwert : Friese Pers Boekerij, 2005. - ISBN 90-330-1191-3 p. 920;
    Friese plaatsnamen: alle steden, dorpen en gehuchten / Karel F. Gildemacher, Gerrit B. Gildemacher (foto's). - Fryske Akademy, nr. 1013. - Leeuwarden : Friese Pers Boekerij, 2007. - ISBN 978-90-330-0643-2. - p. 85;

    3.
    Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden / A.J. van der Aa. - 13 delen. - Gorinchem : Jacobus Noorduyn, 1839-1851. - Vierde deel: E-G. - 1843. - p. 406;

    4.
    Bloedmooi Wûnseradiel : landschappen, vaarten, dorpen, droogmakerijen, dijken, monumenten / Peter Karstkarel. - Leeuwarden/Ljouwert : Friese Pers Boekerij, 2006. - p. 54;
    Wikipedia Doleantie;

    5.
    Friesche volks-almanak voor het jaar 1840. - Vijfde Jaargang. - Leeuwarden : L. Schierbeek, [1835]-1851. - p. 2;
    Friesche volks-almanak voor het jaar 1843. - Achtste Jaargang. - Leeuwarden : L. Schierbeek, [1835]-1851. - p. 2;

    6.
    Bloedmooi Wûnseradiel : landschappen, vaarten, dorpen, droogmakerijen, dijken, monumenten / Peter Karstkarel. - Leeuwarden/Ljouwert : Friese Pers Boekerij, 2006. - p. 54;
    Vaderlandsche geographie, of nieuwe tegenwoordige staat en hedendaagsche historie der Nederlanden / W.A. Bachiene. - derde deel: Friesland, Overyssel, Groningen en ommelanden; en Drenthe. - Amsterdam : H. Gartman, W. Vermandel, J.W. Smit, 1791. - p. 1336;

    internetraadpleging: 12 - 13-6-2017


          Piaam
    We rijden over de Zeedijk verder en komen langs het buurtschap Kooihuizen, waar twee eendenkooien liggen 1. De weg daarnaartoe heet dan ook Kooireed.
    De rietlanden die daarna binnendijks volgens, zijn gerooid. Twee mannen zijn bezig om het te binden en te snijden. Ze hebben in de gaten dat ze wederom een toeristische attractie zijn, want we horen ze zeggen dat ze alweer op de foto komen.
    Wanneer we bij Piaam aankomen, parkeren we de wagen op de parkeerplaats.
    Piaam is een door het Rijk Beschermd Gezicht, aldus aanwijzing 1343 en bijbehorend begrenzingskaart. We zien als eerste een grote stelpboerderij dat de naam Teeltlust draagt. Deze staat hier sinds ongeveer 1905 en is doelbewust net niet symmetrisch gemaakt. De deur aan de rechterzijde - vanuit ons standpunt gezien - ontbreekt. Hiervoor in de plaats, zit vermoedelijk laag een kelderraampje. Daarnaast zijn ook andere elementen niet geheel symmetrisch 2. We komen daarna meteen het natuurhistorisch vogelmuseum "It Fûgelhûs" tegen. Deze is gevestigd in het in 1899 gebouwd Gereformeerd kerkje, waarvan de eerste steen werd gelegd door G. Haarsma, de ouderling. Wanneer we naar de eeuwenoude kerk (39423) lopen, die ooit gewijd was aan Nicolaas van Myra, zien we de weg stijgen. Piaam is een terpdorp dat gelegen is op een zavelige kwelderwal. Het is een mooi voorbeeld van de beginfase van een terpdorp van 4 grote boerderijen met in het midden een kerk uit het einde van de dertiende eeuw. Het had 9 stemmen 3. Hoewel de kerk dus aantoonbaar uit de 13e eeuw komt, vinden we Piaam pas in 1543 en 1555 in een schriftelijke bron 4. We vinden het geschreven als Pyam, Pyangum, Pyaam, Peangum of Peaam. De restauratie van de kerk die op 21-10-1954 met een feest als voltooid werd beschouwd, had heel wat voeten in de aarde. En wel zeer bijzondere bijdrage kwam van de president-kerkvoogd Joh. Visser, in het dagelijks bestaan dijkwerker. Hij nam de kloostermoppen mee naar de kerk die hij onderweg, tijdens zijn fietstochten vond 5.
    Boerderij Piaam / R. Royaards, 1980
    Beeldbank Cultureel Erfgoed 540-1
    Halverwege de stijgende weg komen een van de monumentale boerderij tegen. Deze heeft de naam Piaam State (39425) gekregen en is een B&B (Bed & Breakfast / Bêd & Brochje) geworden. De geschiedenis van deze kopromp boerderij begint rond 1650 met de kop, dat dan als commandeurswoning wordt gebouwd. Daarom is de kop ook langer dan de kop van een normale kopromp boerderij. In 1774 werd de rest eraan gebouwd. Hiervan zijn tijdens de renovatie van 2005 alleen de muren blijven staan. In dit gedeelte bevinden zich dan ook de B&B-ruimtes.
    Zag de boerderij Bendien er in 1964 nog normaal bewoonbaar uit. Daarna ging het snel achteruit met voornamelijk de romp.
    Tegenwoordig staat het weer in volle glorie te pronken.
    Beeldbank Cultureel Erfgoed 131.927
    We lopen door en komen op het parkeerterrein van Nynke Pleats (39424), een kopromp boerderij uit de achttiende eeuw.
    Nynke of Nienke Postma (25-9-1902 - 10-12-1980), voormalige bewoner de boerderij, dat nu is omgetoverd tot restaurant, appartementen- en zalenverhuurbedrijf, is de naamgever van het bedrijf en ligt begraven bij het kerkje. Pieter Joh. Postma (26-9-1870 - 29-8-1960) - gehuwd met Hinke S. Wouters (12-7-1870 - 24-12-1941) en tevens de ouders van de ongehuwd gebleven Nynke - heeft op 82-jarige leeftijd nog met de mannen van de firma Draisma - die in 1952 waren ingehuurd om onder andere de torenspits te verwijderen ten behoeve van de restauratie - aan de touwen getrokken, waarbij zijn pijp niet uit z'n mond kwam 6.

    noten:

    1.
    Wikipedy Koaihuzen;

    2.
    dbnl: Monumenten in Nederland : Fryslân / Ronald Stenvert, Chris Kolman, Sabine Broekhoven, Saskia van Ginkel-Meester en Yme Kuiper. - Zeist/Zwolle : Rijksdienst voor de Monumentenzorg / Waanders Uitgevers, 2000. - p. 225;

    3.
    Wikipedia Hervormde kerk (Piaam);
    Restauratie kerkje Piaam / O. Gielstra m.d.a. Jac. Feenstra (in: Aldnijs 37, oktober 2004, p. 4);

    4.
    Gemeente Súdwest-Fryslân Piaam;

    5.
    Restauratie kerkje Piaam / O. Gielstra m.d.a. Jac. Feenstra (in: Aldnijs 37, oktober 2004, p. 4-5);
    Vaderlandsche geographie, of nieuwe tegenwoordige staat en hedendaagsche historie der Nederlanden / W.A. Bachiene. - derde deel: Friesland, Overyssel, Groningen en ommelanden; en Drenthe. - Amsterdam : H. Gartman, W. Vermandel, J.W. Smit, 1791. - p. 1336;

    6.
    Maikel Galama: grafsteenfoto en info , ;
    Restauratie kerkje Piaam / O. Gielstra m.d.a. Jac. Feenstra (in: Aldnijs 37, oktober 2004, p. 5);
    Graftombe Postma, Nienke, Postma, Pieter.Joh;

    internetraadpleging: 13 - 14-6-2017


          Idsegahuizum
    Wanneer na de Zeedijk over de Dorpweg Idsegahuizum inrijden, kunnen we bij de kerk weer op een parkeerterreintje staan. Dat doen we dan maar weer even. De boerderij met grote schuur In Nije Dei ziet er imposanter uit dan de kerk. Dit is dan ook de opvallendste kop-hals-rompboerderij van dit terpdorp.
    Ytsingahusum is de eerste schrijfwijze die we rond 1270 tegenkomen, waarna het Idsingahusen werd. Skuzum/Idsegahuizum/Idsegahuizen telt echter maar een monument en dat is niet de boerderij of De Rozen Pastorie, een middengangwoning met pilasters naast de ingang 1. Het gaat om de hervormde kerk (39352) en dan vooral om het orgel uit 1908 van Bakker en Timmenga. Ook de klokken uit 1789 en 1696 (van P. Overney) zijn hierbij belangrijk.

    noten:

    1.
    419× Friesland : van Slijkenburg tot Moddergat / Peter Karstkarel. - Leeuwarden/Ljouwert : Friese Pers Boekerij, 2005. - ISBN 90-330-1191-3. - p. 928;

    internetraadpleging: 15-6-2017


          Allingawier
    Wanneer we de route vervolgen zien we van verre al het volgende dorp opdoemen. De veel voorkomende vierkante toren van Allingawier komt nog net boven de boomtoppen uit. Wanneer we door de laatste bocht rijden worden we 'gedwongen' om onze blik naar de andere kant te wenden. We kijken aan tegen het toegangshek van Allingastate. Even verderop krijgen we ook goed zicht op deze naar zeventiende-eeuws model nagemaakte state 1.
    Hoge Vlucht tot achter de horizon : het verhaal Yde Schakel en het vervolg / Yde Schakel (manuscript), Klaas Jansma (redactie), Marten Sandburg (fotografie). - Leeuwarden : Penn, 2008. - ISBN 978-90-77948-21-7
    Het werd in de jaren '70 van de twintigste eeuw gebouwd door Yde Schakel, die naast restauratieaannemer ook de grondlegger was van de museumroute Aldfaers Erf in diezelfde periode 2. We gaan zo naar dit museumdorp.
    Yde Schakel (Tjerkwerd, 10-6-1928) is van vele markten thuis en weet dit ook in de pers te krijgen. Hij weet hoe het hoofd boven het maaiveld houden werkt, maar blijft het met allerlei ideeën gewoon doen. De ontwikkelingen in z'n privéleven werden soms breed uitgemeten. Zo was zijn tweede vrouw daarvoor de vrouw van een ander hoofdrolspeler in deze omgeving, Jopie Huisman - de schilder uit Workum.
    Uit de verschillende interviews blijkt hoe hij in het leven staat. Geen smoesjes, je neemt een beslissing en staat voor de consequenties en draagt het. Ook wanneer het verkeerd uitpakt en je spijt hebt van je keuze en beslissing.
    Deze nuchterheid vinden we ook terug in de teksten van museum. Zo wordt bijvoorbeeld het volgende over ambachten geschreven: "Feitelijks is een ambachtsman gewoon 'iemand die met zijn handen werkt'. En hij hoeft er niet eens goed in te zijn! Hij was wel goed en van afbreken hield hij niet. Wel van in stand houden - vandaar ook Aldfaers Erf. Hij had dan ook goede banden met Monumentenzorg. Zo zorgde Schakel bijvoorbeeld voor de renovatie het oudste pand van IJlst in 1972. De voorgevel bleef daarbij intact op een kleinigheid na. Er werd een engelenkopje ingemetseld 3.

    De eerste keer dat we - zoals het toen geschreven werd - Alingwere tegenkomen, is rond 1270, maar ook dit terpdorp is veel ouder. Het lag op een soort landtong dat tussen meren en poelen lag. De nieuwe kerk en toren met luidklok uit 1599 is rond 1634 gebouwd op de plaats van de oude. In de Wilkerran fan Wildinge van 29 juni 1379 staat ook als zodanig geschreven: Alle the ghene, ther bref syath, jeftha herath lesa, wy galioede thera ghaäne fan Wildinge: Schradawert, Hossetra, Exmora, Alingwere ende en del fan Epangene, Forwalda, Gast, Idsingahusum, Pyanghem, Mackinghe, Cornwerth and Abingwer. Alle of Ale kan de hoofdpersoon geweest zijn bij het aanleggen van de warf Alingwere, in plaats van wat vaak gedacht werd, dat het om een geslacht 'Allinga' zou moeten gaan. Dit houdt in, dat het ook geen bewijsmateriaal voor het geslacht Allinga kan leveren. Aannemelijk is dat de terp waarop het dorp ligt voor de tijd van het ontstaan van geslachtnamen (twaalfde, dertiende eeuw) moet zijn gemaakt. Van oudsher werd Allinga als familienaam gezien, als afgeleide van Alle of Ale dat de edele zou betekenen. Dit werd dan aangevuld met de schrijfvarianten van were, zoals weert, weer, wier, werth. Een uitzonderlijke variant is Allinguer 4. Tijd om de auto te parkeren op het ruime parkeerterrein. We lopen naar het gereformeerde kerkje dat na de afsplitsing is ontstaan. Bij de ingang van het kerkje is een loket gemaakt, waar de entree betaald kan worden voor Aldfaers Erf, "het erf(goed) van uw voorvader". We zullen vele objecten tegen komen die we hier niet allemaal kunnen laten zien of over kunnen verhalen, daarvoor zal je toch zelf een kijkje moeten nemen. We geven een schets van zaken die we zelf interessant vinden of die iets uitbeelden ter aanvulling van de andere verhalen.
    Allereerst komen we een stenen grenspaal tegen (Beeldbank Cultureel Erfgoed 251.121), waarover echter niets bekend is. Mogelijk heeft Jan Arien Deodatus (Roden, 17-6-1914 - Terschelling, 17-6-1986) hierover nog iets genoteerd in zijn boek 5.
    Via de Tille, het smalle hoge bruggetje met leuningen, komen we aan de andere van de Opfaert - een gegraven kanaaltje naar een grotere vaarweg. Deze stamt veelal uit de tijd van de terp- en kleiafgraving, hoewel deze terp nog redelijk gaaf is 6. Ernaast vinden we meteen een authentiek toilet, dat echter meteen op het water loost.
    Yde Schakel MOV08055 / Martin Abbink, 1980
    Yde Schakel MOV08054 / Martin Abbink
    Het Uilenbordenverhaal door Yde Schakel zelf... / Martin Abbink
    We gaan eerst even een kijkje nemen in het café "De Meermin", voor een hedendaags toilet en een kopje koffie met wat origineels lekkers. In het aangrenzend "achterzaaltje" konden de dorpsbewoners hun "snode plannen" uitdenken. Uiteraard was dit de plek om te vergaderen, voor de dorpsfeesten, bruiloften en toneelvoorstellingen. Hierin staat ook een drankorgel opgesteld.
    Na het tweede kopje koffie van het huis, bekijken we de bakkersruimte. Hier zien we een demonstratie van het drabbelkoeken drabbelen. Dit drabbelen gebeurt met vloeibaar deeg in hete roomboter. Omdat er geen water in het product zit, spettert het niet, het maakt nauwelijks een braad of frituurgeluid en het ruikt niet. Zuivere roomboter is het geheim. Na de aanschaf van enkele producten uit het winkeltje en het verder bekijken van alle tentoongestelde objecten, lopen we buitenom naar de volgende deur die we tegenkomen.
    We komen uiteindelijk uit in de voormalige stal, waar we telkens een scène uitgebeeld krijgen. Zo zien we bijvoorbeeld een hondenkar, de paard en wagen van de armen. Vele handelaren of handelsreiziger zoals bijvoorbeeld de bakker, de groenteboer, de petroleumventer of olieman, de imkers met hun honing of korven, kruideniers, klompenverkopers, kleine boeren, eierenhandelaren, fourniturenverkopers, marskramers, rondtrekkende fotografen, slagers, visboeren, voddenverkopers, verhuizers en diverse ambachtslieden7 die over de landwegen trokken, gingen met zo'n soort kar - die door de hond werd voortgetrokken - door de omgeving, om de boterham te verdienen.
    Een eindje verder zien we de tonnen die dienstdeden als opvang van de menselijke ontlasting.
    Ook wordt hier het verhaal van Sjoerd - een jongen die hier op de boerderij De Izeren Ko werkte. Hij maakte een bijzonder schilderij op een bijzondere manier, die we hier - naast een brief aan zijn ouders - kunnen zien.

    Karnton

    Deze schommel- of tuimelkarn kwamen we tegen in Het Warenhuis te Axel. Deze is zo te zien handaangedreven, maar zou met enkele aanpassingen ook geschikt zijn om met een molen aangedreven kunnen worden.
    (Reisverslag Aan de oevers van de Schelde)


    Karnton

    Deze hand-karn-machine kwamen we tegen in Friesisches Museum te Niebüll. Deze is ook handaangedreven. We kunnen hierin de zogenoemde druif zien.
    (Reisverslag Ontdekking van de Vrije Friezen)

    In de hoge ruimte van de schuur staat ook weer van alles opgesteld. De rosmolen is hierbij opvallend, 'je kunt er bijna niet omheen'. Deze rosmolen werd als krachtbron gebruikt om de karnmolen aan te drijven, waardoor er makkelijker was om boter en het bijproduct karnemelk te maken. Afhankelijk van de grootte van de rosmolen, kon het worden aangedreven worden door paard, pony of hond.
    Het karnen duurde, met tussenpauzes, tussen anderhalf en twee uur. Er werd met een schijf met gaten, de zogenoemde druif in de karnton op en neer bewogen. Ook werden andere methoden ontwikkeld om de karn in beweging te zetten, bijvoorbeeld met een schommel- of tuimelkarn 8.

    Onder een schuinte van het dak zien we een aantal ûleboerden / uileborden. Deze zijn genummerd 4 - 2 - 3 - 5 - 6 - 1 (van links naar rechts). Dit komt overeen met - volgens een tekening van 10 mei 1969 van D. Hoekstra -
    - 4 Westergo (makelaar met kruis / vierspakig rad en klaverblad boven)
    - 2 Zuidwesthoek (harp en volgeltje)
    - 3 Hennaarderadeel (gevarieerd zwaanvoorstelling)
    - 5 Midden Friesland (makelaar met palmtak, klaverblad beneden)
    - 6 Bouwhoek (hoge makelaar - welvarend)
    - 1 Wouden of de Woudhoek (eenvoudig)
    De bijgeleverde beschouwingen bestaan veelal uit gissingen, omdat er nauwelijks iets is overgeleverd. Yde Schakel vertelt het verhaal zelf in een door Martin Abbink vastgelegde presentatie. Hieruit komen de diverse religieuze en economische betekenissen van de verschillende voorstellingen naar voren 9.
    Wel is duidelijk dat ze werden en nog steeds worden gebruikt als methode om inwateren tegen te gaan. De betekenis van het woord ûle of uil heeft waarschijnlijk niets met uil te maken. Uit onderzoek van geografisch gebruik van het begrip, ligt 'knik' meer voor de hand 10. Een nuchtere verklaring zou dan ook zijn dat de timmerman een praktische dak afsluiting heeft versierd met een S-vorm en gespiegelde S-vorm, die ook nog steeds op boerderijen te zien zijn. Later zou dit verworden zijn tot een zwanenhals, de grootste vogel hier in de omstreken.

    De schuur is verder gevuld met talloze bijzondere en vreemde objecten die het bestuderen zeker waard zijn.
    We duiken even de melkkelder in en gaan vervolgens naar de kamer erboven, dat veelal als pronkkamer werd gebruikt.
    Gatse Lolles Schakel Yda Schakel-Westermann
    Hier komen we in aanraking met de voorouders van de stichter van dit museum. We vinden aan de wand een foto van Gatse Lolles Schakel (Workum, 12-8-1846 - Tjerkwerd, 18-1-1913) en zijn vrouw Yda Schakel-Westermann (Nijega, 10-9-1851 - 't Heidenschap, 24-1-1911). Zo zien we dat Yde ook zijn familie graag wil 'bewaren', door ze hier een plekje te geven. De boerderij van de vader van Yda, J.H. Westermann, die dit gebouwd heeft op een afgeturfd perceel kwam via Yda in handen van dochter Hinke. De overgrootvader van Yde Schakel kwam hier als seizoensarbeider grasmaaien. Hij was een zogenaamde Hollandgänger of Piekmäijer. Hier werden ze Hannekemaaiers genoemd, genoemd naar de dag dat ze in dienst traden op Sint Johannesdag (24/6), dat afgekort werd tot Hannes, en vanwege het maaien van het gras. Naar verluid zijn er tussen 1815 en 1850 zo'n 150.000 blijven hangen, die hier tevens een vrouw aan de haak hebben geslagen 11.

    Wanneer we buiten komen zien we "de voorvader" afgebeeld als een Hannekemaaier. Jikke J. Jager (Haarlemmerliede en Spaarnwoude, 1951) boetseerde de eerste versie van dit beeld in klei in de winter van 1980, waarna er in het voorjaar van 1981 een gipsafgietsel van werd gemaakt. Het werd door het Frysk Lânbou Museum aangeboden ter gelegenheid van de opening van dat museum op 13 juli 1987. Het bronskleurige gipsen beeld werd onthuld door de commissaris van de Koningin Hans Wiegel. Het gipsen beeld stond binnen. De bronzen versie verving in 1990 de gipsen, nadat deze door bronsgieterij Binder uit Haarlem was gegoten. De onthulling vond nu plaats op 16 juni 1990, wederom door Wiegel, namens de familie Schakel en vrienden. Na de verhuizing van Frysk Lânbou Museum werd dit beeld verplaatst naar deze plek 12. Vanaf hier krijgen we ook een mooi beeld van de boerderij De Izeren Ko met een ûleboerd (4) Westergo - makelaar met kruis / vierspakig rad en klaverblad boven.
    We vervolgen de route en komen langs de brandweer waar we worden geconfronteerd met een zuig- en perspompbrandspuit. Op het terrein vinden we ook weer een travalje om het paard te zekeren, wanneer de nieuwe hoefijzers werden aangebracht.
    Vervolgens komen er weer ambachten in beeld. Allereerst het interieur van Stoomsmederij Scheepslieren Machineriën - Gebr. Hollander. Het bevat de oude aandrijfwerken, mallen en gereedschappen uit 1895 uit het oude pand uit 1716 (dat er nog steeds staat) op de hoek van Waaigat en Langestreek in Lemmer. We zijn er gisteren tegen tweeën bijna langsgelopen toen we uitzicht hadden op het pand bij Turfland. Het hele interieur is overgenomen en verplaatst naar Allingawier.
    Na Smederij volgt een bezoekje aan de kerk en toren. We vinden hier een eerstesteenlegging in de muur uit 1634 waaruit blijkt dat Jelle Tjercks Broersma van Allinvier deze eer toekwam. Het middeleeuwse gebouw is compleet gesloopt en in 1635 opnieuw gebouwd. Op 3 juli 1635 werd zijn wapenteken hier geplaatst 13. In een andere pand vinden een schildersbedrijf en schoenmaker. Enkele panelen zijn gemarmerd en zien er als echt uit. Voor we weer vertrekken stappen we nog even de voormalige gereformeerde kerk in, dat - aldus een informatiebordje - gesticht is in 1893 en door Y. Schakel in 1979 met liefde (1 Cor. 13) is gerestaureerd. We vinden er enkele objecten en schilderijen van onder ander G. Wijngaarden (Dedgum, 26-05-1963) en Evert van Hemert. Het beeldje van Evert van Hemert is meteen herkenbaar. De sfeer, licht en leegte van in bijvoorbeeld Drie schapen en twee meidoorns zijn opmerkelijk. Typerend is de landschapssfeer zeker. Wanneer we enkele weken later in een gedrukte de Volkskrant een recensie aantreffen met de titel De gedichten van Tsjêbbe Hettinga moeten gehoord worden, in het Fries, wordt dit geïllustreerd met een soortgelijk beeld in de vorm van een foto van Corné Sparidaens (HH) van 23-01-2015 nabij Garmerwolde, met daarop enkele schapen in een mistig winterlandschap.
    Helaas is er geen enkele documentatie aanwezig, zodat we wat dat betreft met lege handen verder gaan.

    noten:

    1.
    419× Friesland : van Slijkenburg tot Moddergat / Peter Karstkarel. - Leeuwarden/Ljouwert : Friese Pers Boekerij, 2005. - ISBN 90-330-1191-3. - p. 904;

    2.
    funda Meerweg 3;

    3.
    Feike Mulder Stamboom van: Tsjerkwert;
    Stichting monumentenwacht overijssel en flevoland Interview met Yde Schakel / Martin Abbink;
    Doarpsnijs : Moanneblêd foar Eksmoarre en Allingawier Jaargang 52, nr. 2135, april 2015: Herinneringen aan mijn jeugd in Allingawier (deel 11) / Jack Feenstra. - tusken tomme en wiisfinger;
    Het friese museum dorp Aldfaers Erf Ambachten;
    Anje Produkties Enschedese banden met Jopie Huisman Museum / Jan Medendorp;
    Omrop Fryslân, 15 maaie 2017 - 15:12 Museumdorp Aldfaers Erf viert 40-jarig jubileum;
    It Dryltser Kypmantsje, maart 22, 2015 Van bakkerij tot woonhuis / Frits Boschma;

    4.
    It Dryltser Kypmantsje, maart 22, 2015 Van bakkerij tot woonhuis / Frits Boschma;
    Oude Friesche Wetten / Montanus de Haan Hettema. - Leeuwarden : 1846-1851. - Deel 2-2: Boetregisters. Geestelijke regten. Willekeuren. Lex Frisionum. - 1851. - Willekeuren. - p. 311;
    Veld, huis en bedrijf: landbouwhistorische opstellen Over het ontstaan der oudste Friese geslachtsnamen / Obe Postma; Philippus Breuker m.m.v. Meindert Schroor, Tineke Steenmeijer-Wielenga. - Obe Postma-rige, no. 4. - Hilversum : Verloren, 2010. - ISBN 978-90-8704-142-7. - p. 227;
    Friese plaatsnamen: alle steden, dorpen en gehuchten / Karel F. Gildemacher. - Fryske Akademy, nr. 1013. - Leeuwarden : Friese Pers Boekerij, 2007. - ISBN 978-90-330-0643-2 p. 26;

    5.
    rkd Jan Deodatus;
    boek van Deodatus: Terschelling... stoeppalen; belicht in samenhang met die, die elders in Friesland voorkomen (Terschelling : Stichting Ons Schellingerland, 1978. - 48 pagina's, 18×18 cm);

    6.
    Ontgonnen Verleden : Regiobeschrijvingen provincie Friesland / Adriaan Haartsen, Bureau Lantschap; Eduard van Beusekom, Bart Looise, Annette Gravendeel, Janny Beumer. - Rapport DK nr. 2009/dk116-B. - Ede : Ministerie van LNV - Directie Kennis, 2009. - p. 66;

    7.
    Het Friese Museumdorp dorpelingen;

    8.
    AgriWiki Karnmolen;

    9.
    Op de vele pagina's van Rietdakker Batema vinden we ook vele verklaringen:
    Batema Uileborden;
    Batema Historie uileborden;
    B. Batema Soorten uileborden;
    B. Batema De geschiedenis van uileborden;
    Bate Batema Uileborden Uileborden in de regio;
    Bate Batema Uileborden Geschiedenis van het uilenbord;
    Wikipedia Uilenbord;

    10.
    Andere kennis---Taalkennis---deel 3, 27 November 2009, 21:54 Het verhaal van de ûle en de (w)hoele / T. de Wolff, hier wordt ûle als knik verklaart;

    11.
    Wikipedia Hannekemaaier;

    12.
    De op de sokkel gemonteerd bordje geeft het volgende te lezen: Beeldhouwster | Jikke J. Jager | 1980
    Keunstwurk : Kunst in Openbare Ruimte Fryslân Hannekemaaier;
    Mailwisseling 25-8-2017, Jikke Jager

    13.
    Allingawier, De Nederlands Hervormde kerk / L.K. van der Meer. - 1994;

    internetraadpleging: 15 - 30-6-2017


          Exmorra
    De rit duurt maar kort, want we staan al snel weer geparkeerd op de volgende parkeerterrein, in dit geval die van Exmorra. Een bijzondere naam - Eksmoarre, zo op het eerste oog. Het voormalige vissersdorp, direct grenzend aan het kleine Kerkmeer en iets verderop aan het Koude of Makkumermeer, kwam in 845 al voor in de boeken, in 890 werd het geschreven als Aspanmora en vanaf 1275 als Exmora. Het klooster in Werden - in 799 gesticht door de uit het Friese leefgebied afkomstige Liudger (742 - 26-3-809) - had hier bezittingen. Het eerste deel van Aspanmora, asp, zou kunnen komen van de boomaanduiding esp, de Ratelpopulier dat een wilgensoort is. Mora is afkomstig van moer of moeras. Het terpdorpje Exmorra is dus ontstaan bij of vernoemd naar een wilg aan (de oevers) van het veen of moerasgebied. Het had in de achttiende eeuw ten tijde van de grieterijen 24 stemmen 1.
    Fotografen in actie.
    voorzijde achterzijde
    Bij de parkeerplaats stoppen we, omdat we een propeller zien. Dit is als gedenkteken opgericht, ter nagedachtenis van de door een Duitse Nachtjager neergeschoten en daardoor gecrashte Lockheed Hudson en zijn bemanning. De bemanning bestond uit Kenneth Ralph Bunney, Eric Marshall Eliot, John Watherston Menzies, Dennis James Withers en passagiers, de geheim agenten Jan Bockma, Pieter Kwint, Pleun Verhoef en Johannes Walter. They gave their to-day for our to-morrow. De bedoeling was om de agenten en wapens naar Appelsche Heide bij Nijkerk te brengen, maar het stortte neer bij de IJsselmeerkust van Kornwerderzand. Het was op 6-7-1944 om 01:50 uur opgestegen in Tempsford, Engeland.
    Het staartstuk werd in 1999 geborgen en is als monument te vinden op de Afsluitdijk. Men dacht dat Exmorra de droppingszone zou zijn, vandaar dat hier de propeller is geplaatst.
    John Menzies werd pas in 1997 geborgen en bij de andere in Makkum begraven. In 2001 werd de schutter van de Duitse Nachtjager gevonden, waarbij de opdracht en moment van neerschieten tot meer vragen leidt. Nadat ze terugkeerden van hun neerhaalmissie kregen ze op hun donder, omdat ze de Hudson-FK790 te vroeg hadden neergehaald. Ze zouden dit pas mogen doen, nadat de agenten waren gedropt, zodat deze levend gearresteerd konden worden. De bezettende Duitsers waren kennelijk op de hoogte van de aanwezigheid van de agenten in het vliegtuig! 2
    We lopen het dorp even in en zien her en der kunst in de tuin staan. Laat deze expositie nu ook zo heten: Kunst in de tuinen.
    Onze aandacht wordt daarnaast getrokken door de Jehannes de Doper tsjerke, tegenwoordig een Protestantse kerk. Dit romaans kerkje stamt in de eerste aanleg uit de periode 1200-1250. Een windhoos vernielde in 27 oktober 1836 de bouwvallige toren, zodat deze vervangen moest worden (39339). De wind waaide die nacht al stevig vanuit het Zuidwesten. Een sterke uithaal in de vorm van een windhoos deed de toren van de muur afscheuren en wierp de klok en stoel een eind verderop. Ook de watermolen van landman Eerde Jans Feenstra werd omvergeblazen. Donderdag 3 mei 1838 werd door het Grietenijbestuur een aanbestedingsplan gepresenteerd. Er zijn binnen nog laatgotische muurschilderingen te zien. Deze kwamen bij de laatste restauratie (van 1963-1966) in de nissen boven de vroegere noord- en zuidingang tevoorschijn. Voor de restauratie van deze muurschilderingen werden ze in z'n geheel van de muur afgenomen en op een nieuwe achtergrond geplaatst. Jelle Otter (Steenwijk, 7-12-1925 - Wichmond, 28-9-2012) heeft deze restauratie voor z'n rekening genomen. Hij ontwikkelde deze nieuwe technieken. Eerst wordt de voorkant bewerkt met lijm, waarover een doek gespannen wordt. Als het goed gaat duurt het ongeveer 14 dagen per vierkante meter om het er vervolgens voorover van af te trekken. Hierna wordt het aangebracht op een achtergrond van onder andere plastic en kunstharsen. Ten slotte volgt een laagje polyester. Met de panelen die zo ontstaan kan niets meer gebeuren. De nis van de voormalige noordingang laat een de doornenkroning zien en de nis aan de zuidzijde de geseling van Jezus. Otter is ervan overtuigd de onder vele kalklagen van vele kerken nog steeds muurschilderingen verstopt zitten 3.
    Misschien verdwijnt het werk van Frâns Faber (Leeuwarden, 14-6-1950) - dat we een eindje verderop in de straat tegenkomen - ook ooit achter een witte kalklaag om later weer met speciale technieken tevoorschijn gebracht te worden. Op woensdag en donderdag 20-21 april 2016 schilderde hij in opdracht van de organisatie "Beleef Exmorra" Racingteam de Twee Slakken op de muur. Ter voorbereiding maakte Frâns hiervan in 2014 al een mooie gouache impressie Exmorra muurdecoratie 4.

    noten:

    1.
    419× Friesland : van Slijkenburg tot Moddergat / Peter Karstkarel. - Leeuwarden/Ljouwert : Friese Pers Boekerij, 2005. - ISBN 90-330-1191-3. - p. 916;
    Wikipedia Exmorra, Ratelpopulier, Abdij van Werden;
    Friese plaatsnamen: alle steden, dorpen en gehuchten / Karel F. Gildemacher. - Fryske Akademy, nr. 1013. - Leeuwarden : Friese Pers Boekerij, 2007. - ISBN 978-90-330-0643-2 p. 73, p. 166;
    Vaderlandsche geographie, of nieuwe tegenwoordige staat en hedendaagsche historie der Nederlanden / W.A. Bachiene. - derde deel: Friesland, Overyssel, Groningen en ommelanden; en Drenthe. - Amsterdam : H. Gartman, W. Vermandel, J.W. Smit, 1791. - p. 1337;

    2.
    Traces of War Monument Lockheed Hudson FK790;
    Kornewerderzand : Het Kazemattenmuseum Kazemat VI;
    IN MEMORY Flight Lieutenant John Watherston Menzies DFC and the story of Hudson FK790, The Final Flight of Hudson FK790. Op deze site zijn ook de biografieën van de agenten en bemanning te vinden;

    3.
    Wikipedia Johannes de Doperkerk (Exmorra);
    Delpher: Arnhemsche courant, 3-11-1836 Exmorra, Leeuwarder courant, 20-4-1838 Aanmerkingen, Nieuwsblad van het Noorden, 22-04-1967 Unieke experimenten redden schilderingen in Martinitkerk : Jelle Otter "verdoekt" kunstschatten : Schildering wordt voorover van de muur getrokken;
    Exmorra, De Doper Tsjerke / T.E. van Popta. - 2008;
    Landgoed Klarenbeek Expositie Jelle Otter – 21 augustus 2016;
    rkd Jelle Otter;
    Reformatorisch Dagblad, 27 mei 1971, p. 2. Rijke vondsten bij grote kerkrestauratie : Uniek cultuurmonument in Valburg / een onzer verslaggevers;

    4.
    Doarpsnijs : Moanneblêd foar Eksmoarre en Allingawier 53e Jaargang, nö. 2148, Zaterdag 7 mei 2016: Het racingteam van “”De Twee Slakken / Paul Fluttert. - p. 39-40;
    Beleef Exmorra Gids: Street Art "De Slakken van Exmorra". - p. [17];
    rkd Frans Faber;

    internetraadpleging: 25 - 27-6-2017


          Exmorrazijl
    We rijden de route verder naar Exmorrazijl / Eksmoarresyl.
    Inpoldering tussen 1000 en 1500. De groene met stippellijn is de binnendijk die is aangelegd voor 1500. Boven de o van Bolsward zal de syl van Exmorra gelegen hebben.
    (bron: Rapport bemaling Frieslands boezem II, Bijlage 3)
    Over de sylroede (de waterloop) naar de oude en nieuwe sluis in de Exmorradijk wordt op 15 April 1402 een onderhoudsakkoord gesloten tussen Baaderadeel en Hennaarderadeel en de vier geslachten Wybranda, Sybranda Briochtinga, Adingha en Bottingha. September 1474 wordt er een akkoord gesloten tussen Bolsward en Wierd en Pier en Fedde Jansmazonen over het maken en onderhouden van Exmorrazijl. Daarna volgen er in de zestiende eeuw nog conventies, compromissen en akkoord over diverse werkzaamheden op deze plek. De Exmorradijk maakt sinds de twaalfde eeuw onderdeel uit de dijk van Sneek naar Skraard, dat tot doel had het gebied ten zuiden van de Middelzee te beschermen tegen het binnenwater uit de veengebieden en water uit de Zuiderzee. De waterhuishouding moest aangepast worden toen de Middelzee ingepolderd werd. Hier kon immers niet meer op geloosd worden. Daarom werd dus - zoals we hierboven al lazen - voor de sluis bij Makkum nieuwe en verruimde afvoerkanalen aangelegd, zoals het Kloostervaart, Hidaardervaart en Jaanvaart om de afwatering uit de grietenijen Hennaarderadeel en Baarderadeel te regelen. Na de drooglegging van de Middelzee werd de hierin aangelegde Zwettedijk de nieuwe waterscheiding tussen de beide goën.
    De veiligheid van het land werd bij een zuidwestelijke wind steeds vaker bedreigd. Er werd daarom besloten op diverse binnendijken, hemdijken (dijken van ingepolderde in- en uithammen aan de zuidzijde van de Middelzee) en slachtedijken (deeldijken en dijkjes, die aan weerszijden vanwege de dichtslibbende Middelzee en afvoer water van de Boarn aan elkaar geregen zijn) aan te leggen. Deze vinden we op de kaart terug met een groene lijn en daarin een stippellijn 1.
    We rijden nog een stukje over deze dijk richting Schraard/Skraard, maar slaan bij de eerste weg af, richting Makkum. Net voor de tussen 1876-1877 2 ingepolderde Mackummermeer/Makkummermeer rijden we over de Skraarder Feart. Hierna rijden we Makkum binnen.

    noten:

    1.
    Alphabetisch register of algemeen repertorium op het Groot Plakkaat- en Charterboek van Friesland / J. van Leeuwen. - Workum : H. Brandenburgh en zoon, 1857. - p. 114-115;
    Cartago: Groot Placaat en charter-boek van Vriesland I p. 335, p. 336, p. 659;
    CultGIS: beschrijvingen Friese regio’s Naam regio: Westergo. - p. 8;
    Rapport inzake de bemaling van Frieslands boezem. - Provinciale waterstaat van Friesland, 1956. - p. 6;
    Nieuwe encyclopedie van Fryslân / Meindert Schroor (hoofdredactie); Philippus H. Breuker, Albert Buursma, Karel F. Gildemacher, Pieter J. de Groot, Joop W. Koopmans, Jacques R. Kuiper, Gilles J. de Langen, Jacob van Sluis, Harry Wijnandts (redactie); Martha Kist (beeldredactie); Klazien Schroor-Dijkstra (eindredactie). - 4 delen. - Leeuwarden/Ljouwert/Gorredijk : Tresoar, Frysk Histoarysk en Letterkundich Sintrum / Bornmeer, 2016. - ISBN 978-90-5615-375-5. - Deel 2: Hem, p. 1199; Deel 4: Slachtedijk, Slachtedyk;
    Andere kennis---Taalkennis---deel 3, 27 November 2009, 21:54 Het verhaal van het woord slachte / Titus de Wolff, hier wordt slachte als deel verklaart;

    2.
    Tsjerkwert.nl : Mulders archief Het Van Panhuyskanaal;

    internetraadpleging: 27 - 28-6-2017


          Makkum
    Wanneer Makkum - ook een vlek - binnenrijden, parkeren we auto aan de Dominee L. Touwenlaan, zodat we niemand in de weg zitten.
    Bleekstraat-inkijkje, Makkum
    We lopen in de richting, waarvan we denken dat daar het centrum van Makkum ligt.
    Tussen de Singel en Bleekstraat vinden we een authentieke boerderij, dat niet bijzonder genoeg is voor een monumentstatus.
    Wanneer we een blik in de Bleekstraat werpen, zien we een fraai gebouw in de bocht van de straat staan. Dit moeten we zeker even onthouden voor de terugweg.
    De Kerkstraat wekt met haar wisselende bouwstijlen ook de nodige interesse. Het kent ook zeker een dikke dozijn monumenten. Aangezien we aan het einde van de Kerkstraat zijn, lopen we deze straat in. We gaan er daarom vanuit dat het ons naar de kerk en centrum zal brengen.
    Wanneer we langs de vele interessante panden lopen - het zijn er te veel om allemaal op de foto te zetten en te laten zien - komen we weer een aardig doorkijkje tegen.
    Vermaningsteeg-doorkijkje, Makkum
    We weerstaan de verleiding om het steegje in te lopen, omdat we eerst even willen lunchen, voordat we verder gaan rondstruinen. Het Plein en Markt lijken zeer geschikt om te lunchen. Als 'afsluit'-gebouw van het Plein, staat hier het Post- en Telegraaf Kantoor It Posthûs, waarin tegenwoordig een restaurant gevestigd zit.
    We lopen de Kerkstraat nog even door naar het begin. We vinden hier geen kerk. Mogelijk is de vernoeming dan toch naar de kerk die we halverwege de straat tegenkwamen. Lichtelijk verward zijn we wanneer er aan het eind van de Kerkstraat toch een Voorstraat ligt. Dit is meestal de weg van de haven naar de kerk. Het wordt er zo niet logischer op. Het begin van de Kerkstraat heeft ons bij de sluis van Makkum gebracht, waarmee de Grutte Sylroede in verbinding staat met de voormalige Zuiderzee en nu via het Makkumer Djip met het IJsselmeer. De Grutte Sylroede is zeg maar het verlengde van de Makkummervaart waarmee alle dorpen in de omgeving, inclusief Bolsward, in verbinding staan.
    Aan de sluis van 1669 vinden we Hotel De Prins (510854), tevens Café - Restaurant, in een oud pand (vanaf eind zeventiende eeuw), met daar een bijzondere gelagkamer. Hierin bevindt zich een bijzondere en unieke tegelwand met twaalf schepentableaus die rond 1790 gemaakt zijn door Adam Sybel (Sijbel) (~Amsterdam, 5-4-1746 - Makkum, 24-9-1803) in de tegelfabriek van Hylke Jans Kingma. Kingma, sinds 1771 de van zijn moeder overgenomen familienaam (Makkum, 16-10-1708 - Makkum, 24-9-1782) was schipper, reder, scheepsbouwer, olieslager en koopman, had deze tegelfabriek in 1783 opgericht. Later werkte Sybel ook nog voor de andere aardewerkfabriek, Tichelaar. Sybel kwam uit Amsterdam, waar hij tussen ongeveer 1764 en 1784 schilderde voor de tegelbakkerij d'Oude Prins in de Anjeliersstraat 1.
    Behalve bij de Prins vinden we hier geen terrasjes aan of nabij het water. Wel zien we de Ark van Noach aan de kade liggen. Martin Abbink bracht 28 april een bezoek aan deze verhalenark en maakte de een fotoreportage met hier en daar Makkum in beeld.
    de Leugenbolle, Makkum
    Het kleine gebouwtje van gele baksteen is trouwens de Leugenbolle oftewel het leugenhuisje zoals we ze regelmatig tegenkomen. Deze is verworden tot toeristische attractie. Er zit namelijk een klein gat in de muur. Je bent pas een echte Makkummer als je door de Leugenbolle bent geweest., is de verleiding die niet kunt weerstaan. Velen zijn u voorgegaan, blijkt intussen. Met het gat wordt niet het gat bedoeld waarin de jongeman zit. Hiermee wordt het gat bedoeld die we nog net kunnen zien, aan het begin van pand, net achter de regenpijp.
    In de winter van 1909-1910 had de gemeente hierin tijdelijk een lantaarn geplaatst. De dronken slagerknecht Gabe, die zich hier met wat andere jongens ophield, kon het niet laten en sloeg twee ruiten van de lantaarn stuk. Hij heeft ze vergoed, maar desondanks kwam er nog een boete-eis: ƒ 7,- of 7 dagen in hechtenis!
    Het pandje deed voorheen dienst als opslagplaats voor brandblusmateriaal 2.
    We maken nog even snel een kiekje van de sluis, dat ouder is dan de eerder genoemde 1669. De sluis schijnt al in 1444-1446 voor het eerst gebouwd te zijn. De stenen versie volgde echter pas in 1606 om in 1778 vergroot te worden.
    (bron: Tresoar: Schetze van de Haven en Sluis te Makkum / C. Boling. - 1812)
    Het is in 1994 voor het laatst gerestaureerd, aldus een herdenkingssteen in de sluis. Maar ook dit schijnt niet te kloppen, althans wanneer het gaat om het jaartal 1606. Caspar de Robles (zie Tachtigjarige oorlog ) had namelijk - lang verloren gewaande - kaarten laten maken van de Noordelijke Nederlanden om de strijd beter aan te kunnen gaan. Begin jaren 90 van de twintigste eeuw worden ze in het archief van Dresden en in Universiteit van Texas te Austin (VS) gevonden. In 1998 wordt er nog een in de Staatsbibliotheek van München gevonden. Hieruit blijkt dat de sluis op een kaart van 1572 staat ingetekend. Het zou eventueel dat deze sluis in 1537 werd gebouwd met een voorloper in 1444 een eindje verderop 3.
    We zetten de Prins aan de Kerkstraatzijde er nog even op en pand 11 aan de Voorstraat met een bijzonder patroon aan dakpannen. Een fraaie zwart-wit foto uit 1974 van dit patroon - gevormd door mat en glanzende dakpannen - is te zien op de site van Ald Makkum. Door de zwart-wit scharkering ontbreekt echter de roodnuance. Er is veel over dit pand bekend, maar (nog) niet de symboliek van de dakpannen (mocht dat er al zijn) 4.
    We lopen nu snel terug naar het Plein en gaan in het zonnetje op het terras van De Zwaan zitten om te lunchen. In 1888 hing hier een portret van koning Willem III. Sipke Sybrandi (Makkum, 4-7-1838 - 1924), een socialist, gelegenheidsdichter en een flapuit had zich hierbij laten ontvallen dat het portret op een aap leek. Dit had een rechtsgang tot gevolg, wegens majesteitsschennis. De vergelijking met Ferdinand Domela Nieuwenhuis (zie Ferdinand Domela Nieuwenhuis Museum ) is snel gelegd. Domela Nieuwenhuis verdween in 1887 voor een jaar de cel in, wegens 'boosaardig en openbaar smaden, honen en lasteren van de persoon des konings’ (zie Domela Nieuwenhuis ). Daarnaast is er natuurlijk ook nog de satire uit 1887 van S.E.W. Roorda van Eysinga Uit het leven van koning Gorilla. De kranten hadden het er vervolgens maar druk mee 5.

    Maar daarvoor kwamen we niet. We gaan eerst aan de cappuccino, gevolgd door een lunch.
    We zijn vanwege het sluisverhaal er inmiddels achter gekomen dat het terras waarop we nu zitten, voorheen de natuurlijk loop was de Groote Zijlroede. Deze liep - zoals nog steeds - langs de Turkmarkt, gevolgd door Markt en Plein. Onder It Posthûs zijn bij verbouwingen nog sporen van een (afwaterings)sluis gevonden 6.
    Na de lunch gaan we natuurlijk nog iets drinken, om vervolgens een rondje Makkum te gaan wandelen.
    We lopen langs It Posthûs naar het Achterdijkje waar we met een trap met lange treden op de dijk komen, waarop 'buitendijks' nog enkele oude panden te vinden zijn. Een eindje de dijk op komen we een tweede trap (naar beneden) tegen. We herkennen het omgekeerde beeld dat de Vermaningssteeg ons nu laat zien. Voorbij aan de huisgrens kunnen we terugkijken op het havengebied van Makkum. De twee hoogste panden zijn van de scheepswerven van De Vries en Bloemsma.
    Wanneer we vanaf de dijk het IJsselmeer opkijken, zien we de Makkumer Noardwaard. Dit is de helft van de Makkumerwaard dat voorbestemd is om natuurgebied te zijn. De voormalige zandplaten voor de Zuiderzeekust van Makkum vielen droog en raakten ontzilt na de aanleg van de Afsluitdijk. Vervolgens werd het noodzakelijk geacht om een directere vaarroute naar de haven van Makkum te creëren. Dit werd gedaan door het Makkumerdiep dwars door waard te baggeren, precies in de lijn van de geul van de Groote Zijlroede.
    Voor ons verschijnt op een duidelijk aanwezige terp de Donia-kerk. De stichtingssteen van de toren meldt het volgende: Bonno Donia, leyd hier den eersten steen. Piecke Eelckes, Kerkck en vooghden vant gemeen. Vitvs Enema, al hier doen predicant. Syn stichters va dit wer aen yder een bekant den 10 Ivny Anno 1652. Deze kerk (39373) die in 1661 voltooid werd is een vervanging van een vorig gebouw op deze plek.
    Is dit dan de kerk die we in eerste instantie verwachten aan het begin van de Kerkstraat?
    (bron: Beschryvinge ende nieuwe caerten van de heerlijckheydt van Frieslandt tusschen 't Flie ende de Lauwers / Christianus Schotanus. - [Amsterdam] : Johannes B. Wellens, [1664]: Wonsera-deel)
    [Dit beeld is aangepast, WP]
    Er is iets bijzonders aan de hand met Makkum. De terp waarop de toren en kerk staan heet Makkum. Het gedeelte waar we net vandaan komen, dat ontstaan is aan de oevers van de Groote Zijlroede heette voorheen Statum. Makkum wordt al sinds de 10e genoemd in de bronnen - mogelijk een Fuldas cijnsregister uit 944 (kopie 1150-58) - als Maggenheim. In 1270 staat het als Mackingum geschreven in de parochielijst van het klooster van Fulda. In 1379 komen we het als Macking-he tegen. Later werd het Mackum en nu Makkum.
    Makkum was maar een klein dorp, ontstaan op de St. Maartensterp. Dit is een vernoeming naar de Sint Maartenskerk die tot de reformatie van 1580 zo heette. Op deze plek staat nu de Donia-kerk. Het had slechts 12 stemmen - met maar weinig eigenerfden - in de grieterij. Door de gelukkige omstandigheden van de aanwezigheid van Statum, is het een goed bevolkte vleck geworden. Statum komt voort uit de ontwikkelingen die zich na 1600 gingen voordoen bij de sluizen van Achlumerzyl en Olde Cloosterzyl. Zoals vaak ontstaat er bij sluizen handel. De buurt Statum had veel nering, koophandel en zeevaart naar vreemde gewesten als Frankrijk, Engeland en andere landschappen. Door deze handel zijn er velen zeer vermogend. Er zijn wel over de honderd kalkovens naast de pan- en steenwerken. Ook werd er zout gemaakt. Voldoende werk voor de ruim 300 gezinnen die hier woonden. Naast Roomsgezinden kwam er een gereformeerde gemeente en ook de Mennonieten kregen hier aanhang.
    De elites (eigenerfden) boeren en kooplieden van wereldreizen leefden in twee wereld. De grote buitenwereld kenden ze uit kranten en van eigen reizen. Daarover hadden ze wel een mening, maar ze hadden geen invloed. Binnen het dorp was men bij gelijken, daar hadden zij het voor het zeggen. Dus haal het als buitenstaander niet in je hoofd... In 1663 werd er in Statum een nieuwe zijl gemaakt.
    De state Haytsma of Haitsma was gelegen in Makkum. De Groote Haytzma was gebouwd op een terp en had - volgens de kaart van Schotanus van 1718 - een gracht, met een toegangsweg naar de zeedijk. Een boerderij ten zuiden van de gracht droeg de naam Klein Haitsma.
    Konst voedt 's menschen geluk : It Makkumer dichtgenoatskip (1773-1777) / Ph.H. Breuker. - Makkum : Ald Makkum, 2000. - ISBN 90-7535-507-6
    Vreemd dat hier op de kaart de naam op twee manieren wordt geschreven. Groote Haytzma werd na een brand in 1732 afgebroken en met hetzelfde materiaal werd er een nieuwe boerderij in de buurt gebouwd. Groot Haitsma is intussen alweer afgebroken. Klein Haitsma werd vaker op een andere plaats in de buurt opgebouwd. Het staat nu met de naam Haitsmastate aan de Engwierderlaan 7.

    In de hoek aan de zuidzijde van de toren, staat een herdenkingsmonument aan Kynke Lenige. Samen met haar vader was ze actief in It Makkumer Dichtgenoatskip Konst voedt ’s menschen geluk.
    Mengeldichten van Cynthia Lenige. - Te Amsterdam : bij W. Holtrop, 1782
    [Dit beeld is aangepast, WP]
    Een eerste stukje uit een gedicht van Kynke geeft een indruk wat we kunnen lezen in haar boek:

    Wat is de Waereld boos!

    Wat is de Waereld? ach! een broeinest aller snooden!
    Wie toont der deugd nog trouw? de beste slechts in schijn;
    Het ongeloof grijpt stand en spreidt een helsch venijn,
    Om pligt en Godsdienst, in zijn' valschen waan, te dooden.

    Ter gedacthtenis van mijne vriendin Mejuffer Cynthia Lenige
    [Dit beeld is aangepast, WP]
    Kynke of Cynthia - zoals ze zichzelf is gaan noemen - is slechts 25 jaar geworden. Ze is hier geboren op 6-11-1755 en gestorven op 3-10-1780 aan de gevolgen van dysenterie. Haar Nederlandse gedichten waren beter dan die van haar vader Dirk Lenige (Makkum, 22-8-1722 - Makkum, 26-5-1798). Haar vader ligt trouwens begraven in de kerk, met een grafzerk onder het orgel in de muur 8.

    Wanneer we het rondje om de kerk hebben gemaakt, komen we de Friese "Voor hen die vielen"-monument tegen, waarbij we even stilstaan. We zien hier ook een steen liggen voor Lourens Touwen, die in Vries in Drenthe op 8 september 1944 is overleden. Touwen blijkt echter op die dag - samen met koerierster Annie Westland (Cornelia Johanna van den Berg-Van der Vlis) - door de SS-hauptscharführer Helmut Johann Schäper te zijn gefusilleerd in het bos "De Strubben" bij Zeijen. Touwen blijkt dominee te zijn. Het gaat dus om dominee L. Touwen, die in 1951 een laan naar zich vernoemd heeft gekregen, de laan waar we de auto geparkeerd hebben.

    Fallen yn 'e striid tsjin ûnrjocht en slavernij. Dat wy yn frede foar rjocht en frijdom weitsje

    Lourens Touwen
    Eigenlijk was het zijn bedoeling om na de officiersopleiding op de KMA in Breda uitgezonden te worden naar Nederlands-Indië. Door een voetafwijking wordt hij afgekeurd en pakte hij zijn studie theologie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam weer op. Hij werd op 27 januari 1934 predikant in Makkum en Kornwerd. Ds Touwen ging na de inval van de Duitsers onder codenaam "Koorden" zich hiertegen verzetten. Nadat hij zijn vriend meester v.d. Velde - die gearresteerd was - probeerde vrij te krijgen, werd hijzelf gearresteerd, met alle gevolgen van dien. Touwen werd in 1987 in Jeruzalem postuum onderscheiden met de hoogste joodse onderscheiding de Yad Vashem-plaquette. Het werd door dochter Ineke Haselhoff-Touwen in ontvangst genomen. In het Drentse bos werd op 8 september 1994 - vijftig jaar na dato - een plaquette onthuld, die op de exacte plek staat waar ze zijn doodgeschoten. De dochter van Touwen was hierbij aanwezig 9.

    We verlaten het terrein aan de achterzijde van de kerk. We komen daardoor het fraaie hekwerk tegen. Het is een gespiegeld exemplaar, waarbij we in de 'zuil' de speren, een dubbele zeis met een in zijn eigen staart bijtende slang, een gevleugelde zandloper en de uil tegenkomen. In Dijken waren eerder een soortgelijk hekwerk tegengekomen. De symboliek van de symbolen staat daar al beschreven. De dubbele zeis staat daar echter niet bij. Gebruikelijk wordt gedacht aan Magere Hein met de zeis of Chronos of Vadertje Tijd, beiden met zeis en zandloper. Hier is echter een dubbele zeis te zien, die in het midden elkaar kruisen. Naar het schijnt is er slechts een familie die dit als familiewapen draagt, namelijk "De Rore", in de middeleeuwen ontstaan in Ronse en nog steeds voorkomend in de driehoek Gent, Kortrijk en Oudenaarde, allen via de Schelde en zijtak Leie te bereiken. Over de betekenis wordt vanzelfsprekend gesproken: "hij die rooit, d.i. een bos in kultuur brengt, een moeras dempt of veel meer gewoon hij die braakliggende grond van het ergste onkruid zuivert met de zeis om het nadien te kunnen bewerken."
    Dit is vanzelfsprekend ook van toepassing op deze omgeving. Maar een link met deze familie is er zo een, twee, drie niet te vinden. Of het moet een religieuze zijde hebben. Er is een familielid De Rore, die als martelaar komt te overlijden. Jacob De Rore (Kortrijk, 1532 - de brandstapel, Brugge, 8 Juni 1569), ook bekend als Jacob de Keersmaeker, vanwege het kaarsenbedrijf waarin zijn vader werkzaam was, verliet in 1551 de R.K.-kerk om zich aan te sluiten bij de doopsgezinden. In 1557 ontmoette hij Leenaerts Bouwers, die met Menno Simons de leidende figuren waren.
    Maar dit lijkt allemaal niet voor de hand te liggen, als verklaring voor een dubbele zeis op het toegangshek van dit kerkhof 10.

    We lopen verder over de Kerkeburen, Leerlooiersstraat, Slotmakersstraat en het Achterdijkje, dat ons weer naar het Plein brengt. Even later staan we voor de toren de Waag, de trots van de Statummer kooplieden en handelaren, dat hier in 1698 gebouwd is. En nog steeds domineert het Makkum, ideaal gepositioneerd tussen de Markt en het Vallaat, de kern van de Vleck met stadse allure. In de Waag werd alle handel gewogen en gekeurd. In de Waagstraat zit aan de Waag het gebouw waarin de Stichting Ald Makkum e.o. kantoor houdt. Ze verzamelen en beschrijven o.a. allerhande historische feiten van Makkum.
    Dolen door Makkumer stegen : Een zwerftocht door het Makkumer labyrint : met aantekeningen uit het verleden / Gerben D. Wijnja. - Makkum : Masije Wonen & Lifestyle, 2013
    We voelen aan de deur en deze is open. Ze zijn ook echt open en daarom nemen we een kijkje binnen. We worden hartelijk ontvangen door de voorzitter van de stichting en ons wordt in kort uitgelegd wat ze zoal doen. Het verhaal van de vele tegels die men maar gebruikt heeft als wandbekleding voor deze ruimte geeft duidelijk aan dat we in Makkum zitten, waar Aardewerk- en Tegelfabriek Koninklijke Tichelaar sinds 1572 gevestigd zit. En dat wil er weleens een tegeltje overblijven. Een fraaie fotocollectie brengt deze productie in beeld. We bekijken nog even het documentatiecentrum en tentoonstellingsruimten in de Waag zelf en nemen onder dankzegging weer afscheid. We nemen nog wel een mooi uitziend boekwerkje mee, dat leuk is opgezet, maar al vlot komen we 'beweringen' tegen die niet helemaal worden uitgewerkt. We blijven dan in raadsels achter 11.

    De lopen de Waagsteeg uit en nemen de in 1994 gebouwde brug over het water naar Vallaat. Hier staat het pand met de mooiste gevel van Makkum, het Kingmahuis (39405), wat op zich weer een opmerkelijke kwalificatie is van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
    ’t Fortuin Uit Zee - Hylke Ians, Ytie Hayes - Anno 1767
    Het kent vele versierselen, waaronder het jaartal 1748. Boven het raam staan de initialen H.J en J.H. Hylke Jans Kingma was namelijk de opdrachtgever, Ytje Hayes was zijn vrouw. We zullen Ytje dan waarschijnlijk als IJtje moeten zien, omdat het dan ook gespiegeld lijkt. Ze zijn de stamouders van de familie Kingma uit Makkum.
    In de zijmuur is nog een gevelsteen toegevoegd, dat afkomstig is van zijn pakhuis aan de Krommesloot 12. En zo volgen er aan het Vallaat nog vele panden met een verhaal. Zoals bijvoorbeeld op nummer 28. Het heeft een gevelsteen met het jaartal 1748, een driemaster en TAEY. De letters zorgen voor vraagtekens. Navraag bij de bewoners door Piter Tigchelaar levert het simpele antwoord. De steen is door bewoner zelf gemaakt en bij de renovatie in de gevel geplaatst. Het jaartal klopt en de letters staan voor de eerste letter van de voornamen van vrouw, man en twee kinderen. Voor de renovatie in 1983 zag de gevel er totaal anders uit, blijkt uit de foto 10680 van Ald Makkum 13. Hoewel het opgenomen is in het monumentenregister (39406), klopt de omschrijving niet (meer) met het beeld dat we zien. Net als het vorige pand is ook deze gerenoveerd en voorzien van nieuwe pui. De gevelsteen met daarop een vreemde 1688, lijkt wel origineel. De 3x3 ramen op de eerste verdieping zijn verkleind van 4x3. En van de garage is een woonhuis gemaakt 14.

    Bauke Jansen - Anno 1785 uit drie perioden
    bronnen: eigen foto - Ald Makkum - Collectie Gelderland 15
    Het laatste pand van Vallaat dat we hier bespreken - het buurpand - heeft gebruik gemaakt van gele en voornamelijk rode bakstenen met een rijke kleurscharkering. De pui is in zijn geheel opgebouwd uit baksteen. Met uitzondering van de gevelsteen. Deze komt uit de muur en verteld ons "Bauke Jansen Anno 1685, met daaronder een tweemaster. Dit is een nieuwe hercreatie van een vorige gevelsteen, die kennelijk niet meer te redden was. De kleine luikjes in dezelfde kleurstelling als het baksteen zien er leuk uit, maar lijken functieloos, gezien de 2x2 raampartijen erboven die zonder luikjes zijn. Het heeft verder nog grensstoeppalen. Dit pand is na nummer 36 gerestaureerd 15.
    De Vallaat heeft dus de laatste 40 à 50 jaar een metamorfose ondergaan. Er zijn veel stads uitziende trap- en klokgevels bij gekomen.

    Wanneer we doorlopen naar de brug en ons omdraaien zien we de splitsing van de Groote Zijlroede, Pruikmakershoek en het torentje van de Waag. We lopen een stukje over de Grote Zijlroede langs de Groote Zijlroede en zien aan de overkant, de Turfmarkt, enkele opvallende panden staan. Zoals bijvoorbeeld het dubbele eenlaagspand uit 1879, dat de gebroeders Tichelaar voor hun werknemers liet bouwen. Of het pand ernaast 'Het Pothuis' uit 1878, ook van Tichelaar, met een drietal door Jacob ten Zweege geschilderde tegeltableaus als gevelsteen in een voorgevel die opgebouwd is met de drie basis baksteenkleuren geel-rood-blauw. Een eindje verderop krijgen we zicht op de beroemde 'Koninklijke Tichelaar', de voormalige plateelbakkerij en vervolgens aardewerk- en tegelfabriek (39400). De fabriek wordt in 1640 een familiebedrijf, dat het nog steeds is. Op dezelfde plaats op de kaart van Caspar Robles uit 1572 staat een briccaria, een steenfabriek, ingetekend. Daarmee kan gesteld worden, dat het bedrijf in ieder geval ook al in 1572 operationeel was. Het is daarmee het oudste bedrijf in Nederland. Wereldwijd is het beroemd door zijn keramisch werk. Zo kwam de populaire Amerikaanse schrijver David Sedaris er in 2012 speciaal voor naar Nederland en scoorde er dolgelukkig een grote vaas 16.

    We lopen dezelfde weg weer terug - ook dit geeft weer fraaie beelden. We schieten tegenover de brug bij Vallaat de Brouwerssteeg in. We zijn niet de enige. Waarom het opeens zo druk is zullen we zo te weten komen. Via de Schans komen we uit op de Workumerdijk. Hier zien we een tamelijk roestig kanonsloop staan, die op de plek worden gehouden door wat op maat gezaagde spoorbielzen. Alsof ze het erom gedaan hebben, krijgen we op een gedenksteen het volgende voorgeschoteld:

    Weet dat men vroeger mij bewonderde
    Men beefde, als mijn stem vaak donderde
    Van de Dollard tot de Schelde
    Waar ik menig kaper velde.
    't Zij een galjoen dan wel fregat
    de volle lading gaf, zoodat
    schip en al werd bedolven
    in de koude wrede golven.
    Toen kwam mijn beurt, in volle zee
    Ik wenslijk zonk op Texel's ree.

    Dit kanon, vermoedelijk een der oudste exemplaren, werd in oktober 1975 op de rede van Texel opgevist door de schippers K. en A. Poepjes met de WON 77 (bouwjaar 1961 17).
    Wanneer we naar de brug bij de sluis lopen, begrijpen we waarom het zo druk in de Brouwerssteeg was. De brug gaat niet meer dicht. En dus lopen we langs de sluis naar de volgende brug. Via de Voorstraat komen we weer bij de Kerkstraat. We besluiten nog even naar de Markt te gaan om nog iets drinken op een van de terrasjes. Nadat we weer opgeladen zijn, lopen we weer terug naar de auto. We nemen hiervoor nog een stukje Kerkstraat mee en slaan af de Middenstraat in, omdat we nog door de Bleekstraat wilden lopen.
    In de Middenstraat komen we een wit pand tegen met muurankers. Wanneer we beter kijken, zien we aan de oostzijde van de voorgevel vier kleine zwarte lijnen. Ze lijken boven uit de muur te kopen, om onderaan ietsjes uit te steken. Waartoe dit dient blijft een vraag.
    Even verderop komen weer dezelfde soort dakpannen tegen, zoals we ze bij de sluis op het dak tegenkwamen, waar ze een figuur uitbeelden. Nu we iets dichterbij staan, kunnen we de fraaie vormgeving van deze pan bekijken.
    Het blijkt te gaan om een machinaal vervaardigde dakpan, de Lucas IJsbrandspannen, vernoemd naar de fabrikant Lucas IJsbrands Britzel, die ze hier in Makkum tussen circa 1880 en 1913 maakte. De fabriek stond aan de zuidzijde van de Groote Zijlroede. Op de luchtfoto 26-5-1926 zien we links onderin nog een tjalk liggen in de wijk van de Britzelfabriek dat in 1916 werd gesloopt. 18 In de Bleekstraat komen ook nog een aantal oude panden tegen. De eerste waar we tegenaan lopen heeft een bakstenen trapgevel en jaarankers met 1643 op de muur (39366). Na deze volgen nog stuk voor stuk authentieke puien. Een bijzondere uitzondering hierop is het 'Oude van Dagenhuis' (39368) uit 1654. Dit dwars geplaatste pand is tegenwoordig het hotel It Ankerplak, vernoemd naar het bijbehorend pand ernaast dat een gevelsteen met dezelfde naam in de pui heeft. Ald Makkum toont nog een foto uit 1943 (60546 OLM 1943), waar het pand er duidelijk anders uitziet.
    Hier tegenover treffen we het pand aan, dat ons tijdens het begin van de wandeling deed besluiten om via de Bleekstraat terug te lopen. Het gaat om het kerkgebouw 'Vermaning' (516524 en kosterswoning 516525). Het is 1909 gebouwd naar het ontwerp van de architect H.H. Kramer (Woudsend, 10-11-1850 – Leeuwarden, 13-2-1934 19). Mooi en bijzonder spannend ontwerp.
    We lopen de straat uit en komen op de Dominee L. Touwenlaan - ons intussen bekend. We moeten deze laan nog een stukje uitlopen naar de auto toe en komen nog langs een zijstraat, die ons intussen ook bekend voorkomt, de Cynthia Lenigestraat.
    Even verderop staat de wagen in een parkeerhaven en sluiten we ons bezoek aan Makkum af.
    We vervolgen de autoroute door naar de Doniakerk te gaan en over de Harlingerdijk naar Cornwerd te rijden. We hadden dit al in de verte in Exmorrazijl zien liggen.

    noten:

    1.
    Delpher: De Telegraaf, 8-1-1994 Makkum bloeit op : Fries havenplaatsje dé uitvalspoort naar het Wad / Albert van Keimpema;
    Wikipedia De Prins (restaurant), Adam Sijbel, Hylke Jans Kingma;
    Dutch Delftware webshop Veelkleurige bijbelse plaque met de aankondiging aan de herders;

    2.
    Dolen door Makkumer stegen : Een zwerftocht door het Makkumer labyrint : met aantekeningen uit het verleden / Gerben D. Wijnja. - Makkum : Masije Wonen & Lifestyle, 2013. - p. 94-97;

    3.
    Dolen door Makkumer stegen : Een zwerftocht door het Makkumer labyrint : met aantekeningen uit het verleden / Gerben D. Wijnja. - Makkum : Masije Wonen & Lifestyle, 2013. - p. 94-95;
    Delpher: Nieuwsblad van Friesland : Hepkema's courant, 15-1-1910 Makkum;
    Register op de Openbare Werken, getrokken uit de Resolutien der Staten van Friesland, en opvolgende besturen over het tijdvak van 1571 toto 1803 / Jacob van Leeuwen, T.R. Dijkstra. - Leeuwarden : Provinciale drukkerij van de Weduwe M. van den Bosch, 1860;
    Ald Makkum De Makkumer zeesluizen : enkele aanvullingen op eerder publicaties / O. Gielstra (in: Aldnijs 35 - februari 2004, p. 3-5, met name noot 1-4);
    Trouw, 28-10-1998 Cartografie / Sybe I. Rispens;

    4.
    Ald Makkum Voorstraat 11;

    5.
    Ald Makkum Frodnegtul... / Jan Lutgendorff (in: Aldnijs 27 - november 2000);
    De Zwaan Uit de oude doos / A. Sieswerda. - 3 juli 1999;
    Delpher: Koning Gorilla;

    6.
    Ald Makkum De Makkumer zeesluizen : enkele aanvullingen op eerder publicaties / O. Gielstra (in: Aldnijs 35 - februari 2004, p. 3);

    7.
    419× Friesland : van Slijkenburg tot Moddergat / Peter Karstkarel. - Leeuwarden/Ljouwert : Friese Pers Boekerij, 2005. - ISBN 90-330-1191-3. - p. 938-941;
    Dorpen in Nederland. - Reader's Digest/ANWB, 1982: Makkum, p. 242-244;
    Wikipedia Makkum (Súdwest-Fryslân);
    Handboek der middel-Nederlandsche geographie / Laurent Philippe Charles van den Bergh. - 's Gravenhage : Martinus Nijhoff, 1872. - p. 143 (+ p.129);
    Nordfriesische Grabhügelnamen mit anthroponymem Erstglied : Zur Form und flexion älterer nordfriesischer rufnamen / Volkert F. Faltings. - Nowele Supplement Series 14. - John Benjamins Publishing, 2012. - ISBN 978-90-272-7282-9. - p. 74;
    Beschryvinge ende nieuwe caerten van de heerlijckheydt van Frieslandt tusschen 't Flie ende de Lauwers / Christianus Schotanus. - [Amsterdam] : Johannes B. Wellens, [1664]: Wonsera-deel;
    Ald Makkum Groot Haitsma : (-1732) / O. Gielstra (in: Aldnijs 47/48 - Oktober 2013, p. 5-6);
    Eén grote familie : doopsgezinde elites in de Friese Zuidwesthoek 1600-1850 / Cor Trompetter. - Doperse documentaire reeks, nr. 4; Fryske Akademy, nr. 998. - Hilversum : Verloren, 2007. - ISBN 978-90-6550-977-2 p. 210;
    Uitbeelding der heerlijkheit Friesland : Zoo in 't algemeen, als in haare xxx bijzondere Grietenijen / Bern. Schotanus à Sterringa. - [s.l.] : François Halma, 1718: Wonseradeel;
    Vaderlandsche geographie, of nieuwe tegenwoordige staat en hedendaagsche historie der Nederlanden / W.A. Bachiene. - 5 delen. - Te Amsterdam : by H. Gartman, W. Vermandel en J.W. Smit, 1791. - Deel 3, p. 1335, Makkum;
    Haytsma State te Makkum / Sjoerd Halma;

    8.
    Eén grote familie : doopsgezinde elites in de Friese Zuidwesthoek 1600-1850 / Cor Trompetter. - Doperse documentaire reeks, nr. 4; Fryske Akademy, nr. 998. - Hilversum : Verloren, 2007. - ISBN 978-90-6550-977-2 p. 210;
    Wikipedia Cynthia Lenige, Dirk Lenige;
    Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek (NNBW) / P.C. Molhuysen, P.J. Blok (redactie). - vierde deel. - Leiden : A.W. Sijthoff's uitgevers-maatschappij, 1918 p. 901-902;
    Ald Makkum Cynthia Lenige een Friese dichteres : (-1732) / F. van Son-Nahan (in: Aldnijs 26 - Oktober 2000, p. 3-4);

    9.
    Traces of War Monument Executies 8 september 1944 / Bert Deelman;
    Ald Makkum Gereformeerde kerk Makkum 125 jaar / O. Gielstra, p. 9 (in: Aldnijs 34 - september 2003, p. 3-12);
    Tims website Ds L. Touwen / Tim L. Krooneman;
    rtv drenthe Drenthe in de oorlog: Dominee Lourens Touwen vermoord op Zeijerveld;
    Delpher: Leeuwarder courant : hoofdblad van Friesland, 14-10-1989, p. 18 Posthume onderscheiding Lourens Touwen Makkum voor hulp joden in oorlog, Leeuwarder courant : hoofdblad van Friesland, 2-9-1994, p. 14 Friese verzetsstrijders geëerd in Drents bos / Teake Zijlstra;

    10.
    Wikipedia Zeis: Symboliek en uitdrukkingen;
    De grootste roem van de stad Ronse : De komponist Cypriaan De Ro(de)re, "omnium musicorum princeps / Albert Cambier. - Ronse : Geschied- en oudheidkundige kring Ronse en het Tenement van Inde, 1981 2.2. Familienaam;
    De Hervorming in de Zuidelijke Nederlanden in de XVIe eeuw / A.L.E. Verheyden. - Brussel : Synode van de Protestantse Kerken, 1949 / Toegevoegd ca 20 getuigenissen van martelaren / A. van Haamstede. - Middelburg : Stichting Gihonbron, 2008 2.2. Familienaam: p. 49-50: Figuren uit de Hervorming Jacob de Rore (1532-1569);

    11.
    419× Friesland : van Slijkenburg tot Moddergat / Peter Karstkarel. - Leeuwarden/Ljouwert : Friese Pers Boekerij, 2005. - ISBN 90-330-1191-3. - p. 938-941;
    Ald Makkum Contact;
    We blijven bijvoorbeeld in raadselen achter bij de in noot 3 aangehaalde p. 95;

    12.
    Wikipedia Kingmahuis;
    Kingma makkum online Familie Kingma uit Makkum;
    Vereniging Hendrick de Keyser Vallaat 22 Makkum;
    Ald Makkum Makkum Vallaat 20;

    13.
    Tresoar Re: Muursteen Makkum / Piter Tigchelaar, 13-5-2016 9:39. Hier staat de volgorde man, vrouw en twee kinderen. De man heet Adrianus en de vrouw Toos, dus de volgorde zal vrouw, man en twee kinderen moeten zijn;
    Ald Makkum Makkum Vallaat 20;

    14.
    Wikimedia Commons Vallaat 36, Makkum;

    15.
    Ald Makkum Makkum Vallaat 38;
    Collectie Gelderland Gevelsteen met zeilschip, Makkum, 1943;

    16.
    Ald Makkum Makkum Turfmarkt 51, Makkum Turfmarkt 53, Makkum Turfmarkt 55, Kon. Tichelaar;
    dbnl: Monumenten in Nederland : Fryslân / Ronald Stenvert, Chris Kolman, Sabine Broekhoven, Saskia van Ginkel-Meester en Yme Kuiper. - Zeist/Zwolle : Rijksdienst voor de Monumentenzorg / Waanders Uitgevers, 2000. - Woonhuizen p. 224;
    Trouw, 28-01-2012 Design en historie in Makkum / Monique de Heer;

    17.
    Ald Makkum Visserij in Makkum / Otto Gielstra. - Makkum : Stichting Ald Makkum, 2011;

    18.
    Cultureel Erfgoed Lucas IJsbrandspannen;
    Ald Makkum Het panwerk van Lucas IJsbrandsz en de familie Britzel te Makkum / Otto Gielstra (in: Aldnijs 29 - juni 2001, p. 14-18);

    19.
    Wikipedia Hendrik Hendriks Kramer;

    internetraadpleging: 2 - 12-7-2017


          Cornwerd
    Wanneer over de dijk het dorpje naderen ontstaat er mooi torenplaatje. De kerk en daarvoor gelegen woning - dat ook twee torens lijkt te hebben. De Bonifatiuskerk (352026) ziet er tegenwoordig modern uit. Dit betreft slechts de buitenkant. De bouw van de toen romaanse kerk is begonnen in begin dertiende eeuw. In de veertiende en zestiende zijn er veranderingen doorgevoerd. De toren werd in 1898 vervangen door de huidige. In 1916 werd de huidige muur om het schip en koor gebouwd. Het schip is gedekt met de fraaie Lucas IJsbrandspannen 1.

    noten:

    1.
    Wikipedia Bonifatiuskerk (Cornwerd);

    internetraadpleging: 12-7-2017


          Wons
    We rijden verder over een aantal lanen en komen door Wons. Wons is de naamgever van de grietenij Wonseradeel 1. Dit terpdorpje ziet er nog aardig rond uit met de kerk middenin een vierkant. Aan de westkant van de Goaiumer Feart mist er echt wel een stuk.
    Deze achtzijdige kerk (39439) is sinds 1728 de opvolger van de traditionele twaalfde-eeuws zadeldaktoren met schip en koor. Het heeft een windvaantje in de vorm van een hert, zoals het ook in het wapen van Wons voorkomt.
    IJtlijcke Friesche rijmckes / J.C.P. Salverda. - Snits [Sneek] : F.W.v.B. Smallenburg, 1824
    [Dit beeld is aangepast, WP]

    Hiljuwns uwren / J.C.P. Salverda. - To Ljeauwerd : by G.T.N. Suringar, 1834
    [Dit beeld is aangepast, WP]

    Charade / J.C.P. Salverda (in: Vriesche courant, 30-6-1808)
    Wons was immers ooit het middelpunt van de grietenij met een rechthuis. Het vaantje is gemaakt door Wladimir de Vries (Groningen, 3-11-1917 – Zuidlaren, 30-6-2001) , dat een vervanging is van het oude vaantje dat meer leek op een Belgisch paard dan op een edelhert. Het hertje kan echter ook verklaard worden, doordat het in de bossen werd opgejaagd. Wons kwam in 1374 voor als Woldens, dat als einde van het woud gelezen kan worden. Ook is er sprake van Wildinghe, nog steeds terug te vinden in de Wildinghelaan. De tijdens de restauratie van 1961-62 gevonden zwerfkei wordt gezien als een gedeeltelijke fundering van de toren 2. Wildinghe kan ook gelezen worden als wil dinghe. Een dingplaats waar de willekeuren besproken worden. Een hert en de zwerfkei zijn immers ook verwijzingen naar de rechtspraak.
    In de muur van de kerk vinden we een huldeblijk aan Jan Cornelis Pieter Salverda (Bolsward, 28-6-1783 - Wons, 7-3-1836) die in Wons onderwijzer was en een verdienstelijk dichter. Ook de straat waaraan de kerk staat, is naar hem vernoemd.

    noten:

    1.
    419× Friesland : van Slijkenburg tot Moddergat / Peter Karstkarel. - Leeuwarden/Ljouwert : Friese Pers Boekerij, 2005. - ISBN 90-330-1191-3. - p. 958;

    2.
    Wikipedia Wons, Hervormde kerk (Wons);
    419× Friesland : van Slijkenburg tot Moddergat / Peter Karstkarel. - Leeuwarden/Ljouwert : Friese Pers Boekerij, 2005. - ISBN 90-330-1191-3. - p. 958;
    De restauratie van de Hervormde Kerk te Wons in Friesland / P.L. de Vrieze (in: Bulletin van de Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond. Jaargang 66, aflevering 1, februari 1967);

    internetraadpleging: 12-7-2017

    Ingeschatte locatie van de huidige Skraard (Scadawerth) aan de open Marneslenk.

    (kaartbron: Rapport bemaling Frieslands boezem II, Bijlage 1)
    (kaartbron: ArcGIS Hoogtekaart)

          Schraard
    Het volgende terp waar we stilstaan is Schraard. Ook hier zien we een rondvormige terp, waarbij het midden ligt op het kruispunt Smidstraat x Dorpsstraat. De wierde van zo'n 2 meter hoogte heette rond 1270 Scadawerth en lag aan de Marneslenk. Andere schrijfvarianten zijn Scadawert of Scadawart, later Scraert, Schraert, Schraart. Hoe de Marneslenk hier gelopen heeft is op de hoogtekaart nog prima te volgen. De toren schijnt al uit de twaalfde eeuw te stammen en in verhoogd toen de romano gotische kerk (39430) werd aangebouwd. En ook deze kerk heeft de nodige verbouwingen ondergaan. Aangezien er aan de weg waarover we net gereden hebben ooit de state van Van Aylva heeft gestaan liggen in de kerk ook twee leden van deze familie in een grafkelder begraven. Sjoerd Aylva woonde rond 1500 in deze state. 1. Mogelijk was er hiervoor of in de dertiende eeuw ook een Cisterciënzer klooster met de naam Scadawaart 2. We vervolgen de weg naar Longerhouw. We staan echter al weer vlot stil, omdat we in de verte de koeien over de weg zien lopen. Op gepaste afstand aanschouwen we dit. Je ziet de verschillen in karakter tussen de koeien. We zien een zeer treuzelende koe, ze heeft duidelijk geen zin. Al lopend en traag grazend loopt ze richting het hek naar de weg. Telkens kijkt ze omhoog en ziet hoever de anderen zijn. Wanneer ze bijna als laatste in het weiland staat, neemt ze een sprintje om nog voor een ander de weg over te zijn. "Zie, ik ben niet de laatste", zou je bijna voor haar gaan denken. Nadat alle hekken weer door begeleiders op hun plek zijn gezet, rijden we al groetend voorbij.

    noten:

    1.
    419× Friesland : van Slijkenburg tot Moddergat / Peter Karstkarel. - Leeuwarden/Ljouwert : Friese Pers Boekerij, 2005. - ISBN 90-330-1191-3. - p. 950;
    Wikipedia Schraard, Hervormde kerk (Schraard), Aylva State (Schraard);

    2.
    Delpher: Bronnen voor de geschiedenis der kerkelijke rechtspraak in het bisdom Utrecht in de Middeleeuwen. Dl. 2: 1e afd.: De indeeling van het bisdom / S. Muller, J.G.C. Joosting. - 's-Gravenhage : Nijhoff, 1915. - p. 577 Scadawert;

    internetraadpleging: 12-7-2017


          Longerhouw
    Enkele momenten later bereiken we het over de verharde weg doodlopende dorp Longerhouw. Maar het bestaan van Longerhouw komt natuurlijk niet door een verharde weg. Deze komt over de waterweg. We parkeren auto en lopen naar haven en opvaart, die via de Makkumervaart met de rest van wereld verbonden is. Over het bruggetje is een fraaie kop-hals-rompboerderij uit 1810 te zien.
    Voor het kerkgebouw staat een dertiende-eeuws zadeldaktoren (39362). Helaas was de kerk gesloten, zodat we niet de bij de restauratie van 1986 gevonden zeldzame tegelvloer hebben kunnen aanschouwen. Op deze tegelvloer zijn diverse voorstellingen te zien, waaronder een (Christus)portret, adelaars, herten en ridders op paarden 1.
    De dominee Jan Wouter Felix (Leiden, 24-1-1824 - Utrecht, 29-2-1904) zorgde ervoor dat Longerhouw het centrum werd van de Friese Réveilbeweging. In 1854 organiseerde hij de Friese Vereniging van Vrienden der Waarheid, die ijverde voor kerkherstel op grond van de gereformeerde belijdenis, iets wat nauwelijks meer voorkwam. Belijdenis der Hervormde Kerk kwam dat jaar van zijn hand uit. Lang zou de vereniging echter niet bestaan, wegens meningsverschillen van de leden. De Doleantie gooide in 1886 roet in het eten. In 1860 was hij medeoprichter van De Confessionele Vereniging en richtte hij het Kerkelijk Maandblad op 2.

    Op de terugweg naar Workum vallen de hoogteverschillen op in de kavels die we passeren.

    noten:

    1.
    419× Friesland : van Slijkenburg tot Moddergat / Peter Karstkarel. - Leeuwarden/Ljouwert : Friese Pers Boekerij, 2005. - ISBN 90-330-1191-3. - p. 936;
    Wikipedia Longerhouw;
    Wikimedia Commons Category:Kerk, Longerhouw, Beeldbank van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed Longerhouw;

    2.
    Wikipedia Longerhouw, Réveil, Doleantie;
    Nieuwe encyclopedie van Fryslân / Meindert Schroor (hoofdredactie); Philippus H. Breuker, Albert Buursma, Karel F. Gildemacher, Pieter J. de Groot, Joop W. Koopmans, Jacques R. Kuiper, Gilles J. de Langen, Jacob van Sluis, Harry Wijnandts (redactie); Martha Kist (beeldredactie); Klazien Schroor-Dijkstra (eindredactie). - 4 delen. - Leeuwarden/Ljouwert/Gorredijk : Tresoar, Frysk Histoarysk en Letterkundich Sintrum / Bornmeer, 2016. - ISBN 978-90-5615-375-5. - Deel 2: Felix, Jan Wouter, p. 809;
    Vrije Friezen : momenten uit de kerkgeschiedenis van Friesland / L.H. Oosten. - Artios-reeks. - Heerenveen : Groen, 2012. - ISBN 978-90-8897-054-2, p. 55, 57, 66, 84;

    internetraadpleging: 29-7-2017


          Workum
    Bij terugkomst in Workum besluiten we in het gezellige Pickwicks Steaks & Tapas van het hotel te gaan eten, waar we 's ochtends ook het ontbijt nuttigen.


    Yskeburrefeart (noorden), Scharneburen

    Yskeburrefeart (zuiden), Scharneburen

    de Hoekstien, Ferwoude

    de Hoekstien, Ferwoude

    tulpenvelden, Boerestreek, Gaast

    IJsselmeer, Gaast

    Zeedijk, Gaast

    Hervormde Kerk, Gaast

    Gereformeerde Kerk, Gaast

    rietbinden, Kooihuizen

    Teeltlust, Piaam

    Buren, Piaam

    B&B Piaam state, Piaam

    Hervormde Kerk, Piaam

    Boerderij Nynke (vh Bendien), Piaam

    Kerk en pastorie, Idsegahuizum

    Allingawier

    toegangshek, Allingastate, Allingawier

    Allingastate, Allingawier

    grenspaal, Allingawier

    tille, Allingawier

    'achterzaaltje' met drankorgel, Allingawier

    drabbelkoeken drabbelen, Allingawier

    bakkerswinkel, Allingawier

    koekjes en cakevormen, Allingawier

    achterzijde, Allingawier

    hondenkar, Allingawier

    strontkar, Allingawier

    rosmolen, Allingawier

    ûleboerd/uilebord, Allingawier

    boerderij, Brandeburen, Het Heidenschap

    Hannekemaaier | Jikke J. Jager | 1980, Allingawier

    Museumboerderij De Izeren Ko, Allingawier

    smederij, Allingawier

    schildersbedrijf, Allingawier

    marmeren, Allingawier

    Gereformeerde kerk, Allingawier

    Jehannes de Doper tsjerke, Exmorra

    Jehannes de Doper tsjerke, Exmorra

    Jehannes de Doper tsjerke, Exmorra

    Jehannes de Doper tsjerke, Exmorra

    "Racingteam de Twee Slakken" | Frâns Faber | 2016, Exmorra

    brug over de Makkumer Feart, Exmorrazijl

    Makkumer Feart, Exmorrazijl

    zicht op Corwerd en molen, Exmorrazijl

    Skraarder Feart (zuidzijde), Makkum

    Skraarder Feart (noordzijde), Makkum

    boerderij, Makkum

    Kerkstraat, Makkum

    It Posthûs, Plein, Makkum

    Ark van Noach, Makkum

    sluis, Makkum

    Hotel de Prins, Kerkstraat, Makkum

    Lucas IJsbrandspannen tekens, Makkum

    Vermaningssteeg, Makkum

    Scheepwerven De Vries en Bloemsma, Makkum

    zicht op de Makkumer Noardwaard, Makkum

    Doniakerk, Makkum

    grafzuiltje Kynke Lenige, Makkum

    Doniakerk, Makkum

    toegangshek kerkhof, Makkum

    Turfmarkt / Groote Zijlroede, Makkum

    Waag, Makkum

    Ald Makkum, Waag, Makkum

    zicht op Markt, Waag, Makkum

    luchtfoto 26-5-1926, Waag, Makkum

    Kingmahuis Vallaat 22, Makkum

    1748 - TAEY Vallaat 28, Makkum

    1688 Vallaat 36, Makkum

    Bauke Jansen, 1685 Vallaat 38, Makkum

    Pruikmakershoek, Makkum

    Tichelaar, 1878 Turfmarkt, Makkum

    Pothuis Turfmarkt, Makkum

    'Koninklijke Tichelaar', Makkum

    Skans x Workumerdijk, Makkum

    kleine muurankers?, Middenstraat, Makkum

    Lucas IJsbrandspannen, Middenstraat, Makkum

    'Oude van Dagenhuis', Bleekstraat, Makkum

    Vermaning, Bleekstraat, Makkum

    Bonifatiuskerk, Cornwerd

    Goaiumer Feart, Wons

    achtzijdige kerk, Wons

    kerk, Schraard

    kerk, Schraard

    koeienoversteek, Oosterlaan, Schraard

    haven en opvaart, Longerhouw

    kerk, Longerhouw

    hoogteverschil






    Dag 18: Workum

    kaart 18


          Workum
    Vandaag zullen we ons 's middags vervoegen bij een klein gezelschap die een bijzondere verjaring zullen beleven.
    We beginnen echter de dag met een ontbijt in dezelfde ruimte waar we gisteravond het avondmaal hebben genuttigd.
    Omdat we nog voldoende tijd hebben besluiten we het zuidelijk deel, 't Súd van Workum te gaan bezichtigen.

    Wanneer we na de Merk en Molewyk een steegje tegenkomen, kunnen we het niet laten om te kijken waar deze uitkomt. We komen uit bij het woonwijkje dat nog steeds Molewyk heet. Het geeft echter een ruim uitzicht over de Drooge Dolte, weilanden en de Makkumerdyk en Zeedijk.
    Aangezien we geen andere weg kunnen ontdekken die ons kan terugbrengen naar 't Súd, lopen we door hetzelfde steegje terug.
    Beth-El, Workum
    De panden van 't Súd hebben veelal een zadeldak, waarbij sommige puien versierd worden met klok- en trapgeveltjes. Even verderop komen we een klein wit kerkje tegen, dat de naam Beth-El, Huis van God, draagt. Dit was een burgerhuis dat op 21-11-1904 werd gekocht en in 1910 werd omgebouwd tot wat het nu is 1.
    Een grappige tekst vinden we bij Eartiids (eertijds). Zij hanteren openingstijden van 13.03 uur tot 17.03 uur.
    Het pand van Het Eethuis en Stadscafe De Smidte heeft een trapgevel waarin bovenin een kopje te vinden is.
    De Smidte, Workum
    gevelsteen De Smidte, Workum
    Zoals de naam al verraad, was hier voorheen een smidse te vinden. Jelle Boukes en later zoon Sietse Molenaar smeedde hier toen de hoefijzers voor de paarden. Naast hoefijzers deed deze smid met zijn knechten, natuurlijk ook allerlei andere zaken. Zoals bijvoorbeeld schaatsen herstellen. En soms gaat er ook wel eens iets mis, zoals in 1954, tijdens de Elfstedentocht. Workum is immers de zevende stad op de route van deze beroemde staatstocht. Jan Vossegat uit Barneveld reed zijn schaats krom in een scheur. Tijdens de herstelwerkzaamheden bij de smid vloog er op het gloeiendhete aambeeld een stuk uit de bevroren schaats, zodat deze niet meer gebruikt kon worden 2.
    gevel ZoFier Zusje, Workum
    Een fraai versierde gevel (39511) waarin nu de galerie ZoFier Zusje is gevestigd, stamt uit 1765.
    We zijn intussen bij de brug van de Lynbaen aangekomen, waar we de Diepe Dolte tegenkomen. Nadat we de zijvaart Burefeart tegenkomen maakt 't Súd een knikje van de Diepe Dolte af. We wandelen verder over het Sylspaed, met aan weerszijden bebouwing. Pas bij de Séburch komen we water tegen in de vorm van de Dyksfeart. Het geeft ons een eerste blik op de bijzondere Blazerhaven, waarbij de historie nog steeds een belangrijke rol speelt. De weg stijgt hier vanwege een knooppunt van dijken. Centraal tussen deze dijken (Aldedyk, Kaeidyk en Séburch) ligt het voormalige zeemansherberg uit 1850, het huidige Restaurant Séburch (39493). Door deze ligging is het voor alle water- en landverkeer van alle kanten - zonder oponthoud - te bereiken. Séburch is de oude benaming voor een zeedijk in tegenstelling tot Aburch, waarmee een rivierdijk bedoeld wordt 3.
    Vanaf de dijk krijgen we zicht op de omgeving. We zien hiervandaan onder andere nog een aantal voormalige vissershuisjes (39494) staan. Aan de Kaeidyk vinden we weer een variant op het overal voorkomende leugenbank. Deze speelt een belangrijke rol tijdens de Visserijdagen van Workum, waarbij vissen in grootmoeders tijd centraal staat 4.
    sluis Diepe Dolte, Workum
    sluis Diepe Dolte, Workum
    Wij dralen lang genoeg om te zien hoe er geschut wordt en de brug opengaat. Altijd leuk om even te zien.
    Wanneer het landverkeer weer zijn gaan kan gaan, lopen wij naar de overkant. Op het bruggetje tussen de Aldedyk en Hearekeunst blijven we even staan. Ten zuiden zien we "het verlengde" van de Dyksfeart onder de Hearewei doorlopen. Aan de noordzijde zien we de Blazerhaven in volle omvang. Blazers zijn de vissersschepen die hier in de negentiende eeuw van de helling glijden en wordt dus naamgever aan de in 2008 gegraven haven. De in 1892 gekochte scheepstimmerwerk dat voortaan "De Hoop" gaat heten, is hier nog steeds (of beter gezegd weer) actief onder beheer van een Zwolsman. Sinds 1975 in het in handen van de Stichting Zwolsman Scheepstimmerwerf. In 1693 begint de geschiedenis van de werf, wanneer Juntien Reinders deze start (387988). Juntien Reiners gaat volgens de acte van 02-02-1684 in ondertrouw met Rymcke Hayes, en trouwt (als Luntie Ryners) op 01-03-1684 met Rymke Hayes. Ze krijgen in ieder geval een kind dat meteen overlijdt of doodgeboren ter wereld komt, aldus een akte van 14-4-1701. Volgens aktedatum 03-01-1708 is de klok voor Juntien Reinners overlijden geluid.
    Joodse begraafplaats, Workum

    De timmerschuur (1780) gaat door voor de oudste van West-Europa. Het terrein stond toen nog bekend als de Rippertspoel 5.
    Aan de overkant van de Diepe Dolte en schutsluis had David Salomons Jode in 1664 een plaetse van begraefenisse der Dooden gepacht voor zichzelf - hij overlijdt 27-06-1690, zijn familie en geloofsgenoten. Het is daarmee de oudste Joodse begraafplaats van Friesland (512599) 6.

    We vervolgen de route langs Haerewei waar we al vlot op Het verzetsmonument sluiten. Het monument bestaat uit een oplooppad dat uitkomt op een cirkelvormpad waarbinnen drie beelden zijn te zien. Ze verbeelden Onderdrukking - Verzet - Vrijheid. Op de plaquette lezen we
    'Vanuit de onderdrukking
    Je durven te verzetten
    De vrijheid tegemoet
    Ter nagedachtenis aan de Workumer verzetsstrijders'.

    We denken bij de Workumer verzetsstrijders aan bijvoorbeeld Hobbes Dijkstra, Jacobus Pieter Keller, Sjoerd Adema, Fetze W. Elgersma, Hermanus Falkema, Hendrik Theodorus Lemsom die allen in Makkum op 07-04-1945 waren geëxecuteerd wegens een wapenvondst. Ruth Vulto Gaube (Düsseldorf, 19-8-1960) kreeg de opdracht van de gemeente Nijefurd om een verzetsmonument voor Workum te maken. Samen met de leerlingen van de basisscholen De Pipegaai, St. Ludgrus en It Finster werkte ze enkele jaren aan dit project. Dat hierdoor een veelvoud aan zaadjes werd gezaaid moge duidelijk zijn. De kinderen zien met eigen ogen het ontstaansproces van het kunstwerk, ze maken kennis met beeldhouwen door zelf de hamer en beitel ter hand te nemen, ze raken betrokken bij het onderwerp en denken er met z'n allen over na.
    De onthulling vond plaats op 27-4-2010. Hierbij was ook een van de verzetsstrijders aanwezig. Tiny de Jong aka Tiny van Workum was koerierster en fietste met geheime, vervalste, illegale of buitgemaakte documenten in de Zuidwesthoek van Friesland rond om deze te bezorgen. In zijn toespraak benadrukt burgemeester Boekhoven dat het ook vandaag belangrijk is te strijden tegen onrecht dat anderen wordt aangedaan. Vrijheid maak je met elkaar 7.

    Wanneer we verder langs de Hearewei lopen komen we voor de brug over de Burefeart een sloot tegen, waarvan je je kunt voorstellen dat het een voorbeeld is van een door planten dichtslibbende waterweg. Op de brug krijgen we een fraai uitzicht op de parkeerhavens van de zeilboten. Via de Lynbaen komen we weer op 't Súd. Weer aangekomen bij de Molewyk, valt het op dat hier een deel van de percelen en daarmee ook de panden niet haaks op de weg staan, maar onder een hoek van zo op het oog 15 à 20 graden. Bij het hoekpand (met de Molewyk) is dit goed te zien.

    1624, Workum
    Het is intussen de hoogste tijd geworden om ons naar de Dwarsnoard te begeven. En dus stevenen we snel de Merk over om de Noard te nemen. Hier komen we weer langs ons hotel en nu pas valt ons de ingang van Pickwicks Steaks & Tapas op.
    Noarderburch, Workum

    Onderweg komen we toch nog enkele bijzondere panden tegen. Zoals bijvoorbeeld het pand met de trapgevel uit 1624 (39473). Opmerkelijk zijn de verticaal gemetselde bakstenen boven de verticaal gemetselde bakstenen boven de negenlichtsvensters en deur. Deze zijn 4 tot 7 kopse kanten opgeschoven.
    Daarnaast volgt een soort replica van de Gereformeerde kerk dat hier tussen 1887 en 2005 stond. Alleen de noktoren is origineel. Dit gebouw werd hier in 2007 gerealiseerd, aldus het informatiebordje.
    1923, Workum

    Hoewel niet groots of weldadig versierd, valt het pand uit 1923 juist op door het metselwerk en kleurgebruik.
    Aan de andere kant vinden we een voorbeeld van een vermaanhuis (39486), van de doperse beweging, waarvan Menno Simons de voorman was. Leenaert Bouwens (1515-1582) werd in 1551 door Menno bevestigd als oudste. In de schuur of pakhuis achter de woning kwam men bij elkaar om door de leraar of elkaar vermaand te worden. Het waren veelal handelsmensen uit de scheepvaart, scheepsbouw, houthandel en lijmfabricage, aldus het informatiebord, dat hier hun opvattingen beleden.
    Een nieuwbouwproject aan de overkant heeft een ingemetselde gevelsteen uit 1659. Tot 2004 zat hierin - 6 panden breed - de Noorderbazar. "De Noba" is in het pand met gevelsteen en trapgevel in 1935 begonnen door S.R. de Boer. Telkens werd een pand bijgevoegd. In 1954 werd het pand met daarin de bakkerij van de familie Wagenaar betrokken, in 1956 gevolgd door het pand van de Fryske winkel van R.S. de Boer en in 1958 de groenten en fruithandel van E. Postma.
    Het contrast kan niet groter met het pand met klokgevel uit 1737 (39488) aan de overkant.
    brugaanduiding, Workum

    In het wegdek vinden we af en toe een onderbreking door ander steengebruik. Op deze plekken lagen voorheen bruggetjes over de inmiddels gedempte De Wymerts. Tegenover elkaar liggende steegjes geven de noodzaak aan van een brug op deze plek.
    Aan het einde van de Noard komen we de Werenfriduskerk (39479) tegen, dan met zijn toren van 65 meter imposant genoemd mag worden. Het is tussen 1876 en 1877 gebouwd naar ontwerp van Alfred Tepe (Amsterdam, 24-11-1840 - Düsseldorf, 23-11-1920). Het is de opvolger van de vanaf de schuilkerken ontstane gebouwen, die telkens her- en verbouwd en vergroot werden. Ook het naastgelegen pastorie (513624) is van Tepes hand en werd tegelijkertijd met de kerk gebouwd. Hierin was het Museum kerkelijke kunst te vinden. Wegens gebrek aan aanloop en vrijwilligers is het nu gesloten 8.
    Stamboom en familieonderzoek, Workum

    In het hoekpand van Dwarsnoard met klokgevel (39442) gaan wij vanmiddag met anderen vertoeven, wegens een bijzondere verjaring van Maikel Galama. Vanuit dit pand probeert hij stamboomzoekende mensen richting te geven met behulp van de aanwezige en goed toegankelijke informatie op dit gebied. Daarnaast zijn er ook vele boeken en lp's te vinden die verkocht worden .
    Linde Nijland, Workum

    Om het verjaringsfeestje extra luister bij te zetten is een huiskamerconcert van Linde Nijland en Bert Ridderbos als bijdrage voor de crowdfunding van The Jukebox Project georganiseerd. Naast enkele bekende nummers van vorige albums, werden ook nieuwe songs van het The Jukebox Project gespeeld. Vanzelfsprekend had Galama zelf ook verzoeknummers die goedkeurend werden meegezongen. Daarnaast werden nog nooit opgenomen nummers gezongen. Een was allang goud en klonk zelfs in deze Friese omgeving als vanzelfsprekend.
    Met zoveel mensen en gezelligheid is een middag zo voorbij. En dus breekt het moment van afscheid nemen van deze bijzondere mensen weer aan.

    Wij lopen weer terug richting het hotel en besluiten om op de hoek van de Merk bij Restaurant Folkerts (39464) nog een hapje te gaan eten.
    Na de gebruikelijke cappuccino's lopen we naar het hotel waar we deze drie volle dagen afsluiten om morgen weer fris huiswaarts te kunnen rijden.

    noten:

    1.
    Reliwiki Workum, It Sud 52 - Bethel;
    Museum Warkums Erfskip: Het witte kerkje op It Súd Het baptisme in Workum;

    2.
    Museum Warkums Erfskip: Wijk C smederij in Wijk C;
    Een koude oorlog: de Elfstedentocht 1954 / Dirk Vellenga. - Amsterdam : Arbeiderspers, 2011. - ISBN 978-90-295-7808-0;
    Elfsteden Route;

    3.
    Nieuwsblad van het Noorden : Ter Verpoozing - Populair letterkundig wekelijksch bijblad, 20-6-1936 Over dijken..... / T., p. 21;

    4.
    Historie visserijweek In porties op de leugenbank;

    5.
    Werf de Hoop Historie;
    Workum.nl Stichting tot behoud van WK 1 en TX 11;
    Historisch festival Súdwest 29-8-2015, p. 22;
    AlleFriezen Juntien Reiners, Luntie Ryners;

    6.
    Museum Warkums Erfskip Joodse begraafplaats 350 jaar / Gerrit Twijnstra, David Salomons / Louis Cats;

    7.
    Nationaal Comité 4 en 5 mei Workum, verzetsmonument;
    Kunstacademie Friesland Ruth Vulto Gaube, docent beeldhouwen, kunsttheorie;
    Ruth Vulto Gaube Verzetsmonument;
    Friesch Dagblad, 28-4-2010 Twee jaar lang beitelen aan monument over verzet en vrijheid / Bauke Boersma;
    Traces of War Gezamenlijk Graf Verzetsstrijders Makkum;
    Wikisage Nederlanders geëxecuteerd tijdens de Duitse bezetting;

    8.
    Wikipedia Alfred Tepe, Sint-Werenfriduskerk (Workum), Museum kerkelijke kunst;

    internetraadpleging: 29-7 - 2-8-2017


    Zicht op de Drooge Dolte vanaf de Molewyk, Workum

    diverse gevelsoorten, Workum

    openingstijden Eartiids, Workum

    Diepe Dolte, Workum

    Diepe Dolte, Workum

    Dyksfeart, Workum

    Restaurant Séburch, Workum

    (voormalige) vissershuisjes, Workum

    leugenbank, Workum

    werf, Workum

    Onderdrukking - Verzet - Vrijheid | Ruth Vulto Gaube | 2010, Workum

    Burefeart, Workum

    hoek Súd-Molewyk, Workum

    Pickwicks Steaks & Tapas, Workum

    schuurkerk 1694, Workum

    voormalig Noba-terrein, Workum

    1737, Workum

    Sint-Werenfriduskerk, Workum

    Dwarnoard, Workum

    Bert Ridderbos, Workum

    Restaurant Folkerts, Workum





    'Kruistocht in Spijkerbroek'
    'Rondje om Zwitserland'
    'weekendje Noord-Groningen'
    'Ontdekking van de Vrije Friezen'
    'Hanzesteden aan de Oostzee'
    'Friesland - provincie in Nederland'
    'Friesland uit het veen'
    'Aan de oevers van de Schelde'
    'Rondom de Gelderse IJssel'
    'Binnen en rondom de Westfriese Omringdijk'















































    Op zoek naar een mooi, leuk en uniek kado? Ga in nieuw scherm naar mijn PASFOTOBOEKJES en schrijfboekjes of PASFOTOBOEKJES en schrijfboekjes "Italian Collection"-site.
    Of bekijk de kleurrijke schilderijen-expositie van m'n broer. Deze schilderijen zijn ook gebruikt als omslag voor de pasfoto- en schrijfboekjes.